Besluit van 30 januari 1960, tot uitvoering van de artikelen 19 en 19a van de Vleeskeuringswet
- BWB-id
- BWBR0002336
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2002-07-10 t/m 2004-03-16
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002336
- ELI
- /eli/nl/amvb/1960/eisenbesluit-vleeskeuringswet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1960/eisenbesluit-vleeskeuringswet/2002-07-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002336&g=2002-07-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002336&z=2026-06-06&g=2002-07-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002336/2002-07-10
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1960/eisenbesluit-vleeskeuringswet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder: a. Vleeskeuringswet "Onze Minister": de Minister, belast met de uitvoering van de; b. Vleeskeuringswet "de wet": de; c. "inspecteur": regionale veterinaire inspecteur van de Voedsel en Waren Autoriteit; d. "keuringsdierenarts": dierenarts, belast met de keuring van slachtdieren en van vlees; e. vervallen; f. vervallen; g. "vleeswinkel": de inrichting, waar bij wege van bedrijf de verkoop van vlees aan het publiek plaatsvindt; h. "rechtstreekse verbinding": de open verbinding tussen twee aangrenzende ruimten, met uitzondering van de verbinding, welke bestaat uit een doelmatig functionerend systeem van luchtoverdruk of van luchtcirculatie, dat voldoet aan door Onze Minister gestelde eisen, en van de verbinding, welke bestaat uit een doorvoeropening voor een glijgoot; 2002 352 09-07-2002 01-07-2002 2002 352 09-07-2002 01-07-2002 10-07-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 19, eerste lid artikel 19, tweede lid dit hoofdstuk De bedrijfsruimten van de in, van de wet genoemde inrichtingen, welke dienen voor het verrichten van handelingen, als bedoeld in, van de wet, moeten, behalve aan de voorschriften voor elk dezer afzonderlijk gesteld in de desbetreffende artikelen van dit besluit, voldoen aan de eisen, gesteld in de artikelen van. 2 De in het eerste lid bedoelde bedrijfsruimten mogen niet met elkaar en met andere ruimten in rechtstreekse verbinding staan, tenzij in dit besluit uitdrukkelijk anders is bepaald. 1960 71 30-01-1960 1960 71 30-01-1960 07-03-1960
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De vloeren moeten zijn vervaardigd van materiaal, dat vocht niet doorlaat of opneemt; zij mogen noch scheuren, noch onnodige verdiepingen vertonen en moeten zoveel helling hebben, dat het spoel- en schrobwater, hetzij rechtstreeks, hetzij door open goten, gemakkelijk kan wegvloeien naar met een afneembaar rooster gedekte en van stankafsluiting voorziene kolken, vanwaar het door een goed gesloten waterdicht buizenstelsel moet worden weggevoerd naar de gemeentelijke riolering. Indien een dergelijke riolering niet aanwezig is of van aansluiting daarop door burgemeester en wethouders, gehoord de inspecteur, ontheffing is verleend, moet het afvalwater worden geleid naar een put, welke buiten de inrichting is gelegen en zo is afgesloten, dat verspreiding van smetstof en van onaangename geuren wordt voorkomen; lediging van deze putten moet geregeld plaatsvinden op een tijdstip, dat in de bedrijfsruimten, gelegen in de onmiddellijke nabijheid, geen werkzaamheden worden verricht. 2 Het bepaalde omtrent de helling van de vloeren en de afvoer van spoel- en schrobwater is niet van toepassing op koel- en vriesruimten en op pekelkelders en vleeswinkels, indien het spoel- en schrobwater niet kan wegvloeien. 3 Het bepaalde omtrent het materiaal van de vloeren is niet van toepassing op vriesruimten. 4 De inspecteur kan tegen het verlenen van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, beroep instellen bij Gedeputeerde Staten. 