Besluit van 6 september 1949, tot uitvoering van artikel 11 der Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers (Stb. 1947, H 420)
- BWB-id
- BWBR0002049
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2016-10-06
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002049
- ELI
- /eli/nl/amvb/1949/besluit-ex-artikel-11-wet-buitengewoon-pensioen-zeelieden-oo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1949/besluit-ex-artikel-11-wet-buitengewoon-pensioen-zeelieden-oo/2016-10-06
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002049&g=2016-10-06
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002049&z=2026-06-06&g=2016-10-06
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002049/2016-10-06
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1949/besluit-ex-artikel-11-wet-buitengewoon-pensioen-zeelieden-oo
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers "de wet": de; hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen «de Sociale verzekeringsbank»: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in; "gepensioneerde": degene, aan wie een buitengewoon pensioen is toegekend; artikel 3.1, tweede lid, onderdelen a tot en met e, van de Wet IB 2001 «kortingsinkomen»: het totaal van het inkomen uit werk en woning, bedoeld in, en de feitelijke inkomsten uit sparen en beleggen, verminderd met: artikel 2.17 van de Wet IB 2001 met dien verstande evenwel, dat, in afwijking van, alle bestanddelen van het inkomen van een gehuwde, niet duurzaam gescheiden van haar man levende vrouw worden aangemerkt als bestanddelen van het inkomen van haar man; Algemene Kinderbijslagwet "kinderbijslag": kinderbijslag ingevolge deof enige andere daarmede gelijk te stellen wettelijke regeling buiten het Rijk in Europa. a. indien loon wordt genoten het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen: 1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 per jaar en niet meer dan € 1605 per jaar; 2°. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487 per jaar, en b. het bedrag van het over het jaar 2000 toegepaste reiskostenforfait tot een maximum van € 939 per jaar, 2010 757 16-11-2010 01-11-2010 2010 757 16-11-2010 01-11-2010 01-01-2011
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 11, eerste en tweede lid 20 der wet artikel 11, tweede lid, der wet artikel 11, derde lid, der wet Als het bedrag van de verrekenbare inkomsten, bedoeld in de, en, wordt, behoudens het bepaalde in of krachtens de tweede, derde en vierde volzin vanen in de volgende artikelen van dit besluit, aangemerkt het kortingsinkomen vermeerderd met het bedrag van de niet daarin begrepen, door de gepensioneerde of diens niet duurzaam gescheiden van hem levende echtgenoot genoten kinderbijslag, en verminderd met het buitengewoon pensioen en met de inbedoelde uitkeringen, pensioenen en andere inkomsten. 2 Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid worden mede op het kortingsinkomen in mindering gebracht, indien en voor zover daarin begrepen: a. inkomsten van kinderen die de leeftijd van eenentwintig jaren nog niet hebben bereikt en niet gehuwd zijn of gehuwd geweest zijn, welke niet in de pensioengrondslag zijn opgenomen; b. Wet bevordering eigenwoningbezit een krachtens deverleende eigenwoningbijdrage; c. een krachtens enige van overheidswege getroffen maatregel inzake huurtoeslag verleende bijdrage; d. een uitkering ineens, bedoeld in artikel 42 van het pensioenreglement van het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij; e. artikelen 7 tot en met 19 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 artikel 21b van evengenoemde wet een krachtens deverleende uitkering, zomede een toeslag krachtens; f. artikelen 7 tot en met 24 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 een krachtens deverleende uitkering of toeslag; g. een door een gemeente verstrekte bijdrage in de kosten ter verbetering van de woning; h. artikel 4:98 van de Algemene wet bestuursrecht de van de Sociale verzekeringsbank krachtensontvangen wettelijke rente; i. artikel 29a van de Algemene nabestaandenwet artikel 33a van de Algemene Ouderdomswet de tegemoetkoming, bedoeld inen. 2015 30 30-01-2015 28-01-2015 2015 29 30-01-2015 28-01-2015 01-02-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Algemene
Ouderdomswet, enz. (toekennen van inkomensondersteuning aan personen
