Koninklijk besluit van 21 september 1926 tot vaststelling van het Curacaosch Uitleveringsbesluit
- BWB-id
- BWBR0027429
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-05-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0027429
- ELI
- /eli/nl/amvb/1927/uitleveringsbesluit-van-aruba-cura-ao-en-sint-maarten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1927/uitleveringsbesluit-van-aruba-cura-ao-en-sint-maarten/2024-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0027429&g=2024-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0027429&z=2026-06-06&g=2024-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0027429/2024-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1927/uitleveringsbesluit-van-aruba-cura-ao-en-sint-maarten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Gouverneur: artikel 21 Gouverneur van het land waar de opgeëiste persoon wordt of is aangetroffen. Voor de toepassing vanvan het besluit wordt daaronder verstaan de Gouverneur van het land waar de vreemdeling zich bevindt; b. het Hof van Justitie: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba; c. de procureur-generaal: artikel 13 de procureur-generaal van het land waar de opgeëiste persoon wordt of is aangetroffen. Voor de toepassing vanvan het besluit wordt daaronder verstaan de procureur-generaal met de behandeling van de zaak belast; d. openbaar ministerie: het openbaar ministerie van het land waar de opgeëiste persoon wordt of is aangetroffen. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Ten aanzien van de uitlevering van personen worden geen nieuwe verdragen gesloten of bestaande vernieuwd, dan met inachtneming van de bepalingen van dit besluit. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Voorheen art. 1. Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Uitlevering kan alleen worden toegestaan ten behoeve van: a. een door de autoriteiten van de verzoekende Staat ingesteld strafrechtelijk onderzoek terzake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een feit waarvoor, zowel naar het recht van de verzoekende Staat als naar dat van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten, een vrijheidsstraf van een jaar, of van langere duur, kan worden opgelegd; b. de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van vier maanden, of van langere duur, door de opgeëiste persoon op het grondgebied van de verzoekende Staat te ondergaan wegens een feit als onder a bedoeld. 2. Voor de toepassing van het voorgaande lid wordt onder een naar het geldend recht in Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten strafbaar feit mede verstaan een feit waardoor inbreuk is gemaakt op de rechtsorde van de verzoekende staat, terwijl krachtens de wetgeving van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten eenzelfde inbreuk op de rechtsorde van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten strafbaar is. 3 Indien de aanvraag tot uitlevering betrekking heeft op verscheidene, afzonderlijke feiten, die alle krachtens de wetgeving van de verzoekende Staat en van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten strafbaar zijn gesteld met vrijheidsstraf, maar waarvan sommige niet voldoen aan de voorwaarde met betrekking tot de hoogte van de straf, kan de uitlevering eveneens voor deze laatste feiten worden toegestaan. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a artikel 2 Voor de toepassing vanworden gelijkgesteld: a. met vrijheidsstraffen: door de rechter naast of in plaats van een straf op te leggen maatregelen strekkende tot vrijheidsbeneming; b. met vrijheidsstraffen van langere duur dan een jaar: vrijheidsstraffen — met inbegrip van maatregelen als bedoeld onder a — voor de duur van het leven of voor onbepaalde tijd. 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 27-06-1983
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b 1 Uitlevering wordt niet toegestaan voor strafbare feiten van politieke aard, met inbegrip van daarmee samenhangende feiten. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op uitlevering wegens een van de feiten, omschreven in artikel 1 van het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme (Trb. 1977, 63), aan een Staat die gehouden is in een overeenkomstig geval uitlevering aan Aruba, Curaçao of Sint Maarten niet te weigeren wegens de politieke aard van het feit. 3 De aanslag tegen het leven of de vrijheid van een Staatshoofd of een lid van het regerende Huis wordt niet beschouwd als een strafbaar feit van politieke aard in de zin van het eerste lid. 4 Militaire delicten die niet tevens misdrijven naar het algemene strafrecht van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten zijn, en fiscale delicten kunnen geen aanleiding geven tot uitlevering, tenzij bij verdrag uitdrukkelijk anders is bepaald. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 2c — Artikel 2c#
