Besluit van 23 september 1958, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur tot uitvoering van de artikelen 13 en 35 van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag
- BWB-id
- BWBR0002292
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2003-02-05 t/m 2004-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002292
- ELI
- /eli/nl/amvb/1959/besluit-inlichtingen-justiti-le-documentatie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1959/besluit-inlichtingen-justiti-le-documentatie/2003-02-05
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002292&g=2003-02-05
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002292&z=2026-06-06&g=2003-02-05
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002292/2003-02-05
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1959/besluit-inlichtingen-justiti-le-documentatie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder artikel 5 van het Besluit registratie justitiële gegevens algemene documentatieregisters: de door de justitiële documentatiedienst beheerde registers als bedoeld in. 1958 466 23-09-1958 1958 468 17-10-1958 23-09-1958 01-01-1959
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Het College van procureurs-generaal is bevoegd inlichtingen te verstrekken over de gegevens, uit de algemene documentatieregisters, aan: a. de personen, die dit nodig hebben in verband met de hun toekomende bevoegdheid tot het nemen van beslissingen over de benoeming en het ontslag van personeel bij: de regionale politiekorpsen; het Korps landelijke politiediensten de Koninklijke Marechaussee; de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst; de Nederlandse buitenlandse dienst; de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst; de rijksbelastingdienst; de Economische Controledienst; de Algemene Inspectiedienst van het Departement van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening; de buitengewone opsporingsambtenaren van de divisie Vervoer van de Inspectie Verkeer en Waterstaat; b. de Commissarissen der Koningin ten behoeve van het dienen van advies inzake de benoeming van burgemeesters; c. de beheerder van de afdeling van de justitiële documentatiedienst ten departemente van Justitie, ter doorzending aan de procureurs-generaal in Suriname en de Nederlandse Antillen, in verband met de uitzending of plaatsing van personeel te belasten of mede te belasten met zaken der justitie of der politie in Suriname en de Nederlandse Antillen; d. de wetenschappelijk adviseur, verbonden aan de Hoofdafdeling Individueel Maatschappelijk Werk en Maatschappelijk Opbouwwerk van het Ministerie van Maatschappelijk Werk in verband met zijn werkzaamheden met betrekking tot de zorg van onmaatschappelijke gezinnen; e. artikel 58 van de Wet op de economische delicten de contactambtenaren bedoeld in, ten behoeve van de hun als zodanig opgedragen werkzaamheden; f. de directeur van het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, ten behoeve van het onderzoek naar de antecedenten van personen in verband met hun sollicitatie naar een dienstbetrekking bij een politiekorps; g. de personen belast met het opmaken van een aanbeveling voor de vervulling van het ambt van Nationale ombudsman of substituut-ombudsman, ten behoeve van het opmaken van zodanige aanbeveling; h. Onze Minister van Justitie ten behoeve van het onderzoek naar de antecedenten van personen die in aanmerking willen komen voor een functie bij de rechterlijke macht of het openbaar ministerie, of voor een andere rechtsprekende functie of voor een benoeming tot gerechtsdeurwaarder; i. de voorzitter van de door Onze Minister van Justitie ingestelde commissies die belast zijn met de selectie van personen die in aanmerking willen komen voor een functie bij de rechterlijke macht of het openbaar ministerie, of voor een andere rechtsprekende functie ten behoeve van het onderzoek naar de antecedenten van die personen; j. de voorzitters van de kamers van toezicht ten behoeve van het onderzoek naar de antecedenten van personen die in aanmerking willen komen voor een benoeming tot notaris; k. d artikel 37van het Wetboek van Strafrecht artikel 65 van de Wet op de jeugdhulpverlening de directeur van een inrichting als bedoeld in artikel 6 van de Beginselenwet gevangeniswezen, de directeur van een inrichting als bedoeld inalsmede de directeur van een voorziening als bedoeld inten behoeve van het nemen van beslissingen inzake hetzij de aanstelling of het ontslag van personeel, hetzij de toelating tot de inrichting van personen, die niet worden ingesloten in de inrichting respectievelijk voorziening voor zover dat noodzakelijk is voor de orde of de veiligheid van de inrichting of voorziening; l. Wet wapens en munitie Jachtwet Onze Minister