Besluit van 26 augustus 2010 tot uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen BES (Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES)
- BWB-id
- BWBR0028231
- Type
- AMvB-BES
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028231
- ELI
- /eli/nl/amvb-bes/2010/besluit-uitvoering-wet-arbeid-vreemdelingen-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb-bes/2010/besluit-uitvoering-wet-arbeid-vreemdelingen-bes/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028231&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028231&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028231/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb-bes/2010/besluit-uitvoering-wet-arbeid-vreemdelingen-bes
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: – openbaar lichaam/openbare lichamen: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba; – wet: Wet arbeid vreemdelingen BES . 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Een aanvraag om een tewerkstellingsvergunning wordt ingediend bij Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 2 De aanvrager ontvangt binnen twee weken een schriftelijk bewijs dat hij de aanvraag heeft ingediend, onder vermelding van de datum van ontvangst. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Bij een aanvraag om een tewerkstellingsvergunning verstrekt de werkgever de volgende gegevens: a. naam, adres, telefoon- en faxnummer en emailadres van de werkgever; b. naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit, burgerlijke staat en toekomstig adres van de vreemdeling; c. de aard van de door de vreemdeling te verrichten arbeid; d. de plaats van de door de vreemdeling te verrichten arbeid; e. of, en zo ja, welke diploma’s zijn vereist, welke ervaring nodig is dan wel welke andere eisen worden gesteld aan de vreemdeling voor het verrichten van de arbeid; f. de motivering van de noodzaak voor het aantrekken van de vreemdeling ter vervulling van de arbeidsplaats evenals de inspanningen die zijn verricht om uit de lokale arbeidsmarkt voor vervulling daarvan zorg te dragen. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Bij een aanvraag om een tewerkstellingsvergunning worden de volgende bewijsstukken overgelegd: a. de overeenkomst tot het verrichten van arbeid die met de betrokken vreemdeling zal worden aangegaan; b. een afschrift van de ter zake van de identiteit van de vreemdeling van belang zijnde pagina’s van een geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling; c. twee goed gelijkende pasfoto’s van de vreemdeling; d. een kopie van de directie- en vestigingsvergunning van de werkgever alsmede een kopie van de inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid van het openbaar lichaam; e. artikel 3, onderdeel e kopieën van diploma's, gewaarmerkt door de bevoegde instanties in het land waar de diploma’s zijn gehaald, indien deze zijn vereist conform de opgave, bedoeld in, en referenties omtrent de door de vreemdeling opgedane relevante werkervaring; f. artikel 9, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet tot inschrijving van arbeidskrachten 1945 BES een kopie van het voorblad van het arbeidsregister, bedoeld in; g. verklaring van het openbaar lichaam waaruit blijkt dat de beschikbaarheid van de te vervullen arbeidsplaats ten minste vijf weken voor het indienen van de aanvraag is gemeld aan het bestuurscollege van het openbaar lichaam waar de arbeid uitsluitend of in hoofdzaak wordt of zal worden verricht; h. een door het bevoegd gezag van de woonplaats van betrokken vreemdeling binnen 2 maanden vóór aankomst in het openbaar lichaam afgegeven verklaring van goed gedrag gedurende de laatste vijf jaren, of een schriftelijke verklaring waaruit, ter beoordeling van Onze Minister, genoegzaam van het gedrag van betrokkene blijkt; i. een situatietekening van het vertrek en bijbehoren waar de vreemdeling zal verblijven; j. een verklaring van de Belastingdienst waaruit blijkt dat de werkgever belasting afdraagt. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikelen 3 4 Onverminderd deenverstrekt de werkgever de volgende gegevens of legt hij de volgende bewijsstukken over in geval de vreemdeling arbeid zal verrichten: a. in een onderneming waarvoor een drank- en horecavergunning vereist is: een kopie van de desbetreffende vergunning; b. in de landbouw: een beschrijving van de infrastructuur van het landbouwterrein, een weergave van hetgeen op dat terrein wordt verbouwd en het bewijs dat het terrein in eigendom toebehoort aan de werkgever dan wel door deze wordt gehuurd of gepacht; c. artikel 10, onderdeel c in de huishouding: bewijsstukken waaruit blijkt dat de werkgever in staat is het salaris, bedoeld in, te voldoen. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Onverminderd de overige vereisten voor het verkrijgen van een tewerkstellingsvergunning, wordt deze voor het verrichten van arbeid door inwonend huishoudelijk personeel slechts verleend, indien de arbeid wordt verricht ten behoeve van: a. een echtpaar met minderjarige kinderen, waarvan beide echtelieden werkzaam zijn; b. een alleenstaande met inwonende minderjarige kinderen; c. een echtpaar waarvan een der echtelieden door ziekte of ouderdom hulpbehoevend is; d. een alleenstaande die bejaard of anderszins hulpbehoevend is; e. een echtpaar, waarvan een of beide echtelieden wegens diens positie in een bedrijf of in de gemeenschap regelmatig uithuizig is. 2 Ten bewijze van het gestelde in het eerste lid, aanhef en onderdelen c en d, wordt een doktersverklaring overgelegd. 3 Het eerste lid, aanhef en onderdelen a, c en e, en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op niet-huwelijkspartners die duurzaam samenleven. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 2, eerste lid Het verbod, bedoeld in, van de wet is niet van toepassing met betrekking tot de huwelijkspartner of de niet-huwelijkspartner die duurzaam samenleeft met: a. een Nederlander die is geboren in een van de openbare lichamen; b. artikel 3 van de Wet toelating en uitzetting BES een Nederlander die op grond vanvan rechtswege toelating tot verblijf heeft in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; c. een persoon die tijdens verblijf in een openbaar lichaam de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen door optie of naturalisatie. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 2, eerste lid Het verbod, bedoeld in, van de wet is niet van toepassing met betrekking tot de vreemdeling: a. die zijn hoofdverblijf heeft buiten de openbare lichamen en gedurende maximaal 4 aaneengesloten weken in een periode van 13 weken incidentele arbeid verricht uitsluitend bestaande uit: 1°. het werkzaam zijn in de huishouding van toeristen, indien deze vreemdeling ook al werkzaam is in de huishouding van de desbetreffende toeristen in het land van herkomst; 2°. het monteren of repareren van door zijn buiten de openbare lichamen gevestigde werkgever geleverde machines of apparatuur, dan wel het installeren en aanpassen van door zijn buiten de openbare lichamen gevestigde werkgever geleverde software of het instrueren over het gebruik daarvan; 3°. het werkzaam zijn als artiest, musicus of beeldend kunstenaar; 4°. het werkzaam zijn als accountant, olie-inspecteur, advocaat, bankier of als technicus telecommunicatie in dienst van een werkgever die is gevestigd buiten het openbaar lichaam waar de werkzaamheden worden verricht; 5°. het voeren van zakelijke besprekingen; b. die zijn hoofdverblijf heeft buiten de openbare lichamen, werkzaam is voor een buiten de openbare lichamen gevestigde werkgever en uitsluitend werkzaamheden verricht op vervoermiddelen in het internationale verkeer; c. artikel 1, tweede lid, onderdeel c, van de Scheepvaartverkeerswet die zijn hoofdverblijf heeft buiten de openbare lichamen en als lid van de bemanning schepelingendienst verricht aan boord van een zeeschip in de zin van, niet zijnde een sleepboot; d. Wet vestiging bedrijven BES aan wie op grond van deeen directievergunning is verleend; e. die beschikt over een door Onze Minister van Justitie afgegeven verblijfsvergunning die voorzien is van een aantekening waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid; f. zijn hoofdverblijf heeft buiten de openbare lichamen en als vrijwilliger deelneemt aan arbeid die gebruikelijk onbetaald wordt verricht, geen winstoogmerk heeft en een algemeen maatschappelijk doel dient, met een maximale duur van 12 weken in een periode van 52 weken. 2 artikel 12a van de Wet toelating en uitzetting BES Een aantekening als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, wordt afgegeven aan een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning op grond van. 2019 500 24-12-2019 18-12-2019 2019 500 24-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a artikel 2, eerste lid, van de wet artikel 1, onderdeel g, van de Wet op het onderwijstoezicht Het verbod, bedoeld inis niet van toepassing in het openbaar lichaam Saba met betrekking tot de vreemdeling die onderwijs geeft op een instelling als bedoeld in. 2021 43 04-02-2021 26-01-2021 2021 43 04-02-2021 26-01-2021 01-07-2021