Artikel 2c Indien, naar het recht van de verzoekende staat, de doodstraf is gesteld op het feit waarvoor de uitlevering is gevraagd, wordt de opgeëiste persoon niet uitgeleverd, tenzij naar het oordeel van de Gouverneur voldoende is gewaarborgd dat die straf, zo een veroordeling daartoe mocht volgen, niet ten uitvoer zal worden gelegd. 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 01-05-2024
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De uitlevering mag geschieden niet alleen wegens het begaan van het misdrijf, maar ook wegens poging daartoe of medeplichtigheid daaraan, voor zover die poging of die medeplichtigheid ook in Aruba, Curaçao of Sint Maarten strafbaar is. 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 01-05-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Nederlanders worden niet uitgeleverd. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien de uitlevering van een Nederlander is gevraagd ten behoeve van een tegen hem gericht strafrechtelijk onderzoek en naar het oordeel van de Gouverneur is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor zijn uitlevering kan worden toegestaan in de verzoekende staat tot onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in eigen land zal mogen ondergaan. 1995 706 28-12-1995 28-12-1995 1995 706 28-12-1995 28-12-1995 01-01-1996 1996 37 03-05-1996 28-12-1995 1996 37 03-05-1996 28-12-1995 01-01-1996
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Geen uitlevering wordt toegestaan wegens misdrijven, waarvan de vervolging of de opgelegde straf vóór de aanhouding in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, of ingeval er nog geen aanhouding heeft plaats gehad, vóór de oproeping om door het Hof van Justitie te worden gehoord, naar de aldaar geldende wetgeving is verjaard. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Indien de persoon wegens een ander strafbaar feit dan waarvoor zijn uitlevering wordt aangevraagd, in Aruba, Curaçao of Sint Maarten vervolgd wordt of straf ondergaat, mag de uitlevering niet worden toegestaan dan na afloop van de in Aruba, Curaçao of Sint Maarten ingestelde vervolging en nadat hij de hem opgelegde straf zal hebben ondergaan of hem daarvan gratie zal zijn verleend. 2 Deze bepaling belet niet, dat de persoon tijdelijk wordt uitgeleverd, ten einde in de verzoekende Staat terecht te staan, onder voorwaarde dat hij na afloop van het onderzoek wordt teruggevoerd. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Geen uitlevering wordt toegestaan dan onder voorwaarde dat de uitgeleverde niet zal mogen worden vervolgd of gestraft voor enig strafbaar feit vóór zijn uitlevering gepleegd, dan dat hetwelk de reden tot uitlevering is geweest, tenzij hij na zijn uitlevering dertig dagen de tijd heeft gehad om het land weer te verlaten, dan wel de instemming van de Gouverneur met zodanige vervolging of bestraffing zal zijn verkregen. 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 27-06-1983
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De uitlevering wordt aangevraagd langs diplomatieke weg. 2 De uitlevering wordt niet toegestaan dan na advies van het Hof van Justitie. Indien dit advies strekt tot afwijzing van het verzoek tot uitlevering, weigert de Gouverneur de uitlevering. 3 Het Hof beslist bij zijn advies welke der in beslag genomen goederen in geval van uitlevering aan de opgeëiste persoon zullen worden teruggegeven, welke als stukken van overtuiging zullen worden afgegeven. 1995 706 28-12-1995 28-12-1995 1995 706 28-12-1995 28-12-1995 01-01-1996 1996 37 03-05-1996 28-12-1995 1996 37 03-05-1996 28-12-1995 01-01-1996
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 In afwachting van de aanvrage tot uitlevering kan de persoon wiens uitlevering kan worden aangevraagd op last van de procureur-generaal voorlopig worden aangehouden op aanvrage van de macht in de verzoekende staat tot voorlopige aanhouding bevoegd en als zodanig in het verdrag aangewezen. De op en bij de aangehoudene zijnde goederen mogen in beslag genomen worden. 2 Indien de aanhouding plaats vindt op Aruba of Sint Maarten kan de aangehoudene naar Willemstad worden overgebracht indien zulks zijn verhoor door het Hof van Justitie zou bespoedigen. 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 01-05-2024
