Besluit van 28 maart 1958, houdende vaststelling van een premieregeling voor militairen met de stand van soldaat der eerste klasse, die een verbintenis bij het reserve-personeel der Koninklijke Landmacht of der Koninklijke Luchtmacht hebben gesloten
- BWB-id
- BWBR0002278
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1958-04-17
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002278
- ELI
- /eli/nl/amvb/1958/besluit-vaststelling-premieregeling-militairen-soldaat-der-e
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1958/besluit-vaststelling-premieregeling-militairen-soldaat-der-e/1958-04-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002278&g=1958-04-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002278&z=2026-06-06&g=1958-04-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002278/1958-04-17
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1958/besluit-vaststelling-premieregeling-militairen-soldaat-der-e
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder maand: de periode gerekend van een datum tot de overeenkomstige datum van de volgende kalendermaand. 1958 168 28-03-1958 1958 168 28-03-1958 17-04-1958
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Stb. Een militair met de stand van soldaat der eerste klasse die een voor de tijd van twaalf maanden gesloten verbintenis als omschreven in artikel 2 van het Besluit verbintenissen reserve-personeel beneden de rang van tweede-luitenant Landmacht (1952, nr. 496) ten volle heeft volbracht, heeft aanspraak op een geldelijke uitkering ten bedrage van f 600,-. 2 Een militair als bedoeld in het eerste lid, die een verbintenis als daargenoemd door een niet aan hemzelf te wijten oorzaak niet ten volle heeft kunnen volbrengen en deswege van die verbintenis is ontheven of wiens verbintenis door een niet aan hemzelf te wijten oorzaak van rechtswege is beëindigd binnen het tijdvak waarvoor zij is aangegaan, heeft voor elke maand welke hij krachtens de verbintenis in werkelijke dienst heeft doorgebracht aanspraak op een geldelijke uitkering ten bedrage van een twaalfde gedeelte van de in het eerste lid genoemde uitkering. 3 Een militair als bedoeld in het eerste lid heeft, ingeval een verbintenis als daargenoemd stilzwijgend wordt verlengd, voor ten hoogste zesendertig maanden aanspraak op de in de vorige leden bedoelde geldelijke uitkeringen. 1958 168 28-03-1958 1958 168 28-03-1958 17-04-1958
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 Een uitkering als bedoeld inwordt uitbetaald binnen twee weken nadat daarop aanspraak is ontstaan, tenzij de belanghebbende te kennen geeft, dat hij aan uitbetaling op een later tijdstip of aan uitbetaling in termijnen de voorkeur geeft, in welk geval zulks kan plaats vinden met toepassing van door Onze Minister van Oorlog terzake gestelde regelen. 2 artikel 2, eerste lid Ingeval een verbintenis als genoemd in, stilzwijgend wordt verlengd, wordt een uitkering als in dat artikel bedoeld evenwel eerst uitbetaald na ommekomst van de gehele periode waarover de belanghebbende aanspraak op een zodanige uitkering heeft. 1958 168 28-03-1958 1958 168 28-03-1958 17-04-1958
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van dagtekening van hetwaarin het wordt geplaatst. 1958 168 28-03-1958 1958 168 28-03-1958 17-04-1958