Besluit van 24 mei 1955, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 24 van de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds (Stb. 1954, 407)
- BWB-id
- BWBR0002182
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 1997-01-29 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002182
- ELI
- /eli/nl/amvb/1955/besluit-ex-artikel-24-wet-leeftijdsgrens-notarisambt-2
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1955/besluit-ex-artikel-24-wet-leeftijdsgrens-notarisambt-2/1997-01-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002182&g=1997-01-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002182&z=2026-06-06&g=1997-01-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002182/1997-01-29
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1955/besluit-ex-artikel-24-wet-leeftijdsgrens-notarisambt-2
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: 1. Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds Stb. de wet: De(1954, 407); 2. artikel 4 het fonds: het notarieel pensioenfonds, bedoeld invan bovengenoemde wet; 3. Stb. de Verzekeringskamer: de Verzekeringskamer, bedoeld in artikel 8 van de Wet op het Levensverzekeringsbedrijf (1922, 716). 1955 216 24-05-1955 1955 216 24-05-1955 02-06-1955
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1 Een instelling, welke wenst te worden aangewezen als instelling, bedoeld inder wet, dient een daartoe strekkend verzoekschrift in bij Onze Minister van Justitie. 2 De instelling moet rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zijn, in Nederland woonplaats hebben en tot doel hebben de behartiging van notariële belangen. 3 De feitelijke werkzaamheden der instelling moeten in hoofdzaak zijn gericht op het behartigen van notariële belangen. 1977 422 04-07-1977 1977 422 04-07-1977 26-07-1977
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 Onze Minister van Justitie trekt de aanwijzing van een instelling in, indien de instelling niet meer voldoet aan de eisen genoemd in. 1955 216 24-05-1955 1955 216 24-05-1955 02-06-1955
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Alvorens te beslissen op een verzoek tot aanwijzing of over te gaan tot intrekking van een gedane aanwijzing hoort Onze Minister van Justitie het bestuur van het fonds en de Verzekeringskamer. 1993 399 06-07-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Een notaris of candidaat-notaris, die wenst te worden vrijgesteld van de deelneming in het fonds op grond van gemoedsbezwaren tegen elke vorm van verzekering, richt een daartoe strekkend verzoekschrift tot Onze Minister van Justitie. In dit verzoekschrift moet worden vermeld of de belanghebbende in de laatste 5 jaren, voorafgaande aan het verzoek, zich zelf, iemand anders of zijn eigendommen heeft verzekerd. 1993 399 06-07-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Onze Minister van Justitie verleent vrijstelling van deelneming in het fonds, indien hij de overtuiging heeft verkregen dat de aanvrager gemoedsbezwaren heeft tegen elke vorm van verzekering en dat deze noch zich zelf noch iemand anders noch zijn eigendommen heeft verzekerd. 1955 216 24-05-1955 1955 216 24-05-1955 02-06-1955
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Onze Minister van Justitie trekt een verleende vrijstelling in, indien: a. degene, aan wie de vrijstelling is verleend, dat verzoekt, of b. Onze Minister overtuigd is, dat de grond voor de vrijstelling niet meer aanwezig is. 1993 399 06-07-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Alvorens te beslissen op een verzoek tot vrijstelling of over te gaan tot intrekking van een verleende vrijstelling hoort Onze Minister van Justitie het bestuur van het fonds. 2 Hangende de beslissing op het verzoek om vrijstelling is de belanghebbende verplicht tot nakoming van de verplichtingen die op hem, als deelnemer in het fonds, rusten. 1993 399 06-07-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1993 399 06-07-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Door Onze Minister van Justitie worden modellen van de navolgende staten en het model van de bij de staten behorende omslag vastgesteld: Omslag Staat 3.100 Balans Staat 3.101 Geconsolideerde balans Staat 3.110 Toelichting balans Staat 3.111 Toelichting geconsolideerde balans Staat 3.200 Rekening van baten en lasten Staat 3.201 Geconsolideerde rekening van baten en lasten Staat 3.210 Toelichting rekening van baten en lasten Staat 3.211 Toelichting geconsolideerde rekening van baten en lasten Staat 3.121 Onroerende zaken Staat 3.122 Niet-geconsolideerde deelnemingen Staat 3.123 Hypothecaire leningen Staat 3.124 Leningen op schuldbetekenis Staat 3.125 Aandelen Staat 3.126 Obligaties Staat 3.129 Overige beleggingen Staat 3.130 Ontwikkeling beleggingen Staat 3.170 Gestelde zekerheden Staat 3.212 Samenstelling resultaat Staat 3.240 Beleggingen en opbrengsten Staat 3.320 Gegevens herverzekering Staat 3.400 Actuarieel verslag Staat 3.410 Voorziening pensioenverplichtingen Staat 3.500 Overzicht verzekerden Staat 3.530 Leeftijdsopbouw en sterftevergelijking 1997 20 28-01-1997 15-01-1997 1997 20 28-01-1997 15-01-1997 29-01-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 10 Het bestuur van het fonds is verplicht de staten, bedoeld invan dit besluit, naar waarheid in te vullen, de daarin gestelde vragen naar waarheid te beantwoorden en vervolgens een en ander in de bij de staten behorende omslag in tweevoud ondertekend aan de Verzekeringskamer te doen toekomen. 2 De inzending van de staten moet telkenjare plaatsvinden vóór 1 juli. De Verzekeringskamer kan op grond van bijzondere omstandigheden toestemming verlenen de indiening tot een latere datum uit te stellen. 3 De in te dienen staten worden ondertekend door het bestuur. Bestaat het bestuur uit meer dan twee personen, dan zijn de handtekeningen van twee bestuurders voldoende. 4 Staten die niet van toepassing zijn voor het fonds behoeven niet te worden ingediend. Bij verschil van mening hierover beslist de Verzekeringskamer. 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 01-07-1994 01-01-1993