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De procureur-generaal is bevoegd om, na de aangehoudene te hebben gehoord, een bevel tot voorlopige aanhouding tegen hem uit te vaardigen, dat hem zo spoedig mogelijk wordt betekend. 2 Na de aangehoudene te hebben gehoord, kan de procureur-generaal bevelen dat deze gedurende drie dagen, te rekenen vanaf het tijdstip van de voorlopige aanhouding, in verzekering gesteld zal worden tot het tijdstip waarop de rechter-commissaris over diens bewaring beslist. De termijn van inverzekeringstelling kan door de procureur-generaal eenmaal met drie dagen worden verlengd. 3 De rechter-commissaris kan, na de aangehoudene te hebben gehoord, op vordering van de procureur-generaal de bewaring van de aangehoudene bevelen. 4 De aangehoudene is bevoegd zich door een raadsman te doen bijstaan. 5 Het bevel tot inverzekeringstelling of bewaring kan te allen tijde ambtshalve of op verzoek van de aangehoudene of diens raadsman worden opgeheven of worden geschorst. De te stellen schorsingsvoorwaarden mogen alleen strekken tot voorkoming van vlucht. 6 13 tot en met 18 De procureur-generaal, onderscheidenlijk de rechter-commissaris, beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van de aangehoudene, tenzij hij uit anderen hoofde behoort in verzekerde bewaring te blijven, en de teruggave van de in beslag genomen goederen, tenzij er uit anderen hoofde redenen van terughouding bestaan, een en ander indien hem geen aanvrage tot uitlevering met de daarbij nodige bescheiden is medegedeeld binnen een termijn bij het verdrag te bepalen en van niet langer dan: twee maanden na de dagtekening van het bevel tot voorlopige aanhouding. Geschiedt de aanvrage tot uitlevering binnen de gestelde termijn, dan wordt verder gehandeld overeenkomstig het bepaalde bij de artikelen. 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 01-05-2024
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a De bijstand door en vergoeding van een raadsman geschieden op overeenkomstige wijze als bepaald in de Wetboeken van Strafvordering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten. 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 01-05-2024
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Bij de aanvrage tot uitlevering moet in het oorspronkelijke of in gewaarmerkt afschrift worden overgelegd hetzij het vonnis van veroordeling hetzij het vonnis van in staat van beschuldiging stelling of van rechtsingang met bevel van gevangenneming, hetzij een daarmede gelijk te stellen akte, in de verzoekende Staat gebruikelijk en als zodanig in het verdrag aangewezen. 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 27-06-1983
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Artikel 10, tweede tot en met het vijfde lid Personen, wier uitlevering wordt aangevraagd, mogen voor zover dit niet reeds geschied is, worden aangehouden., is van overeenkomstige toepassing. 2 Het bevel van aanhouding moet hun zo spoedig mogelijk worden betekend. 3 De op en bij hen zijnde goederen mogen worden in beslag genomen. 4 Zo spoedig mogelijk na de aanhouding wordt daarvan kennis gegeven aan de procureur-generaal. 5 Van elke krachtens dit besluit gedane aanhouding geeft de procureur-generaal onverwijld kennis aan de Gouverneur, die op zijn beurt onverwijld aan deze mededeling doet van iedere tot hem gerichte aanvrage tot uitlevering. 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 01-05-2024
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De procureur-generaal requireert, zodra de aanhouding te zijner kennis is gekomen, en ingeval deze geen plaats heeft gehad of reeds vóór de aanvrage is geschied, zo spoedig mogelijk na daartoe te zijn aangeschreven, dat de opgeëiste persoon door het Hof van Justitie wordt gehoord, en dat dit zijn advies uitbrengt over het al of niet toestaan der gevraagde uitlevering. 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 27-06-1983
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Het verhoor geschiedt in het openbaar, tenzij de opgeëiste persoon de behandeling der zaak met gesloten deuren verlangt, of het Hof, om gewichtige redenen, bij het proces-verbaal der zitting te vermelden, beveelt, dat het geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren zal plaats hebben. 2 Het verhoor heeft plaats in de tegenwoordigheid van het openbaar ministerie. 3 De opgeëiste persoon is bevoegd zich door een raadsman te doen bijstaan. 4 Als raadsman mag gekozen worden ieder die bevoegd is voor de strafrechter tot verdediging van beklaagden op te treden. 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 27-06-1983