1993 541 23-10-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De wanden moeten voldoen aan de volgende eisen: a. zij moeten van steen of beton zijn; b. aan de binnenzijde moeten zij glad, vlak, waterdicht en licht van kleur zijn; c. de hoogte, gemeten van de vloer tot de zoldering, mag op geen enkele plaats minder dan twee meter zijn. 2 a b Het eerste lid, onderen, geldt niet voor het gedeelte der wanden, dat wordt ingenomen door roosters, ventilatoren, deuren en lichtramen. 3 c Het eerste lid, onder, geldt niet ten aanzien van koel- en vriesruimten en ruimten, waar geen andere handelingen worden verricht dan het zouten van vlees, mits de in deze ruimten te verrichten werkzaamheden naar behoren kunnen plaatsvinden. 4 De wanden mogen aan de binnenzijde zijn voorzien van tegels, van een deugdelijke verflaag, welke bestand is tegen reiniging met zeepwater en ontsmettingsmiddelen, of van door Onze Minister aangewezen materiaal, dat aan daarbij gestelde eisen voldoet. 5 a In afwijking van het eerste lid, onder, kan Onze Minister bepalen, dat de wanden van door hem aangewezen bedrijfsruimten van door hem aangegeven ander materiaal dan steen of beton mogen zijn. 6 b artikel 24 In afwijking van het eerste lid, onder. mogen ten aanzien van vleeswinkels, als bedoeld in, de wanden aan de binnenzijde zijn voorzien van tegels in elke kleur. 7 c In afwijking van het eerste lid, onder, mag ten aanzien van bedrijfsruimten van slachterijen, waar slachtdieren worden geslacht, de hoogte der wanden op geen enkele plaats minder dan drie meter zijn. 1975 363 19-06-1975 1977 110 23-02-1977 01-03-1977
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De overgang van de vloer naar de wanden en van de wanden onderling moet rond of met hoeken van minimaal 135° zijn afgewerkt, evenals die van de vloer naar de daarop bevestigde niet verplaatsbare voorwerpen. 2 Het eerste lid geldt niet ten aanzien van vriesruimten. 1975 363 19-06-1975 1977 110 23-02-1977 01-03-1977
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 8 De bovenzijde van de bedrijfsruimten moet, met inachtneming van het bepaalde in, stof- en waterdicht en verder van dien aard zijn, dat geen bestanddelen daarvan tot verontreiniging van het vlees of de vleeswaren aanleiding kunnen geven. 1960 71 30-01-1960 1960 71 30-01-1960 07-03-1960
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Het daglicht moet in voldoende mate kunnen toetreden, hetzij door ongekleurd glas in het dak, hetzij door ongekleurd glas in de wand, hetzij door beide en wel zo, dat in elk deel van de bedrijfsruimten een gunstige daglichtvoorziening wordt verkregen. 2 De gezamenlijke oppervlakte glas, ongerekend glas, waardoor indirect licht binnenvalt, mag niet minder bedragen dan 1/6 gedeelte van de vloeroppervlakte van de ruimte. 3 Ten minste een der wanden moet over de volle afmeting buitenwand zijn en gedeeltelijk bestaan uit een of meer lichtramen van ongekleurd doorzichtig glas, dat het daglicht onbelemmerd doorlaat. 4 Het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid is niet van toepassing, indien een kunstverlichting is aangebracht, waardoor een gunstige daglichtvoorziening wordt benaderd. 5 Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op koel- en vriesruimten en ruimten, welke uitsluitend worden gebruikt voor het zouten van vlees, met dien verstande, dat deze ruimten elektrisch moeten kunnen worden verlicht en, indien aansluiting aan een elektrisch net niet mogelijk is, voldoend ander kunstlicht kan worden ontstoken. 1960 71 30-01-1960 1960 71 30-01-1960 07-03-1960
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De buitenlucht moet door middel van roosters, beweegbare lichtramen, ventilatoren, dan wel door een samenstel daarvan, in voldoende mate kunnen toetreden, hetzij door openingen in het dak, hetzij door openingen in de buitenwand, hetzij door beide en wel zo, dat in elk deel van de bedrijfsruimten de lucht steeds wordt ververst. 2 De gezamenlijke oppervlakte voor doorlating van de buitenlucht mag niet minder bedragen dan 1/20 gedeelte van de vloeroppervlakte van de ruimte, tenzij de luchtverversing geschiedt door elektrische ventilatoren van genoeg capaciteit. 