van Justitie ten behoeve van hetzij het onderzoek naar de antecedenten van personen die in aanmerking willen komen voor een leidinggevende positie bij een particuliere beveiligingsorganisatie, hetzij door hem te benoemen buitengewone opsporingsambtenaren, hetzij de uitvoering van de, deen het Besluit toezicht handel te water; m. het College van procureurs-generaal ten behoeve van door hem te benoemen buitengewoon opsporingsambtenaren; n. Jachtwet de korpschef van een regionaal politiekorps ten behoeve van de uitvoering van de Wet wapens en munitie en de; o. Rijkswet op het Nederlanderschap Onze Minister van Justitie en de burgemeester voor zover dit in het kader van de beoordeling van een verzoek tot het verkrijgen van het Nederlanderschap op grond van denoodzakelijk is; p. Vreemdelingenwet 2000 de directeur van de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de korpschef van een regionaal politiekorps alsmede de voorzitter van de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken ten behoeve van de uitvoering van de; q. de directeur van het Nederlands Centraal Instituut voor Giraal Effectenverkeer B.V. ten behoeve van het onderzoek naar de antecedenten van personen die in aanmerking willen komen voor een dienstbetrekking bij deze rechtspersoon of bij het Nederlands Interprofessioneel Effectencentrum NIEC B.V. of die reeds een dienstbetrekking bij een van deze rechtspersonen vervullen, maar in aanmerking willen komen voor een andere dienstbetrekking bij een van deze rechtspersonen alsmede ten behoeve van het onderzoek naar de antecedenten van personen die bij de hiervoor genoemde rechtspersonen werkzaamheden gaan verrichten gedurende een zodanig lange periode dat hun positie kan worden gelijkgesteld met die van werknemers in dienstverband; r. de President van De Nederlandsche Bank N.V. ten behoeve van het onderzoek naar de antecedenten van personen die in aanmerking willen komen voor een dienstbetrekking bij deze rechtspersoon of bij de Europese Centrale Bank of die reeds een dienstbetrekking bij deze rechtspersoon of de Europese Centrale Bank vervullen, maar in aanmerking willen komen voor een andere dienstbetrekking bij die rechtspersoon of Europese Centrale Bank, alsmede ten behoeve van het onderzoek naar de antecedenten van personen die bij die rechtspersoon werkzaamheden gaan verrichten gedurende een zodanig lange periode dat hun positie kan worden gelijkgesteld met die van werknemers in dienstverband; s. de President van De Nederlandsche Bank N.V. ten behoeve van het onderzoek naar de antecedenten van personen die naar aanleiding van een overeenkomst met De Nederlandsche Bank N.V. worden belast met het vervoeren van bankbiljetten, munten of halffabrikaten die worden gebruikt voor de vervaardiging van bankbiljetten of munten; t. de voorzitter van de Stichting Toezicht Effectenverkeer ten behoeve van het onderzoek naar de antecedenten van personen die in aanmerking willen komen voor een dienstbetrekking bij deze stichting of die reeds een dienstbetrekking bij deze stichting vervullen, maar in aanmerking willen komen voor een andere dienstbetrekking bij die stichting, alsmede ten behoeve van het onderzoek naar de antecedenten van personen die bij deze stichting werkzaamheden gaan verrichten gedurende een zodanig lange periode dat hun positie kan worden gelijkgesteld met die van werknemers in dienstverband; u. artikel 552h van het Wetboek van Strafvordering het hoofd van de divisie Recherche van het Korps landelijke politiediensten ten behoeve van het controleren van de juistheid van de gegevens uit de politieregisters, die op grond van een verzoek om rechtshulp door de autoriteiten van een vreemde staat, als bedoeld in, al dan niet namens de officier van justitie worden verstrekt; v. artikel 13 van het Besluit politieregisters het hoofd van de divisie Recherche van het Korps landelijke politiediensten, of in geval van rechtstreekse verstrekking de korpschef of de commandant van de Koninklijke marechaussee ten behoeve van het controleren van de juistheid van de gegevens uit de politieregisters, die zonder daartoe strekkend verzoek op grond vanaan politie-autoriteiten in een ander land worden verstrekt; w. Onze Minister van Justitie met het oog op de afgifte van een verklaring van geen bezwaar in verband met de oprichting van een naamloze of besloten vennootschap. 