Besluit van 24 september 1959, houdende regelen betreffende de aanvaarding van hun functie door leden van de Sociaal-Economische Raad en door bestuursleden van produkt-, hoofdbedrijf- en bedrijfschappen en enige aanverwante onderwerpen
- BWB-id
- BWBR0002329
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- 2015-01-01 t/m 2021-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002329
- ELI
- /eli/nl/amvb/1959/aanvaarding-functie-door-leden-ser-enz
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1959/aanvaarding-functie-door-leden-ser-enz/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002329&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002329&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002329/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1959/aanvaarding-functie-door-leden-ser-enz
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid doet van iedere door Ons gedane benoeming tot lid of plaatsvervangend lid van de Sociaal-Economische Raad mededeling aan de voorzitter van dat lichaam. 2014 573 24-12-2014 17-12-2014 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 4, tweede lid, van de Wet op de Sociaal-Economische Raad Een organisatie, die Wij overeenkomstighebben aangewezen tot het benoemen van een of meer leden van de Sociaal-Economische Raad, doet van iedere door haar gedane benoeming mededeling aan de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. 2 Het eerste lid geldt eveneens ten aanzien van de benoeming van plaatsvervangende leden. 3 Indien twee of meer organisaties zijn aangewezen tot het gezamenlijk benoemen van een of meer leden van de Sociaal-Economische Raad geschieden de mededelingen, bedoeld in het eerste en in het tweede lid, hetzij door elke aangewezen organisatie afzonderlijk, hetzij door of namens alle aangewezen organisaties gezamenlijk. 2014 573 24-12-2014 17-12-2014 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikelen 1 2 De voorzitter van de Sociaal-Economische Raad maakt een ingevolge deente zijner kennis gebrachte benoeming onverwijld bekend. Hij doet de benoemde daarbij een formulier toekomen voor de in het tweede lid bedoelde verklaring. 2 artikel 1 Binnen drie weken na de verzending van deze mededeling bericht de benoemde schriftelijk aan de voorzitter of hij de benoeming aanneemt. Indien hij de benoeming aanneemt legt hij daarbij een schriftelijke verklaring over, volgens een door Onze inbedoelde Minister vastgesteld model, dat hij voldoet aan de eisen gesteld in artikel 5 van de Wet op de Sociaal-Economische Raad en dat hij geen functies vervult genoemd in artikel 1 van Ons besluit van 22 september 1955, houdende regelen omtrent de onverenigbaarheid van het lidmaatschap van de Sociaal-Economische Raad met enige andere werkzaamheden (Stb. 1955, 455). 3 Bij gebreke van zodanig bericht of van zodanige verklaring wordt hij geacht de benoeming niet te hebben aangenomen. 2014 573 24-12-2014 17-12-2014 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3, tweede lid artikel 1 De voorzitter van de Sociaal-Economische Raad deelt binnen een week na afloop van de in, genoemde termijn aan Onze inbedoelde Minister, onderscheidenlijk aan de betrokken organisatie schriftelijk mede, of de benoemde de benoeming heeft aangenomen. Indien de benoeming door twee of meer organisaties gezamenlijk is gedaan, geschiedt deze mededeling aan elk dier organisaties afzonderlijk. 2 De algemeen secretaris van de Sociaal-Economische Raad doet mededeling van het aannemen van een benoeming tot lid of plaatsvervangend lid van de raad in de Staatscourant. De mededeling vermeldt de organisatie, onderscheidenlijk de organisaties, welke de benoeming heeft, onderscheidenlijk hebben verricht. 2014 573 24-12-2014 17-12-2014 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 1 Van het ontslag of het overlijden van een door Ons benoemd lid of plaatsvervangend lid van de Sociaal-Economische Raad doet de voorzitter van dat lichaam binnen een week nadat hij daarvan kennis heeft gekregen schriftelijk mededeling aan Onze inbedoelde Minister. 2 Van het ontslag of het overlijden van een lid of een plaatsvervangend lid van de Sociaal-Economische Raad, benoemd door een door Ons aangewezen organisatie, doet de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad binnen een week nadat hij daarvan kennis heeft gekregen schriftelijk mededeling aan de betrokken organisatie. Indien degene, die ontslag genomen heeft of overleden is, door twee of meer organisaties gezamenlijk was benoemd, geschiedt de mededeling aan elk dier organisaties afzonderlijk. 3 Indien het ontslag of het overlijden de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad betreft, wordt de in de voorgaande leden bedoelde mededeling gedaan door de eerste plaatsvervangende voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. 2014 573 24-12-2014 17-12-2014 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 van de Wet op de Sociaal-Economische Raad Het lid of plaatsvervangend lid van de Sociaal-Economische Raad dat na het aannemen van zijn benoeming ophoudt te voldoen aan de eisen gesteld in, geeft hiervan onverwijld schriftelijk kennis aan de raad. 2 Stb. Het in het eerste lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het lid of plaatsvervangend lid van de Sociaal-Economische Raad, dat na het aannemen van zijn benoeming een aanvang maakt met de vervulling van een functie, genoemd in artikel 1 van Ons besluit van 22 september 1955, houdende regelen omtrent de onverenigbaarheid van het lidmaatschap van de Sociaal-Economische Raad met enige andere werkzaamheden (1955, 455). 