Besluit van 2 maart 1953, houdende vaststelling van een premieregeling voor sergeanten en korporaals die een verbintenis van een jaar bij het reserve-personeel der Koninklijke Landmacht hebben gesloten
- BWB-id
- BWBR0002106
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1956-09-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002106
- ELI
- /eli/nl/amvb/1953/besluit-premieregeling-voor-sergeanten-en-korporaals-met-een
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1953/besluit-premieregeling-voor-sergeanten-en-korporaals-met-een/1956-09-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002106&g=1956-09-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002106&z=2026-06-06&g=1956-09-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002106/1956-09-20
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1953/besluit-premieregeling-voor-sergeanten-en-korporaals-met-een
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder maand: de periode, gerekend van een datum tot de overeenkomstige datum van de volgende kalendermaand. 1953 92 02-03-1953 1953 92 02-03-1953 02-04-1953
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Stb. Een militair met de rang van sergeant, korporaal der eerste klasse, korporaal of een met een van die rangen gelijkgestelde rang, die een voor ten minste de tijd van zes maanden gesloten verbintenis als omschreven in artikel 2 van het Besluit verbintenissen reserve-personeel beneden de rang van tweede-luitenant Landmacht,1952, nr 496, ten volle heeft volbracht, dan wel door een niet aan hemzelf te wijten oorzaak niet ten volle heeft kunnen volbrengen, en deswege van die verbintenis is ontheven, of wiens verbintenis door een niet aan hemzelf te wijten oorzaak van rechtswege is geëindigd binnen het tijdvak waarvoor zij is aangegaan, heeft voor elke maand, welke hij krachtens de bedoelde verbintenis in werkelijke dienst heeft doorgebracht, zulks tot ten hoogste achtenveertig maanden, aanspraak op een geldelijke uitkering ten bedrage van: b c met dien verstande, dat een militair als bedoeld onderenaanspraak op een uitkering slechts kan doen gelden, indien Onze Minister van Oorlog de bepalingen van dit besluit uitdrukkelijk op hem van toepassing heeft verklaard. a. f 170,-, indien hij behoort tot een van nader door Onze Minister van Oorlog aan te wijzen categorieën van technisch geschoolde militairen; b. a f 90,- indien hij niet behoort tot een der onderbedoelde categorieën van militairen en op de laatste dag van de betrokken maand de rang van sergeant bekleedt; c. a f 70,- indien hij niet behoort tot een der onderbedoelde categorieën van militairen en op de laatste dag van de betrokken maand de rang van korporaal der eerste klasse of van korporaal bekleedt, 1957 70 25-02-1957 1957 70 25-02-1957 20-09-1956
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 Een uitkering als bedoeld inwordt uitbetaald binnen twee weken nadat daarop aanspraak is ontstaan, tenzij de belanghebbende te kennen geeft, dat hij aan uitbetaling op een later tijdstip of aan uitbetaling in termijnen de voorkeur geeft, in welk geval zulks kan plaats vinden met toepassing van door Onze Minister van Oorlog ter zake gestelde regelen. 1953 92 02-03-1953 1953 92 02-03-1953 02-04-1953