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 8 Binnen veertien dagen na het verhoor zendt het Hof zijn advies en zijn beslissing, inbedoeld, met de tot de zaak behorende stukken aan de Gouverneur. 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 27-06-1983
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1995 706 28-12-1995 28-12-1995 1995 706 28-12-1995 28-12-1995 01-01-1996
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1995 706 28-12-1995 28-12-1995 1995 706 28-12-1995 28-12-1995 01-01-1996
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 15 Na kennis te hebben genomen van het advies, bedoeld in, gelast of weigert de Gouverneur de uitlevering. 2 Aan de gelasting tot uitlevering van een Nederlander verbindt de Gouverneur de voorwaarde, dat zo de opgeëiste persoon terzake van feiten waarvoor hij wordt uitgeleverd, in de verzoekende staat tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in eigen land mag ondergaan. 3 In geval van weigering wordt de opgeëiste, indien hij aangehouden is, onmiddellijk ontslagen, tenzij hij uit anderen hoofde behoort in hechtenis te blijven, en worden hem de in beslag genomen goederen teruggegeven, tenzij er uit anderen hoofde redenen van terughouding bestaan. 1995 706 28-12-1995 28-12-1995 1995 706 28-12-1995 28-12-1995 01-01-1996 1996 37 03-05-1996 28-12-1995 1996 37 03-05-1996 28-12-1995 01-01-1996
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 15 Is de opgeëiste persoon niet aangehouden en, na behoorlijk te zijn opgeroepen om door het Hof van Justitie te worden gehoord, niet verschenen, dan gaat de termijn, ingenoemd, in met de dag, waarop het verhoor door het Hof is bepaald. 1995 706 28-12-1995 28-12-1995 1995 706 28-12-1995 28-12-1995 01-01-1996 1996 37 03-05-1996 28-12-1995 1996 37 03-05-1996 28-12-1995 01-01-1996
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a Voor zover het toepasselijke verdrag daarin voorziet, wordt de persoon wiens voorlopige aanhouding of uitlevering vanwege een andere staat is verzocht zo spoedig mogelijk door de procureur-generaal in kennis gesteld van de mogelijkheid tot onmiddellijke uitlevering. 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 01-05-2024
Artikel 19b — Artikel 19b#
Artikel 19b 1 De persoon wiens voorlopige aanhouding of uitlevering vanwege een andere staat is verzocht kan, uiterlijk op de dag voorafgaande aan de dag welke is bepaald voor diens verhoor door het Hof van Justitie, verklaren dat wordt ingestemd met onmiddellijke uitlevering. 2 De verklaring wordt afgelegd ten overstaan van een rechter-commissaris. 3 artikel 7 De persoon wiens voorlopige aanhouding of uitlevering vanwege een andere staat is verzocht wordt, voordat diegene de verklaring aflegt, op de mogelijke gevolgen gewezen, daaronder begrepen datniet van toepassing is. Van de verklaring wordt proces-verbaal opgemaakt. 4 De persoon wiens voorlopige aanhouding of uitlevering vanwege een andere staat is verzocht kan zich bij het afleggen van de verklaring doen bijstaan door een raadsman. Indien de persoon zonder raadsman verschijnt, vestigt de rechter-commissaris de aandacht van de persoon op dat recht. Indien nodig wordt de persoon bijgestaan door een tolk. 5 De rechter-commissaris ten overstaan van wie de verklaring, bedoeld in het eerste lid, is afgelegd, zendt het proces-verbaal daarvan aan de bij het verzoek tot voorlopige aanhouding of uitlevering betrokken procureur-generaal. 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 01-05-2024
Artikel 19c — Artikel 19c#
Artikel 19c 1 artikel 8, tweede lid artikel 18, eerste lid artikel 19b In afwijking van, en, kan, nadat een verklaring overeenkomstigis afgelegd, de procureur-generaal beslissen dat de persoon wiens voorlopige aanhouding of uitlevering vanwege een andere staat is verzocht ter beschikking zal worden gesteld van de autoriteiten van de staat waarvan het verzoek tot voorlopige aanhouding of uitlevering is uitgegaan. 2 Van deze beslissing geeft de procureur-generaal zo spoedig mogelijk kennis aan de Gouverneur. 3 artikel 19b De verzoekende staat wordt binnen twintig dagen na de datum van de verklaring, bedoeld in, in kennis gesteld van de beslissing ter zake van de onmiddellijke uitlevering. 4 De procureur-generaal bepaalt, na overleg met de autoriteiten van de staat waarvan het verzoek tot voorlopige aanhouding of uitlevering is uitgegaan, zo spoedig mogelijk de tijd en de plaats waarop de uitlevering zal geschieden. 5 Het eerste lid blijft buiten toepassing: a. artikelen 2b 2c 4 5 6 indien voor het feit of de feiten, in verband waarmee de voorlopige aanhouding of de uitlevering is gevraagd, ingevolge de,,,ofgeen uitlevering kan worden toegestaan; of b. indien blijkt dat tegen de persoon wiens voorlopige aanhouding of uitlevering vanwege een andere staat is verzocht in Aruba, Curaçao dan wel Sint Maarten een strafrechtelijke vervolging gaande is, of dat tegen deze persoon door een rechter van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten een nog geheel of ten dele voor tenuitvoerlegging vatbaar strafvonnis is gewezen. 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 01-05-2024
