Besluit van 20 december 2023, houdende regels met betrekking tot inrichtingen- en activiteiten, milieueffectrapportage en de kwaliteit van toezicht en handhaving, ter bescherming van de fysieke leefomgeving op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES)
- BWB-id
- BWBR0049276
- Type
- AMvB-BES
- Ministerie
- Infrastructuur en Waterstaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0049276
- ELI
- /eli/nl/amvb-bes/2024/inrichtingen-en-activiteitenbesluit-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb-bes/2024/inrichtingen-en-activiteitenbesluit-bes/2024-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0049276&g=2024-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0049276&z=2026-06-06&g=2024-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0049276/2024-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb-bes/2024/inrichtingen-en-activiteitenbesluit-bes
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Begripsbepalingen#
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: bestuurscollege: bestuurscollege van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba; bufferzone gevoelig gebied: a. Wet grondslagen natuurbeheer- en bescherming BES zone rondom een gevoelig gebied dat is aangewezen als natuurpark zoals omschreven krachtens de; b. zone van 500 meter rondom een gevoelig gebied dat is aangemeld als watergebied van internationale betekenis; eilandsraad: eilandsraad van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba; gevoelig gebied: a. artikel 2a 10 van de Wet grondslagen natuurbeheer- en bescherming BES gebied dat krachtensofis aangewezen als natuurpark; b. 84 gebied dat krachtens de Overeenkomst inzake watergebieden van internationale betekenis, in het bijzonder als verblijfplaats voor watervogels, van 2 februari 1971 (Trb. 1975,), is aangemeld als watergebied van internationale betekenis; c. Wet grondslagen ruimtelijke ontwikkelingsplanning BES gebied dat krachtens dein een geldend ontwikkelingsplan is aangewezen als beschermd gebied; d. artikel 1 van de Monumentenwet BES cultureel erfgoed, zijnde de monumenten, stads- en dorpsgezichten en archeologisch erfgoed, bedoeld in; ongewoon voorval: artikel 8.1, eerste lid, van de wet ongewoon voorval als bedoeld in; wet: Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES . 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 Categorieën van inrichtingen#
Artikel 1.2 Categorieën van inrichtingen 1 artikel 1.2, derde lid, van de wet bijlage 1 Als categorieën van inrichtingen als bedoeld inworden aangewezen de inrichtingen die inbij dit besluit zijn genoemd. 2 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder een: a. bijlage 1 inrichting type I: inrichting die als type I is aangewezen in; b. bijlage 1 inrichting type II: inrichting die als type II is aangewezen in; c. bijlage 1 inrichting type III: inrichting die als type III is aangewezen in; d. bijlage 1 inrichting type IV: inrichting die als type IV is aangewezen in. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 1.3 — Artikel 1.3 Bevoegd gezag#
Artikel 1.3 Bevoegd gezag 1 Het bestuurscollege is het bevoegd gezag ten aanzien van inrichtingen type I, type II en type III. 2 Onze Minister is het bevoegd gezag ten aanzien van inrichtingen type IV. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 1.4 — Artikel 1.4 Zorgplicht#
Artikel 1.4 Zorgplicht 1 Degene die een inrichting type I, II, III of IV drijft en weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat hiermee nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan die niet of onvoldoende kunnen worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen. 2 Als het voorkomen van de nadelige gevolgen, bedoeld in het eerste lid, niet mogelijk is, is diegene verplicht deze gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. 3 Onder het voorkomen, beperken of ongedaan maken van het ontstaan van de nadelige gevolgen wordt verstaan: a. een doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; b. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van: 1°. bodemverontreiniging; 2°. verontreiniging van het grondwater; 3°. verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam; 4°. luchtverontreiniging; 5°. geluidhinder; c. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een aanvaardbaar niveau beperken van: 1°. geurhinder; 2°. lichthinder; 3°. stofhinder; 4°. trillinghinder; d. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de inrichting; e. het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan; f. het zorgen voor een goede staat van onderhoud van de inrichting; g. de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater; h. het doelmatig beheer van afvalwater, afvalstoffen en energie; i. het beschermen van de duisternis en het donkere landschap in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Kwaliteitscriteria#
