Besluit van 21 april 1958, tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van artikel 127 der Pachtwet
- BWB-id
- BWBR0002281
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2007-07-01 t/m 2007-10-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002281
- ELI
- /eli/nl/amvb/1958/reglement-voor-de-pachtkamers
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1958/reglement-voor-de-pachtkamers/2007-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002281&g=2007-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002281&z=2026-06-06&g=2007-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002281/2007-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1958/reglement-voor-de-pachtkamers
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 De raden en de plaatsvervangende raden in de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem en de leden en de plaatsvervangende leden van de pachtkamer van ieder kantongerecht worden benoemd tot eerste raad en tweede raad, en tot plaatsvervangers van de eerste raad en van de tweede raad, onderscheidenlijk tot eerste lid en tweede lid, en tot plaatsvervangers van het eerste en van het tweede lid. 2 De bepaling van het vorige lid heeft geen betrekking op de rang van benoeming. 1958 198 21-04-1958 1958 199 21-04-1958 01-05-1958
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De rang van benoeming der leden, onderscheidenlijk der plaatsvervangende leden van de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem of van hetzelfde kantongerecht wordt geregeld naar de dag, waarop het besluit van hun eerste benoeming door Ons is getekend. 2 De rang van benoeming van verschillende op één zelfde dag benoemde leden of plaatsvervangende leden wordt, indien hun benoeming bij hetzelfde besluit plaatsvindt, bepaald door de volgorde hunner namen, en, indien zij bij verschillende besluiten benoemd zijn, door de volgorde dezer besluiten. 3 Bij het gerechtshof te Arnhem en bij ieder kantongerecht wordt door de griffier een lijst gehouden, waarop de namen van de raden en de plaatsvervangende raden in, of van de leden en de plaatsvervangende leden van de pachtkamer geplaatst worden met vermelding van ieders rang van benoeming. 1958 198 21-04-1958 1958 199 21-04-1958 01-05-1958
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2007 210 14-06-2007 04-06-2007 2007 210 14-06-2007 04-06-2007 01-07-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 tweede bijlage bij de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De leden en plaatsvervangende leden en de raden en plaatsvervangende raden leggen alvorens zij met hun werkzaamheden aanvangen de eed of belofte af ten overstaan van het gerecht waarbij zij zijn benoemd volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de. 2 De eed of belofte wordt afgenomen op requisitoir van het openbaar ministerie. 3 Het formulier wordt ondertekend door degene die de eed of belofte aflegt en tevens door degene ten overstaan van wie de eed of belofte wordt afgelegd. 2007 210 14-06-2007 04-06-2007 2007 210 14-06-2007 04-06-2007 01-07-2007
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 Het bestuur van het gerecht waarbij de personen, bedoeld in, zijn benoemd, houdt een register bij waarin de koninklijke besluiten betreffende de benoeming van de ambtenaren en de formulieren betreffende de afgelegde eed of belofte worden bewaard. 2 Een uittreksel uit dat register, inclusief het formulier betreffende de eed of belofte, wordt aan de leden en plaatsvervangende leden en de raden en plaatsvervangende raden uitgereikt. 2007 210 14-06-2007 04-06-2007 2007 210 14-06-2007 04-06-2007 01-07-2007
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 4 De installatie van de leden en plaatsvervangende leden en de raden en plaatsvervangende raden geschiedt door middel van het op de terechtzitting voorlezen van het formulier, bedoeld in. 2007 210 14-06-2007 04-06-2007 2007 210 14-06-2007 04-06-2007 01-07-2007
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De griffier is gehouden de raden en plaatsvervangende raden in, en de leden en plaatsvervangende leden van de pachtkamer bij te staan in de gevallen, waarin zulks is vereist. 1958 198 21-04-1958 1958 199 21-04-1958 01-05-1958
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De raden en de plaatsvervangende raden in, en de leden en de plaatsvervangende leden van de pachtkamers ontvangen van de griffier de nodige kennisgeving van de terechtzittingen en andere bijeenkomsten, waarbij zij tegenwoordig moeten zijn. 1958 198 21-04-1958 1958 199 21-04-1958 01-05-1958
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De raden en plaatsvervangende raden in, en de leden en plaatsvervangende leden van de pachtkamers kunnen de processtukken, ter griffie berustende, te hunnen huize ontvangen tegen ontvangbewijs. 1958 198 21-04-1958 1958 199 21-04-1958 01-05-1958
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 148 van de Pachtwet Aan de kantonrechter of de griffier, die zich in een geval, als bedoeld in, tot het verrichten van ambtelijke werkzaamheden begeeft buiten zijn woonplaats, anders dan naar de hoofdplaats van het kanton, waar hij is benoemd of de werkzaamheden op zich heeft genomen, worden uit 's Rijks kas de reis- en verblijfkosten vergoed naar de bepalingen, welke door Ons ter regeling van de vergoeding van reis- en verblijfkosten wegens reizen voor 's Rijks dienst, zijn of nader zullen worden vastgesteld. 1958 198 21-04-1958 1958 199 21-04-1958 01-05-1958
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 148 van de Pachtwet Wet tarieven in strafzaken Aan de verschenen getuigen, inbedoeld, wordt vergoeding toegekend overeenkomstig het bij en krachtens debepaalde. Deze vergoeding wordt voldaan door de griffier. 1967 395 03-07-1967 1967 395 03-07-1967 02-09-1967
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 1992 330 24-06-1992 1992 330 24-06-1992 01-07-1992
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 1992 330 24-06-1992 1992 330 24-06-1992 01-07-1992
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Iedere raad of plaatsvervangende raad in de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem, en ieder lid of plaatsvervangend lid van de pachtkamer van een kantongerecht, die weet dat er enige reden van wraking tegen hem bestaat, is gehouden deze aan de pachtkamer, waarin hij zitting heeft, op te geven. 1958 198 21-04-1958 1958 199 21-04-1958 01-05-1958
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 In alle zaken doet de voorzitter van de pachtkamer hoofdelijke omvraag; hij vraagt hierbij het advies van een jonger benoemd lid voor dat van een ouder. Hijzelf brengt het laatst zijn advies uit. 2 Een afwezig lid kan zijn advies noch door een van zijn medeleden doen voordragen, noch hetzelve schriftelijk indienen. 3 Wanneer er meer dan twee verschillende gevoelens zijn uitgebracht, zal het besluit worden opgemaakt op de wijze, die het meest overeenkomt met het gevoelen der meerderheid. 1958 198 21-04-1958 1958 199 21-04-1958 01-05-1958
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Dit besluit kan worden aangehaald als: Reglement voor de pachtkamers. 2 Pachtwet Dit besluit treedt in werking tegelijk met de. 1958 198 21-04-1958 1958 199 21-04-1958 01-05-1958