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Aan een tewerkstellingsvergunning kan het voorschrift worden verbonden dat de werkgever bijdraagt aan de opleiding en training van een lokale arbeidskracht voor de functie waarvoor de werkgever een tewerkstellingsvergunning heeft ontvangen. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 8 Onverminderdvan de wet wordt een tewerkstellingsvergunning geweigerd indien: a. op grond van de gegevens uit de aanvraag of na controle blijkt dat de bedrijfsvoering zodanig is dat niet kan worden gesproken van een normale bedrijfsvoering of van normale bedrijfsactiviteiten; b. niet is aangetoond dat de vreemdeling beschikt over de opleiding dan wel de werkervaring die is vereist voor het verrichten van de arbeid; c. de vreemdeling niet een vergoeding ontvangt die ten minste op het voor de desbetreffende functie gebruikelijke niveau ligt; d. het een vreemdeling betreft: 1°. die niet beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning, noch een zodanige vergunning heeft aangevraagd, noch, voor zover ter verkrijging van een dergelijke vergunning vereist, een machtiging tot voorlopig verblijf heeft aangevraagd; 2°. aan wie een verblijfsvergunning is geweigerd of wiens verblijfsvergunning is ingetrokken; 3°. aan wie verlenging van de verblijfsvergunning is geweigerd. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 9 Onverminderdvan de wet kan een tewerkstellingsvergunning worden geweigerd indien: a. de vreemdeling arbeid zal verrichten die behoort tot een categorie van beroepen of functies waarvan aan het aantal arbeidsplaatsen ten behoeve van vreemdelingen een maximum is gesteld door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en dit maximum ten tijde van de aanvraag is bereikt; b. artikel 4, aanhef en onderdeel i het vertrek en bijbehoren, bedoeld in, naar het oordeel van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ongeschikt zijn gebleken; c. artikel 3, aanhef en onderdeel e overige aan de functie gestelde eisen voor het verrichten van de arbeid als bedoeld in, kennelijk onredelijk zijn, met dien verstande dat zij te hoog zijn gesteld of kennelijk onjuist zijn; d. de vreemdeling jonger is dan 18 jaar of ouder dan 45 jaar op de dag waarop de aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning wordt ingediend. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2023 471 18-12-2023 12-12-2023 2023 471 18-12-2023 12-12-2023 01-01-2024
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Een tewerkstellingsvergunning wordt geweigerd voor werkzaamheden geheel of ten dele bestaande uit het verrichten van seksuele handelingen met derden of voor derden. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 5, vijfde lid, aanhef en onderdeel c artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet Een tewerkstellingsvergunning voor een vreemdeling die een geestelijke, godsdienstige of levensbeschouwelijke functie uitoefent, waarvoor een specifieke opleiding, of specifieke kennis of ervaring vereist is en die van wezenlijk belang is voor de eredienst of het functioneren van een kerkgenootschap of een ander genootschap op geestelijke of levensbeschouwelijke grondslag, kan zonder toepassing van, enworden verleend. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 5, vijfde lid, aanhef en onderdeel c artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet Een tewerkstellingsvergunning voor de vreemdeling die arbeid verricht die noodzakelijk is ter voltooiing van zijn opleiding, kan voor maximaal een jaar worden verleend, zonder toepassing van, en. 2 artikel 4, aanhef en onderdeel a Bij de toepassing van het eerste lid legt de werkgever, in afwijking van, de volgende bewijsstukken over: a. een stageovereenkomst, waarin in ieder geval wordt geregeld: 1°. de door de stagiaire te verrichten werkzaamheden; 2°. de stagevergoeding; b. een verklaring van de onderwijsinstelling, waaruit blijkt dat de stage noodzakelijk is voor de voltooiing van de opleiding. 3 Het aantal stagiaires bedraagt per bedrijf: a. indien het personeelsbestand bestaat uit minder dan 10 personen: niet meer dan één persoon; b. indien het personeelsbestand bestaat uit tien of meer personen: maximaal 10% van het totale personeelsbestand, waarbij voor deze berekening het personeelsbestand naar beneden wordt afgerond op het dichtstbijzijnde hele tiental personeelsleden. 