Besluit van 23 september 1958, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur tot uitvoering van artikel 1, eerste lid, van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag
- BWB-id
- BWBR0002293
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2002-01-01 t/m 2004-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002293
- ELI
- /eli/nl/amvb/1959/besluit-registratie-justiti-le-gegevens
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1959/besluit-registratie-justiti-le-gegevens/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002293&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002293&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002293/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1959/besluit-registratie-justiti-le-gegevens
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag Dit besluit verstaat onder wet: de. 1958 467 23-09-1958 1958 468 17-10-1958 23-09-1958 01-01-1959
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De justitiële documentatiedienst registreert: 1. de op of na de dag der inwerkingtreding van de wet door de officier van justitie in behandeling genomen zaken tegen: a. artikel 382, eerste lid, onderdeel d, van het Wetboek van Strafvordering artikel 11, eerste lid, van de Opiumwet iedere natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap, aangemerkt als verdacht van enig feit, waarvan een rechtbank anders dan ingevolgein eerste aanleg kennis neemt, met uitzondering evenwel van het feit bedoeld in; b. iedere natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap, aangemerkt als verdacht van een overtreding van de artikelen: Wetboek van Strafrecht 314 van het, Wetboek van Strafrecht 424 van het, Wetboek van Strafrecht 425 van het, Wetboek van Strafrecht 426 van het, bis Wetboek van Strafrecht 426van het, Wetboek van Strafrecht 427 van het, Wetboek van Strafrecht 428 van het, Wetboek van Strafrecht 429 van het, bis Wetboek van Strafrecht 429van het, ter Wetboek van Strafrecht 429van het, quater Wetboek van Strafrecht 429van het, quinquies Wetboek van Strafrecht 429van het, Wetboek van Strafrecht 430 van het, a Wetboek van Strafrecht 435van het, b Wetboek van Strafrecht 435van het, Wetboek van Strafrecht 437 van het, bis Wetboek van Strafrecht 437van het, ter Wetboek van Strafrecht 437van het, quater Wetboek van Strafrecht 437van het, Wetboek van Strafrecht 438 van het, Wetboek van Strafrecht 450 van het, Wetboek van Strafrecht 451 van het, bis Wetboek van Strafrecht 451van het, Wetboek van Strafrecht 455 van het, Wetboek van Strafrecht 463 van het, Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 30, eerste, tweede en vierde lid, van de(uitgezonderd bromfietsen), Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 34, derde lid, van de, 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 , a a 19, 20, onderdeel, 21, onderdeelen 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 jo bord A1 of A3 van bijlage I (voor zover motorvoertuigen betreffende), elk indien de maximumsnelheid met meer dan 30 km per uur is overschreden, dan wel van een overtreding van: Wet op de kansspelen de, Stb. de Wet van 9 mei 1890,81, houdende verbodsbepalingen tegen het dragen van wapenen, Wet wapens en munitie Stb. de(1986, 41). 2. artikel 76 van de Wet op de rechterlijke organisatie de op of na de dag der inwerkingtreding van de wet door de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden in behandeling genomen zaken, waarvan de Hoge Raad ingevolgein eerste en laatste ressort kennis neemt. 3. de navolgende wijzen van afdoening van de hierboven genoemde zaken: a. overdracht aan een ander vervolgend orgaan; b. voeging bij een andere zaak; c. seponering; d. beslissing tot voorwaardelijk niet-vervolgen; e. transactie; f. onherroepelijke vrijspraak; g. onherroepelijk ontslag van rechtsvervolging; h. onherroepelijke veroordeling; i. onherroepelijke terbeschikkingstelling van de Regering; j. onherroepelijke oplegging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor buitengewone behandeling; k. onherroepelijke ondertoezichtstelling; l. onherroepelijke schuldigverklaring zonder toepassing van straf of maatregel; m. de oplegging van de maatregel tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel; n. plaatsing in een inrichting voor jeugdigen; o. de oplegging van de maatregel tot betaling aan de staat van een som geld ten behoeve van het slachtoffer; p. onherroepelijke terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege; q. onherroepelijke terbeschikkingstelling met voorwaarden. 