Besluit van 24 juli 2010 houdende regeling van de materiele rechtspositie van de Rijksvertegenwoordiger van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Rechtspositiebesluit Rijksvertegenwoordiger BES)
- BWB-id
- BWBR0028016
- Type
- AMvB-BES
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028016
- ELI
- /eli/nl/amvb-bes/2010/rechtspositiebesluit-rijksvertegenwoordiger-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb-bes/2010/rechtspositiebesluit-rijksvertegenwoordiger-bes/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028016&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028016&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028016/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb-bes/2010/rechtspositiebesluit-rijksvertegenwoordiger-bes
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: bezoldiging: artikel 2, eerste lid het bedrag per maand waarop de Rijksvertegenwoordiger op grond van, van dit besluit aanspraak kan maken. 2010 316 05-08-2010 24-07-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2 Bezoldiging en vergoeding voor ambtskosten#
Artikel 2 Bezoldiging en vergoeding voor ambtskosten 1 De bezoldiging van de Rijksvertegenwoordiger bedraagt € 12.875,98. 2 De Rijksvertegenwoordiger ontvangt een vergoeding ten bedrage van € 498,53 per maand voor de aan zijn ambt verbonden kosten. 3 Het bedrag genoemd in het tweede lid wordt met ingang van 1 januari 2020 per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar. 4 De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van Rijksvertegenwoordiger komen ten laste van het Rijk. 5 Onze Minister kan over de in het vierde lid bedoelde scholing nadere regels stellen. 6 De aanspraak op de bezoldiging en op de vergoeding voor ambtskosten, bedoeld in het tweede lid, begint met ingang van de dag waarop de benoeming ingaat en eindigt met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat of de dag, volgende op die van het overlijden. 7 Indien voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het in het eerste lid genoemde bedrag bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd. 8 Indien voor de ambtenaren, bedoeld in het zevende lid, in een collectieve arbeidsovereenkomst een eenmalige uitkering is overeengekomen, ontvangt de Rijksvertegenwoordiger deze op gelijke voet. 9 Wanneer Onze Minister de Rijksvertegenwoordiger toestemming verleent langer dan zes weken buiten de openbare lichamen te verblijven, kan hij daarbij bepalen dat gedurende die langere periode de bezoldiging en de vergoeding voor ambtskosten geheel of gedeeltelijk worden ingehouden. 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 01-01-2026
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar, verstrekt de Rijksvertegenwoordiger aan Onze Minister, dan wel aan een door hem aangewezen instantie: a. een opgave van de neveninkomsten welke hij over dat kalenderjaar of over een gedeelte daarvan heeft genoten, dan wel b. een verklaring dat hij geen neveninkomsten heeft genoten of niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis aan neveninkomsten heeft genoten over dat jaar of, indien hij het ambt van Rijksvertegenwoordiger vervulde gedurende een gedeelte van het kalenderjaar, een evenredig deel daarvan, dan wel c. een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven. 2 In afwijking van het eerste lid, vermindert Onze Minister op verzoek van de Rijksvertegenwoordiger diens bezoldiging reeds gedurende het kalenderjaar met een bedrag waarmee de Rijksvertegenwoordiger verwacht dat zijn bezoldiging zal worden verrekend vanwege zijn neveninkomsten. 3 Onze Minister vordert, indien hij, dan wel een door hem aangewezen instantie constateert dat er sprake is van te verrekenen neveninkomsten, het teveel aan ontvangen bezoldiging terug van de Rijksvertegenwoordiger. 4 Indien de Rijksvertegenwoordiger geen informatie kan verstrekken, meldt hij dit binnen zes maanden onder opgaaf van redenen aan Onze Minister, dan wel aan een door hem aangewezen instantie. De Rijksvertegenwoordiger meldt tevens een redelijke termijn waarop hij deze informatie alsnog zal verstrekken. 5 In het geval genoemd in het eerste lid, onderdeel c, alsmede indien de Rijksvertegenwoordiger binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave of verklaring, als bedoeld in het eerste lid, heeft ingezonden, of niet heeft voldaan aan het vierde lid, stelt Onze Minister de bezoldiging over het afgelopen jaar vast op 65% van de bezoldiging op jaarbasis, tenzij hij uit anderen hoofde kan vaststellen tot welk bedrag er verrekend zou moeten worden. 6 Op verzoek van de Rijksvertegenwoordiger kan Onze Minister besluiten de verrekening of terugbetaling in termijnen te laten plaatsvinden. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 15-10-2014