3 Voor bedrijfsruimten, welke uitsluitend worden gebruikt voor het zouten van vlees, mag de in het tweede lid bedoelde oppervlakte niet minder dan 1/100 gedeelte van de vloeroppervlakte van de ruimte bedragen, tenzij de luchtverversing geschiedt door elektrische ventilatoren van genoeg capaciteit. 4 Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op koel- en vriesruimten, indien de luchtverversing geschiedt door middel van een buizenstelsel, waardoor lucht kunstmatig wordt aan- en afgevoerd, of op een andere wijze, als met het stelsel van de koelinrichting overeenkomt, doch zo, dat de lucht steeds genoeg wordt ververst. 1960 71 30-01-1960 1960 71 30-01-1960 07-03-1960
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De bedrijfsruimte moet zodanige afmetingen hebben, dat de voor het bedrijf nodige handelingen en het toezicht daarop naar behoren kunnen plaatsvinden. 1960 71 30-01-1960 1960 71 30-01-1960 07-03-1960
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De bedrijfsruimten en de zich daarin bevindende voorwerpen en kolken, alsmede het terrein, waarop de inrichting zich bevindt, moeten geregeld schoon worden gehouden; elke dag, waarop in deze ruimten gewerkt is, moeten de ruimten met inbegrip van de voorwerpen en gereedschappen, welke daarbij zijn gebruikt, alsmede de kolken, onmiddellijk na beëindiging der werkzaamheden, worden gereinigd. 2 Het zich in de bedrijfsruimten bevindende vlees mag niet met de vloer in aanraking komen. 3 De aanwezigheid van vlees, dat bedorven is of op andere wijze ondeugdelijk is geworden en van vleeswaren, welke bedorven of op andere wijze ondeugdelijk zijn geworden, alsmede van ongeschilde tenen manden in de bedrijfsruimten is verboden. 1960 71 30-01-1960 1960 71 30-01-1960 07-03-1960
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De bedrijfsruimten, met uitzondering van koel- en vriesruimten, moeten zijn aangesloten op een openbare drinkwaterleiding, tenzij deze in de gemeente niet aanwezig is, dan wel Onze Minister, van deze verplichting ontheffing heeft verleend. 2 Waterleidingbesluit Stb. In de bedrijfsruimten, met uitzondering van koel- en vriesruimten, dient voldoende water ter beschikking te zijn dat voldoet aan de eisen gesteld in tabel I opgenomen in bijlage A van het(1960, 345), voorzover van toepassing en met dien verstande, dat ten aanzien van de parameter no. 15, de waarde gelijk is aan of minder is dan 1 per 20 ml. 3 Het gebruik van ander water, dan het water bedoeld in het tweede lid is verboden, behalve voor zover het water betreft, dat gebruikt wordt voor het produceren van stoom, mits de daartoe aangebrachte leidingen het gebruik van dit water voor andere doeleinden onmogelijk maken en geen gevaar voor besmetting van vlees of vleeswaren opleveren, en voor zover het water betreft, bestemd voor de bestrijding van brand en voor het koelen van koelmachines. De leidingen voor het in de vorige volzin bedoelde water moeten kunnen worden onderscheiden van de leidingen van het in het eerste lid bedoelde water. 4 Onze Minister kan na overleg met Onze Minister van Landbouw en Visserij aanvullende eisen stellen aan water bedoeld in het tweede lid met het oog op de goede hoedanigheid van het vlees of de vleeswaren. 1987 181 25-03-1987 1987 181 25-03-1987 01-05-1987
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Het terrein vóór de in- en uitgangen der bedrijfsruimten moet, gemeten van de buitenwand der bedrijfsruimten, tot een breedte van tenminste 1 meter regelmatig bestraat, betegeld of op soortgelijke wijze verhard zijn, zodat afdoende reiniging kan plaatsvinden. 1960 71 30-01-1960 1960 71 30-01-1960 07-03-1960
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Tot wering van vogels en van ratten, muizen, vliegen en ander ongedierte in de bedrijfsruimten moeten doeltreffende maatregelen worden genomen. 2 Het gebruik van chemische of biologische middelen tot bestrijding van ongedierte in de bedrijfsruimten is slechts toegestaan met toestemming van de inspecteur, die daarbij voorwaarden kan stellen. 1960 71 30-01-1960 1960 71 30-01-1960 07-03-1960