die AOW ontvangen) (Stb. 2015/28) in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 Het bedrag van de verrekenbare inkomsten, bedoeld in, wordt verminderd met: a. het door de Sociale verzekeringsbank vast te stellen kapitaalsinteringsbestanddeel van periodieke uitkeringen, welke aan de gepensioneerde opkomen ingevolge een uit zijn vermogen afkomstige prestatie; b. de inkomsten, welke onverplicht door derden aan de gepensioneerde worden verschaft; c. b de, tengevolge van inkomstenstijging uit onderneming of arbeid gederfde baten, welke voortvloeien uit de onderbedoelde onverplichte bijdragen van derden, indien en voorzover de omstandigheden naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank daartoe aanleiding geven. 2016 349 05-10-2016 19-09-2016 2016 349 05-10-2016 19-09-2016 06-10-2016
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2 Indien verrekenbare inkomsten, bedoeld in, worden genoten krachtens erfrecht, dan wel uit door erfrecht verworven bezit, voorzover deze eerst na het tijdstip, hetwelk gediend heeft voor de vaststelling van de pensioensgrondslag, van bloed- en aanverwanten in de rechte lijn en in de tweede graad der zijdlinie zijn verworven, wordt wegens deze inkomsten van het buitengewoon pensioen niet meer in mindering gebracht dan zou zijn geschied, indien dit pensioen was berekend naar een grondslag, waarin deze inkomsten zijn begrepen. 2 Het in artikel 7, derde lid, der wet vastgestelde maximum geldt mede voor de pensioensgrondslag, bedoeld in het slot van het voorgaande lid. 3 De inkomsten, welke volgens het eerste lid in de pensioensgrondslag zijn begrepen, worden geacht vier procent te bedragen van de waarde, die het in dat lid bedoelde bezit ten tijde van het verwerven had. 1949 J 418 06-09-1949 1949 J 418 06-09-1949 27-10-1949
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikelen 1 2 3 4 artikel 2 Onverminderd het bepaalde in de,,enworden op de inbedoelde verrekenbare inkomsten in mindering gebracht de kosten, die naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank noodzakelijk zijn om uit eigen onderneming of arbeid inkomsten te verwerven, tenzij deze kosten reeds bij het bepalen van het kortingsinkomen in aanmerking zijn genomen. 2010 757 16-11-2010 01-11-2010 2010 757 16-11-2010 01-11-2010 01-01-2011
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikelen 1 2 3 4 5 artikel 2 Onverminderd het bepaalde in de,,,enwordt op de inbedoelde verrekenbare inkomsten in mindering gebracht de daarin begrepen kinderbijslag voor zover deze te boven gaat de kinderbijslag voor een gelijk aantal kinderen als waarvoor, bij de vaststelling van de pensioengrondslag met kinderbijslag is rekening gehouden. 1983 343 20-06-1983 1983 343 20-06-1983 01-01-1980
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 1969 626 22-12-1969 1969 626 22-12-1969 01-01-1965
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 2 Zolang het bedrag der verrekenbare inkomsten, bedoeld in, niet bekend is, wordt dit bedrag door de Sociale verzekeringsbank, met inachtneming voor zoveel mogelijk van bovenstaande bepalingen, voorlopig geschat. 2010 757 16-11-2010 01-11-2010 2010 757 16-11-2010 01-11-2010 01-01-2011
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Voor de toepassing van dit besluit worden pensioenen en wachtgelden, welke krachtens een van Overheidswege vastgesteld voorschrift in verband met het genot van inkomsten aan vermindering onderworpen zijn, geacht te zijn genoten tot het uit dien hoofde verminderd bedrag. 1949 J 418 06-09-1949 1949 J 418 06-09-1949 27-10-1949
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2009 556 22-12-2009 09-12-2009 2009 556 22-12-2009 09-12-2009 23-12-2009 01-01-2009
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikelen 11 20 der wet Met de contrôle op de in deenbedoelde inkomsten zijn in het bijzonder belast de inspecteurs der belastingen. Zij ontvangen daartoe van de Sociale verzekeringsbank opgave van de gepensioneerden, die in hun inspectie wonen en handelen overigens naar de door Onze Minister van Financiën te geven aanwijzingen. 2010 757 16-11-2010 01-11-2010 2010 757 16-11-2010 01-11-2010 01-01-2011
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2009 556 22-12-2009 09-12-2009 2009 556 22-12-2009 09-12-2009 23-12-2009 01-01-2009