Artikel 3 — Artikel 3 Vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering#
Artikel 3 Vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering 1 De Rijksvertegenwoordiger ontvangt een vakantie-uitkering van 8% van de door hem genoten bezoldiging. De vakantie-uitkering wordt eenmaal per jaar uitbetaald over de periode van twaalf maanden, die is aangevangen met de maand juni van het voorgaande kalenderjaar. Bij ontslag of overlijden van de Rijksvertegenwoordiger vindt betaling plaats over het tijdvak, gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode, waarover de vakantie-uitkering is betaald en de datum van het ontslag of overlijden. 2 De Rijksvertegenwoordiger ontvangt een eindejaarsuitkering van 8,3% van de door hem genoten bezoldiging. De eindejaarsuitkering wordt jaarlijks uitbetaald in de maand november en wordt berekend over de periode van twaalf maanden die is aangevangen met de maand december van het voorgaande kalenderjaar. Bij ontslag of overlijden van de Rijksvertegenwoordiger vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag of overlijden. 2019 260 17-07-2019 05-07-2019 2019 260 17-07-2019 05-07-2019 18-07-2019 01-01-2019
Artikel 4 — Artikel 4 Vergoeding bij waarneming#
Artikel 4 Vergoeding bij waarneming 1 artikel 200 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba artikel 2, eerste lid artikelen 3 7 De waarnemend Rijksvertegenwoordiger die krachtensals zodanig optreedt, geniet gedurende de waarnemingsperiode per maand een beloning van twintig procent van de bezoldiging, bedoeld in. Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 2, eerste lid Bij aantoonbare inkomstenderving als gevolg van de waarneming kan het bedrag van de beloning door Onze Minister worden verhoogd, echter tot maximaal de bezoldiging, bedoeld in. 2010 316 05-08-2010 24-07-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5 Vergoeding tijdens sollicitatieprocedure#
Artikel 5 Vergoeding tijdens sollicitatieprocedure Aan een kandidaat voor het ambt van Rijksvertegenwoordiger worden de noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed die zijn gemaakt in verband met de sollicitatieprocedure. 2010 316 05-08-2010 24-07-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6 Vergoeding bij ambtsaanvaarding#
Artikel 6 Vergoeding bij ambtsaanvaarding 1 Uit hoofde van de ambtsaanvaarding wordt aan de Rijksvertegenwoordiger eenmalig een verhuiskostenvergoeding toegekend, bestaande uit: a. een bedrag voor de kosten verbonden aan het vervoer van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, welk bedrag zo nodig wordt vermeerderd met een bedrag voor reis- en verblijfkosten, welke de betrokkene en eventueel een of meer van diens gezinsleden vooraf heeft gemaakt ter bezichtiging van de woonruimte; b. een bedrag voor de kosten van vervoer van de bagage en van de inboedel van de betrokkene naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken en de verschuldigde invoerrechten; c. een vast bedrag ter hoogte van het maximumbedrag dat door een werkgever onbelast aan een werknemer kan worden verstrekt voor andere uit de verhuizing voortvloeiende kosten. 2 artikel 3, derde en vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gezinsleden verstaan de echtgenoot of geregistreerde partner of degene met wie betrokkene ongehuwd samenleeft en een gezamenlijke huishouding voert als bedoeld inen de kinderen, stief- en pleegkinderen van hemzelf en/of van zijn echtgenoot of geregistreerde partner of degene met wie betrokkene ongehuwd samenleeft en een gezamenlijke huishouding voert, voor zover zij met hem samenwonen. 