4 artikel 10, aanhef en onderdeel c artikel 9 van de Wet minimumlonen BES In afwijking van, dient de werkgever aan de vreemdeling een stagevergoeding te betalen van minimaal 50% van het bruto minimumloon, genoemd in, na aftrek van de daarop in te houden loonheffing. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 5, vijfde lid, aanhef en onderdeel c artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a Een tewerkstellingsvergunning voor de vreemdeling die, in het bezit van een vakgerichte basisopleiding, werkervaring komt opdoen, die van belang is voor zijn functioneren in het herkomstland, kan voor maximaal 24 weken in een periode van een jaar worden verleend, zonder toepassing vanen, van de wet. 2 artikel 4, aanhef en onderdeel a Bij de toepassing van het eerste lid legt de werkgever, in afwijking van, de volgende bewijsstukken over: a. een leerplan; b. een overeenkomst tussen de buitenlandse werkgever en de in het openbaar lichaam gevestigde werkgever; c. een verklaring van de buitenlandse werkgever, waaruit blijkt dat de vreemdeling door deze weer in dienst wordt genomen na afloop van de praktijkperiode. 3 Het aantal vreemdelingen, bedoeld het eerste lid, bedraagt per bedrijf: a. indien het personeelsbestand bestaat uit minder dan tien personen: niet meer dan één persoon; b. indien het personeelsbestand bestaat uit tien of meer personen: maximaal 10% van het totale personeelsbestand, waarbij voor deze berekening het personeelsbestand naar beneden wordt afgerond op het dichtstbijzijnde hele tiental personeelsleden. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Wet toelating en uitzetting BES artikel 5, vijfde lid, aanhef en onderdeel c artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a Een tewerkstellingsvergunning voor het verrichten van arbeid van bijkomende aard voor een vreemdeling die op grond van debeschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor studie kan voor maximaal een jaar worden verleend, zonder toepassing van, en, van de wet. 2 Onder arbeid van bijkomende aard als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: arbeid met een duur van maximaal 10 uur per week of arbeid die uitsluitend in de maanden juni, juli en augustus plaatsvindt. 3 artikel 4 In aanvulling oplegt de werkgever een verklaring van de onderwijsinstelling over, waaruit blijkt dat de vreemdeling als student is ingeschreven. 4 Een tewerkstellingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt niet verlengd. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Wet toelating en uitzetting BES artikel 5, vijfde lid, aanhef en onderdeel c Ten aanzien van de vreemdeling die gedurende de looptijd van een voor hem verstrekte tewerkstellingsvergunning onvrijwillig werkloos wordt en die van rechtswege of bij vergunning is toegelaten op grond van de, kan worden afgeweken van, indien hij als werkzoekende staat ingeschreven bij de arbeidsbemiddelingsorganisatie van het openbaar lichaam, voor zover de werkgever de aanvraag voor een nieuwe tewerkstellingsvergunning heeft ingediend binnen 6 weken nadat de vreemdeling onvrijwillig werkloos is geworden en voor zover de duur van de nieuw aangevraagde tewerkstellingsvergunning niet langer is dan de resterende termijn gedurende welke de vreemdeling van rechtswege of bij vergunning verleend, is toegelaten op grond van de Wet toelating en uitzetting BES. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 5, vijfde lid, aanhef en onderdeel c artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a Een tewerkstellingsvergunning voor de vreemdeling die een aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met internationale bescherming kan worden verleend zonder toepassing vanen, van de wet, zolang op de aanvraag voor een verblijfsvergunning nog niet onherroepelijk is beslist en de vreemdeling deze beslissing in de openbare lichamen mag afwachten op grond van een beslissing van Onze Minister van Justitie dan wel op grond van een rechterlijke beslissing. 2 Bij de toepassing van het eerste lid legt de werkgever de volgende bewijsstukken over: a. een document waaruit blijkt dat de vreemdeling een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft ingediend; b. een document waaruit blijkt dat de vreemdeling de beslissing op zijn aanvraag in de openbare lichamen mag afwachten. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waaropin werking treedt. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES. 2010 371 01-10-2010 26-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.