Besluit van 14 oktober 1955, houdende instelling van een bedrijfschap voor het banketbakkersbedrijf
- BWB-id
- BWBR0002196
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 1961-12-10 t/m 2007-03-08
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002196
- ELI
- /eli/nl/amvb/1956/instellingsbesluit-bedrijfschap-banketbakkersbedrijf
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1956/instellingsbesluit-bedrijfschap-banketbakkersbedrijf/1961-12-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002196&g=1961-12-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002196&z=2026-06-06&g=1961-12-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002196/1961-12-10
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1956/instellingsbesluit-bedrijfschap-banketbakkersbedrijf
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Er is een Bedrijfschap voor het Banketbakkersbedrijf. 2 Het bedrijfschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage. 1955 490 14-10-1955 1956 490 21-01-1956 01-02-1956
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het bedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin het banketbakkersbedrijf wordt uitgeoefend. 2 Dit besluit verstaat onder: banketbakkersbedrijf: het bedrijf van het vervaardigen van banketbakkersproducten al dan niet tezamen met: banketbakkersproducten: gebak, toebereid met slagroom, banketbakkersroom of een dergelijke grondstof, dan wel met vers of gesteriliseerd fruit; wet: Stb. Wet op de Bedrijfsorganisatie de(1950, K 22). a. het vervaardigen van ander gebak, koekjes, ragoutwerk, consumptie-ijs of chocolade- of suikerwerkartikelen; b. a het kopen van producten als ondergenoemd en het verkopen daarvan aan particulieren; 3 Dit besluit verstaat onder uitoefening van het banketbakkersbedrijf niet het vervaardigen van banketbakkersprodukten, indien dit gepaard gaat met het bereiden of het door middel van wijkbezorging aan particulieren verkopen van ander brood dan kleinbrood, krentenbrood, kerstbrood of soortgelijke gelegenheidsprodukten. 4 b Voor de toepassing van het tweede lid, onder, wordt onder verkopen aan particulieren mede verstaan het daarmede gepaard gaande verkopen aan instellingen of aan personen, die het gekochte in een door hen gedreven onderneming aanwenden, behoudens indien bovendien aan wederverkopers pleegt te worden verkocht. 1961 306 25-09-1961 1961 306 25-09-1961 10-12-1961
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Aan het bedrijfschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de navolgende onderwerpen: a. het aanbieden en verstrekken van geschenken in de vorm van goederen of diensten; b. de administratie van ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld; c. de lonen en de andere arbeidsvoorwaarden; d. de vakopleiding en de vaststelling van de getalsverhouding in ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld; e. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, en van de in die ondernemingen werkzame personen; f. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het bedrijfschap nodige gegevens; g. de voor de vervulling van de taak van het bedrijfschap nodige inzage van boeken en bescheiden. 2 c d Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie De overlating van de regeling of nadere regeling van de in het eerste lid, onderen, genoemde onderwerpen of van onderdelen daarvan neemt eerst een aanvang op een door de Sociaal-Economische Raad te bepalen en in hetbekend te maken tijdstip, doch uiterlijk vier jaren na het in werking treden van het onderhavige besluit. Alvorens te besluiten hoort de Raad het bestuur van het bedrijfschap. 3 e f g Verordeningen betreffende de in het eerste lid, onder,en, genoemde onderwerpen behoeven, instede van de in artikel 94 der wet voorziene goedkeuring, die van de Sociaal-Economische Raad, tenzij reeds op grond van enige andere bepaling der wet de goedkeuring van Onze betrokken Ministers is vereist. In dit laatste geval beslissen dezen omtrent de goedkeuring niet dan na de Raad te hebben gehoord. 1955 490 14-10-1955 1956 490 21-01-1956 01-02-1956
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Overtredingen van een op grond van artikel 93, eerste lid, van de wet vastgestelde verordening kunnen bij die verordening worden aangewezen als strafbare feiten. 1955 490 14-10-1955 1956 490 21-01-1956 01-02-1956
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Onverminderd het in het tweede en het derde lid bepaalde worden de door het bedrijfschap krachtens artikel 126, eerste lid, der wet op te leggen heffingen vastgesteld op grondslag van de in iedere onderneming, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, bereikte omzet. 2 Een periodieke heffing kan ook, als basisheffing, worden opgelegd tot een bedrag, dat voor alle ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, gelijk is. 3 Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag, welke het bestuur van het bedrijfschap in verband met die bestemming passend acht. 1955 490 14-10-1955 1956 490 21-01-1956 01-02-1956
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Dit besluit kan worden aangehaald als: Instellingsbesluit Bedrijfschap Banketbakkersbedrijf. 1955 490 14-10-1955 1956 490 21-01-1956 01-02-1956
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1955 490 14-10-1955 1956 490 21-01-1956 01-02-1956