3 Indien de Rijksvertegenwoordiger na benoeming de ambtswoning nog niet kan betrekken heeft hij aanspraak op een vergoeding voor tijdelijke huisvesting. Ook heeft hij dan aanspraak op een verhuiskostenvergoeding als bedoeld in het eerste lid. 4 artikel 2 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES Indien de Rijksvertegenwoordiger in verband met zijn benoeming is verhuisd, op zijn nieuwe adres is ingeschreven in een basisadministratie als bedoeld inen zijn verhuizing leidt tot dubbele woonlasten, heeft hij gedurende ten hoogste drie jaar na zijn benoeming aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van dubbele woonlasten. 5 De Rijksvertegenwoordiger heeft ten laste van het Rijk, wegens niet herbenoeming of eervol ontslag, aanspraak op een verhuiskostenvergoeding als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat het bedrag onder c, zes procent van de jaarlijkse bezoldiging bedraagt. 6 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de hoogte van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, de vergoeding voor tijdelijke huisvesting, bedoeld in het derde lid, en de tegemoetkoming in de kosten van dubbele woonlasten, bedoeld in het vierde lid, en de voorwaarden voor de aanspraak op deze bedragen, de vergoeding en de tegemoetkoming. 2019 260 17-07-2019 05-07-2019 2019 260 17-07-2019 05-07-2019 18-07-2019 01-01-2019
Artikel 7 — Artikel 7 Reis- en verblijfkosten#
Artikel 7 Reis- en verblijfkosten 1 De Rijksvertegenwoordiger heeft aanspraak op een vergoeding van reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt. 2 De Rijksvertegenwoordiger heeft aanspraak op een vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer. 3 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de hoogte van de vergoeding en de voorwaarden voor de aanspraak. 2010 316 05-08-2010 24-07-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt. 2010 373 01-10-2010 27-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 7a — Artikel 7a Ter beschikking gestelde auto#
Artikel 7a Ter beschikking gestelde auto 1 Onze Minister kan aan de Rijksvertegenwoordiger ten laste van de Staat een auto ter beschikking stellen, daaronder begrepen een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep van een daartoe door de Staat gecontracteerde vervoerder. 2 Een ter beschikking gestelde auto, met uitzondering van een auto voor gemeenschappelijk gebruik en een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, kan worden gebruikt voor zowel zakelijke als bestuurlijke doeleinden. Een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend gebruikt voor zakelijke doeleinden. 3 artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 Onder gebruik voor zakelijke doeleinden wordt in dit artikel en de daarop berustende bepalingen verstaan gebruik dat voor de toepassing vanen de daarop berustende bepalingen niet als gebruik voor privédoeleinden wordt aangemerkt. 4 Onder gebruik voor bestuurlijke doeleinden wordt in dit artikel en de daarop berustende bepalingen verstaan gebruik in het kader van de uitoefening van nevenfuncties, waarvan de uitoefening door de Rijksvertegenwoordiger naar het oordeel van Onze Minister in het belang van het Rijk is. 5 Onze Minister kan bij de terbeschikkingstelling van een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat deze door de Rijksvertegenwoordiger ook voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden mag worden gebruikt. 6 Indien de Rijksvertegenwoordiger een aan hem ter beschikking gestelde uitsluitend gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden en hij voor het gebruik van die auto loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van het Rijk aan hem vergoed. 7 Indien de Rijksvertegenwoordiger een aan hem ter beschikking gestelde auto uitsluitend gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden, worden vergoedingen van derden in verband met het gebruik van die auto in de Rijkskas gestort. 8 De Rijksvertegenwoordiger betaalt voor het gebruik van de aan hem ter beschikking gestelde auto voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden een maandelijkse bijdrage aan de Staat. 