2014 573 24-12-2014 17-12-2014 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6 artikel 1 Artikel 5, derde lid Van een kennisgeving, als bedoeld in, doet de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad binnen een week schriftelijk mededeling aan Onze inbedoelde Minister, indien het een door Ons benoemd lid of plaatsvervangend lid van de Sociaal-Economische Raad betreft, en in andere gevallen aan de organisatie, die de betrokkene heeft benoemd. Indien de betrokkene door twee of meer organisaties gezamenlijk was benoemd, geschiedt de in de vorige volzin bedoelde mededeling aan elk dier organisaties afzonderlijk., is van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 6 artikel 3, tweede lid Een mededeling, als in het vorige lid bedoeld, wordt gedaan door het dagelijks bestuur van de Sociaal-Economische Raad, wanneer de inbedoelde kennisgeving ten onrechte achterwege is gelaten of de ingevolge, overgelegde verklaring geheel of gedeeltelijk onjuist is. 2014 573 24-12-2014 17-12-2014 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 2, eerste lid artikel 1 Indien een door Ons aangewezen organisatie niet binnen drie maanden na haar aanwijzing en vervolgens uiterlijk vier weken vóór het begin van iedere zittingsperiode van de Sociaal-Economische Raad, een aantal mededelingen, als bedoeld in, overeenkomende met het aantal door haar te benoemen leden of bestuursleden, heeft doen toekomen aan de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, stelt deze Onze inbedoelde Minister daarvan onverwijld in kennis. 2 artikelen 5 7 van dit besluit artikel 2, eerste lid Hetzelfde doet de voorzitter, indien een organisatie hem niet binnen vier weken, nadat hij haar heeft bericht, dat een door haar benoemd lid of bestuurslid zijn benoeming niet heeft aangenomen, of nadat hij of het dagelijks bestuur van de Sociaal-Economische Raad haar een mededeling heeft doen toekomen op grond van deof, een nieuwe kennisgeving, als bedoeld in, heeft gedaan. 3 artikel 1 In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan Onze inbedoelde Minister het benoemingsrecht van de betrokken organisatie schorsen. Behoudens eerdere opheffing vervalt de schorsing indien niet binnen zes maanden nadat de schorsing is bekendgemaakt een koninklijk besluit als bedoeld in het vierde lid is genomen. 4 In de gevallen, bedoeld in het eerste en in het tweede lid, kunnen Wij de aanwijzing van de betrokken organisatie intrekken en een nieuwe aanwijzing doen. 5 Indien twee of meer organisaties zijn aangewezen tot het gezamenlijk doen van een benoeming, zijn de voorgaande leden van dit artikel van overeenkomstige toepassing. 2014 573 24-12-2014 17-12-2014 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 1 artikel 4, tweede lid van de Wet op de Sociaal-Economische Raad Tenminste zes maanden vóór het begin van iedere zittingsperiode van de Sociaal-Economische Raad wint Onze inbedoelde Minister het advies in van de raad inzake de vraag of er grond bestaat wijziging te brengen in de door Ons krachtensgedane aanwijzing van organisaties, dan wel in het door Ons krachtens artikel 4, vijfde lid, dier wet bepaalde aantal leden, dat elke door Ons aangewezen organisatie kan benoemen. 2 Van het inwinnen van het in het eerste lid bedoelde advies wordt mededeling gedaan door de algemeen secretaris van de raad in de Staatscourant. 2014 573 24-12-2014 17-12-2014 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2014 573 24-12-2014 17-12-2014 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Is het bestuur voor de eerste maal samengesteld, dan treedt, zolang de voorzitter niet is benoemd of de benoeming nog niet is goedgekeurd, het oudste bestuurslid in leeftijd als voorzitter op. 1959 343 24-09-1959 1959 343 24-09-1959 01-10-1959
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 11 Onverminderd het bepaalde intreedt, zolang bij de aanvang van een zittingsperiode van de Sociaal-Economische Raad de voorzitter niet is benoemd of de benoeming nog niet is goedgekeurd, als voorzitter op: hetzij degene die bij het einde van de vorige zittingsperiode voorzitter was, hetzij degene die op dat tijdstip eerste plaatsvervangend voorzitter was, hetzij degene die op dat tijdstip tweede plaatsvervangend voorzitter was, hetzij het oudste lid in leeftijd, met dien verstande, dat telkens een later genoemde tot de waarneming van het voorzitterschap wordt geroepen, indien en voor zo lang een eerder genoemde niet als lid is herbenoemd of bij diens belet of afwezigheid. 2014 573 24-12-2014 17-12-2014 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Stb. Stb. Onze besluiten van 6 maart 1950 (1950, K 67) en van 11 maart 1954 (1954, 108) worden ingetrokken. 1959 343 24-09-1959 1959 343 24-09-1959 01-10-1959
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het, waarin het is geplaatst. 1959 343 24-09-1959 1959 343 24-09-1959 01-10-1959