4. b de onherroepelijke afdoening van - op of na de dag der inwerkingtreding van de wet - door de officier van justitie in behandeling genomen zaken niet onder 1van dit artikel genoemd, tegen iedere natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap, die werd aangemerkt als verdacht van enig feit, waarvan de rechtbank in eerste aanleg kennis neemt voor zover daarbij a. een veroordeling is uitgesproken wegens overtreding van: artikel 436 van het Wetboek van Strafrecht , a artikel 436van het Wetboek van Strafrecht , artikel 453 van het Wetboek van Strafrecht , de Arbeidswet, Drank- en Horecawet de, Jachtwet de, Leerplichtwet 1969 de, de Wet van 1 augustus 1964, Stb. 363, houdende regelen met betrekking tot de handel in antibiotica, hormoonpreparaten, thyreostatica en chemotherapeutica, bestemd of mede bestemd voor aanwending bij dieren, de Wet op de Uitoefening van de Diergeneeskunst, de Wet op de Uitoefening van de Geneeskunst, de Wet op de paramedische beroepen, de Wet op de Tandheelkundige inrichtingen, de Veiligheidswet, de Vogelwet 1936, Vreemdelingenwet 2000 de; b. een principale vrijheidsstraf is opgelegd; c. een geldboete is opgelegd en deze een totale last van € 100 of meer beloopt; d. de ontzegging van de rijbevoegdheid of van de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen is uitgesproken; e. een transactie tot stand is gekomen, waarbij het betaalde bedrag een totale last van € 100 of meer beloopt; 5. artikelen 28 29 der Wet op de economische delicten a de oplegging van voorlopige maatregelen als bedoeld in deen, alsmede hun beëindiging, verlenging, wijziging, intrekking of opheffing, genomen in zaken als genoemd onder 1van dit artikel. 6. de op of na de dag der inwerkingtreding van de wet door de advocaat-fiscaal voor de krijgsmacht, door de auditeur-militair of door de fiscaal in behandeling genomen zaken tegen iedere natuurlijke persoon verdacht van a. Wetboek van Militair Strafrecht een misdrijf, zoals omschreven in het; b. een commuun misdrijf of van een economisch delict; c. b een overtreding als genoemd in dit artikel onder 1. 7. b de onder 3 van dit artikel vermelde wijzen van afdoening van de onder 6 van dit artikel genoemde zaken, met dien verstande dat in de gevallen waarin artikel 12 van de Rechtspleging bij de Land- en de Luchtmacht, artikel 8van de Rechtspleging bij de Zeemacht of artikel 58 van de Wet op de Krijgstucht is toegepast, als inhoud van de beslissing uitsluitend "krijgstuchtelijke afdoening" wordt vermeld. 8. de onherroepelijke afdoening van door de advocaat-fiscaal voor de krijgsmacht, de auditeur-militair of de fiscaal in behandeling genomen zaken, niet onder 6 van dit artikel genoemd, voor zover daarbij: a. a een veroordeling is uitgesproken als bedoeld onder 4van dit artikel; b. een principale vrijheidsstraf is opgelegd; c. een geldboete is opgelegd en deze een totale last van € 100 of meer beloopt; d. de ontzegging van de rijbevoegdheid of van de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen is uitgesproken; e. een transactie tot stand is gekomen waarbij het betaalde bedrag een totale last van € 100 of meer beloopt. 9. Nederlandse Staatscourant de transacties, op of na de dag van inwerkingtreding van de wet, gesloten door De Nederlandsche Bank N.V. te Amsterdam en door de directeurs der rijksbelastingen op grond van de bevoegdheid, toegekend bij het Koninklijk besluit van 1 mei 1951 (d.d. 11 mei 1951); 10. artikel 11, eerste lid, van de Opiumwet de onherroepelijke afdoening van door de officier van justitie in behandeling genomen zaken tegen iedere natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap, die werd aangemerkt als verdacht van het feit bedoeld invoorzover daarbij a. een principale vrijheidsstraf is opgelegd; b. een geldboete is opgelegd en deze een totale last van € 100 of meer beloopt; c. een transactie tot stand is gekomen, waarbij het betaalde bedrag een totale last van € 100 of meer beloopt. 11. artikelen 30 34, derde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen de transacties aangegaan door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren van de politie, de Koninklijke marechaussee en de Dienst Wegverkeer ter zake van overtreding van de, eerste, tweede en vierde lid, en. 12. artikelen 310 321 van het Wetboek van Strafrecht artikel 8, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 de transacties aangegaan door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren terzake van overtredingen van deenalsmede van. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist. 2001 614 20-12-2001 10-12-2001 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De justitiële documentatiedienst registreert voorts 1. Stb. Verord. Bl. de gegevens als genoemd in artikel 5 van de wet, voor zover zij vóór het inwerkingtreden van de wet werden opgenomen in de strafregisters als bedoeld in het Koninklijk besluit van 19 februari 1896,29, zoals dit laatstelijk werd gewijzigd, evenwel met uitzondering van de vonnissen, die hier te lande zijn gewezen door Duitse rechters en van vonnissen en arresten gewezen door de in het besluit van de Secretaris-Generaal van het Departement van Justitie van 12 augustus 1941 (1941, 156) bedoelde vrederechters en het vredegerechtshof; 2. Stb. Ned. Stcrt. Ned. Stcrt. alle gegevens, welke de documentatiedienst als bedoeld in het "Besluit justitiële documentatie" (Koninklijk besluit van 2 februari 1951,36) vóór de inwerkingtreding van de wet heeft geregistreerd ingevolge de artikelen 3 t/m 6 van de beschikking van de Minister van Justitie van 16 april 1951 (1951, nr. 76) aangevuld bij beschikking van 29 juni 1951 (1951, nr. 129), met uitzondering van de gegevens, betrekking hebbend op strafbare feiten als bedoeld in artikel 6 van deze algemene maatregel van bestuur. 1958 467 23-09-1958 1958 468 17-10-1958 23-09-1958 01-01-1959
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De justitiële documentatiedienst registreert bovendien met betrekking tot de geregistreerde zaken: 1. de datum van het vermoedelijk einde van een proeftijd; 2. de verlenging of verkorting van een proeftijd; 3. de verlenging of beëindiging van de terbeschikkingstelling van de regering; 4. de last tot gehele of gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke veroordeling; 5. het opnieuw in behandeling nemen van een geseponeerde zaak; 6. het opnieuw in behandeling nemen van een voorwaardelijk niet-vervolgde zaak; 7. artikel 578, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht het bevel als bedoeld inna voldoening aan de overeenkomstiggestelde voorwaarden; 8. de beslissing dat een waarborgsom geheel of ten dele aan de Staat vervalt; 9. b artikel 577van het Wetboek van Strafvordering e artikel 36van het Wetboek van Strafrecht de beslissing op grond van het bepaalde intot verminderen of kwijtschelden, dan wel tot geheel of ten dele teruggeven of aan een derde uitkeren van het bedrag dat is vastgesteld in een maatregel als bedoeld in; 10. indien een aanvraag tot herziening is ingediend: a. de verwijzing door de Hoge Raad; b. de uiteindelijke onherroepelijke afdoening; 11. de last tot uitstel of het niet doen plaatsvinden van vervroegde invrijheidstelling; 12. de beschikking tot intrekking van de voorwaardelijke invrijheidstelling; 13. de verlening van gehele of gedeeltelijke gratie; 14. de aan het besluit tot het verlenen van gratie verbonden bepalingen (voorwaarden); 15. de wijziging of de herroeping van een besluit tot het verlenen van gratie; 16. de beschikking tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van een ter beschikking van de Regering gestelde, met de duur van de proeftijd; 17. de herroeping van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van een ter beschikking van de Regering gestelde; 18. de vervanging van een geldboete door arrest of berisping; 19. de beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor buitengewone behandeling; 20. de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor buitengewone behandeling; 21. de herroeping van de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor buitengewone behandeling; 22. de vervanging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor buitengewone behandeling door de maatregel van terbeschikkingstelling van de Regering; 23. de vervanging van de straf van plaatsing in een tuchtschool door een andere straf; 24. de vervanging van de geldboete door jeugddetentie, hechtenis of een alternatieve sanctie; 25. de verlenging of de beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen; 26. de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen; 27. de herroeping van de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen; 28. de omzetting van een alternatieve straf in een vrijheidsstraf; 29. het opleggen en gelasten van de gehele of gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf in plaats van de straf van het verrichten van onbetaalde arbeid; 30. de voorwaardelijke invrijheidstelling van een jeugdige; 31. artikel 9, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht de gehele of gedeeltelijke vervanging van de straf van jeugddetentie in een van de straffen genoemd in; 32. de verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling; 33. g artikel 38van het Wetboek van Strafrecht de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege als bedoeld in; 34. c artikel 38van het Wetboek van Strafrecht het geven van een bevel tot verpleging van overheidswege als bedoeld in; 35. k artikel 38van het Wetboek van Strafrecht het geven van een last tot hervatting van de verpleging van overheidswege als bedoeld in. 1997 217 05-06-1997 22-05-1997 1997 295 10-07-1997 05-07-1997 02-10-1997
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikelen 2 3 4 De justitiële documentatiedienst registreert de in de,enbedoelde gegevens in de bij de dienst te houden algemene documentatieregisters. 1958 467 23-09-1958 1958 468 17-10-1958 23-09-1958 01-01-1959
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 a artikel 2 onder 1 Buiten registratie door de justitiële documentatiedienst blijven de zaken als bedoeld inindien het door de officier van justitie in behandeling genomen proces-verbaal betrekking heeft op a. artikel 72 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Stb. Stb. een strafbaar feit, beschouwd als overtreding ingevolge(1959, 301) of artikel 191 van de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen (1961, 31); b. artikel 146 van de Provinciewet een overtreding van een provinciale verordening, waarbij - ingevolge- belasting of andere rechten worden geheven; c. artikel 272 van de gemeentewet een overtreding van een gemeentelijke verordening, waarbij - ingevolge- belasting of andere rechten worden geheven; d. een overtreding als bedoeld in artikel 54 van de Wet op het notarisambt; e. artikel 465 466 467 468 onder 1° van het Wetboek van Strafrecht een overtreding als bedoeld in,,of; f. een overtreding van artikel 3 van de Enquêtewet. 1989 188 19-05-1989 1989 188 19-05-1989 01-08-1989
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De ingevolge dit besluit geregistreerde gegevens worden uit de justitiële documentatie verwijderd, zodra komt vast te staan dat de betrokken persoon ten onrechte als verdachte is aangemerkt. 2 De ingevolge dit besluit geregistreerde gegevens worden uit de justitiële documentatie verwijderd na verloop van een termijn van twintig jaren. 3 De in het tweede lid genoemde termijn wordt verlengd met de bij de uitspraak bepaalde duur van de opgelegde vrijheidsstraf indien deze drie jaren te boven gaat alsmede met de duur van de terbeschikkingstelling, de duur van de plaatsing in een inrichting voor buitengewone behandeling of van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. 4 Bij toepassing van het derde lid wordt de termijn bovendien verlengd met tien jaren in het geval van veroordeling wegens een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld. 1997 230 12-06-1997 30-05-1997 1997 230 12-06-1997 30-05-1997 13-06-1997
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a b c artikel 2 onder 1, onder 4, onder 6, onder 8 en onder 11 artikel 7 van het Besluit inlichtingen justitiële documentatie De gegevens als bedoeld in, alsmede de gegevens omtrent rechtspersonen of vennootschappen worden uit de justitiële documentatie verwijderd na verloop van 5 jaren. Evenwel worden de gegevens welke langer beschikbaar moeten blijven opdat kan worden voldaan aanna tien jaren verwijderd. 1993 137 26-02-1993 1993 137 26-02-1993 13-03-1993
Artikel 7b — Artikel 7b#
Artikel 7b De gegevens worden in elk geval verwijderd indien sedert de geboortedag van de betrokken persoon tachtig jaren zijn verstreken of na het overlijden van de betrokken persoon. 1999 353 24-08-1999 09-08-1999 1999 353 24-08-1999 09-08-1999 25-08-1999
Artikel 7c — Artikel 7c#
Artikel 7c 1 artikelen 7 a 7 De in deenbedoelde termijn vangt aan op de dag volgende op die waarop de zaak onherroepelijk is afgedaan. 2 Indien gedurende twintig jaren na de dag van registratie bij de justitiële documentatiedienst geen melding is binnengekomen dat de zaak onherroepelijk is afgedaan, vangt de termijn aan op de dag waarop de zaak is geregistreerd. 1993 137 26-02-1993 1993 137 26-02-1993 13-03-1993
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Onze Minister van Justitie kan ten aanzien van de wijze van registratie en van verwijdering van gegevens genoemd in deze algemene maatregel van bestuur nadere voorschriften geven. 1958 467 23-09-1958 1958 468 17-10-1958 23-09-1958 01-01-1959
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit registratie justitiële gegevens. 2 Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag Het besluit treedt in werking tegelijk met de. 1958 467 23-09-1958 1958 468 17-10-1958 23-09-1958 01-01-1959