9 artikel 7 Indien aan de Rijksvertegenwoordiger een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, ter beschikking is gesteld, heeft hij geen aanspraak op vergoedingen, bedoeld invoor zover die kosten gemaakt worden in het openbaar lichaam waar de auto ter beschikking is gesteld. 10 artikel 7 Voor zover de Rijksvertegenwoordiger gebruik maakt van een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, heeft hij geen aanspraak op vergoedingen, bedoeld in. 11 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de voorwaarden voor de ter beschikkingstelling van een auto en het gebruik daarvan en de hoogte van de maandelijkse bijdrage, bedoeld in het achtste lid. 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 01-01-2019
Artikel 8 — Artikel 8 Ter beschikking gestelde woning#
Artikel 8 Ter beschikking gestelde woning 1 De Rijksvertegenwoordiger betaalt voor het bewonen van een door het Rijk aan hem in verband met de uitoefening van zijn ambt ter beschikking gestelde woning een maandelijkse bijdrage aan het Rijk. 2 Indien de Rijksvertegenwoordiger voor het gebruik van een woning, bedoeld in het eerste lid, loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van het Rijk aan hem vergoed. 3 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het gebruik van een ter beschikking gestelde woning. 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 01-01-2019
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 2, tweede lid de vergoeding voor aan het ambt verbonden kosten, bedoeld in; b. artikel 2, vierde lid het bedrag, bedoeld in; c. artikel 7, eerste en tweede lid artikel 31a, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de loonbelasting 1964 de vergoedingen, bedoeld in, voor zover deze niet worden gerekend tot een vergoeding als bedoeld in; d. artikelen 6, eerste en vierde lid 7a, zesde lid 8, tweede lid 12c de vergoedingen, bedoeld in de,,, en de vergoeding van de kosten,; e. artikel 12b de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in; f. artikel 10a, eerste lid een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in. 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 01-01-2019
Artikel 9 — Artikel 9 Kennisgeving bij afwezigheid#
Artikel 9 Kennisgeving bij afwezigheid Indien de Rijksvertegenwoordiger langer dan acht dagen wegens ziekte of om andere redenen zijn ambt niet kan vervullen, geeft hij daarvan kennis aan Onze Minister. 2010 316 05-08-2010 24-07-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10 Voorzieningen in verband met ziekte#
Artikel 10 Voorzieningen in verband met ziekte artikel 2, eerste lid In het geval van ziekte van de Rijksvertegenwoordiger, behoudt hij het recht op een bezoldiging als bedoeld in. 2010 316 05-08-2010 24-07-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt.
Artikel 10a — Artikel 10a Voorzieningen in verband met beroepsziekte of een dienstongeval#
Artikel 10a Voorzieningen in verband met beroepsziekte of een dienstongeval 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a. een beroepsziekte: een beroepsziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden; b. een dienstongeval: een ongeval dat plaatsvindt tijdens de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden. 2 De Rijksvertegenwoordiger ontvangt een vergoeding voor de noodzakelijk gemaakte kosten in verband met een geneeskundige behandeling of verzorging of overige kosten, indien deze in overwegende mate hun oorzaak vinden in een beroepsziekte of een dienstongeval: a. voor zover deze kosten ten laste van de Rijksvertegenwoordiger blijven en b. voor zover deze beroepsziekte of dit dienstongeval niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid te wijten is. 3 In bijzondere gevallen kan Onze Minister bepalen dat overige schade aangemerkt wordt als voortvloeiend uit de beroepsziekte of het dienstongeval, naar redelijkheid en billijkheid. 4 Onder overige schade valt niet het gederfde inkomen. 5 Als de schade van de beroepsziekte of het dienstongeval is ontstaan tijdens zijn ambtsperiode en voortduurt na zijn ontslag is dit artikel van overeenkomstige toepassing op de gewezen Rijksvertegenwoordiger. 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 01-01-2019 Voorheen art. 10a*.
