Besluit van 15 november 1955, houdende instelling van een bedrijfschap voor de groothandel en de bedrijven van commissionnair en van tussenpersoon in aardappelen
- BWB-id
- BWBR0002198
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 1976-07-26 t/m 2014-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002198
- ELI
- /eli/nl/amvb/1956/instellingsbesluit-bedrijfschap-groothandel-en-tussenpersone
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1956/instellingsbesluit-bedrijfschap-groothandel-en-tussenpersone/1976-07-26
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002198&g=1976-07-26
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002198&z=2026-06-06&g=1976-07-26
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002198/1976-07-26
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1956/instellingsbesluit-bedrijfschap-groothandel-en-tussenpersone
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Er is een Bedrijfschap voor de Groothandel en de Tussenpersonen in Aardappelen. 2 Het bedrijfschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage. 1955 544 15-11-1955 1956 272 12-05-1956 01-06-1956
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het bedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin de groothandel of het bedrijf van commissionnair of van tussenpersoon in aardappelen wordt uitgeoefend al dan niet tezamen met het bedrijf van het sorteren, het wassen of het stomen van aardappelen. 2 Dit besluit verstaat onder: groothandel in aardappelen: het bedrijf van tussenpersoon in aardappelen: het bedrijf van het op naam van anderen sluiten van koop- en verkoopovereenkomsten met betrekking tot aardappelen of van het, anders dan door het houden van veilingen, bemiddelen bij het tot stand komen van zodanige koop- en verkoopovereenkomsten; aardappelen: alle aardappelen, al dan niet gestoomd, ongeacht het doel, waarvoor zij zijn bestemd; wet: Stb. Wet op de Bedrijfsorganisatie de(1950, K 22). a. het bedrijf van het kopen van aardappelen met uitzondering van pootaardappelen, en het - al dan niet na stomen - verkopen daarvan aan wederverkopers of - tenzij dit geschiedt in verband met het verkopen van aardappelen aan particulieren - aan instellingen of aan personen, die het gekochte in een door hen gedreven onderneming aanwenden; b. het bedrijf van het kopen van pootaardappelen en het verkopen daarvan aan wederverkopers of aan personen, die het gekochte in een door hen gedreven onderneming aanwenden, al dan niet tezamen met het verkopen van pootaardappelen aan particulieren; 3 groothandel bedrijf van commissionnair of van tussenpersoon Dit besluit verstaat onderniet de aanvoer-, transito- en driehoekshandel en onder hetniet het bedrijf van commissionnair of van tussenpersoon op het terrein van laatstbedoelde vormen van handel. 1955 544 15-11-1955 1956 272 12-05-1956 01-06-1956
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 In afwijking van artikel 73, vierde lid, van de wet bedraagt het aantal door organisaties van werknemers te benoemen leden van het bestuur van het bedrijfschap ten minste zeven tienden en ten hoogste acht tienden van het door organisaties van ondernemers te benoemen aantal. 1955 544 15-11-1955 1956 272 12-05-1956 01-06-1956
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 a Het bedrijfschap heeft organen als bedoeld in artikel 88van de wet. 2 Deze organen zijn: a. een orgaan voor aangelegenheden betreffende aardappelen met uitzondering van pootaardappelen, Afdeling Consumptie-, Fabrieks- en Voeraardappelen genaamd; b. een orgaan voor aangelegenheden betreffende pootaardappelen, Afdeling Pootaardappelen genaamd. 1955 544 15-11-1955 1956 272 12-05-1956 01-06-1956
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 De leden van de ingenoemde organen worden benoemd door de organisaties van ondernemers en van werknemers, daartoe aangewezen door de Sociaal-Economische Raad. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de Raad representatieve organisaties van de betrokken ondernemers en van de betrokken werknemers, welke verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn. 2 De organisaties zijn bevoegd voor elk lid, dat zij benoemen, tevens een plaatsvervanger te benoemen. 3 De Sociaal-Economische Raad bepaalt het aantal leden van de organen, alsmede het aantal leden, dat elke organisatie kan benoemen. Alvorens te besluiten hoort de Raad het bestuur van het bedrijfschap. De voorzitter van een orgaan wordt, onder goedkeuring van de Raad, door de leden, al dan niet uit hun midden, benoemd. 4 De zittingsperiode van de voorzitters en de leden van de organen valt samen met die van het bestuur van het bedrijfschap. 1977 422 04-07-1977 1977 422 04-07-1977 26-07-1976