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De Verzekeringskamer onderzoekt, of de regelen, welke bij het toekennen van pensioen worden gevolgd, in overeenstemming zijn met de statuten en reglementen van het fonds, en voorts de wijze van belegging der geldmiddelen, de financiële en actuariële regelingen en grondslagen, de balansen en de bedrijfsrekeningen. 2 Het in het vorige lid bedoelde onderzoek heeft tenminste éénmaal in de tien jaar plaats. 1955 216 24-05-1955 1955 216 24-05-1955 02-06-1955
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De Verzekeringskamer kan met betrekking tot het invullen van de staten aanwijzingen geven en deze aanwijzingen wijzigen of aanvullen. 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 01-07-1994 01-01-1993
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 01-07-1994 01-01-1993
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De Verzekeringskamer kan ontheffing verlenen van de verplichting om bepaalde staten of gedeelten daarvan in te dienen of in te vullen. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en zij kan worden ingetrokken. 2 Toevoeging van posten of rubrieken in de staten is niet geoorloofd, tenzij dit in de modellen is voorzien. 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 01-07-1994 01-01-1993
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 01-07-1994 01-01-1993
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De staten en de omslag zijn, evenals de aanwijzingen van de Verzekeringskamer, bij de Verzekeringskamer tegen door deze vast te stellen prijzen te verkrijgen. 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 01-07-1994 01-01-1993
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De staten gaan vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid ervan, afgegeven door een accountant als bedoeld in. Ten bewijze dat de staten door hem zijn onderzocht of, indien het staten betreft als bedoeld in artikel 19, eerste lid, in zijn onderzoek zijn betrokken, waarmerkt de accountant de staten. 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 01-07-1994 01-01-1993
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Staat 3.400 (Actuarieel verslag) wordt voorzien van een verklaring van een actuaris. In zijn verklaring bevestigt de actuaris dat hij zich ervan heeft overtuigd dat de technische voorzieningen met inachtneming van de op staat 3.400 voorkomende gegevens juist zijn vastgesteld en dat de sterftevergelijking juist is weergegeven, ten bewijze waarvan hij de staten 3.410 en 3.530 waarmerkt. De actuaris is bevoegd zijn verklaring nader toe te lichten of op enig punt een voorbehoud te maken. 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 01-07-1994 01-01-1993
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Als staten en omslag kunnen ook andere formulieren worden gebruikt mits deze naar indeling en inhoud geen - en wat hun formaat betreft geen wezenlijke - afwijking vertonen van de vastgestelde modellen, met dien verstande dat de tekst op de voorzijde van deze modellen niet behoeft te worden overgenomen indien de voorgeschreven aanduiding van het fonds wordt opgenomen in het hoofd van de staat en de voorgeschreven ondertekening en waarmerking plaatsvinden aan het einde van de staat. 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 01-07-1994 01-01-1993
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Indien het fonds bij wijze van jaarverslag gegevens aan zijn deelnemers bekend stelt, welke afwijken van of een aanvulling geven op de bij de Verzekeringskamer ingediende gegevens, is het verplicht twee exemplaren daarvan bij de Verzekeringskamer in te dienen met verklaring omtrent de verschillen. Onder afwijking wordt mede begrepen het niet vermelden van enig voorbehoud, door de accountant of de actuaris gemaakt in de door hen ondertekende of gewaarmerkte staten. 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 01-07-1994 01-01-1993
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 8, eerste lid De staten, ingediend overeenkomstig dit besluit, vormen de bescheiden, voorgeschreven in, van de wet. 1955 216 24-05-1955 1955 216 24-05-1955 02-06-1955
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 1994 474 30-06-1994 17-06-1994 01-07-1994 01-01-1993
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 In het begin van elk kalenderjaar wordt door de Verzekeringskamer vastgesteld het bedrag der kosten, in het afgelopen jaar voor haar verbonden aan de uitvoering van de wet. 2 In die kosten is rente over het bedrag der uitgaven van het afgelopen jaar begrepen; deze rente wordt berekend over een vol jaar naar de rentevoet, welke gelijk is aan het wisseldisconto van de Nederlandse Bank N.V. geldend op 1 Juli van het afgelopen jaar. 1955 216 24-05-1955 1955 216 24-05-1955 02-06-1955
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De aanslag over het jaar, ten bedrage van de ingevolge het vorige artikel vastgestelde kosten, wordt ten spoedigste, zo mogelijk voor einde Maart van het daarop volgend jaar, door de Verzekeringskamer bekendgemaakt met vermelding waar, wanneer en hoe de betaling geschieden moet. 1993 399 06-07-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Uiterlijk twee jaren na de verzending van de aanslag is de Verzekeringskamer bevoegd de aanslag te herzien, indien en voor zover haar de onjuistheid daarvan is gebleken. 1955 216 24-05-1955 1955 216 24-05-1955 02-06-1955
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 1993 399 06-07-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het, waarin het is geplaatst. 1955 216 24-05-1955 1955 216 24-05-1955 02-06-1955