Besluit van 20 juli 1953, tot vaststelling van regelen ter uitvoering van de Inkwartieringswet
- BWB-id
- BWBR0002113
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2002-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002113
- ELI
- /eli/nl/amvb/1953/inkwartieringsbesluit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1953/inkwartieringsbesluit/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002113&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002113&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002113/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1953/inkwartieringsbesluit
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Inkwartieringswet de wet: de; b. Onze Minister: Onze Minister van Defensie. 1966 354 10-05-1966 1966 354 10-05-1966 01-09-1966
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 In dit besluit wordt mede verstaan onder: a. artikel 28 der wet artikel 6 der wet vordering in eigendom: de in eigendomneming krachtens, alsmede de beschikbaarstelling in eigendom vanwege de gemeente krachtens; b. artikel 28 der wet artikel 6 der wet vordering in gebruik: de ingebruikneming krachtens, alsmede de beschikbaarstelling in gebruik vanwege de gemeente krachtens. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Geen verstrekkingen worden gevorderd indien daardoor de uitoefening van een beroep of bedrijf in ernstige mate wordt belet of belemmerd. 2 Het in het voorgaande lid gestelde lijdt uitzondering in geval van buitengewone omstandigheden, welke gevaar opleveren voor de uit- of inwendige veiligheid van de Staat, indien en voor zover de commandant, die vordert, van oordeel is dat het belang waarvoor de vordering geschiedt voorrang dient te hebben op de voorziening in de essentiële behoeften van de volkshuishouding, tenzij het betreft zaken en diensten van vitaal belang voor de functionnering van bedrijven, welke zijn opgenomen op een door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister, wie het mede aangaat, samengestelde lijst. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Geen vordering vindt plaats: a. van onroerende zaken, vermeld in de Voorlopige Lijst der Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst, opgemaakt door de Rijkscommissie, ingesteld bij Koninklijk besluit van 7 Juli 1903, no. 44, en door de Rijkscommissie voor de Monumentenzorg, ingesteld bij Koninklijk besluit van 10 Mei 1918, no. 66, tenzij het Hoofd van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg desgevraagd heeft verklaard dat daartegen uit een oogpunt van monumentenzorg geen bezwaar bestaat; b. van onroerende zaken, opgenomen in een door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister, wie het mede aangaat, samengestelde lijst, vermeldende gebouwen welke naar hun inhoud of naar het doel, waarvoor zij gebruikt worden, van wetenschappelijke of culturele betekenis zijn, alsmede gebouwen welke uitsluitend gebruikt worden voor de uitoefening van de openbare eredienst; c. van terreinen, welke naar het oordeel van de Houtvester van het Staatsbosbeheer uit een oogpunt van natuur- of landschapsschoon of wegens hun betekenis voor de natuurwetenschappen van bijzonder belang zijn. 2 artikel 28 der wet Onze in het voorgaande lid genoemde Ministers bepalen in hoeverre in geval van buitengewone omstandigheden, welke gevaar opleveren voor de uit- of inwendige veiligheid van de Staat, van het gestelde in het eerste lid kan worden afgeweken. Daaromtrent worden bij de instructie, bedoeld in het derde lid van, nadere voorschriften gegeven. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Zo min mogelijk worden verstrekkingen gevorderd, waardoor de uitoefening van de openbare eredienst en de werkzaamheden in het belang van de gezondheidszorg, alsmede die van instellingen van weldadigheid en van sociale instellingen worden belet of belemmerd. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Geen verstrekkingen worden gevorderd van Ons en van de Leden van Ons Huis. 2 Bij de toepassing van de wet en van dit besluit worden de uitzonderingen, welke in het volkenrecht zijn erkend, in acht genomen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. eerste en vierde lid van artikel 28 der wet artikel 6 der wet de commandant: de officieren van de zee-, land- en luchtstrijdkrachten, bedoeld in het, alsmede voor wat betreft de eerste afdeling en de tweede paragraaf van de derde afdeling van dit hoofdstuk, degenen die krachtensbevoegd zijn een aanvraag te richten tot de burgemeester; b. zomer: het tijdvak van 1 Mei-1 October; c. winter: het tijdvak van 1 October-1 Mei. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 In de hierna volgende bepalingen van dit hoofdstuk worden onder officier mede begrepen de adjudant-onderofficier en de onderofficier met een daaraan gelijkgestelde of hogere rang. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 In ruimten, welke krachtens dit hoofdstuk verwarmd moeten zijn, dient de temperatuur tenminste 16° Celsius te bedragen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De in dit hoofdstuk vermelde verstrekkingen worden alleen verschaft op de wijze en in de mate als door de commandant wordt aangevraagd of gevorderd. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Aan de vordering tot inkwartiering wordt, al naar gelang de commandant zulks aanvraagt of vordert, voldaan door: a. verstrekking van individuele inkwartiering; b. verstrekking van collectieve inkwartiering. 2 Onder individuele inkwartiering wordt verstaan het onder dak brengen van ten hoogste twee militairen in een afzonderlijke kamer van een bewoond huis. 3 Onder collectieve inkwartiering wordt verstaan het gezamenlijk onderdak brengen van meer dan twee militairen in een ruimte. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 14 der wet Officieren en afzonderlijk reizende militairen worden, met inachtneming van, zoveel mogelijk individueel ingekwartierd. 2 Indien de toestand ter plaatse geen voldoende individuele inkwartiering toelaat, kunnen officieren tot de troep behorende ook collectief worden ingekwartierd, met dien verstande dat zij steeds gezamenlijk in een of meer afzonderlijke ruimten moeten kunnen worden ingekwartierd. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 tweede lid van artikel 19 der wet Als besmettelijke ziekten in de zin van hetworden aangemerkt: Pest Cholera Gele koorts Vlektyphus en andere Rickettsiosen Febris Recurrens Pokken (Variola major en minor) Febris Typhoidea Salmonellosen Bacillaire Dysenterie Amoeben Dysenterie Roodvonk Diphterie Meningitis Cerebrospinalis (Epidemica) Poliomyelitis Anterior Acuta Encephalitis Lethargica Leptospirosen Ornithosis Hepatitis Infectiosa Open longtuberculose. 2 Onder gebouwen, waarin een besmettelijke ziekte heerst, worden mede begrepen gebouwen waarin een kiemdrager verblijft van: Febris Typhoidea Salmonellosen Bacillaire Dysenterie Amoeben Dysenterie. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 In geval van individuele inkwartiering moet worden verschaft een behoorlijke kamer, voorzien van: a. per militair een ledikant of bedstede met matras, hoofdkussen, kussensloop, twee bedlakens, en een deken des zomers en twee des winters, een en ander van deugdelijke hoedanigheid en in zindelijke staat verkerend; b. een tafel, alsmede per militair een stoel of bank; c. wasgelegenheid met voldoende waswater; d. behoorlijke verlichting. 2 De kamer, het meubilair en de overige zaken genoemd in het eerste lid worden door de zorg van de kwartiergever schoongehouden. 3 In geval van inkwartiering des winters dient de in het eerste lid bedoelde kamer verwarmd te zijn gedurende de avonduren, of dient de ingekwartierde een plaats in een verwarmd en behoorlijk verlicht vertrek te worden verschaft, zulks ter keuze van de kwartiergever. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 14 artikel 14 Voor opper- of vlagofficieren, alsmede voor door Onze Minister aangewezen hoofdofficieren, wordt zo mogelijk boven de inomschreven verstrekking nog verschaft een behoorlijk verlichte en des winters ook verwarmde werkkamer, voorzien van de nodige meubelen, waaronder een tafel en enige stoelen. Alsdan behoeft de inbedoelde kamer niet verwarmd te zijn. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 In geval van individuele inkwartiering met voeding draagt degene, van wie de inkwartiering is gevorderd, zorg voor de maaltijden van de ingekwartierde. 2 Wanneer de kwartiergever verlangt dat de ingekwartierde militair aan de gewone maaltijden van het gezin deelneemt, wordt daaraan voldaan voorzover de militaire dienst zulks toelaat. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De ruimten in deze afdeling bedoeld moeten voldoen aan de eisen, welke Onze Minister op het gebied van de gezondheidszorg daaraan stelt. 2 Zij dienen behoorlijk verlicht en des winters zonodig ook verwarmd te zijn. 3 Zij dienen, zo geen brandblusapparaten aanwezig zijn, voorzien te zijn van een voldoende hoeveelheid zand en een voldoend aantal emmers met schoppen. 4 De ruimten dienen, voorzover zij door of vanwege de militaire gebruikers onderhouden worden, voorzien te zijn van schoonmaakgereedschap en reinigingsmiddelen. 5 Voorzover de ruimten niet aan de in dit artikel gestelde eisen voldoen, worden door de zorg van de burgemeester in overeenstemming met de commandant de nodige voorzieningen getroffen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 In geval van collectieve inkwartiering moet voor de legering van militairen worden verschaft: a. 3 per militair een ruimte van tenminste 12 minhoud met een vloeroppervlakte van tenminste 1,50 m bij 2,50 m in een daartoe geschikt gebouw; b. per militair een hoeveelheid vers ligstro van 15 kg in geval van militaire zijde een bedzak en een kussenzak zijn verstrekt, en van ten hoogste 25 kg indien geen bedzak en kussenzak zijn verstrekt, dan wel een matras. 2 Indien bedzakken en kussenzakken zijn verstrekt, dient het stro eenmaal in de drie maanden ververst te worden. Indien geen bedzakken en kussenzakken zijn verstrekt, dient het stro eenmaal per maand ververst te worden en dient tussentijds een vierde deel van de totale hoeveelheid bijgevuld te worden. 