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Stb. artikel 25, eerste lid De bedrijfsruimten van die vleeswinkels, waarin wordt uitgeoefend het slagersbedrijf, onderscheidenlijk het paardenslagersbedrijf, als bedoeld in het Vestigingsbesluit levensmiddelenbedrijven 1961 (23), en de in die bedrijfsruimten aanwezige toestellen, gereedschappen en andere voorwerpen, benodigd voor het bewaren, bereiden, bewerken, uitstallen of verkopen van in, bedoelde waren, moeten zich bij de aanvang van de dagelijkse werkzaamheden in reine toestand bevinden en gedurende de werkzaamheden in zo rein mogelijke toestand worden gehouden. 2 Metalen voorwerpen, als bedoeld in het eerste lid, dienen bij voorkeur van niet-roestend metaal te zijn vervaardigd en zoveel mogelijk glad te zijn. Zij moeten steeds roestvrij zijn. Hakblokken en snijplanken dienen van een kunststof of een harde houtsoort te zijn vervaardigd en een zoveel mogelijk glad oppervlak te hebben zonder naden of scheuren. 3 In de bedrijfsruimte van elke vleeswinkel, als bedoeld in het eerste lid, of, voor zover zulks niet uitvoerbaar is te achten, in de onmiddellijke nabijheid daarvan, moet aanwezig zijn een wasgelegenheid met vaste aan- en afvoer, met reukloze zeep en één of meer schone handdoeken of doelmatig handendroogapparaat. 1975 363 19-06-1975 1977 110 23-02-1977 01-03-1977
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 24, eerste lid artikel 24, eerste lid In bedrijfsruimten van vleeswinkels, als bedoeld in, mogen behalve de in, bedoelde voorwerpen slechts aanwezig zijn: a. vlees en vleeswaren; b. 1°. in Nederland geslacht pluimvee, alsmede van zodanig pluimvee afkomstige delen en organen; 2°. geslacht pluimvee, afkomstig uit door Onze Minister aan te wijzen landen, ten aanzien van welk pluimvee voldaan is aan door hem te stellen voorwaarden; c. b onder eetwaren, waarin vlees, vleeswaren of vlees van geslacht pluimvee, als bedoeld, verwerkt is of zijn, en die bereid zijn in een bedrijfsruimte, welke behoort tot dezelfde onderneming als de vleeswinkel; d. a onder c eetwaren, andere dan-genoemd, en drinkwaren, waaronder begrepen ingrediënten, bestemd voor de bereiding van eet- en drinkwaren, mits zij zich bevinden in een verpakking, waarin zij aan de afnemers worden geleverd en die verpakking zodanig is, dat haar inhoud aan het vlees en de vleeswaren, in de vleeswinkel aanwezig, geen afwijkende smaak of geur kan geven; e. a onder c voeder voor honden en katten, mits het zich bevindt in een verpakking, waarin het aan de afnemers wordt geleverd en op die verpakking, voor zover het betreft voeder dat niet uitsluitend bestaat uitofbedoelde artikelen, duidelijk zichtbaar is aangegeven dat zij voeder voor honden of katten bevat en voorts die verpakking zodanig is dat haar inhoud aan het vlees en de vleeswaren, in de vleeswinkel aanwezig, geen afwijkende smaak of geur kan geven. 2 artikel 24, eerste lid In bedrijfsruimten van vleeswinkels, als bedoeld in, dient gehakt bij een temperatuur van 7° C of daar beneden te worden bewaard. Door middel van een aangebrachte thermometer moet de temperatuur van de gekoelde ruimte, waarin het vlees in afwachting van verkoop wordt bewaard, steeds gemakkelijk afleesbaar zijn. 3 artikel 24, eerste lid b de artikelen 26 c 26 Indien in bedrijfsruimten van vleeswinkels, als bedoeld in, vlees wordt verkocht, als bedoeld inen, zijn die artikelen mede van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 24, eerste lid Zelfstandigheden, welke aan het vlees of de vleeswaren een afwijkende smaak of geur kunnen geven, dan wel het bederf ervan kunnen bevorderen, mogen in bedrijfsruimten van vleeswinkels, als bedoeld in, niet aanwezig zijn. 1989 515 24-10-1989 1989 515 24-10-1989 30-11-1989
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 24, eerste lid Personen, in vleeswinkels, als bedoeld in, belast met het bewerken en de verkoop van vlees en/of vleeswaren, moeten tijdens de uitoefening van deze werkzaamheden schone kleding dragen en steeds schone handen en armen hebben. 1975 363 19-06-1975 1977 110 23-02-1977 01-03-1977