Artikel 2.1 Kwaliteitscriteria 1 Degene die een type I of II inrichting drijft, voldoet aan de bij ministeriële regeling vast te stellen kwaliteitscriteria alsmede aan de nadere regels gesteld bij eilandsverordening. 2 De bij ministeriële regeling vast te stellen kwaliteitscriteria hebben in elk geval betrekking op de onderwerpen: a. het doelmatig beheer van afvalstoffen; b. de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater; c. het doelmatig beheer van het afvalwater en het beperken van de hoeveelheid afvalwater; d. het voorkomen van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam; e. het beschermen van het koraalrifecosysteem; f. het beschermen van de kwaliteit van de bodem en van het grondwater; g. het voorkomen van de verontreiniging van de bodem; h. het voorkomen of beperken van geluidhinder, lichthinder, trillinghinder en geurhinder; i. het beschermen van de kwaliteit van de lucht; j. het voorkomen of het beperken van diffuse emissies in de lucht; k. het waarborgen van de veiligheid; l. het beschermen van de gezondheid; m. het zuinig gebruik van grondstoffen; n. doelmatig energiegebruik. 3 artikel 5.1, vierde lid, van de wet De eilandsraad stelt nadere regels als bedoeld in, over de kwaliteitscriteria, bedoeld in het eerste lid, die betrekking hebben op de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt nog niet in werking voor openbaar lichaam Saba.
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Melding inrichting type II#
Artikel 2.2 Melding inrichting type II 1 artikel 1.3, eerste lid Degene die een inrichting type II opricht, verandert of de werking daarvan verandert, meldt dat bij het bevoegd gezag, bedoeld in. 2 De melding wordt uiterlijk vier weken voor de datum waarop de oprichting, verandering of verandering van de werking plaats zal vinden gedaan. 3 De melding is niet vereist als overeenkomstig dit artikel al eerder een melding is gedaan en geen sprake is van een afwijking van de bij die eerdere melding verstrekte gegevens. 4 Bij een melding worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: a. naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres van degene die de inrichting opricht, verandert of de werking daarvan verandert; b. naam, adres en kadastraal perceelnummer van de inrichting; c. inschrijvingsnummer van het bedrijf bij de Kamer van Koophandel; d. voorgenomen tijdstip van oprichting of verandering van de inrichting; e. aard en omvang van de activiteiten van de inrichting; f. nummer van de bouwvergunning. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt nog niet in werking voor openbaar lichaam Saba.
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 artikel 5.4, derde lid van de wet Maatwerkvoorschriften als bedoeld in, voor inrichtingen type I en II#
Artikel 2.3 artikel 5.4, derde lid van de wet Maatwerkvoorschriften als bedoeld in, voor inrichtingen type I en II 1 artikel 5.4, derde lid, van de wet artikel 2.1, eerste, tweede en derde lid Het bestuurscollege kan ambtshalve of op aanvraag van degene die een inrichting type I of II drijft, maatwerkvoorschriften als bedoeld in, vaststellen, indien deze voorschriften betrekking hebben op bij ministeriële regeling of eilandsverordening vast te stellen kwaliteitscriteria en een hoger of gelijkwaardig niveau van bescherming van het milieu bieden dan het bepaalde op grond van. 2 Het bevoegd gezag: a. houdt rekening met de bedrijfseconomische omstandigheden van de inrichting; en b. stelt in de beschikking per voorschrift een redelijke termijn vast waarbinnen het voorschrift moet zijn uitgevoerd. 3 Het bevoegd gezag geeft openbaar kennis van de beschikking, waarin een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het eerste lid, wordt gesteld in één of meer plaatselijke dagbladen en voorts op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze en legt de beschikking ter inzage gedurende 6 weken. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt nog niet in werking voor openbaar lichaam Saba.