3 Het stro, dat bij het einde van de collectieve inkwartiering en bij de verversing vrij komt, wordt door de zorg van de burgemeester zo mogelijk tegen de marktprijs ten bate van het Rijk verkocht, waarbij degenen die het stro verstrekt hebben in de gelegenheid worden gesteld het stro terug te kopen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 eerste lid van artikel 18 De gebouwen, bedoeld in het, dienen voorzien te zijn van voldoende sanitaire installaties, waarbij als regel geldt dat per 20 man een toilet en één waterkraan of -pomp of per man één wasblik met voldoende waswater beschikbaar is. 2 Indien geen voldoende sanitaire installaties aanwezig zijn, doet de burgemeester in overeenstemming met de commandant de nodige voorzieningen treffen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 In geval van collectieve inkwartiering met voeding worden, behoudens de verstrekking bedoeld in de vierde afdeling, lokalen verschaft, geschikt tot het nuttigen van maaltijden en voorzien van een voldoend aantal tafels en stoelen of banken. 2 Voorts dienen bij collectieve inkwartiering verschaft te worden: a. 2 gebouwen of gedeelten van gebouwen voor het inrichten van bureaux met tafels, stoelen en zo mogelijk kasten, met dien verstande dat per militair beschikt kan worden over een bureauruimte met een oppervlakte van 1/3 m; b. 2 2 gebouwen of gedeelten van gebouwen of terreinen voor de opslag en plaatsing van materieel en voorraden, met dien verstande dat per militair beschikt kan worden over een bergruimte met een oppervlakte van 1/3 men een al dan niet overdekte parkeergelegenheid met een oppervlakte van 3 m; c. lokalen, geschikt tot het betrekken van wachten, voorzien van een tafel en stoelen. 3 a c De in het tweede lid onderbedoelde gebouwen of gedeelten van gebouwen alsmede de onderbedoelde lokalititen dienen zoveel mogelijk voorzien te zijn van een telefoonaansluiting. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 In geval van collectieve inkwartiering worden de in arrest gestelde militairen ondergebracht in bestaande arrestantenlokalen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Indien voor de legering gebruik gemaakt wordt van tenten of slaapzakken, worden daarvoor geschikte terreinen beschikbaar gesteld. 2 Bij voorkeur worden bestaande kampeerterreinen beschikbaar gesteld, voorzover daardoor het gebruik door burgers niet in ernstige mate wordt geschaad. 3 artikelen 18 19 Deenzijn alsdan van overeenkomstige toepassing. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Voor de stalling van paarden dient beschikbaar te worden gesteld een ruimte van tenminste 1.50 m breedte en 3 m lengte per paard in stallen of daartoe geschikte gebouwen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 In geval van buitengewone omstandigheden, welke gevaar opleveren voor de uit- of inwendige veiligheid van de Staat, dienen boven de verstrekkingen genoemd in de vorige paragraaf ten behoeve van de collectief ingekwartierde militairen nog verschaft te worden: a. dekens, handdoeken en zeep; b. lokalen geschikt tot het geven van theorie en voor ontspanning, voorzien van tafels en stoelen of banken; c. gymnastieklokalen, bad- en zweminrichtingen en terreinen voor exercitie en beoefenen van sport gedurende tijdsruimten per week, door de commandant in overeenstemming met de burgemeester te bepalen; d. daartoe geschikte gebouwen of gedeelten van gebouwen voor het inrichten van een ziekenverblijf, met het nodige meubilair en inventaris; e. lokalen geschikt tot het onderbrengen van arrestanten. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De burgemeester doet aan de gebouwen en terreinen, bedoeld in deze afdeling, voorzieningen treffen welke door de commandant in verband met het gebruik nodig worden geoordeeld. 2 Het gestelde in het eerste lid laat onverlet de bevoegdheid van de commandant zelf de nodige voorzieningen te treffen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Ter voorziening in de behoeften aan onderhoud en herstel van materieel, kleding en uitrusting kan het met voorrang verrichten van onderhouds- en herstelwerkzaamheden gevorderd worden. 2 Indien door toepassing van het voorgaande lid aan de militaire behoeften niet voldoende kan worden tegemoet gekomen, kunnen gebouwen met daarin aanwezige machines en gereedschappen, reparatiematerialen, onderdelen en onderhoudsmiddelen gevorderd worden. 3 De verstrekkingen, bedoeld in dit artikel, worden zoveel mogelijk gevorderd van hen die uit hoofde van hun beroep of bedrijf daaraan het beste kunnen voldoen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 3 der wet De commandant kan boven de verstrekkingen omschreven in dit hoofdstuk, doch binnen de grenzen bijbepaald, nog meer verstrekkingen vorderen of aanvragen, welke hij nodig oordeelt ter voorziening in de behoeften aan inkwartiering en onderhoud. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Voor de voeding van militairen dienen te worden verschaft: a. bereide spijzen en dranken; b. grondstoffen en onbereide spijzen en dranken; c. gereedschappen en middelen tot het bereiden en nuttigen van spijzen en dranken. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 a De ondervan het vorige artikel bedoelde verstrekking houdt in dat per dag verschaft worden drie maaltijden, waaronder tenminste een warme maaltijd. 2 Indien de in het vorige lid bedoelde verstrekking niet bij minnelijke schikking kan worden geregeld, kan zij zich per militair en per dag ten hoogste uitstrekken tot: 500 gram brood 40 gram vleeswaren 40 gram kaas 40 gram zoet broodbeleg 75 gram margarine, vet of spijsolie 800 gram aardappelen of 150 gram peulvruchten 300 gram groente, zo mogelijk vers 100 gram vlees zonder been, of mager spek, of twee eieren 30 gram grutterswaren 9 gram koffie 2 gram thee 500 gram melk 50 gram suiker 15 gram zout. 3 b De verschaffing van de ondervan het vorige artikel bedoelde verstrekking kan zich per militair en per dag ten hoogste uitstrekken tot hoeveelheden, welke gelijk, dan wel gelijkwaardig zijn aan de in het vorige lid genoemde. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 onder c van artikel 28 Debedoelde verstrekking houdt in het beschikbaarstellen van keukens, brandstoffen, kook-, bak- en braadtoestellen, pannen en overige keukengereedschappen, alsmede borden, lepels, vorken, messen en drinkglazen of bekers. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Zonodig worden terreinen tot het plaatsen van veldkeukens beschikbaar gesteld, alsmede gereedschappen en materialen voor het inrichten van zodanige keukens. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 1991 395 21-06-1991 1991 394 22-05-1991 21437 26-07-1991
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 1991 395 21-06-1991 1991 394 22-05-1991 21437 26-07-1991
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 1991 395 21-06-1991 1991 394 22-05-1991 21437 26-07-1991
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 1991 395 21-06-1991 1991 394 22-05-1991 21437 26-07-1991
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 onder b van artikel 30 der wet Degene, die in opdracht van Onze Minister de maatregelen, bedoeld, treft, pleegt terzake daarvan zoveel mogelijk overleg met de eigenaar of de gebruiker van het gebouw of het terrein, alsmede met de burgemeester van de gemeente, binnen welker grenzen het gebouw of het terrein is gelegen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikelen 36 tot en met 40 van de wet afdelingen 2 tot en met 9 Indien aan een algemene vordering van motorrijtuigen - niet zijnde die voor mechanisch grondverzet - een voorbereiding, overeenkomstig de, voorafgaat, geschieden die voorbereiding en de algemene vordering met inachtneming van de bepalingen van devan dit hoofdstuk. 2 artikelen 36 tot en met 40 van de wet afdeling 10 Indien aan een algemene vordering van motorrijtuigen - niet zijnde die voor mechanisch grondverzet - geen voorbereiding, overeenkomstig de, is voorafgegaan, geschiedt die algemene vordering met inachtneming van de bepalingen van devan dit hoofdstuk. 1966 354 10-05-1966 1966 354 10-05-1966 01-09-1966
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 In dit besluit wordt verstaan onder motorrijtuigen: rij- of voertuigen, bestemd om uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het rij- of voertuig zelf aanwezig, anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen met inbegrip van door zodanige rij- of voertuigen voort te bewegen aanhangwagens. 1966 354 10-05-1966 1966 354 10-05-1966 01-09-1966
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Onder algemene vordering van motorrijtuigen in de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan de algemene vordering van motorrijtuigen die voor zover nodig ter uitvoering van de militaire taak ten tijde van de oproeping van reservisten dan wel van dienstplichtigen in geval van buitengewone omstandigheden wordt gehouden dan wel de vordering die op een later tijdstip ter aanvulling wordt gehouden. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Onze Minister van Defensie benoemt ten behoeve van de uitvoering van dit hoofdstuk: a. een vorderingscommissaris-motorrijtuigen, belast met de leiding van de voorbereiding en de uitvoering van de algemene vordering; b. een aantal keuringscommissarissen, belast met de leiding van keuringsploegen; c. een aantal taxateurs, belast met de waarde-vaststelling van de motorrijtuigen. 2 Ten aanzien van de benoeming van taxateurs pleegt Onze Minister van Defensie overleg met de daarvoor in aanmerking komende organen van het bedrijfsleven. 3 Indien een keuringscommissaris tevens optreedt als taxateur, wordt ten aanzien van zijn benoeming eveneens overleg gepleegd met de organen bedoeld in het voorgaande lid. 1966 354 10-05-1966 1966 354 10-05-1966 01-09-1966