Artikel 26a — Artikel 26a#
Artikel 26a Hoofdstuk II het derde lid van artikel 10 Hoofdstuk IX De artikelen van- met uitzondering van het bepaalde in, ten aanzien van de aanwezigheid van bedorven of op andere wijze ondeugdelijk geworden vlees of vleeswaren -, alsmede de artikelen vangelden niet voor de bedrijfsruimten van die vleeswinkels, waar vlees niet wordt bewerkt, maar uitsluitend wordt verkocht. 1975 363 19-06-1975 1977 110 23-02-1977 01-03-1977
Artikel 26b — Artikel 26b#
Artikel 26b 1 a artikel 26 In bedrijfsruimten van vleeswinkels, als bedoeld in, mag geen ander vlees aanwezig zijn dan voorverpakt vlees, dat wat betreft de verpakking voldoet aan de daaraan door Onze Minister te stellen eisen. 2 Indien het vlees, anders dan in diepgevroren toestand, aanwezig is, dient het bij een temperatuur van maximaal 7° C en minimaal -1° C te worden bewaard. 3 Door middel van een aangebrachte thermometer moet de temperatuur van de gekoelde ruimte, waarin het vlees in afwachting van verkoop wordt bewaard, steeds gemakkelijk afleesbaar zijn. 4 De ruimte, waarin het vlees in afwachting van verkoop wordt bewaard, moet zich te allen tijde in reine toestand bevinden. 5 Door of vanwege de keuringsdienst geopende verpakkingen moeten door of vanwege genoemde dienst zijn gewaarmerkt. 6 a artikel 26 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, mag in de verkoopruimte van vleeswinkels, als bedoeld in, onverpakt vlees aanwezig zijn indien het in afwachting van rechtstreekse verkoop aan de uiteindelijke verbruiker wordt bewaard in een koelmeubel dat zich te allen tijde in reine toestand bevindt. Het vlees dient zodanig te worden opgeslagen dat ieder contact met andere levensmiddelen of zelfstandigheden, die bezoedeling of bederf van het vlees kunnen bevorderen of een afwijkende geur, kleur of smaak op het vlees kunnen overbrengen, wordt voorkomen. De eisen ten aanzien van de bewaartemperatuur en de thermometer als bedoeld in het tweede onderscheidenlijk het derde lid zijn, voor zover vlees in dit meubel is opgeslagen, van overeenkomstige toepassing. Het koelmeubel dient zodanig geconstrueerd te zijn dat de uiteindelijke verbruiker het vlees niet kan aanraken of betasten en het vlees niet in direct contact komt met de bodem van het meubel. Gebruikte onderlagen dienen zich te allen tijde in reine toestand te bevinden. 1989 515 24-10-1989 1989 515 24-10-1989 30-11-1989
Artikel 26c — Artikel 26c#
Artikel 26c 1 a artikel 26 In een bedrijfsruimte van een vleeswinkel, als bedoeld in, mag vlees in diepgevroren toestand aanwezig zijn, mits het wordt bewaard in een diepvriesmeubel met volautomatische koeling, waarin de temperatuur niet hoger mag zijn dan -18°C, en het wat betreft de verpakking voldoet aan de daaraan door Onze Minister te stellen eisen. 2 Door middel van een aangebrachte thermometer moet de inwendige temperatuur van het in het eerste lid bedoelde vriesmeubel steeds gemakkelijk afleesbaar zijn. 3 Het in het eerste lid bedoelde vriesmeubel moet zich te allen tijde in reine toestand bevinden. 1979 386 28-06-1979 1981 534 29-07-1981 01-09-1981
Artikel 26d — Artikel 26d#
Artikel 26d artikelen 24 25, tweede en vierde lid 26 In een vleeswinkel waar vlees goedgekeurd onder voorwaarde van verkoop in het klein onder toezicht wordt bewerkt alvorens te worden verkocht, is het bepalade in de,, envan overeenkomstige toepassing. 1989 515 24-10-1989 1989 515 24-10-1989 30-11-1989
Artikel 26e — Artikel 26e#
Artikel 26e artikelen 26 a 26 b 26, tweede tot en met vijfde lid In een vleeswinkel waar vlees goedgekeurd onder voorwaarde van verkoop in het klein onder toezicht uitsluitend worden verkocht, is het bepaalde in de,en, van overeenkomstige toepassing. 1989 515 24-10-1989 1989 515 24-10-1989 30-11-1989
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 1996 126 27-02-1996 05-01-1996 1996 126 27-02-1996 05-01-1996 28-02-1996