2003 37 04-02-2003 15-01-2003 2003 37 04-02-2003 15-01-2003 05-02-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het College van procureurs-generaal is bevoegd inlichtingen te verstrekken over de gegevens, uit de algemene documentatieregisters, aan het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, het hoofd van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, indien en voor zover deze gegevens in het belang van de taakvervulling van de betrokken dienst nodig zijn en het verzoek personen betreft, aan wie, in de zin van het Rubriceringsvoorschrift, tot hoger dan confidentieel geclassificeerde gegevens, materialen of andere objecten toegang zal worden verleend. Bij het indienen van het verzoek wordt omschreven welke gegevens voor het beoogde doel nodig zijn. In zeer bijzondere gevallen kan het College van procureurs-generaal buitendien gegevens verstrekken, nadat hem persoonlijk de noodzaak daartoe door het hoofd van de dienst of diens plaatsvervanger, onder overlegging van alle betrekkelijke gegevens, is aangetoond. 2 Het College van procureurs-generaal is bevoegd inlichtingen te verstrekken uit de algemene documentatieregisters aan het bevoegd gezag van noodwachten en noodwachtstaven, voor zover dit gezag deze nodig heeft met het oog op de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen over de bestemming, de inlijving en het ontslag van noodwachtplichtigen en ander noodwachtpersoneel, indien en voorzover de betrokken personen in aanraking kunnen komen met zaken, waarvan de geheimhouding naar het oordeel van het bevoegd gezag en van het College van procureurs-generaal in het algemeen belang geboden is; bij het verzoek wordt de functie van betrokkene en de aard van de door hem te verrichten werkzaamheden vermeld. 3 Alvorens een verzoek om inlichtingen als bedoeld in de vorige leden wordt gedaan, gaat het hoofd van de dienst, onderscheidenlijk het bevoegd gezag, na of de benodigde gegevens buiten zijn tussenkomst kunnen worden verkregen op enige wijze voorzien in dit besluit, dan wel in een andere bij of krachtens de wet gegeven regeling. 2003 37 04-02-2003 15-01-2003 2003 37 04-02-2003 15-01-2003 05-02-2003
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het College van procureurs-generaal is bevoegd aan a. Onze Minister van Justitie ten behoeve van hetzij het geven van advies aan vreemde mogendheden over te verlenen visa, hetzij het verstrekken van inlichtingen over aspirant-emigranten; b. de beheerder van de afdeling van de justitiële documentatiedienst bij het Ministerie van Justitie ten behoeve van de beoordeling van verzoeken tot toelating voor de vestiging in de Nederlandse Antillen en Aruba uit de algemene documentatieregisters inlichtingen te verstrekken over de gegevens, die vermeld stonden op de uit de strafregisters verwijderde strafbladen. 2001 8 11-01-2001 08-12-2000 2001 8 11-01-2001 08-12-2000 12-01-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het College van procureurs-generaal is bevoegd aan de burgemeesters, voorzover zij buiten het geval waarin het verzoek om inlichtingen omtrent een bepaald persoon verband houdt met het vervullen van een bepaalde werkzaamheid gehouden zijn andere bestuursorganen te dienen van bericht en raad uit de algemene documentatieregisters inlichtingen te verstrekken over de gegevens, die vermeld stonden op uit de strafregisters verwijderde strafbladen met dien verstande, dat, indien sedert het onherroepelijk worden van de veroordeling meer dan acht jaren zijn verlopen, slechts inlichtingen worden verstrekt, indien het ondergaan van gevangenisstraf onvoorwaardelijk is opgelegd of - na een voorwaardelijke veroordeling - alsnog is bevolen. 2 Geen gegevens worden verstrekt, indien sedert de verwijdering van het laatstelijk inzake de betrokkene opgemaakte strafblad acht jaren zijn verlopen. 3 Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau artikel 4 Aan de burgemeester en de commissaris van de Koning worden in het kader van hun adviserende taak, bedoeld in het, de inlichtingen verstrekt, genoemd in. 2001 8 11-01-2001 08-12-2000 2001 8 11-01-2001 08-12-2000 12-01-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 1993 595 25-11-1993 08-10-1993 1993 595 25-11-1993 08-10-1993 01-01-1994
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Voor zover de bij of krachtens dit artikel aangewezen wetten en de daarop berustende bepalingen gevolg verbinden aan afdoeningen wegens misdrijven of bepaalde overtredingen is het College van procureurs-generaal bevoegd aan de personen of colleges, die ten aanzien van bepaalde personen belast zijn met het nemen van bestuursbesluiten ter uitvoering van die wetten dan wel belast zijn met het beslissen in beroep terzake van zodanige besluiten, uit de algemene documentatieregisters inlichtingen te verstrekken over de daarin opgenomen beslissingen waaraan in de betrokken wet gevolg is verbonden. 2 artikel 5 Indien de betrokken wetten niet anders bepalen, worden van misdrijven de gegevens verstrekt, vermeld invan dit besluit en worden voorts verstrekt gegevens terzake van overtredingen van de betrokken wet, doch slechts indien sinds het onherroepelijk worden van de veroordeling niet meer dan acht jaren zijn verlopen. 3 De voorgaande leden zijn van toepassing op: en voorts op de door Onze Minister van Justitie aan te wijzen andere voorschriften. a. Drank- en Horecawet de; b. Wet op de weerkorpsen en de particuliere beveiligingsorganisaties de; c. Wet op de Dierenbescherming de; d. Wegenverkeerswet 1994 de; e. Wet explosieven voor civiel gebruik de; f. Wet op de kansspelen de; 4 Indien in een algemene plaatselijke verordening in het kader van de beoordeling van de aanvraag om een vergunning voor het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling gevolg wordt verbonden aan bepaalde onherroepelijke afdoeningen, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 2001 8 11-01-2001 08-12-2000 2001 8 11-01-2001 08-12-2000 12-01-2001
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikelen 2 7 9c De in detot en metengenoemde personen kunnen onder hen ressorterende ambtenaren machtigen tot het aanvragen der gegevens. In dat geval wordt de machtiging in de aanvrage vermeld. 2 artikelen 2 5 7 Voor zover de in de,engenoemde personen betrekking hebben op een burgemeester, is deze tevens bevoegd de korpschef in wiens regio de gemeente is gelegen, te machtigen tot het aanvragen van de gegevens. 3 Het verzoek om inlichtingen wordt gericht tot het College van procureurs-generaal hetzij rechtstreeks, hetzij, in de door Onze Minister van Justitie aangewezen gevallen, door tussenkomst van een door die Minister aangewezen ambtenaar. 1999 353 24-08-1999 09-08-1999 1999 353 24-08-1999 09-08-1999 25-08-1999
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 4 Indien op grond van het bepaalde inof 5 inlichtingen uit de algemene documentatieregisters worden gevraagd en het College van procureurs-generaal bevindt, dat de persoon op wie het verzoek om inlichtingen betrekking heeft, wordt verdacht van een strafbaar feit, dat zou kunnen leiden tot een strafrechtelijke beslissing, die bij de beoordeling van de te verstrekken inlichtingen in aanmerking zou worden genomen, is het College van procureurs-generaal, indien het daartoe bepaaldelijk termen vindt, bevoegd aan degene, die het verzoek om inlichtingen heeft gedaan, mede te delen, dat nog een strafzaak hangende is. Van die mededeling wordt een afschrift gezonden aan de personen omtrent wie de inlichtingen worden gevraagd, behoudens indien de inlichtingen worden gevraagd in verband met een te verlenen Koninklijke onderscheiding. 1999 197 27-05-1999 11-05-1999 1999 198 27-05-1999 19-05-1999 01-06-1999
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering artikelen 30 artikel 34, derde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen Het College van procureurs-generaal is bevoegd aan de daartoe bevoegde buitengewone opsporingsambtenaren van de Dienst Wegverkeer alsmede aan de met opsporing belaste ambtenaren, bedoeld ininlichtingen te verstrekken terzake van overtredingen van de, eerste, tweede en vierde lid, en, voor zover zij deze behoeven voor de uitoefening van hun taak terzake van het aanbieden van transacties. 2001 8 11-01-2001 08-12-2000 2001 8 11-01-2001 08-12-2000 12-01-2001
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b artikel 31 van de Wet Goederenvervoer over de weg Het College van procureurs-generaal is bevoegd aan de daartoe bevoegde buitengewone opsporingsambtenaren van de divisie Vervoer van de Inspectie Verkeer en Waterstaat inlichtingen te verstrekken terzake van overtredingen vanvoor zover zij deze behoeven voor de uitoefening van hun taak terzake van de beoordeling van de eis van betrouwbaarheid. 2001 520 08-11-2001 24-10-2001 2002 329 27-06-2002 13-06-2002 28061 01-07-2002
Artikel 9c — Artikel 9c#
Artikel 9c Het College van procureurs-generaal is bevoegd bepaalde gegevens uit de algemene documentatieregisters te verstrekken aan: a. het hoofd van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties voor zover noodzakelijk om te kunnen beoordelen of de ongebruikelijke transacties van belang zijn voor de voorkoming en opsporing van misdrijven; b. Onze Minister van Justitie voor zover noodzakelijk voor het verwerken van deze gegevens in het Cliënt-Volgsysteem Jeugdcriminaliteit. 2001 8 11-01-2001 08-12-2000 2001 8 11-01-2001 08-12-2000 12-01-2001
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Onze Minister van Justitie is bevoegd nadere voorschriften te geven voor de uitvoering van dit besluit. 1958 466 23-09-1958 1958 468 17-10-1958 23-09-1958 01-01-1959
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit inlichtingen justitiële documentatie. 2 Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag Het besluit treedt in werking tegelijk met de. 1958 466 23-09-1958 1958 468 17-10-1958 23-09-1958 01-01-1959