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Vergunningplicht#
Artikel 3.1 Vergunningplicht artikel 5.1, tweede lid, van de wet artikel 1.3 Degene die een inrichting type III of IV opricht, in werking heeft, verandert of de werking daarvan verandert, vraagt schriftelijk een vergunning als bedoeld in, aan bij het bevoegd gezag, bedoeld in. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 De aanvraag vergunning inrichtingen type III#
Artikel 3.2 De aanvraag vergunning inrichtingen type III 1 Bij de aanvraag om een vergunning voor een inrichting type III worden de volgende gegevens verstrekt: a. naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres van degene die de inrichting opricht dan wel verandert of de werking daarvan verandert; b. naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres van degene die de inrichting drijft of zal drijven, indien deze persoon een ander is dan degene, bedoeld onder a; c. adres, kadastrale aanduiding en ligging van de inrichting; d. een afschrift van of uittreksel uit hetgeen over de inrichting in het Handelsregister is ingeschreven of krachtens wettelijk voorschrift daar is gedeponeerd; e. de aard, indeling en uitvoering van de inrichting; f. de activiteiten en processen die in de inrichting plaatsvinden en de ten behoeve daarvan te gebruiken technieken of installaties, waaronder begrepen de wijze van energievoorziening, voor zover die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de nadelige gevolgen voor het milieu die de inrichting kan veroorzaken; g. de voor de activiteiten en processen, bedoeld onder f, kenmerkende gegevens met betrekking tot grondstoffen en tussen-, neven- en eindproducten; h. de maximale capaciteit van de inrichting en het totale nominale motorische of thermische ingangsvermogen van de tot de inrichting behorende installaties; i. de tijdstippen en dagen waarop, dan wel perioden waarin de inrichting of de te onderscheiden onderdelen daarvan in bedrijf zullen zijn; j. een situatieschets, met een schaal van ten hoogste 1:10.000 waarop de ligging van de inrichting ten opzichte van de omgeving is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; k. gedetailleerde tekeningen van de tot de inrichting behorende installaties en locaties waar emissies plaatsvinden; l. de aard en omvang van de belasting van het milieu die de inrichting tijdens het regulier in bedrijf zijn kan veroorzaken, daaronder begrepen een overzicht van de belangrijkste nadelige gevolgen voor het milieu die daardoor kunnen worden veroorzaakt; m. de maatregelen of voorzieningen ten behoeve van: 1°. het voorkomen of, voor zover dit niet kan worden voorkomen, het zoveel mogelijk beperken van het ontstaan van afvalstoffen in de inrichting; 2°. nuttige toepassing, dan wel het geschikt maken voor nuttige toepassing, van de afvalstoffen die in de inrichting ontstaan; 3°. het opslaan van de afvalstoffen in de inrichting; 4°. het zich ontdoen van de afvalstoffen die in de inrichting ontstaan; n. de aard en de inhoud van de andere maatregelen of voorzieningen die zijn of worden getroffen om de nadelige gevolgen voor het milieu die de inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, voor zover dit niet kan worden voorkomen, zoveel mogelijk te beperken; o. de voor de aanvrager redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen met betrekking tot de inrichting, die voor de beslissing op de aanvraag van belang kunnen zijn; p. een aanduiding van het grootste insluitsysteem, de maximale hoeveelheid stof die daarin aanwezig kan zijn, een aanduiding van de betrokken stof, de plaats van het insluitsysteem in de inrichting, de druk en de temperatuur van de betrokken stoffen en preparaten in het insluitsysteem; q. de ligging van leidingen in de inrichting; r. voor zover van toepassing, een milieueffectrapport; s. alle overige gegevens, voor zover de aanvrager daarover beschikt of redelijkerwijs kan beschikken en die naar het oordeel van het bevoegd gezag redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag. 2 De aanvraag gaat vergezeld van een niet-technische samenvatting van de gegevens, bedoeld in het eerste lid. 3 De bij de aanvraag behorende stukken worden door of namens de aanvrager gewaarmerkt als behorende bij de aanvraag. 4 Indien de inrichting waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, naar haar aard tijdelijk is, vermeldt de aanvrager dit in de aanvraag, waarbij tevens de periode wordt aangegeven waarin de inrichting in werking is of zal zijn. 5 De gegevens, genoemd in het eerste en tweede lid, behoeven niet te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag reeds over die gegevens beschikt. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 De aanvraag vergunning inrichtingen type IV#