Artikel 10b — Artikel 10b Voorzieningen in verband met bewaken en beveiligen#
Artikel 10b Voorzieningen in verband met bewaken en beveiligen 1 Indien Onze Minister ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van de Rijksvertegenwoordiger kosten maakt, die in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen zijn aangemerkt als werkgeverskosten, komen deze ten laste van het Rijk. 2 Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot het treffen van andere voorzieningen ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van de Rijksvertegenwoordiger dan die, bedoeld in het eerste lid. 2019 260 17-07-2019 05-07-2019 2019 260 17-07-2019 05-07-2019 18-07-2019 01-01-2019
Artikel 10c — Artikel 10c Voorzieningen in verband met een structurele functionele beperking#
Artikel 10c Voorzieningen in verband met een structurele functionele beperking 1 artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Indien de Rijksvertegenwoordiger naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, kent Onze Minister hem op aanvraag ten laste van het Rijk een voorziening toe als bedoeld indan wel een financiële tegemoetkoming daarvoor. 2 Een voorziening of een financiële vergoeding daarvoor als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts toegekend, indien die voorziening proportioneel is en niet reeds uit anderen hoofde is toegekend of vergoed. 3 artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Regels, gesteld bij of krachtens, zijn van overeenkomstige toepassing. 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 01-01-2019 Voorheen art. 10a.
Artikel 11 — Artikel 11 Buitengewoon verlof#
Artikel 11 Buitengewoon verlof Vervallen 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 01-01-2019
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Indien er sprake is van een dringende reden van dienstbelang en de Rijksvertegenwoordiger die buiten de openbare lichamen verblijft, zou schade lijden als hij direct terugkeert naar de openbare lichamen, legt hij zijn voornemen om vanwege deze reden terug te keren naar de openbare lichamen voor aan Onze Minister. 2 Indien Onze Minister het in het eerste lid genoemde voornemen redelijk acht, wordt aan de Rijksvertegenwoordiger een schadeloosstelling toegekend ten laste van het Rijk. 3 De schadeloosstelling betreft uitsluitend de direct uit de terugkeer voortvloeiende kosten van de Rijksvertegenwoordiger. Onze Minister stelt de hoogte van de schadeloosstelling vast. 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 01-01-2019
Artikel 12a — Artikel 12a Bedrijfsgeneeskundige zorg#
Artikel 12a Bedrijfsgeneeskundige zorg Onze Minister treft ten laste van het Rijk een voorziening voor bedrijfsgeneeskundige zorg voor de Rijksvertegenwoordiger. 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 01-01-2019
Artikel 12b — Artikel 12b Informatie- en communicatievoorzieningen#
Artikel 12b Informatie- en communicatievoorzieningen Onze Minister stelt ten laste van het Rijk aan de Rijksvertegenwoordiger voor de duur van de uitoefening van zijn ambt informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan de daarbij behorende abonnementen. 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 01-01-2019
Artikel 12c — Artikel 12c Loopbaanoriëntatie#
Artikel 12c Loopbaanoriëntatie 1 De kosten die de Rijksvertegenwoordiger maakt omdat hij zich tijdens het ambt oriënteert op zijn verdere loopbaan of mobiliteit bevorderende activiteiten ontplooit, komen ten laste van het Rijk, mits Onze Minister van oordeel is dat: a. de prijs/kwaliteitverhouding van de desbetreffende loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit redelijk is; b. die loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit niet kan worden aangemerkt als een sollicitatieactiviteit; c. de kosten ervan niet reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid. 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 01-01-2019
Artikel 13 — Artikel 13 Ontslag#
Artikel 13 Ontslag 1 De Rijksvertegenwoordiger wordt op zijn aanvraag ontslag verleend of wordt op zijn verzoek na afloop van de benoemingstermijn niet herbenoemd. 2 Het ontslag, bedoeld in het eerste lid, wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten. 3 Aan de Rijksvertegenwoordiger wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 70 jaar heeft bereikt, eervol ontslag verleend. 2010 316 05-08-2010 24-07-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt.