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 De vorderingscommissaris-motorrijtuigen verdeelt ten behoeve van de voorbereiding van de algemene vordering het land in districten. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 De vorderingscommissaris-motorrijtuigen wijst voor elk district een keuringscommissaris aan en voegt deze een keuringsploeg toe, waarin een of meer taxateurs zijn opgenomen. 2 De vorderingscommissaris-motorrijtuigen voorziet de keuringscommissaris en de taxateurs van een instructie. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 De burgemeester houdt aantekening van alle gegevens en opgaven, welke hij ingevolge de bepalingen van dit hoofdstuk ontvangt, op de hem door de vorderingscommissaris-motorrijtuigen verstrekte kaarten of lijsten. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Degene, op wie krachtens de bepalingen van dit hoofdstuk de verplichting rust tot bekendmaking, zal ook met andere dan de in die bepalingen genoemde middelen, welke hem ten dienste staan, de bekendmaking bevorderen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 Indien de gegevens, welke Onze Minister nodig heeft voor de registratie van motorrijtuigen, niet verschaft kunnen worden door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, brengt Onze eerstgenoemde Minister ter algemene kennis dat de inwoners de nodige gegevens moeten verschaffen. 2 Staatscourant De algemene kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt door publicatie in de, alsmede door aanplakking in de gemeente door de zorg van de burgemeester. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 vorige artikel Degene, die ten tijde van de in hetbedoelde kennisgeving houder is van een motorrijtuig, bedoeld in de kennisgeving, is verplicht binnen twee maanden na de dagtekening van de kennisgeving dit motorrijtuig te laten registreren. 2 Een zelfde verplichting bestaat voor een ieder die na de kennisgeving houder wordt van een motorrijtuig, met dien verstande dat hij alsdan binnen veertien dagen nadat hij houder is geworden daaraan dient te voldoen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 vorige artikel De in hetbedoelde verplichting houdt in, dat de houder van een motorrijtuig een ten gemeentehuize verkrijgbaar registratieformulier invult en binnen de in dat artikel genoemde termijnen ten gemeentehuize inlevert. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 De burgemeester brengt de gegevens, welke hij middels de registratieformulieren heeft verkregen, over op de daarvoor door de vorderingscommissaris-motorrijtuigen beschikbaar gestelde lijsten of kaarten. 2 De burgemeester zendt een exemplaar van de lijst of de kaarten toe aan de vorderingscommissaris-motorrijtuigen en behoudt een exemplaar voor zijn administratie. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 De vorderingscommissaris-motorrijtuigen bepaalt welke geregistreerde motorrijtuigen moeten worden gekeurd en zendt aan elke burgemeester, voorzover het zijn gemeente betreft, een opgave daarvan. Bij elk motorrijtuig worden de naam en het adres van de houder aangetekend. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 De keuringscommissaris stelt in overeenstemming met de burgemeester de plaats vast waar de keuring zal geschieden en bepaalt de tijdstippen waarop de motorrijtuigen ter keuring aanwezig moeten zijn. 2 De burgemeester treft na overleg met de keuringscommissaris de nodige maatregelen ter bevordering van een ordelijk verloop van de keuring. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 Tenminste zeven dagen voor de keuring zendt de burgemeester aan de houders van motorrijtuigen welke zullen worden gekeurd een persoonlijke oproeping toe, onder mededeling van de plaats alwaar en het tijdstip waarop het motorrijtuig aanwezig moet zijn. 2 De oproeping bevat tevens een opsomming van de bescheiden en inlichtingen, op het motorrijtuig betrekking hebbende, welke bij de keuring getoond respectievelijk verstrekt moeten worden. 3 Het motorrijtuig dient in bedrijfsvaardige toestand, voorzien van daarbij behorende reservewiel(en) met binnen- en buitenband(en), ter keuring te worden aangeboden. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 De motorrijtuigen worden door de zorg van de houders op de keuringsplaats gebracht. 2 tweede lid van artikel 42 De keuringscommissaris beslist, met inachtneming van de hem verstrekte instructie als bedoeld in het, of het motorrijtuig geschikt is voor militair gebruik. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 tweede lid van artikel 42 artikel 97 De taxateur maakt met inachtneming van de hem verstrekte instructie, bedoeld in het, een rapport op van de toestand waarin het motorrijtuig zich bevindt en stelt de waarde daarvan vast op de wijze als inis bepaald. 2 Staatscourant Het model van het rapport wordt door Onze Minister vastgesteld en in debekendgemaakt. 3 Het rapport wordt door de taxateur, die de waardevaststelling deed, ondertekend en door de keuringscommissaris voor gezien mede ondertekend. 4 Een afschrift van het rapport wordt aan de houder uitgereikt. 5 Mocht de houder van oordeel zijn dat het rapport onjuistheden bevat, dan kan hij zulks bij de eerstkomende keuring van zijn motorrijtuig aan de keuringscommissaris mededelen, die daaraan de nodige aandacht schenkt. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 De keuringscommissaris maakt van de keuringen dagelijks een verslag op, hetwelk met de rapporten betreffende de op die dag gekeurde motorrijtuigen wordt toegezonden aan de vorderingscommissaris-motorrijtuigen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 De burgemeester doet nagaan of alle motorrijtuigen verschenen zijn. Hij doet, zo dit niet het geval mocht zijn, een onderzoek instellen naar de redenen van het niet verschijnen, en stelt de keuringscommissaris van de resultaten van dit onderzoek in kennis. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Motorrijtuigen, welke niet op de vastgestelde datum en plaats ter keuring zijn verschenen, zullen op een nader te bepalen plaats, dag en uur gekeurd worden. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Een zelfde motorrijtuig wordt niet meer dan tweemaal per jaar gekeurd. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 De keuring geschiedt zoveel mogelijk per gemeente. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 De burgemeester van de gemeente, waar de keuring plaats heeft, stelt na overleg met de keuringscommissaris de nodige hulpmiddelen als tafels, stoelen en verlichtingsmiddelen ter beschikking ten behoeve van de keuring op de keuringsplaats. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 Onze Ministers van Defensie en van Verkeer en Waterstaat delen de motorrijtuigen, welke krachtens de tweede afdeling van dit hoofdstuk geregistreerd zijn, in drie bezwarenklassen in. 2 De eerste bezwarenklasse bevat die motorrijtuigen, aan welker onttrekking aan hun normale bestemming in geval van buitengewone omstandigheden, welke gevaar opleveren voor de uit- of inwendige veiligheid van de Staat, bezwaren van essentiële aard zijn verbonden. De in deze klasse gerangschikte motorrijtuigen worden niet dan met toestemming van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor vordering aangewezen. Onze laatstgenoemde Minister pleegt, alvorens zijn toestemming te geven, overleg met Onze Minister welke belast is met de behartiging van de belangen ten behoeve waarvan het motorrijtuig is bestemd. 3 De tweede bezwarenklasse bevat die motorrijtuigen, aan welker onttrekking aan hun normale bestemming in geval van buitengewone omstandigheden, welke gevaar opleveren voor de uit- of inwendige veiligheid van de Staat, bezwaren zijn verbonden, welke niet van essentiële aard, doch niettemin van zodanig belang zijn, dat een vordering van deze motorrijtuigen minder wenselijk is. De in deze klasse gerangschikte motorrijtuigen worden alleen dan aangewezen, indien en voor zover in de betreffende gemeente geen voldoende motorrijtuigen van de derde bezwarenklasse aanwezig zijn, welke naar het oordeel van de vorderingscommissaris-motorrijtuigen geschikt zijn voor militair gebruik. 4 De derde bezwarenklasse bevat alle overige motorrijtuigen. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 voorgaande artikel De vorderingscommissaris-motorrijtuigen wijst, met inachtneming van de regelen gesteld bij het, uit de krachtens artikel 52 geschikt bevonden motorrijtuigen die aan, welke voor vordering in aanmerking komen. 2 Van de in het eerste lid bedoelde aanwijzing wordt de burgemeester, voorzover het betreft de motorrijtuigen uit zijn gemeente, een opgave verstrekt onder vermelding van het adres van het onderdeel ten behoeve waarvan het motorrijtuig bestemd is. 3 Van de aanwijzing van motorrijtuigen doet de vorderingscommissaris-motorrijtuigen mededeling aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat of aan een door deze aangewezen autoriteit. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 Staatscourant Elke houder van een motorrijtuig, dat krachtens het voorgaande artikel is aangewezen, ontvangt van de burgemeester een lastgeving, inhoudende de verplichting het motorrijtuig in voorkomend geval ter vordering aan te bieden overeenkomstig de bepalingen van de achtste afdeling van dit hoofdstuk. Het model van de lastgeving wordt door Onze Minister vastgesteld en in debekend gemaakt. 2 De lastgeving kan vergezeld zijn van nadere instructies en bescheiden, welke de vorderingscommissaris-motorrijtuigen en de burgemeester nodig oordelen. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 eerste lid van artikel 62 De houder van een motorrijtuig, die van de burgemeester een lastgeving als bedoeld in hetheeft ontvangen, kan binnen een maand na dagtekening van deze lastgeving, indien hij van oordeel is dat dit motorrijtuig in geval van buitengewone omstandigheden, welke gevaar opleveren voor de uit- of inwendige veiligheid van de Staat, voor de uitoefening van zijn bedrijf of beroep onmisbaar is, een met redenen omkleed verzoekschrift tot vrijstelling door tussenkomst van de burgemeester bij de vorderingscommissaris-motorrijtuigen indienen. 2 De burgemeester voorziet het verzoekschrift, alvorens het door te zenden, van zijn advies. 3 De vorderingscommissaris-motorrijtuigen stelt het model van het verzoekschrift vast en verstrekt het aan de burgemeester ter inzage voor de inwoners. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 De vorderingscommissaris-motorrijtuigen beslist in hoogste aanleg op het verzoek om vrijstelling en geeft van zijn beslissing schriftelijk kennis aan de houder en aan de burgemeester. 2 Zo de beslissing inhoudt een vrijstelling van de algemene vordering, dient de houder daarop onverwijld de ontvangen lastgeving in te leveren bij de burgemeester. Zolang dit laatste niet heeft plaats gehad blijft de lastgeving van kracht. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 Iedere houder van een motorrijtuig, die een lastgeving heeft ontvangen, is verplicht binnen acht dagen mededeling te doen aan de burgemeester: a. wanneer het motorrijtuig aan een andere houder of eigenaar overgaat; b. wanneer het motorrijtuig voor langere duur dan een maand in het buitenland verblijft; c. wanneer het motorrijtuig voor het ondergaan van herstellingen langer dan een maand aan het normale gebruik wordt onttrokken; d. wanneer het motorrijtuig zodanig bedrijfsonklaar mocht geraken, dat het niet meer voor normaal gebruik geschikt is te achten; e. wanneer in het adres van de houder wijziging komt; f. wanneer aan het motorrijtuig zodanige veranderingen worden aangebracht, dat de gegevens, welke op de lastgeving voorkomen, niet meer daarmede in overeenstemming zijn. 2 a Bij de mededeling, bedoeld ondervan het eerste lid, dienen tevens de naam, de woonplaats en het adres van de nieuwe houder of eigenaar te worden vermeld. 3 De burgemeester geeft van de in het eerste lid bedoelde wijzigingen onverwijld kennis aan de vorderingscommissaris-motorrijtuigen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 Indien aan een voor vordering aangewezen motorrijtuig voorzieningen moeten worden getroffen, ontvangt de houder ten minste zeven dagen voordat de voorzieningen getroffen zullen worden daarvan bericht van de keuringscommissaris of van de burgemeester, onder vermelding van: a. de aard der te treffen voorzieningen; b. de dag en het uur waarop en de plaats alwaar de voorzieningen zullen worden getroffen. 2 De houder is alsdan verplicht zorg te dragen dat het motorrijtuig ten tijde en ter plaatse, bedoeld in het voorgaande lid, aanwezig is. 3 Indien de keuringscommissaris mocht bepalen dat de voorzieningen zullen worden getroffen ter plaatse waar het motorrijtuig is gestald, is de houder verplicht, zo het motorrijtuig bij een derde is gestald, deze derde daarvan in kennis te stellen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 De keuringscommissaris stelt de burgemeester in kennis van de voorzieningen, welke aan motorrijtuigen uit zijn gemeente zijn aangebracht. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 De houder van een motorrijtuig, waaraan een voorziening is getroffen, is verplicht zorg te dragen dat de voorziening in een goede staat gehouden wordt. 2 Indien de voorziening, door welke omstandigheid dan ook, in minder goede staat geraakt, is de houder verplicht hiervan terstond aan de burgemeester mededeling te doen. 3 De burgemeester geeft hiervan bericht aan de keuringscommissaris. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 Wanneer Onze Minister van Oorlog bepaalt dat een algemene vordering van motorrijtuigen gehouden zal worden, zal een daartoe strekkende openbare kennisgeving door de zorg van de burgemeesters geschieden. 2 artikel 62 De burgemeester herinnert voorts de houders van motorrijtuigen hetzij schriftelijk, hetzij mondeling aan hun verplichting om alle daarvoor op dat tijdstip in de termen vallende motorrijtuigen op het in de openbare kennisgeving vermelde tijdstip aanwezig te doen zijn op de in de lastgeving, bedoeld in, vermelde verzamelplaats in de gemeente. 3 De openbare kennisgeving is rechtens voldoende oproeping, onverschillig of de in het tweede lid bedoelde persoonlijke herinnering de houders al dan niet heeft bereikt. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 artikel 73 Op de houder van een motorrijtuig, aan wie een lastgeving als bedoeld in de openbare bekendmaking is verstrekt, rust de verplichting het aangewezen motorrijtuig tijdig op de verzamelplaats in de gemeente aanwezig te doen zijn en vandaar naar de plaats van bestemming te brengen of te doen brengen op de wijze als bepaald in. 2 Een zelfde verplichting rust op de werknemer, die in dienst is van de in het eerste lid bedoelde houder, indien deze hem daartoe opdracht geeft. 3 Bij gebreke van een opdracht van de houder kan een zodanige opdracht door de burgemeester of een militaire autoriteit worden gegeven. 4 De in het tweede en derde lid bedoelde opdracht wordt zo mogelijk verstrekt aan die werknemer, die daarvoor het meest in aanmerking komt. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 tweede lid van het voorgaande artikel Indien de werknemer weigert aan een opdracht van de houder, bedoeld in het, te voldoen, dient de houder daarvan terstond mondeling, zo mogelijk telefonisch, kennis te geven aan de burgemeester. 2 derde lid van het voorgaande artikel De burgemeester treft alsdan maatregelen, opdat zo spoedig mogelijk een opdracht, bedoeld in het, wordt verstrekt. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 1 artikel 70 De houder van een motorrijtuig, hetwelk ingevolge het bepaalde bij het eerste lid vanop de verzamelplaats in de gemeente aanwezig moet zijn, draagt zorg dat het motorrijtuig in bedrijfsvaardige toestand verkeert, voorzien van behoorlijk gevulde benzinetanks en bij het motorrijtuig behorende reservewiel(en) met binnen- en buitenband(en). 2 artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 De lastgeving en het kentekenbewijs, bedoeld in, dienen eveneens medegebracht te worden. 1996 278 31-05-1996 30-05-1996 1996 278 31-05-1996 30-05-1996 01-06-1996
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 De burgemeester doet op de verzamelplaatsen in de gemeente colonnes samenstellen van de motorrijtuigen, welke onder leiding van door de burgemeester aangewezen colonnecommandanten naar de plaats van bestemming gaan. Bij voorkeur zullen als colonnecommandanten worden aangewezen leden van de politie. 2 Voorts doet de burgemeester op de verzamelplaatsen in de gemeente nagaan, of alle daarvoor in de termen vallende motorrijtuigen aanwezig zijn. 1994 265 14-04-1994 07-04-1994 1994 27 13-01-1994 07-01-1994 01-04-1994
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 De burgemeester doet terstond bij de houders van de motorrijtuigen, welke niet op het aangegeven tijdstip op de verzamelplaats in de gemeente verschenen zijn, een onderzoek instellen naar de redenen van het niet verschijnen en bevordert met alle hem ten dienste staande middelen, dat de motorrijtuigen alsnog op de plaats van hun bestemming komen. 2 Te dien einde kan hij, daarbij optredend namens Onze Minister, desnodig bestuursdwang toepassen. 1997 702 23-12-1997 15-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Aanpassingswet derde tranche Awb I in
werking treedt.
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 voorgaande artikel De vorderingscommissaris-motorrijtuigen stelt de burgemeester in kennis van de maatregelen welke getroffen moeten worden ten aanzien van de motorrijtuigen, welke na toepassing van hetniet op de verzamelplaats in de gemeente zijn verschenen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 Op de plaats van bestemming aangekomen wordt elk motorrijtuig aan het onderdeel waarvoor het is bestemd aangeboden. 2 artikel 53 De commandant van het onderdeel onderzoekt, alvorens het motorrijtuig in eigendom van de Staat over te nemen, of de toestand van het motorrijtuig beantwoordt aan de gegevens van het laatstelijk opgemaakte rapport, bedoeld in. 3 artikel 53 Indien de toestand van het motorrijtuig in belangrijke mate afwijkt van de gegevens in het rapport, kan een hertaxatie plaats vinden. Deze hertaxatie geschiedt overeenkomstig de normen, welke gelden voor een taxatie, bedoeld in. 4 Het overnemen heeft plaats door de afgifte van een bon, bevattende een verklaring dat het motorrijtuig in eigendom van de Staat is overgenomen, onder vermelding van de waarde waarop het bij de laatstgehouden keuring is getaxeerd en de noodzakelijke gegevens inzake het motorrijtuig en de rechthebbenden op de schadeloosstelling. 5 Heeft een taxatie ingevolge het derde lid van dit artikel plaats gevonden, dan zal het bedrag van de hertaxatie op de bon worden vermeld. 6 Een duplicaat van de bon wordt door de commandant van het onderdeel, ten behoeve waarvan het motorrijtuig is gevorderd, aan de colonnecommandant ter hand gesteld. Deze levert dit duplicaat in bij de burgemeester. 7 Staatscourant Het model van de bon wordt door Onze Minister vastgesteld en in debekend gemaakt. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 1 Degene, aan wie de bon ingevolge het voorgaande artikel is uitgereikt, is verplicht deze aan de houder ter hand te stellen. 2 Indien de houder niet zelf rechthebbende op de schadeloosstelling is, is hij verplicht de bon ter hand te stellen aan de rechthebbende op de schadeloosstelling, wiens naam op de bon is vermeld. 3 Zo er meer rechthebbenden op de schadeloosstelling zijn, is de houder verplicht de bon aan die rechthebbende op de schadeloosstelling ter hand te stellen, wiens naam als eerste op de bon is vermeld, en de overige rechthebbenden op de schadeloosstelling daarvan schriftelijk in kennis te stellen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 De burgemeester doet aan de vorderingscommissaris-motorrijtuigen desgevraagd een opgave toekomen van het totale bedrag, hetwelk volgens de door hem ontvangen duplicaat-bonnen aan de rechthebbenden op de schadeloosstelling in zijn gemeente zal moeten worden uitbetaald. 2 De vorderingscommissaris-motorrijtuigen draagt zorg dat de nodige gelden zo spoedig mogelijk aan de gemeente beschikbaar worden gesteld. 3 De burgemeester maakt het tijdstip bekend waarop de uitbetaling zal plaats hebben. 4 De uitbetaling geschiedt door de gemeente, tegen inlevering van de bon, aan de rechthebbenden op de schadeloosstelling, ieder voor zoveel hij recht heeft. 5 Nadat uitbetaling heeft plaats gevonden wordt een afrekening toegezonden aan de vorderingscommissaris-motorrijtuigen, onder medezending van alle ingenomen bonnen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Indien te voorzien is, dat geen openbare middelen van vervoer aanwezig zullen zijn om degenen, die de motorrijtuigen op de plaats van bestemming hebben gebracht, naar hun woonplaats te doen terugkeren, draagt de burgemeester zorg voor de daartoe nodige vervoersmiddelen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 De motorrijtuigen, bestemd voor het in het voorgaande artikel bedoelde vervoer, worden voorzien van een verklaring, afgegeven door de vorderingscommissaris-motorrijtuigen en door deze autoriteit getekend, waarop vermeld wordt dat deze motorrijtuigen niet dan in de uiterste militaire noodzaak op de dag, waarop de algemene vordering van motorrijtuigen plaats heeft, gevorderd mogen worden. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 1 Indien de omstandigheden het niet toelaten dat de terugreis terstond na de aanbieding van de motorrijtuigen geschiedt, treft de colonnecommandant de nodige maatregelen ter voorziening in de behoeften aan voeding en huisvesting van degenen, die de motorrijtuigen op de plaats van bestemming hebben gebracht. 2 Te dien einde stelt hij zich in verbinding met de burgemeester ter plaatse, die zoveel mogelijk zijn bemiddeling verleent. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 1 artikel 61 der wet artikel 76 Indien een algemene vordering van motorrijtuigen in de zin vanplaats heeft, wordt het motorrijtuig in afwijking vanna de aanbieding niet in eigendom overgenomen. 2 De commandant van het onderdeel, waaraan het motorrijtuig is aangeboden, stelt op de desbetreffende lastgeving een verklaring, dat het motorrijtuig op de plaats van bestemming is verschenen. 3 Ter verkrijging van de schadeloosstelling dient de houder binnen veertien dagen na de dag, waarop de proefvordering plaats vond, een declaratie bij de burgemeester in te dienen onder overlegging van de lastgeving, voorzien van de in het voorgaande lid bedoelde verklaring. 4 De burgemeester zendt de declaratie, na deze voor gezien en accoord te hebben getekend, binnen vier weken na de dag, waarop de proefvordering plaats vond, aan de vorderingscommissaris-motorrijtuigen. 5 De vorderingscommissaris-motorrijtuigen draagt zorg, dat de schadeloosstelling zo spoedig mogelijk aan de rechthebbende wordt uitbetaald. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 82a — Artikel 82a#
