Besluit van 10 november 1954, houdende vaststelling van een premieregeling voor reserve-personeel bij de gronddienst van de Koninklijke Luchtmacht
- BWB-id
- BWBR0002159
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1961-07-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002159
- ELI
- /eli/nl/amvb/1954/besluit-vaststelling-premieregeling-reserve-personeel-bij-de
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1954/besluit-vaststelling-premieregeling-reserve-personeel-bij-de/1961-07-27
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002159&g=1961-07-27
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002159&z=2026-06-06&g=1961-07-27
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002159/1961-07-27
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1954/besluit-vaststelling-premieregeling-reserve-personeel-bij-de
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder maand: de periode, gerekend van een datum tot de overeenkomstige datum van de volgende kalendermaand. 1954 519 10-11-1954 1954 519 10-11-1954 20-12-1954
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 6, tweede lid, van het Besluit verbintenissen gronddienst Luchtmacht Een militair of gewezen militair, die een verbintenis als bedoeld in artikel 1, in artikel 5, eerste of derde lid - in het laatste geval hetzij voor de eerste maal, hetzij na verlenging voor een tweede maal - of in, ten volle heeft volbracht, dan wel wiens zodanige verbintenis door een niet van zijn handelen of nalaten afhankelijke oorzaak is geëindigd binnen het tijdvak waarvoor zij is aangegaan, heeft voor elke maand welke hij krachtens de bedoelde - eventueel verlengde - verbintenis, anders dan ter voldoening aan de in artikel 1 onder 1° van het vorengenoemde besluit bedoelde verplichting, in werkelijke dienst heeft doorgebracht, aanspraak op een geldelijke uitkering. 2 De in lid 1 bedoelde geldelijke uitkering bedraagt voor een maand: a. f 166,- indien de militair of gewezen militair op de laatste dag van die maand een officiersrang bekleedde; b. a f 116,- in alle andere dan de onderbedoelde gevallen. 3 Indien een verbintenis door de in het eerste lid genoemde oorzaak niet ten volle wordt volbracht, wordt voor de berekening van de in dat lid bedoelde geldelijke uitkering een gedeelte van een maand aangemerkt als een volle maand. 1961 206 15-06-1961 1961 206 15-06-1961 27-07-1961 01-01-1961
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 Een uitkering als bedoeld inwordt uitbetaald binnen twee weken nadat daarop aanspraak is ontstaan, tenzij de belanghebbende te kennen geeft, dat hij aan uitbetaling op een later tijdstip of aan uitbetaling in termijnen de voorkeur geeft, in welk geval zulks kan plaats vinden met toepassing van door Onze Minister van Defensie ter zake gestelde regelen. 1961 206 15-06-1961 1961 206 15-06-1961 27-07-1961 01-01-1961