Artikel 19d — Artikel 19d#
Artikel 19d 1 artikel 10, zesde lid artikel 19b artikel 19c Voor zover het toepasselijke verdrag daarin voorziet, wordt in afwijking van, de verzoekende staat er binnen tien dagen na datum van de voorlopige aanhouding door de procureur-generaal van in kennis gesteld of de aangehoudene al dan niet een verklaring overeenkomstigheeft afgelegd teneinde de verzoekende staat in de gelegenheid te stellen een verzoek tot uitlevering in te dienen. Indien een verklaring overeenkomstig artikel 19b is afgelegd nadat de termijn van tien dagen is verstreken, wordt de procedure, bedoeld in, toegepast. 2 artikel 19b Na de dag waarop een verklaring overeenkomstigis afgelegd, kan de aangehoudene op bevel van de rechter-commissaris ten hoogste veertig dagen in bewaring gesteld blijven of gesteld worden. Wanneer de uitlevering door bijzondere omstandigheden niet binnen de termijn van veertig dagen heeft kunnen plaatsvinden, kan deze termijn op vordering van de procureur-generaal door de rechter-commissaris voor ten hoogste dertig dagen worden verlengd. De aangehoudene wordt in de gelegenheid gesteld op de vordering tot verlenging door de rechter-commissaris te worden gehoord. 3 artikel 19b artikel 19c artikel 10, zesde lid Indien de aangehoudene een verklaring als bedoeld inheeft afgelegd, maar de procureur-generaal niettemin besluit de procedure, bedoeld in, niet toe te passen, stelt de procureur-generaal de verzoekende staat daarvan zo spoedig mogelijk in kennis om deze in de gelegenheid te stellen een verzoek tot uitlevering langs de diplomatieke weg in te dienen voordat de gestelde termijn in, verstrijkt. Het tweede lid blijft in dat geval buiten toepassing. 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 01-05-2024
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 De Gouverneur kan toestaan dat een persoon wiens uitlevering door een vreemde Staat aan een andere Staat is toegestaan, over het grondgebied van Aruba, Curaçao of Sint Maarten onder medegeleide van ambtenaren van Aruba, Curaçao of Sint Maarten wordt vervoerd, mits met de Staat, waaraan de uitlevering geschiedt, een uitleveringsverdrag is gesloten en het misdrijf waarvoor uitlevering is toegestaan onder de werking van dat verdrag valt. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Personen die in Aruba, Curaçao of Sint Maarten in voorlopige hechtenis zijn of straf ondergaan mogen ter confrontatie of tot het afleggen van verklaringen in strafgedingen, die in een vreemde Staat aanhangig zijn, op last van de Gouverneur tijdelijk worden overgezonden. 2 Indien die personen in Aruba, Curaçao of Sint Maarten straf ondergaan, zal hun straftijd geacht worden niet te zijn afgebroken door die tijdelijke overzending. 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 2024 49 07-03-2024 01-03-2024 01-05-2024
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 27-06-1983
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Alle akten en stukken ten gevolge van dit besluit op te maken, zijn vrij van zegel en worden kosteloos afgegeven. 2 Alle ingevolge dit besluit te verrichten betekeningen mogen geschieden door een dienaar der openbare macht. 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 27-06-1983
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Dit besluit is niet van toepassing op het aanhouden, het aan boord terugbrengen of het ter beschikking van de consulaire ambtenaren stellen van gedeserteerde matrozen. 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 27-06-1983
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Voor de toepassing van dit besluit wordt onder Staat mede begrepen: elk tot het westelijk halfrond behorend gebied of gebiedsdeel van Frankrijk, van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland of van de Verenigde Staten van Amerika, of voor welks buitenlandse betrekkingen een van genoemde mogendheden de zorg draagt. 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 1983 84 14-10-1983 27-06-1983 27-06-1983
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Dit besluit wordt aangehaald als: Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.