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Verordeningen op grond van artikel 93, eerste lid, van de wet worden, indien zij naar het oordeel van het bestuur van het bedrijfschap in het bijzonder het werkterrein van een orgaan betreffen, niet vastgesteld dan nadat dat orgaan gelegenheid heeft gehad het bestuur van advies te dienen. Bij de inzending van een verordening ter goedkeuring legt het bestuur het advies over. 1955 544 15-11-1955 1956 272 12-05-1956 01-06-1956
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Aan het bedrijfschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de navolgende onderwerpen: a. de bevordering van de gezondheidstoestand, de zuiverheid, de kwaliteit en de goede sortering van aardappelen; b. de verzorging en de verpakking van aardappelen; c. a de technische inrichting van ondernemingen voor zover deze verband houdt met de ondergenoemde onderwerpen; d. de aanduiding van ten verkoop aangeboden aardappelen; e. de behandeling en de terugzending van verpakkingsmateriaal door degenen, die de ondernemingen drijven, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld; f. standaardvoorwaarden voor de verkoop, levering en betaling of voor de verlening van diensten, een en ander voor zover betreft het economisch verkeer tussen degenen, die ondernemingen drijven, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld; g. de verkoops-, leverings- en betalingsvoorwaarden bij de uitvoer van aardappelen; h. de administratie van ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, voor zover het voeren daarvan voor de vervulling van de taak van dat lichaam nodig is; i. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld; j. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het bedrijfschap nodige gegevens; k. de voor de vervulling van de taak van het bedrijfschap nodige inzage van boeken en bescheiden en bezichtiging en opneming van bedrijfsmiddelen en voorraden van ondernemingen. 2 h i j k Verordeningen betreffende de in het eerste lid, onder,,en, genoemde onderwerpen behoeven niet de in artikel 94 van de wet voorziene goedkeuring. 1955 544 15-11-1955 1956 272 12-05-1956 01-06-1956
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 7, eerste lid, onder a, b, d en g Bij een op grond van artikel 93, eerste lid, van de wet vastgestelde verordening betreffende een der in, genoemde onderwerpen kan worden bpaald, dat de daarbij gestelde regelen mede andere dan de in artikel 102, eerste lid, van de wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen binden, voor zover deze handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in de ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, plegen te worden verricht. Een dergelijke bepaling geldt niet met betrekking tot ondernemingen, waarvoor een hoofdbedrijfschap of een ander bedrijfschap is ingesteld, indien dit ten aanzien van het onderwerp der verordening eveneens bindende regelen heeft gesteld. 1955 544 15-11-1955 1956 272 12-05-1956 01-06-1956
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Overtredingen van een op grond van artikel 93, eerste lid, van de wet vastgestelde verordening kunnen bij die verordening worden aangewezen als strafbare feiten. 1955 544 15-11-1955 1956 272 12-05-1956 01-06-1956
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Op overtreding van een op grond van artikel 93, eerste lid, van de wet vastgestelde verordening door de personen, bedoeld in artikel 102, eerste lid, van de wet, kunnen, ook indien de overtreding als strafbaar feit is aangewezen, bij die verordening tuchtrechtelijke maatregelen worden gesteld. 1955 544 15-11-1955 1956 272 12-05-1956 01-06-1956
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De door het bedrijfschap krachtens artikel 126, eerste lid, van de wet op te leggen heffingen kunnen voor verschillende in de heffingsverordening aangewezen groepen van ondernemingen verschillend zijn. 2 artikel 2, eerste lid Onverminderd het in het vierde lid bepaalde worden de heffingen vastgesteld op grondslag van de in de betrokken ondernemingen bij de uitoefening van de in, bedoelde bedrijven bereikte, naar geldswaarde of hoeveelheid berekende omzet; boven of in de plaats van zodanige heffing kan een bedrag worden geheven, dat voor alle betrokken ondernemingen gelijk is. 3 artikel 4 De in het tweede lid bedoelde heffingen worden zodanig vastgesteld, dat de uitgaven ten behoeve van een orgaan, genoemd in, naar het oordeel van het bestuur van het bedrijfschap kunnen worden bekostigd uit de opbrengst van hetgeen wordt geheven van degenen, die de ondernemingen drijven, welke naar het oordeel van het bestuur bij dat orgaan zijn betrokken. 4 Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag, welke het bestuur in verband met die bestemming passend acht. 1955 544 15-11-1955 1956 272 12-05-1956 01-06-1956
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit kan worden aangehaald als: Instellingsbesluit Bedrijfschap Groothandel en Tussenpersonen in Aardappelen. 1955 544 15-11-1955 1956 272 12-05-1956 01-06-1956
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1955 544 15-11-1955 1956 272 12-05-1956 01-06-1956