Artikel 82a 1 artikel 37, tweede lid Wanneer Onze Minister bepaalt, dat een algemene vordering, als bedoeld in, zal plaatsvinden, wordt dit besluit op door Onze Minister te bepalen wijze ter algemene kennis gebracht. Onze Minister kan daarbij bepalen, dat, in het gebied waarop dit besluit betrekking heeft, de burgemeesters zorg dragen, dat het ter algemene kennis wordt gebracht. In het besluit wordt het gebied aangegeven, waarop het besluit betrekking heeft. 2 De burgemeester wijst voor de gevorderde motorrijtuigen een of meer verzamelplaatsen in de gemeente aan. 3 artikelen 63 64 70 tot en met 75 76, vierde, zesde en laatste lid 77 tot en met 81 De,en,enzijn van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 97 artikel 42, tweede lid De waarde van de gevorderde motorrijtuigen wordt na aankomst op de plaats van bestemming en na aanbieding aan het onderdeel waarvoor zij zijn bestemd, vastgesteld door de taxateur op de wijze als inis bepaald en met inachtneming van de hem verstrekte instructie, bedoeld in. De taxateur maakt terzake rapport op. 1966 354 10-05-1966 1966 354 10-05-1966 01-09-1966
Artikel 82b — Artikel 82b#
Artikel 82b Onder roerende zaken in de zin van dit hoofdstuk zijn niet begrepen motorrijtuigen, behoudens die voor mechanisch grondverzet. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82c — Artikel 82c#
Artikel 82c 1 artikelen 36 tot en met 40 van de wet afdelingen 2 tot en met 7 Indien aan een algemene vordering van roerende zaken een voorbereiding, overeenkomstig de, voorafgaat, geschieden die voorbereiding en de algemene vordering met inachtneming van de bepalingen van devan dit hoofdstuk. 2 artikelen 36 tot en met 40 van de wet afdeling 8 Indien aan een algemene vordering van roerende zaken geen voorbereiding, overeenkomstig deis voorafgegaan, geschiedt die vordering met inachtneming van de bepalingen van devan dit hoofdstuk. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82d — Artikel 82d#
Artikel 82d 1 Onze Minister wijst een vorderingscommissaris aan, die met de leiding van de voorbereiding en de uitvoering van de algemene vordering in de zin van dit hoofdstuk is belast. 2 Staatscourant Een aanwijzing, als bedoeld in het eerste lid, wordt in debekend gemaakt. 1966 354 10-05-1966 1966 354 10-05-1966 01-09-1966
Artikel 82e — Artikel 82e#
Artikel 82e Degene op wie krachtens de bepalingen van dit hoofdstuk de verplichting tot bekendmaking rust, zal ook met andere dan de in de betreffende bepalingen genoemde middelen, welke hem ten dienste staan, de bekendmaking bevorderen. 1966 354 10-05-1966 1966 354 10-05-1966 01-09-1966
Artikel 82f — Artikel 82f#
Artikel 82f 1 Alvorens Onze Minister een besluit neemt tot het voorbereiden of doen voorbereiden van een algemene vordering van roerende zaken, pleegt hij overleg met Onze Minister van Economische Zaken en voorzover het zaken betreft, met betrekking tot welke aan een Onzer overige Ministers een bijzondere bevoegdheid is gegeven, ook met deze. 2 In het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt de aard van de te vorderen zaken aangegeven. 3 Staatscourant Het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt in debekend gemaakt. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82g — Artikel 82g#
Artikel 82g 1 Indien de gegevens, welke Onze Minister nodig heeft voor de registratie van de zaken waaromtrent hij een algemene vordering wenst voor te bereiden of te doen voorbereiden, niet verschaft kunnen worden door Onze Minister van Economische Zaken of een van Onze overige Ministers, aan wie met betrekking tot de zaken een bijzondere bevoegdheid is gegeven, brengt Onze eerstgenoemde Minister ter algemene kennis, dat de inwoners de nodige gegevens moeten verschaffen. Indien de verplichting tot het verschaffen van gegevens beperkt kan blijven tot een gering aantal inwoners, kan de algemene kennisgeving vervangen worden door een persoonlijke kennisgeving aan de betrokkenen. 2 Staatscourant De algemene kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt door publikatie in deen indien Onze Minister zulks wenselijk oordeelt ook in de vakbladen. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82h — Artikel 82h#
Artikel 82h 1 artikel 82g Een ieder, die ten tijde van een hem betreffende kennisgeving, als bedoeld in, de daarin vermelde zaken produceert, importeert of doorgaans in voorraad heeft in hoeveelheden daarin vermeld, is verplicht, binnen twee maanden na dagtekening van de kennisgeving, een registratieformulier volledig en naar waarheid in te vullen en ten gemeentehuize van de gemeente, waar de zaken zich als regel bevinden, in te leveren. 2 Eenzelfde verplichting bestaat voor een ieder die na een algemene kennisgeving de daarin genoemde zaken in de daarbij vermelde hoeveelheden gaat produceren, importeren of in voorraad houden; hij dient alsdan binnen veertien dagen nadat de produktie of de import begonnen is of een begin gemaakt is met het aanleggen van de voorraad, aan de verplichting te voldoen. 3 De autoriteit of de instantie bij welke de registratieformulieren verkrijgbaar zijn wordt in de kennisgeving vermeld. 4 De burgemeester zendt de ingeleverde registratieformulieren zo spoedig mogelijk toe aan de vorderingscommissaris, met dien verstande, dat de toezending van de krachtens het eerste lid ingeleverde formulieren eerst na afloop van de in dat lid genoemde termijn geschiedt. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82i — Artikel 82i#
Artikel 82i 1 De vorderingscommissaris bepaalt of de keuring wordt gehouden ter plaatse waar de zaken zich bevinden, dan wel aan de hand van toegezonden monsters. 2 Bij eenzelfde inwoner zal ten aanzien van dezelfde soort zaken niet meer dan twee maal per jaar een keuring als bedoeld in het eerste lid worden gehouden. 3 artikel 82o, eerste lid, sub f Met afwijking van het gestelde in het tweede lid, kan een keuring plaats hebben na ontvangst van een mededeling als bedoeld in. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82j — Artikel 82j#
Artikel 82j 1 Indien de vorderingscommissaris bepaalt dat de keuring zal worden gehouden ter plaatse waar de zaken zich bevinden, zendt hij tenminste twee maal vier en twintig uur van te voren daarvan schriftelijk bericht aan degenen, aan wie de te keuren zaken in eigendom toebehoren dan wel aan degenen die deze zaken onder zich hebben. 2 De personen, die de vorderingscommissaris heeft aangewezen tot het verrichten van de keuring ter plaatse waar de zaken zich bevinden, zijn door hem voorzien van een schriftelijke, door hem gedagtekende en ondertekende algemene opdracht. Zij zijn bevoegd de voorraden op te nemen en inzage te nemen in de administratieve bescheiden en boeken welke een inzicht verschaffen in de omvang van de produktie, de import, de aflevering en de aanwezige voorraden. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82k — Artikel 82k#
Artikel 82k 1 Indien de vorderingscommissaris bepaalt dat de keuring geschiedt aan de hand van toegezonden monsters, zijn degenen, die de zaken produceren, importeren of in voorraad hebben, verplicht op verzoek van de vorderingscommissaris een monster daarvan aan hem toe te zenden. 2 De vorderingscommissaris bepaalt de omvang van het monster en de termijn binnen welke het toegezonden moet worden. 3 De waarde van het monster - zo dit behouden wordt - alsmede de kosten van verzending worden desgevraagd vergoed. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82l — Artikel 82l#
Artikel 82l 1 Staatscourant De vorderingscommissaris wijst de inwoners aan, van wie zaken gevorderd zullen worden, door toezending van een lastgeving vermeldende de aard en de hoeveelheden der zaken die bij vordering moeten worden afgeleverd, alsmede de plaats waar en het uur waarop dit moet geschieden. Het model van de lastgeving wordt door Onze Minister vastgesteld en in debekend gemaakt. 2 artikel 82f, eerste lid Afschrift van deze lastgeving zendt de vorderingscommissaris aan de burgemeester van de plaats, waar de in de lastgeving bedoelde zaken zich als regel bevinden, terwijl aan de in, bedoelde Ministers bericht wordt gezonden onder vermelding van de gegevens welke op de lastgeving voorkomen. 3 De lastgeving kan vergezeld zijn van nadere instructies en bescheiden. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82m — Artikel 82m#
Artikel 82m 1 artikel 82l Degene, die van de vorderingscommissaris een lastgeving als bedoeld inheeft ontvangen, kan binnen een maand na dagtekening van deze lastgeving, indien hij van oordeel is dat de in de lastgeving vermelde zaken in geval van buitengewone omstandigheden, welke gevaar opleveren voor de uit- of inwendige veiligheid van de Staat, voor de uitoefening van zijn bedrijf of beroep onmisbaar zijn, een met redenen omkleed verzoekschrift tot vrijstelling door tussenkomst van de burgemeester van de gemeente, waar de zaken zich als regel bevinden, bij de vorderingscommissaris indienen. 2 De burgemeester voorziet het verzoekschrift, alvorens het door te zenden, van zijn advies. 3 De vorderingscommissaris stelt het model van het verzoekschrift vast en verstrekt het aan de burgemeester ter inzage voor de inwoners. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82n — Artikel 82n#
Artikel 82n 1 artikel 82f De vorderingscommissaris beslist in hoogste aanleg op het verzoek om vrijstelling en geeft van zijn beslissing schriftelijk kennis aan de houder, aan de burgemeester en aan de Ministers bedoeld in. 2 Zo de beslissing inhoudt een vrijstelling van de algemene vordering, dient de houder daarop onverwijld de ontvangen lastgeving in te leveren bij de burgemeester. Zolang dit laatste niet heeft plaats gehad blijft de lastgeving van kracht. 1966 354 10-05-1966 1966 354 10-05-1966 01-09-1966
Artikel 82o — Artikel 82o#
Artikel 82o 1 artikel 82l, eerste lid Ieder die ingevolge, een lastgeving heeft ontvangen is - voorzover het betreft de in de lastgeving bedoelde zaken - verplicht binnen acht dagen mededeling te doen aan de vorderingscommissaris: a. wanneer de onderneming, die de zaken produceert, importeert of in voorraad heeft, in andere handen overgaat; b. wanneer de produktie of de import van de zaken blijvend dan wel tijdelijk gedurende langer dan een maand stopgezet wordt; c. wanneer in de hoeveelheid der te produceren of te importeren zaken een blijvende verandering komt dan wel een tijdelijke verandering, welke langer dan een maand duurt; d. wanneer in de doorgaans aanwezige voorraad een blijvende verandering komt dan wel een tijdelijke verandering, welke langer dan een maand duurt; e. wanneer het produktieapparaat geheel of ten dele, door welke omstandigheid ook, teniet gaat; f. wanneer in de aard en de specificatie, zoals die in de lastgeving omschreven zijn, een blijvende verandering komt dan wel een tijdelijke verandering, welke langer dan een maand duurt; g. wanneer zijn adres of de plaats, waar de zaken zich als regel bevinden, gewijzigd wordt. 2 a Bij de in het eerste lid ondergenoemde mededeling dienen tevens de naam, de woonplaats en het adres van de nieuwe ondernemer te worden vermeld. 3 De vorderingscommissaris kan bepalen, dat in geval van wijzigingen als bedoeld in het eerste lid, welke bepaalde door hem vastgestelde grenzen niet overschrijden, geen mededeling behoeft te worden gedaan. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82p — Artikel 82p#
Artikel 82p artikel 82l, tweede lid artikel 82o De vorderingscommissaris zendt de in, bedoelde autoriteiten bericht, indien tengevolge van de krachtensgedane mededeling de lastgeving gewijzigd of ingetrokken wordt. 1966 354 10-05-1966 1966 354 10-05-1966 01-09-1966
Artikel 82q — Artikel 82q#
Artikel 82q 1 Wanneer Onze Minister bepaalt, dat een algemene vordering van roerende zaken zal worden gehouden, wordt dit besluit door de zorg van de burgemeesters ter openbare kennis gebracht. 2 artikel 82l, eerste lid De burgemeester herinnert voorts, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling, de inwoners aan wie een lastgeving ingevolge, is toegezonden, aan hun verplichting de voor de vordering aangewezen goederen af te leveren op de in de lastgeving vermelde plaats en tijd. 3 De openbare kennisgeving is rechtens een voldoende oproeping, onverschillig of de in het tweede lid bedoelde persoonlijke herinnering de inwoners aan wie een lastgeving is uitgereikt al dan niet heeft bereikt. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82r — Artikel 82r#
Artikel 82r 1 artikel 82l, eerste lid De inwoners aan wie een lastgeving ingevolge, is toegezonden, zijn verplicht de in de lastgeving vermelde zaken af te leveren of te doen afleveren op de in de openbare kennisgeving vermelde dag en op de plaats en het uur, in de lastgeving vermeld. De toegezonden lastgeving dient medegebracht te worden. 2 De werknemer die in dienst is van degene aan wie de lastgeving is toegezonden, is, indien laatstbedoelde persoon hem daartoe opdracht geeft, verplicht er aan mede te werken dat aan de vordering kan worden voldaan. 3 Bij gebreke van een opdracht, als bedoeld in het tweede lid, kan een zodanige opdracht door de burgemeester of een militaire autoriteit worden gegeven. 4 De in het tweede en derde lid bedoelde opdracht wordt zo mogelijk verstrekt aan die werknemer die daarvoor het meest in aanmerking komt. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82s — Artikel 82s#
Artikel 82s 1 artikel 82r, tweede lid Indien de werknemer weigert te voldoen aan een opdracht als bedoeld in, dient de werkgever daarvan terstond mondeling, zo mogelijk telefonisch, kennis te geven aan de burgemeester. 2 artikel 82r, derde lid De burgemeester treft alsdan maatregelen opdat zo spoedig mogelijk een opdracht, als bedoeld in, wordt verstrekt. 3 De burgemeester geeft van het een en ander zo spoedig mogelijk telefonisch bericht aan de commandant van het onderdeel of de dienst waarvoor de zaken bestemd zijn. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82t — Artikel 82t#
Artikel 82t artikel 82l, eerste lid De inwoners aan wie een lastgeving ingevolge, is toegezonden, zijn verplicht zorg te dragen dat de in de lastgeving vermelde zaken bij aflevering voor direct gebruik gereed zijn. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82u — Artikel 82u#
Artikel 82u De commandant van het onderdeel of de dienst waarvoor de gevorderde zaken bestemd zijn, controleert aan de hand van de hem verstrekte gegevens de hoedanigheid en de hoeveelheid van de ter aflevering aangeboden zaken. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82v — Artikel 82v#
Artikel 82v 1 voorgaande artikel Indien uit de in hetbedoelde controle blijkt dat de hoedanigheid van de ter aflevering aangeboden zaken of van een gedeelte daarvan niet overeenstemt met de daaromtrent aan de commandant verstrekte gegevens of indien daaraan twijfel bestaat, deelt hij zulks mede aan degene die de zaken ter aflevering aanbiedt. 2 Indien de commandant de ter aflevering aangeboden zaken niet aanvaardt, kan hij - zo het militair belang zich daartegen niet verzet - degene van wie gevorderd is, alsnog in de gelegenheid stellen tot aflevering van zaken van de in de lastgeving omschreven hoedanigheid binnen een door hem te bepalen tijd. 3 In het geval bedoeld in het tweede lid is de commandant gerechtigd de ter aflevering aangeboden zaken onder zijn berusting te houden totdat de aflevering van zaken van de in de lastgeving omschreven hoedanigheid heeft plaats gehad. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82w — Artikel 82w#
Artikel 82w 1 artikel 82u Indien uit de inbedoelde contrôle blijkt, dat de hoeveelheid van de ter aflevering aangeboden zaken geringer is dan de hoeveelheid welke vermeld is in de aan de commandant verstrekte gegevens, deelt hij dit mede aan degene die de zaken ter aflevering aanbiedt. 2 Indien het militaire belang zich daartegen niet verzet, kan de commandant degene van wie gevorderd is, alsnog in de gelegenheid stellen tot aflevering van de ontbrekende zaken binnen een door hem te bepalen tijd. 3 De afgeleverde hoeveelheid blijft onder berusting van de commandant. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82x — Artikel 82x#
Artikel 82x artikelen 82v 82w Onverminderd het bepaalde in deenkan de commandant of de burgemeester van de gemeente, waar de gevorderde zaken zich bevinden, namens Onze Minister, waar met betrekking tot de gevorderde goederen bestuursdwang toepassen. 1997 702 23-12-1997 15-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Aanpassingswet derde tranche Awb I in
werking treedt.
Artikel 82y — Artikel 82y#
Artikel 82y 1 artikel 82u artikel 82x Indien uit de inbedoelde contrôle blijkt dat aan de vordering is voldaan, vult de commandant de desbetreffende verklaring van ontvangst, voorkomende op de lastgeving, volledig in en reikt deze daarna uit aan degene, die de zaken afgeleverd heeft. Hetzelfde geschiedt indien de op de lastgeving vermelde zaken ingevolgein bezit genomen zijn. Voorts zendt hij terstond na de ontvangst der zaken een afschrift van de verklaring van ontvangst aan de burgemeester van de gemeente, waar de gevorderde zaken zich bevonden. Indien aan de vordering slechts ten dele is voldaan dan wel zaken van een andere specificatie, dan in de lastgeving vermeld, zijn afgeleverd en aanvaard, vermeldt de commandant dit op de verklaring van ontvangst en op het afschrift daarvan. 2 Degene, aan wie de verklaring van ontvangst is uitgereikt, is verplicht deze aan degene van wie gevorderd is, ter hand te stellen. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 82z — Artikel 82z#
Artikel 82z 1 artikel 82c, tweede lid Wanneer Onze Minister bepaalt, dat een algemene vordering, als bedoeld in, zal plaatsvinden wordt dit besluit op door Onze Minister te bepalen wijze ter algemene kennis gebracht. Daarbij worden de aard der zaken en het gebied, waarop het besluit betrekking heeft, aangegeven. 2 De burgemeester wijst voor de gevorderde zaken een of meer verzamelplaatsen in de gemeente aan. 3 De werknemer die in dienst is van een inwoner tot wie de algemene vordering is gericht, is, indien laatstbedoelde persoon hem daartoe opdracht geeft, verplicht er aan mede te werken, dat aan de vordering kan worden voldaan. 4 artikelen 82m 82n 82r, derde en vierde lid 82s De,,, enzijn van overeenkomstige toepassing. 5 De inwoners tot wie de algemene vordering is gericht, zijn verplicht zorg te dragen dat de van hen gevorderde zaken bij aflevering voor direct gebruik gereed zijn. 6 De commandant van het onderdeel of de dienst waarvoor de gevorderde goederen bestemd zijn, dan wel de burgemeester kan, namens Onze Minister, met betrekking tot de gevorderde goederen bestuursdwang toepassen. 7 Het overnemen van de zaken geschiedt tegen contante betaling, dan wel, indien zulks niet mogelijk is, tegen afgifte van een bon, bevattende een verklaring, dat de zaken in eigendom door de Staat zijn overgenomen, onder vermelding van de waarde, waarop zij door de commandant van het onderdeel of de dienst waarvoor zij zijn bestemd, zijn geschat. Degene aan wie de betaling is gedaan dan wel de bon is uitgereikt, is verplicht deze ter hand te stellen aan degene van wie gevorderd is. Een afschrift van de bon wordt toegezonden aan de vorderingscommissaris die onverwijld zorg draagt dat de nodige gelden aan de gemeente beschikbaar worden gesteld. 1997 702 23-12-1997 15-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Aanpassingswet derde tranche Awb I in
werking treedt.
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 1 De schadeloosstelling voor het voldoen aan een vordering krachtens de wet wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk. 2 Voor zover bij de volgende bepalingen van dit hoofdstuk geen bijzondere of afwijkende regelen zijn gegeven, wordt de schadeloosstelling vastgesteld op het geldelijk nadeel hetwelk is ontstaan als rechtstreeks gevolg van de vordering. 3 De schadeloosstelling, welke krachtens de bepalingen van dit hoofdstuk is vastgesteld, kan worden verminderd, indien en voor zover de rechthebbende op de schadeloosstelling redelijkerwijs de mogelijkheid heeft gehad de schade te beperken. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 1 De schadeloosstelling voor het voldoen aan een vordering in eigendom van een roerende zaak wordt vastgesteld op een bedrag, gelijk aan de vervangingswaarde op het tijdstip van de vordering. 2 Onder vervangingswaarde wordt verstaan de aanschaffingsprijs van een soortgelijke zaak in dezelfde staat op het tijdstip van de vordering. Indien geen zodanige aanschaffingsprijs van de zaak bekend is, wordt de vervangingswaarde bepaald op de nieuwprijs van de zaak op het tijdstip van de vordering, verminderd met een redelijke afschrijving welke gebaseerd is op de levensduur van de zaak. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 De schadeloosstelling voor het voldoen aan een vordering in gebruik van een roerende zaak wordt, naar reden van de tijdsduur, vastgesteld op het bedrag van een redelijke afschrijving op de nieuwprijs van de zaak op het tijdstip van de vordering, welke afschrijving gebaseerd is op de levensduur van de zaak. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 1 Indien de vordering betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk gebruik van woonhuizen, wordt de schadeloosstelling vastgesteld op een evenredig bedrag van de huurwaarde in de zin van de artikelen 7 en 8 van de Wet op de personele belasting 1950. 2 In het geval, bedoeld in het voorgaande lid, worden op de schadeloosstelling in mindering gebracht de kosten van het onderhoud, hetwelk krachtens de bepalingen inzake huur en verhuur van het Burgerlijk Wetboek ten laste van de verhuurder komt, indien en voor zover bij gebreke van een zodanig onderhoud door degene, van wie gevorderd is, dit is geschied door de gebruiker. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 artikelen 85 86 De tengevolge van het gebruik ontstane buitengewone waardevermindering van een zaak, bedoeld in deen, wordt vergoed. 2 artikelen 85 86 De in deenbedoelde schadeloosstelling wordt alsdan doorbetaald over de termijn, welke redelijkerwijs nodig is voor het herstel van de buitengewone waardevermindering, voorzover dit herstel plaats vindt en dientengevolge het gebruik van de zaak belemmerd wordt. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 artikel 84 Indien een roerende zaak tengevolge van het gebruik verloren gaat, wordt de schadeloosstelling vastgesteld overeenkomstig, onder aftrek van hetgeen reeds als schadeloosstelling voor het gebruik en voor buitengewone waardevermindering is ontvangen. 2 artikel 84 Indien een onroerende zaak tengevolge van het gebruik verloren gaat, wordt de schadeloosstelling vastgesteld met overeenkomstige toepassing van, onder aftrek van hetgeen reeds in de schadeloosstelling voor het gebruik als afschrijving, alsmede van hetgeen voor buitengewone waardevermindering is ontvangen. 3 Indien een in gebruik gevorderd onroerende zaak door brand verloren gaat, wordt - voorzover niet uit andere hoofde aanspraken op vergoeding van de geleden schade geldend gemaakt kunnen worden - de in het voorgaande lid bedoelde schadeloosstelling verleend, tenzij de gebruiker bewijst dat de brand niet aan zijn schuld te wijten is. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 artikel 3 der wet De vergoeding voor het voldoen aan een vordering tot het verrichten van enkele diensten, bedoeld in, wordt vastgesteld op het daarvoor algemeen geldende tarief. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 De vergoeding voor het voldoen aan een vordering van een transport wordt vastgesteld op het daarvoor algemeen geldende tarief. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 De kosten, welke degene die aan een vordering heeft voldaan als rechtstreeks en onvermijdelijk gevolg van de vordering heeft moeten maken, worden boven de in de voorgaande artikelen bedoelde schadeloosstelling, voorzover zij geacht kunnen worden niet daarin begrepen te zijn, vergoed. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 1 Indien tengevolge van het voldoen aan een vordering de exploitatie van een bedrijf of de zelfstandige uitoefening van een beroep wordt belet of belemmerd, wordt een schadeloosstelling verleend wegens bedrijfsschade. 2 De in het voorgaande lid bedoelde schadeloosstelling wordt vastgesteld op het verschil tussen de als rechtstreeks en onvermijdelijk gevolg van de vordering gederfde bruto-opbrengsten van het bedrijf of bruto-inkomsten uit het beroep en de tengevolge van de vordering weggevallen kosten. 3 Bij de vaststelling van het bedrag, bedoeld in het voorgaande lid, wordt rekening gehouden met hetgeen reeds krachtens de overige artikelen van dit hoofdstuk is ontvangen. 4 Het bedrag, hetwelk overeenkomstig het tweede lid is vastgesteld, kan worden verminderd, indien en voorzover degene, aan wie uiteindelijk - hetzij middellijk, hetzij onmiddellijk - de schadeloosstelling geheel of gedeeltelijk ten goede komt, redelijkerwijs de mogelijkheid heeft gehad door het verrichten van andere werkzaamheden of anderszins de schade te beperken. 5 Onder bedrijf in de zin van dit artikel wordt verstaan een zelfstandige, duurzaam bedoelde organisatie of een samenstel van bedrijfs-economisch samenhangende duurzaam bedoelde organisaties, regelmatig en openlijk aan het economisch verkeer deelnemende door het verstrekken van zaken of het verrichten van diensten, met het oogmerk winst te behalen dan wel met het doel zoveel mogelijk de baten en lasten met elkander in evenwicht te houden. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Bij de vaststelling van de schadeloosstelling worden de van overheidswege gegeven prijsvoorschriften in acht genomen. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Onze Minister is bevoegd van de bepalingen van dit hoofdstuk, behoudens het voorgaande artikel, af te wijken in gevallen, waarin blijkt dat de toepassing van die bepalingen tot uitkomsten leidt welke aanzienlijk verschillen van het bedrag der werkelijk geleden schade. Alsdan wordt de schadeloosstelling vastgesteld op het geldelijk nadeel hetwelk is ontstaan als rechtstreeks gevolg van de vordering. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 1 artikel 11 eerste lid van artikel 44 der wet Aan de tarieven, welke Onze Minister ingevolge het derde lid vanen hetvaststelt, dienen de bepalingen van de eerste afdeling van dit hoofdstuk ten grondslag te liggen, met dien verstande dat bij de vaststelling wordt uitgegaan van krachtens de wet gedane verstrekkingen van deugdelijke hoedanigheid en normale aard. 2 artikel 91 In de tarieven is niet begrepen een schadeloosstelling voor bedrijfsschade en buitengewone waardevermindering, noch een vergoeding van de kosten, bedoeld in, tenzij het tegendeel is vermeld. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 1 artikelen 84 85 De afschrijvingspercentages, bedoeld in deen, worden, voorzover zij betrekking hebben op motorrijtuigen, door Onze Minister vastgesteld na overleg met de daarvoor in aanmerking komende organen van het bedrijfsleven. 2 Staatscourant De in het voorgaande lid bedoelde afschrijvingspercentages worden door de zorg van Onze Minister in debekend gemaakt. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 artikel 48 der wet artikel 53 artikel 82a, vierde lid artikel 84 De schadeloosstelling, bedoeld in, wordt, voorzover deze betrekking heeft op motorrijtuigen, aan de hand van de gegevens van het rapport, bedoeld indan wel, met overeenkomstige toepassing vanvastgesteld op de vervangingswaarde op het tijdstip van de taxatie. 1966 354 10-05-1966 1966 354 10-05-1966 01-09-1966
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 1 derde zevende afdeling van het vierde hoofdstuk artikel 61 der wet Indien de houder van een motorrijtuig tengevolge van de maatregelen, bedoeld in deenvan dit besluit, dan wel ten gevolge van een algemene vordering van motorrijtuigen in de zin van, schade heeft geleden, wordt hem een schadeloosstelling verleend overeenkomstig een daarvoor door Onze Minister vastgesteld tarief. 2 Dit tarief omvat een vergoeding voor het aantal verreden kilometers en een vergoeding gebaseerd op het loon van een bestuurder van een motorrijtuig. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 98a — Artikel 98a#
Artikel 98a i Indien tengevolge van een keuring ter plaatse waar de zaken zich bevinden, als bedoeld in artikel 82, eerste lid, schade is geleden, wordt op een daartoe strekkend verzoek een schadeloosstelling verleend. Zo Onze Minister te dier zake een tarief heeft vastgesteld, wordt de schadeloosstelling vastgesteld overeenkomstig dat tarief. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 artikel 30 onder a en b van de wet De als rechtstreeks en onvermijdelijk gevolg van de maatregelen, bedoeld in, geleden schade en gemaakte kosten worden vergoed. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 Indien de burgemeester, dan wel de persoon die hem vervangt, optredend ter uitvoering van een hem bij dit besluit opgedragen taak, zich buiten zijn gemeente moet begeven, worden de noodzakelijk gemaakte reis- en verblijfkosten vergoed. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 artikelen 79 81 De ingevolge deennoodzakelijk gemaakte kosten worden vergoed. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 artikel 25 De kosten, welke de gemeente ingevolgeheeft gemaakt, worden vergoed. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 vierde lid van artikel 11 der wet De vaststelling van de schadeloosstelling ingevolge hetgeschiedt door de burgemeester met inachtneming van de bepalingen van dit hoofdstuk, met dien verstande dat schadeloosstellingen terzake van bedrijfsschade, welke meer bedragen dan een bedrag naar reden van € 2 270 per jaar, voorafgaande goedkeuring van Onze Minister behoeven. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 derde lid van artikel 44 der wet De vaststelling en uitkering van de schadeloosstelling ingevolge hetgeschiedt, voorzover zij niet strekt tot vergoeding van geleden bedrijfsschade, door daartoe door Onze Minister aangewezen officieren. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 1 derde lid van artikel 44 der wet De vaststelling en uitkering van de schadeloosstelling ingevolge hetgeschiedt, voorzover zij strekt tot vergoeding van geleden bedrijfsschade, door Onze Minister. 2 Vervallen. 3 Onze Minister is bevoegd de vaststelling en uitkering van de schadeloosstelling, bedoeld in het eerste lid, op te dragen aan de in het voorgaande artikel bedoelde officieren, tenzij de schadeloosstelling meer bedraagt dan een bedrag naar reden van € 2 270 per jaar. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 Vervallen 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 artikelen 91 99 Ter verkrijging van een schadeloosstelling voor bedrijfsschade of buitengewone waardevermindering, dan wel ter verkrijging van een vergoeding, bedoeld in deen, dient de rechthebbende een verzoekschrift te richten tot Onze Minister. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 1 artikel 98 artikel 82 Ter verkrijging van de schadeloosstelling, bedoeld in, dient de houder van het motorrijtuig, behoudens het bepaalde bij, een declaratie in bij een door Onze Minister aangewezen autoriteit. 2 De uitbetaling van de schadeloosstelling geschiedt door de gemeente. 3 Onze Minister draagt zorg dat aan de gemeente de nodige gelden beschikbaar worden gesteld. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 108a — Artikel 108a#
Artikel 108a 1 artikel 82l Ter verkrijging van schadeloosstelling terzake van vordering van roerende zaken in eigendom levert degene van wie gevorderd is, indien aan de vordering is voldaan krachtens een lastgeving als bedoeld in, de lastgeving, voorzien van de volledig ingevulde verklaring van ontvangst in ten gemeentehuize van de gemeente waar de gevorderde zaken zich bevonden. 2 De burgemeester doet nagaan of de op de lastgeving voorkomende verklaring van ontvangst volledig is ingevuld en of de lastgeving en de daarop voorkomende verklaring van ontvangst overeenstemmen met het in zijn bezit zijnde afschrift van de lastgeving en het hem door de commandant toegezonden afschrift van de verklaring van ontvangst. In geval van overeenstemming, vult hij zowel op het origineel als op het afschrift van de lastgeving de akkoordverklaring in. Stemmen de gegevens niet overeen dan bericht hij zulks aan de commandant. 3 Na invulling van de akkoordverklaring worden het originele exemplaar van de lastgeving met de daaraan gehechte verklaring van ontvangst aan degene van wie gevorderd is teruggegeven en het afschrift toegezonden aan de vorderingscommissaris. 4 De vorderingscommissaris stelt zo spoedig mogelijk orde op de uitbetaling der schadeloosstelling. 5 Uitbetaling van de schadeloosstelling geschiedt tegen inlevering van het volledig ingevulde originele exemplaar van de lastgeving. Indien het originele exemplaar van de lastgeving in het ongerede is geraakt, kan uitbetaling plaatsvinden tegen inlevering van het afschrift nadat daarop van de reden van het in ongerede raken is melding gemaakt. 6 De in ontvangst genomen lastgeving en het door de burgemeester toegezonden afschrift daarvan worden door de zorg van de vorderingscommissaris ongeldig gestempeld. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 108b — Artikel 108b#
Artikel 108b artikel 82z zevende lid van dat artikel De schadeloosstelling ter zake van vordering van roerende zaken in eigendom, welke heeft plaatsgehad met toepassing vanen zonder contante betaling, wordt aan degene van wie gevorderd is uitgekeerd ten gemeentehuize van de gemeente waar de gevorderde zaken zijn ingeleverd, tegen inlevering van de in hetbedoelde bon. 1997 339 29-07-1997 25-06-1997 1997 454 16-10-1997 23-09-1997 17-10-1997
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 1 Indien een schadeloosstelling voor het voldoen aan een vordering niet binnen een redelijke termijn is uitbetaald, wordt vanaf de datum, waarop deze termijn is verstreken, een rentevergoeding over het bedrag der schadeloosstelling gegeven van 4% per jaar. 2 Als redelijke termijn, bedoeld in het eerste lid, geldt: a. bij een schadeloosstelling waarvoor een tarief is voorgeschreven: drie maanden na het voldoen aan de vordering; b. bij een schadeloosstelling waarvoor geen tarief is voorgeschreven: zes maanden na het voldoen aan de vordering. 3 Bij een schadeloosstelling, waarvoor het indienen van een verzoekschrift is voorgeschreven, begint de in het tweede lid bedoelde termijn te lopen vanaf de datum van de indiening van het verzoekschrift, met dien verstande dat bij een schadeloosstelling voor geleden bedrijfsschade als redelijke termijn geldt: een jaar. 4 Indien het betreft schadeloosstellingen, welke in gelijke maandelijkse of andere termijnen worden uitbetaald, geldt, na verloop van de in het tweede en derde lid genoemde termijnen, voor iedere volgende uitbetaling als redelijke termijn: een maand. 5 De rentevergoeding wordt niet gegeven indien en voorzover de te late uitkering is te wijten aan gemis aan medewerking van de rechthebbende of aan overmacht. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. de getroffene: degene die, als gevolg van het voldoen aan een vordering krachtens de wet of de medewerking aan het voldoen, tijdelijk of blijvend verminderd arbeidsgeschikt is geworden; b. de overledene: degene die, als gevolg van het voldoen aan een vordering krachtens de wet of de medewerking aan het voldoen, overleden is; c. de nabestaande: elk der personen, bedoeld in de artikelen 36 en 37 van de Pensioenwet voor de landmacht 1922; d. de inkomsten: de inkomsten welke de getroffene of de overledene uit de eigen arbeid rechtmatig genoot, met inbegrip van de in verband daarmede regelmatig toegevallen baten. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 1 Ten laste van het Rijk wordt, naar regelen en onder voorwaarden bij of krachtens de bepalingen van dit hoofdstuk gesteld, aan de getroffene of de nabestaanden een uitkering toegekend. 2 De in het eerste lid bedoelde uitkering is een tijdelijke in het geval van verminderde arbeidsgeschiktheid voor de duur van de verminderde arbeidsgeschiktheid, doch uiterlijk tot aan het tijdstip waarop vastgesteld is dat de verminderde arbeidsgeschiktheid van blijvende aard is. 3 De in het eerste lid bedoelde uitkering is een voortdurende in het geval van verminderde arbeidsgeschiktheid, vanaf het tijdstip waarop vastgesteld is dat de verminderde arbeidsgeschiktheid van blijvende aard is, en in het geval van overlijden. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 112 — Artikel 112#
Artikel 112 Geen uitkering zal worden toegekend voor zover de getroffene of de overledene een zodanige wijze van voldoening aan de vordering of vorm van medewerking heeft gekozen, dat daardoor onevenredige of nodeloze risico's geschapen zijn. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 1 artikel 111 Een tijdelijke uitkering krachtensheeft alleen plaats indien en voor zover de getroffene tengevolge van de verminderde arbeidsgeschiktheid schade lijdt door gehele of gedeeltelijke derving van inkomsten. 2 Onze Minister stelt de tijdelijke uitkering vast, met dien verstande dat de uitkering niet mag worden vastgesteld op een bedrag hoger dan naar reden van € 2 178,15 per jaar. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 1 voorgaande artikel De ingevolge hetvastgestelde uitkering kan te allen tijde worden herzien, indien het Onze Minister mocht blijken dat de vaststelling op grond van onjuiste gegevens is geschied. 2 voorgaande artikel Indien mocht blijken dat terzake van een uitkering, bedoeld in het, teveel is uitbetaald, heeft geen terugvordering plaats tenzij zulks aan onjuiste opgaven van de getroffene is te wijten. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 115 — Artikel 115#
Artikel 115 Onze Minister is bevoegd de tijdelijke uitkering geheel of ten dele niet te verlenen, indien de getroffene: a. weigert of nalaat inlichtingen te verschaffen, welke door Onze Minister nodig worden geoordeeld ter vaststelling van de tijdelijke uitkering; b. weigert of nalaat zich te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek of geneeskundige contrôle, door Onze Minister nodig geoordeeld ter vaststelling van de mate van zijn verminderde arbeidsgeschiktheid; c. weigert of nalaat zich voor observatie op te laten nemen in een ziekeninrichting, indien Onze Minister zulks nodig oordeelt ter vaststelling van de mate van zijn verminderde arbeidsgeschiktheid; d. weigert of nalaat zich voor geneeskundige behandeling - uitgezonderd operatief ingrijpen - op te laten nemen in een ziekeninrichting, indien Onze Minister dit nodig oordeelt; e. zich schuldig maakt aan gedragingen waardoor zijn genezing wordt belemmerd. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 116 — Artikel 116#
Artikel 116 1 Een voortdurende uitkering wordt vastgesteld naar dezelfde regelen en maatstaven als die, waarnaar krachtens de bepalingen van de Pensioenwet voor de landmacht 1922 aan dienstplichtige militairen der Koninklijke Landmacht of hun nabestaanden een pensioen kan worden toegekend. 2 De bepalingen van de Pensioenwet voor de landmacht 1922, alsmede de uitvoeringsbepalingen van die wet zijn in daartoe leidend geval ten deze van overeenkomstige toepassing. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 117 — Artikel 117#
Artikel 117 1 de wet Ten laste van het Rijk komen de kosten van noodzakelijke genees- en heelkundige behandeling van de getroffene terzake van tijdelijke of blijvende vermindering van arbeidsgeschiktheid als gevolg van het voldoen aan een vordering krachtensof de medewerking aan het voldoen, alsmede de redelijke kosten van lijkbezorging van de overledene, welke ten laste van de nabestaanden zouden komen. 2 Onder geneeskundige behandeling worden mede begrepen: tandheelkundige behandeling, verpleging in een ziekeninrichting, ziekenvervoer, alsmede verstrekking van genees- en verbandmiddelen en medische kunst- of hulpmiddelen. 3 De kosten, bedoeld in het eerste lid, komen niet ten laste van het Rijk, indien en voor zover uit hoofde van een wettelijke of andere algemene regeling aanspraken op genees- en heelkundige behandeling of op vergoeding van de daaraan verbonden kosten geldend gemaakt kunnen worden. 4 artikel 112 Het inten aanzien van de uitkering bepaalde is eveneens van toepassing op de kosten, bedoeld in het eerste lid van dit artikel. 5 Ten aanzien van de genees- en heelkundige behandeling kan Onze Minister in voorkomende gevallen bepalen, dat deze wordt verleend door de militair geneeskundige dienst. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 118 — Artikel 118#
Artikel 118 De Inspecteurs van 's Rijksbelastingen verschaffen de inlichtingen, welke Onze Minister nodig heeft voor de uitvoering van de bepalingen van dit besluit. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 119 — Artikel 119#
Artikel 119 Stb. Het Koninklijk besluit van 10 November 1892,253, wordt ingetrokken. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 120 — Artikel 120#
Artikel 120 Stb. De verplichtingen, welke op grond van de artikelen 43 M-71 M van het Koninklijk besluit van 10 November 1892,253, zijn opgelegd, blijven van kracht totdat zij zijn vervangen door de verplichtingen krachtens het vierde hoofdstuk van dit besluit, dan wel zijn ingetrokken. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 121 — Artikel 121#
Artikel 121 afdelingen 3-7 van het vierde hoofdstuk artikel 62 artikel 61 der wet Indien na de inwerkingtreding van dit besluit de maatregelen, bedoeld in de, nog niet zijn getroffen, kan niettemin een algemene vordering van motorrijtuigen in de zin vanplaats vinden, met dien verstande dat een lastgeving als bedoeld inaan de houders dient te zijn uitgereikt. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 122 — Artikel 122#
Artikel 122 Dit besluit kan worden aangehaald onder de titel "Inkwartieringsbesluit". 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 123 — Artikel 123#
Artikel 123 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 Augustus 1953. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953
Artikel 124 — Artikel 124#
Artikel 124 Inkwartieringswet Gelijktijdig met dit besluit treedt dein werking. 1953 342 20-07-1953 1953 342 20-07-1953 01-08-1953