Artikel 3.3 De aanvraag vergunning inrichtingen type IV 1 artikel 3.2 Bij de aanvraag om een vergunning voor een inrichting type IV verstrekt de aanvrager de gegevens, bedoeld in, en: a. een kwantitatieve risicoanalyse; b. de schriftelijke informatie over de wijze waarop gedurende het in werking zijn van de inrichting, de belasting van het milieu die de inrichting veroorzaakt, wordt vastgesteld en geregistreerd; c. artikel 8.6, eerste lid, van de wet een veiligheidsrapport als bedoeld in. 2 Bij de aanvraag om een vergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt op verzoek van Onze Minister ook informatie verstrekt met betrekking tot: a. ongewone voorvallen, die redelijkerwijs mogelijk zijn te achten; b. de aard en de omvang van de bij de voorvallen, bedoeld in onderdeel a, te onderscheiden vormen van belasting van het milieu; c. de maatregelen die worden getroffen om de belasting van het milieu die de inrichting, ten gevolge van de voorvallen, bedoeld in onderdeel a, kan veroorzaken, te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken voor zover zij niet kunnen worden voorkomen; d. de resultaten van een onderzoek naar de kwaliteit van de bodem op de plaats waar de inrichting is of zal zijn gelegen. 3 De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, behoeven niet te worden verstrekt voor zover Onze Minister reeds over die gegevens beschikt. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 Beste beschikbare technieken inrichtingen type III en IV#
Artikel 3.4 Beste beschikbare technieken inrichtingen type III en IV 1 Het bevoegd gezag houdt ten behoeve van de vergunning bij het bepalen van de voor inrichting type III en IV in aanmerking komende beste beschikbare technieken, in elk geval rekening met: a. de toepassing van technieken die, vergeleken met andere voor het betreffende doel te gebruiken technieken, weinig afvalstoffen veroorzaken; b. de toepassing van technieken waarbij gebruik wordt gemaakt van stoffen die, vergeleken met andere voor het betreffende doel te gebruiken stoffen, het minst gevaarlijk zijn en het minst schadelijk zijn voor de mens en voor het milieu; c. de ontwikkeling van technieken voor terugwinning en hergebruik van de bij de processen in de inrichting uitgestoten en gebruikte stoffen en afvalstoffen; d. vergelijkbare processen, apparaten of wijzen van bedrijfsvoering die met goed resultaat in de praktijk zijn toegepast; e. de ontwikkeling van de wetenschappelijke inzichten en de vooruitgang van de techniek met betrekking tot de bescherming van het milieu; f. de aard, de effecten en de omvang van de betrokken emissies; g. de data waarop de installaties in de inrichting in gebruik zijn of worden genomen; h. de tijd die nodig is om een techniek te gaan toepassen die meer bescherming biedt van het milieu dan de voorgaande; i. het verbruik en de aard van de grondstoffen, met inbegrip van water, en de energie-efficiëntie; j. de noodzaak om het algemene effect van de emissies op en de risico’s voor het milieu te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken; k. de noodzaak ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor het milieu zoveel mogelijk te beperken; l. door internationale of volkenrechtelijke organisaties bekendgemaakte informatie met betrekking tot de bepaling van beste beschikbare technieken; en m. andere informatie met betrekking tot het bepalen van de beste beschikbare technieken. 2 Het bevoegd gezag bepaalt de voor een inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken in elk geval mede op grond van de: a. aard en het type van de inrichting en de staat van de daarin aanwezige installaties en processen; b. geldende afspraken over de ontwikkeling van de technieken; c. geografische omstandigheden; d. lokale milieuomstandigheden. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud van de beste beschikbare technieken en omtrent de wijze waarop aan dit artikel uitvoering wordt gegeven. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 Melding verandering inrichtingen type III en IV#