Artikel 13a — Artikel 13a Schorsing#
Artikel 13a Schorsing 1 artikel 190, eerste lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba Een besluit tot schorsing als bedoeld inbevat in ieder geval een aanduiding van het tijdstip waarop de schorsing ingaat en een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur van de schorsing. 2 artikelen 2, eerste, tweede en achtste lid 3 De Rijksvertegenwoordiger die geschorst is, behoudt gedurende de schorsing zijn bezoldiging en uitkeringen, bedoeld in de, en. 3 Gedurende een schorsing is het de Rijksvertegenwoordiger als zodanig niet toegestaan de dienstgebouwen van het Rijk te betreden. 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 01-01-2019
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Anders dan op eigen aanvraag kan aan de Rijksvertegenwoordiger ontslag worden verleend op grond van: a. ongeschiktheid wegens ziekte of gebreken voor het vervullen van zijn ambt; b. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan uit hoofde van ziekten of gebreken; c. andere gronden. 2 Het ontslag op grond van het eerste lid, onder a en b, van dit artikel wordt eervol verleend. Het ontslag op grond van het eerste lid, onder c, wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten. 3 Een ontslag als bedoeld in onder a van het eerste lid, kan slechts plaatsvinden indien herstel van zijn ziekte of gebreken niet binnen een periode van zes maanden te verwachten is. 4 Niet-herbenoeming vindt, behoudens in bijzondere omstandigheden, niet plaats dan nadat de Rijksvertegenwoordiger in de gelegenheid is gesteld door Onze Minister te worden gehoord. 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 01-01-2019
Artikel 15 — Artikel 15 Uitkering bij overlijden#
Artikel 15 Uitkering bij overlijden 1 Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de Rijksvertegenwoordiger wordt aan de weduwe of weduwnaar van wie de Rijksvertegenwoordiger niet duurzaam gescheiden leefde een bedrag uitgekeerd gelijk aan de bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering, over drie maanden, berekend naar het tijdstip van overlijden. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen, of minderjarige kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de overledene. 2 artikel 3, derde en vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner alsmede degene met wie de overleden Rijksvertegenwoordiger ongehuwd samenleefde en een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd als bedoeld in. 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 2018 385 06-11-2018 17-10-2018 01-01-2019
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Voor de Rijksvertegenwoordiger, die niet op het openbare lichaam waar de Rijksvertegenwoordiging zetelt woonachtig is, geldt voor zover dit besluit geen voorziening bevat hetgeen in de laatstelijk gesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat woonachtig zijn is overeengekomen omtrent de terbeschikkingstelling van deze ambtenaren aan Aruba, Curacao en Sint Maarten. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op hetgeen in de dat lid bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen omtrent: a. de verplichting om een overeenkomst tot uitzending met de Staat aan te gaan; b. de verklaring over de medische geschiktheid van de ambtenaar en de leden van het gezin die hem vergezellen om in een gebied buiten Nederland te verblijven. c. de ADV-compensatietoeslag, en; d. tijdelijke en definitieve huisvesting. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a Vervallen 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2009 611 29-12-2009 23-12-2009 32130 01-01-2015 2013 566 23-12-2013 18-12-2013 33753 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 39c van de Wet op
de loonbelasting 1964 vervalt. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2009/611 gesteld op 1 januari 2014.
Artikel 17 — Artikel 17 Overgangs- en slotbepalingen#
Artikel 17 Overgangs- en slotbepalingen Vervallen 2010 316 05-08-2010 24-07-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 01-01-2012
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2010 316 05-08-2010 24-07-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit Rijksvertegenwoordiger BES. 2010 316 05-08-2010 24-07-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt.