Besluit van 12 januari 1953, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Pleegkinderenwet (Stb. 1951, 595)
- BWB-id
- BWBR0002104
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 1970-01-01 t/m 2014-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002104
- ELI
- /eli/nl/amvb/1953/uitvoeringsbesluit-pleegkinderenwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1953/uitvoeringsbesluit-pleegkinderenwet/1970-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002104&g=1970-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002104&z=2026-06-06&g=1970-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002104/1970-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1953/uitvoeringsbesluit-pleegkinderenwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Pleegkinderenwet Van het toezicht ingevolge de bepalingen van dezijn vrijgesteld: a. de kampen en internaten voor Sociale Jeugdzorg, welke beheerd worden door of onder toezicht staan van Onze Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen; b. de ziekenhuizen, alsmede de sanatoria voor tuberculoselijders; c. gezondheidskolonies, gesubsidieerd overeenkomstig de door Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid vastgestelde voorwaarden ten behoeve van de kinderuitzending; d. de internaten voor maatschappelijk onaangepaste minderjarigen, welke beheerd worden door en onder toezicht staan van Onze Minister van Maatschappelijk Werk; e. de internaten voor de opleiding tot een geestelijk of godsdienstig-menslievend ambt; f. artikel 2 1e 2e 3e van de Leerplichtwet de internaten, verbonden aan scholen, als bedoeld bijonder,en. 1953 19 12-01-1953 1953 66 14-02-1953 01-06-1953
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De woningen en inrichtingen, waarin een pleegkind wordt verzorgd en opgevoed, moeten zodanig gelegen en ingericht zijn, dat zij geen bezwaren voor de verzorging en opvoeding van het pleegkind opleveren. 1953 19 12-01-1953 1953 66 14-02-1953 01-06-1953
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Indien de raad voor de kinderbescherming het nodig oordeelt, moet aan ieder pleegkind een afzonderlijk bed en aan een of meer pleegkinderen een afzonderlijk slaapvertrek verschaft worden. 1954 602 24-12-1954 2814 1956 308 26-05-1956 2814 01-06-1956
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Voor voldoende voeding en kleding, alsmede voor reinheid en tijdige geneeskundige- en tandheelkundige behandeling moet worden zorggedragen. Ook overigens moet aan de gezondheid en de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van het pleegkind regelmatig voldoende aandacht worden besteed. 1953 19 12-01-1953 1953 66 14-02-1953 01-06-1953
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Bij de opvoeding van het pleegkind moet zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de godsdienst en de levensbeschouwing waarin zij die met de ouderlijke macht of de voogdij bekleed zijn, het kind willen zien opgevoed. 1969 529 26-11-1969 1969 259 04-06-1969 01-01-1970
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het pleegkind moet behoorlijk onderwijs en een doelmatige opleiding voor een bij zijn aard en aanleg passend beroep genieten. Het pleegkind mag niet met meer huishoudelijke en andere werkzaamheden worden belast dan het belang van zijn opvoeding gedoogt. 1953 19 12-01-1953 1953 66 14-02-1953 01-06-1953
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Het hoofd en de inwonende leden van het gezin moeten van goed zedelijk gedrag zijn. 2 Hun lichamelijke en geestelijke gezondheidstoestand mag geen bezwaar opleveren voor het welzijn van het pleegkind. 3 Wanneer de raad voor de kinderbescherming dit noodzakelijk acht, moeten zij zich onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek, waarvan het resultaat aan de raad voor de kinderbescherming wordt medegedeeld. 1954 602 24-12-1954 2814 1956 308 26-05-1956 2814 01-06-1956
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Artikel 7 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het hoofd van een inrichting en alle daarin wonende en werkzame personen. 1953 19 12-01-1953 1953 66 14-02-1953 01-06-1953
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De in een inrichting werkzame personen moeten, met inachtneming van de aan ieder van hen opgedragen taken, uit opvoedkundig oogpunt aan redelijke eisen voldoen. 1953 19 12-01-1953 1953 66 14-02-1953 01-06-1953
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Het hoofd van het gezin of de inrichting is verplicht een pleegkind te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek, dat de raad voor de kinderbescherming noodzakelijk acht. 1954 602 24-12-1954 2814 1956 308 26-05-1956 2814 01-06-1956
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De kosten van een door de raad voor de kinderbescherming gelast geneeskundig onderzoek kunnen ten laste van het Rijk worden gebracht, volgens regelen door Onze Minister van Justitie te stellen. 1954 602 24-12-1954 2814 1956 308 26-05-1956 2814 01-06-1956
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 5 van de Pleegkinderenwet De schriftelijke kennisgevingen, bedoeld ingeschieden door middel van formulieren, waarvan het model door Onze Minister van Justitie wordt vastgesteld. 1953 19 12-01-1953 1953 66 14-02-1953 01-06-1953
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 5 van de Pleegkinderenwet Zodra aan een gemeentebestuur blijkt van het verblijf in de gemeente van een pleegkind, ten aanzien van hetwelk niet is voldaan aan, geeft het gemeentebestuur daarvan kennis aan de raad voor de kinderbescherming. 1954 602 24-12-1954 2814 1956 308 26-05-1956 2814 01-06-1956
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Wanneer een gemeentebestuur bij het in werking treden van dit besluit beschikt over gegevens betreffende pleegkinderen of gezinnen en inrichtingen, brengt het die ter kennis van de raad voor de kinderbescherming. 1954 602 24-12-1954 2814 1956 308 26-05-1956 2814 01-06-1956
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Pleegkinderenwet Dit besluit treedt in werking tegelijk met de. 1953 19 12-01-1953 1953 66 14-02-1953 01-06-1953