Artikel 3.5 Melding verandering inrichtingen type III en IV artikel 5.25, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de wet Bij een melding als bedoeld in, van het voornemen tot het uitvoeren van een verandering van een inrichting verstrekt de vergunninghouder de volgende gegevens: a. zijn naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres; b. de vergunning of vergunningen krachtens welke de inrichting opgericht dan wel in werking is; c. de beoogde verandering van de inrichting of van de werking daarvan; d. de gegevens waaruit blijkt van welke onderdelen en in welke mate van de vergunning of vergunningen, bedoeld in onderdeel b, en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften wordt afgeweken; e. een situatieschets waarin de beoogde verandering is weergegeven; f. de gegevens waaruit blijkt dat de beoogde verandering van de inrichting of van de werking daarvan niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan die de inrichting ingevolge de vergunning en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften mag veroorzaken; en g. het beoogde tijdstip van verwezenlijking van de voorgenomen verandering. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 Openbare kennisgeving#
Artikel 3.6 Openbare kennisgeving 1 artikel 5.25, eerste lid, onder c, van de wet De verklaring, bedoeld in, wordt ter inzage gelegd en van de verklaring wordt kennisgegeven in één of meer plaatselijke dagbladen en voorts op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze. 2 Kennisgeving door het bevoegd gezag vindt plaats van ten minste: a. de zakelijke inhoud van de verklaring; b. de uren waarop en de plaats waar de verklaring en de daartoe behorende documenten kunnen worden ingezien; c. inzicht in of sprake is of zal zijn van een procedure met betrekking tot de milieueffectrapportage; d. inzicht in of sprake is of zal zijn van mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor een gevoelig gebied. 3 In de gevallen waarin een verklaring betrekking heeft op een inrichting type IV kan Onze Minister de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk achterwege laten, voor zover het belang van de veiligheid van de staat dat vereist. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 Financiële zekerheid bij vergunning#
Artikel 3.7 Financiële zekerheid bij vergunning 1 Het bevoegd gezag kan in de vergunning de verplichting opnemen dat degene die een inrichting type III of type IV opricht, verandert of de werking daarvan verandert, in werking heeft of beëindigt, financiële zekerheid stelt: a. voor het nakomen van de bij de vergunning opgelegde verplichtingen; of b. ter dekking van de aansprakelijkheid voor mogelijke schade aan het milieu die het gevolg kan zijn van het oprichten van de inrichting, het veranderen of de werking daarvan veranderen, het in werking hebben of beëindigen van de inrichting. 2 De financiële zekerheidsstelling wordt niet hoger dan de redelijkerwijs te verwachten kosten die noodzakelijk zijn voor het nakomen van op grond van die vergunning gelden de verplichtingen of voor de dekking van aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit de nadelige gevolgen voor het milieu. 3 De in het eerste lid, onder a en b, genoemde verplichtingen worden aangegaan voor de periode die in de betreffende vergunning daartoe is bepaald. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 3.1a — Artikel 3.1a artikel 1.2, eerste lid, van de wet Categorieën van personen behorende bij#
Artikel 3.1a artikel 1.2, eerste lid, van de wet Categorieën van personen behorende bij artikel 1.2, eerste lid, van de wet Als categorieën van personen bedoeld in, in de omschrijving van het begrip «badinrichting», worden aangewezen: a. personen die in een specifieke hoedanigheid anders dan bedoeld in onderdeel b, toegang hebben tot een badinrichting, niet zijnde een voor het publiek toegankelijke badinrichting of een privébadinrichting; b. artikel 1, onderdeel k, van de Wet zorginstellingen BES personen die zorg ontvangen in een instelling als bedoeld in, of een inrichting waarin het beroep van fysiotherapeut klinisch of poliklinisch wordt uitgeoefend. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt nog niet in werking voor openbaar lichaam Saba.
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 Milieueffectrapportage#
Artikel 4.1 Milieueffectrapportage 1 artikel 7.1, eerste lid, onderdeel a, van de wet bijlage 2 Als activiteiten als bedoeld in, worden aangewezen de activiteiten die behoren tot een categorie die in kolom 1 van, onderdeel B, van dit besluit, is omschreven. 2 artikel 7.1, eerste lid, onderdeel b, van de wet Als activiteiten als bedoeld inworden aangewezen: a. bijlage 2 de activiteiten die behoren tot een categorie die in kolom 1 van, onderdeel C, van dit besluit, is omschreven; b. alle overige activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor de natuur of natuurwaarden van een gevoelig gebied of bufferzone gevoelig gebied, of die het landschap van het gevoelige gebied of de bufferzone gevoelig gebied in ernstige mate kunnen ontsieren of waarvoor een vergunning is vereist, die betrekking heeft of mede betrekking heeft op de bescherming van het milieu dan wel een gedeelte van het milieu. 3 artikel 7.1, tweede onderscheidenlijk derde lid, van de wet bijlage 2 Als categorieën van besluiten als bedoeld in, worden aangewezen de besluiten opgenomen in, onderdeel B, kolom 4, onderscheidenlijk bijlage 2, onderdeel C, kolom 3, van dit besluit. 4 artikel 7.1, vierde lid, van de wet bijlage 2 Als categorieën van plannen als bedoeld in, worden aangewezen de plannen die zijn opgenomen in, onderdeel B, kolom 3, van dit besluit, voor zover die plannen een kader vormen voor een besluit dat behoort tot een categorie die is aangewezen op grond van artikel 7.1, tweede lid, van de wet en voor zover die plannen niet zijn aangewezen als categorieën van besluiten bedoeld in het derde lid. 5 Bij ministeriële regeling kunnen, per openbaar lichaam, met het oog op de bescherming van het milieu andere activiteiten, besluiten en plannen worden aangewezen dan de activiteiten, besluiten en plannen aangewezen op grond van het eerste tot en met vierde lid. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 Toezicht- en handhavingsbeleid#
Artikel 5.1 Toezicht- en handhavingsbeleid 1 artikel 10.2 van de wet Onze Minister en het bestuurscollege die zijn belast met de bestuursrechtelijke handhaving bedoeld in, stellen ieder voor zich het toezicht- en handhavingsbeleid vast. Het toezicht- en handhavingsbeleid wordt vastgesteld voor een periode van ten minste één kalenderjaar. 2 In het toezicht- en handhavingsbeleid worden in elk geval aangegeven: a. de doelen en gestelde prioriteiten van Onze Minister en het bestuurscollege op het gebied van toezicht en handhaving; b. de voorgenomen activiteiten om de doelen en prioriteiten te behalen; c. een risicoanalyse waarop de doelen en prioriteiten zijn gesteld; en d. de benodigde capaciteit voor de uitvoering van het toezicht-en handhavingsbeleid. 3 Het toezicht- en handhavingsbeleid geeft voorts inzicht in: a. de nalevingsstrategie en aanvullende toezicht- en handhavingsinstrumenten; b. de afspraken die Onze Minister en het bestuurscollege hebben gemaakt met de andere betrokken bestuursorganen en organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden. 4 Onze Minister en het bestuurscollege stemmen het toezicht- en handhavingsbeleid voordat het wordt vastgesteld, af met de betrokken bestuursorganen en organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. 5 Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op het toezicht- en handhavingsbeleid. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 Uitvoeringsprogramma toezicht- en handhaving#
Artikel 5.2 Uitvoeringsprogramma toezicht- en handhaving 1 artikel 5.1, eerste lid Onze Minister en het bestuurscollege werken het toezicht- en handhavingsbeleid, bedoeld in, jaarlijks uit in een uitvoeringsprogramma. Hierin wordt aangegeven welke voorgenomen activiteiten Onze Minister en het bestuurscollege het komende kalenderjaar uitvoeren en de bijbehorende benodigde capaciteit voor die uitvoering. Daarbij wordt rekening gehouden met de gestelde doelen en prioriteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onderdeel a. 2 Artikel 5.1, vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 Monitoring en evaluatie#
Artikel 5.3 Monitoring en evaluatie 1 Onze Minister en het bestuurscollege bewaken de resultaten en de voortgang van: a. artikel 5.1, tweede lid het bereiken van de gestelde doelen, bedoeld in; en b. artikel 5.2 de uitvoering van het uitvoeringsprogramma, bedoeld in. 2 artikel 5.1, eerste lid Onze Minister en het bestuurscollege passen op grond van de resultaten genoemd in het eerste lid, het toezicht- en handhavingsbeleid, bedoeld in, zo nodig aan. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 5.4 — Artikel 5.4 Rapportage#
Artikel 5.4 Rapportage Het bestuurscollege rapporteert jaarlijks aan de eilandsraad en aan Onze Minister over: a. artikel 5.1, tweede lid, onderdeel a het bereiken van de krachtens, doelen en gestelde prioriteiten; b. artikel 5.1, vierde lid de uitvoering van de afspraken, bedoeld in; en c. artikel 5.2 artikel 5.1, eerste en tweede lid de uitgevoerde activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s, bedoeld in, en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de krachtens, gestelde doelen. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 5.5 — Artikel 5.5 Bekendmaking#
Artikel 5.5 Bekendmaking artikel 5.1, eerste lid artikel 5.2, eerste lid artikel 5.4 Bekendmakingswet Het toezicht- en handhavingsbeleid, bedoeld in, het uitvoeringsprogramma, bedoeld in, en de rapportage, bedoeld in, worden als geheel bekendgemaakt overeenkomstig de. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 5.6 — Artikel 5.6 Nadere regels#
Artikel 5.6 Nadere regels artikel 10.9, vierde lid, van de wet In overeenstemming metkunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld over de doelmatige handhaving van de wet, waaronder in ieder geval regels over: a. de wijze waarop inspecties worden uitgevoerd; b. sanctieoplegging; en c. kwalificaties van toezichthoudende ambtenaren. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 Overgangsrecht#
Artikel 6.1 Overgangsrecht 1 Een vergunning verleend op grond van: artikel 5.1, tweede lid, van de wet wordt aangemerkt als een vergunning als bedoeld in. a. Besluit grote inrichtingen milieubeheer BES het; b. de Hinderverordening Bonaire; c. de Hinderverordening Sint Eustatius 1993; d. de Hinderverordening Bovenwindse Eilanden; 2 artikel 6.2 Bij wettelijke procedures of rechtsgedingen waarbij het bestuurscollege niet meer het bevoegd gezag is, na inwerkingtreding van, treedt Onze Minister in de plaats van het bestuurscollege. 3 artikel 3.1 Als een activiteit voor de inwerkingtreding van dit besluit zonder ontheffing of vergunning onafgebroken is verricht binnen en bij de inwerkingtreding van dit besluit voor die activiteit een vergunningplicht van toepassing wordt als bedoeld in, geldt dat de aanvraag voor die vergunning binnen één maand na inwerkingtreding van dit besluit wordt gedaan bij het bevoegde gezag. 4 Als vóór inwerkingtreding van dit besluit een aanvraag voor een hindervergunning op grond van artikel 3 van de Hinderverordening Bonaire of de hinderverordening Sint Eustatius 1993 is ingediend, blijft het oude recht van toepassing: a. als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt, b. als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt. 5 Beroepen bij een administratieve rechter of vorderingen die betrekking hebben op besluiten die zijn genomen op basis van de regelgeving als genoemd in het eerste lid, worden afgedaan op basis van het recht dat van toepassing was voor inwerkingtreding van dit besluit. 6 artikel 6.2 Archiefbescheiden en de daarmee samenhangende verplichtingen met betrekking tot de vergunning, bedoeld in het eerste lid, waarvoor reeds een aanvraag is ingediend en waarover op het tijdstip van inwerkingtreding vannog geen toekenning heeft plaatsgevonden, of waarover al een besluit tot toekenning van een vergunning is genomen, worden door het bestuurscollege overgedragen aan Onze Minister, voor zover de Minister het bevoegd gezag is voor die vergunningen en zij niet al zijn overgebracht naar een voorgeschreven archiefbewaarplaats. 7 Degene die een inrichting type II drijft die is opgericht voor de inwerkingtreding van dit besluit en die onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit niet over een onherroepelijke hindervergunning beschikt, meldt binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van dit besluit, aan het bevoegd gezag dat hij de inrichting in werking heeft. 8 artikel 2.2 Als op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit ten aanzien van een inrichting als bedoeld in het zevende lid, nog niet is beslist op een aanvraag om een hindervergunning, is het zevende lid niet van toepassing en wordt de aanvraag om de hindervergunning aangemerkt als een melding overeenkomstig. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 6.2 — Artikel 6.2 Besluit grote inrichtingen milieubeheer BES Intrekking#
Artikel 6.2 Besluit grote inrichtingen milieubeheer BES Intrekking 1 Besluit grote inrichtingen milieubeheer BES Hetwordt ingetrokken. 2 Regeling aanwijzing BBT-documenten grote inrichtingen milieubeheer BES artikel 3.4, derde lid Na de inwerkingtreding van dit besluit berust deop, van dit besluit. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 6.3 — Artikel 6.3 Inwerkingtreding#
Artikel 6.3 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende openbare lichamen, artikelen en categorieën van inrichtingen van dit besluit verschillend kan worden vastgesteld. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 6.4 — Artikel 6.4 Citeertitel#
Artikel 6.4 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES. 2023 493 22-12-2023 20-12-2023 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024
Artikel 1.2#
artikel 1.2, eerste lid
Artikel 4.1#
artikel 4.1