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 1996 126 27-02-1996 05-01-1996 1996 126 27-02-1996 05-01-1996 28-02-1996
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 1996 126 27-02-1996 05-01-1996 1996 126 27-02-1996 05-01-1996 28-02-1996
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 39a — Artikel 39a#
Artikel 39a Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 39b — Artikel 39b#
Artikel 39b Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 39c — Artikel 39c#
Artikel 39c Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 39d — Artikel 39d#
Artikel 39d Vervallen 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 1994 12 13-01-1994 07-12-1993 14-01-1994
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 19 In de onmiddellijke nabijheid van de bedrijfsruimten van de invan de wet bedoelde inrichtingen moeten één of meer toiletten aanwezig zijn, welke zich steeds in reine toestand moeten bevinden. 2 Toiletten, waaronder begrepen urinoirs, voorzover vanuit de bedrijfsruimten bereikbaar, mogen eerst na het passeren van twee deuren voor de gebruikers toegankelijk zijn; de deur naar de bedrijfsruimte moet zich automatisch sluiten. 3 Indien de bedrijfsruimten op de openbare drinkwaterleiding zijn aangesloten, moeten de toiletten en de urinoirs van waterspoeling zijn voorzien. 4 In de ruimte tussen beide deuren, dan wel op het toilet of de urinoir zelve, moet aanwezig zijn een wasgelegenheid met ontsmettende, reukloze zeep en een of meer schone handdoeken of doelmatig handendroogapparaat. 5 In de ruimte, waar de wasgelegenheid zich bevindt, dan wel in het toilet en de urinoir zelve, moet op duidelijk zichtbare wijze het opschrift zijn aangebracht: "Een ieder behoort na gebruikmaken van het toilet of de urinoir de handen met behulp van zeep te wassen". 6 artikel 19 Te openen vensters of ventilatieopeningen van toiletten en urinoirs mogen niet op de bedrijfsruimten van de inrichtingen, als bedoeld invan de wet, uitkomen; deze vensters en openingen moeten met vliegengaas zijn afgesloten. 1960 71 30-01-1960 1960 71 30-01-1960 07-03-1960
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 19 In de bedrijfsruimten van de invan de wet bedoelde inrichtingen mogen honden en katten niet aanwezig zijn, tenzij de dieren bestemd zijn om in een op het terrein van een slachterij staande inrichting pijnloos te worden gedood. 2 Vleeswinkels moeten bij de voor het publiek te gebruiken toegang onder vermelding van dit artikel op duidelijk zichtbare wijze het opschrift dragen: "Aanwezigheid van honden en katten in deze winkel is verboden". 1960 71 30-01-1960 1960 71 30-01-1960 07-03-1960
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 artikel 5, tweede lid artikel 13, tweede lid artikel 17, tweede lid artikel 19, tweede lid Belanghebbende kan tegen een besluit van de inspecteur als bedoeld in,,of, beroep instellen bij Onze Minister. 1993 541 23-10-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Dit besluit kan worden aangehaald onder de titel: "Eisenbesluit (Vleeskeuringswet)". 1960 71 30-01-1960 1960 71 30-01-1960 07-03-1960
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van het, waarin het wordt geplaatst. 2 Op het in het eerste lid bedoelde tijdstip worden ingetrokken: artikel 19 met dien verstande, dat ten aanzien van de inrichtingen, bedoeld invan de wet, welke voldoen aan de vóór het tijdstip van inwerkingtreden van dit besluit geldende voorschriften, zolang zij aan deze eisen voldoen en niet in eigendom zijn overgegaan anders dan aan een echtgenoot, echtgenote, kind of pleegkind, van degene, die op vorenbedoeld tijdstip de feitelijke leiding had in zodanige inrichting, gedurende twee jaren ontheffing wordt verleend van bouwtechnische voorschriften, vervat in dit besluit. a. Stb. het Koninklijk besluit van 6 juni 1921,754; b. Stb. het Koninklijk besluit van 10 juli 1926,233; 1961 58 27-02-1961 1961 58 27-02-1961 03-04-1961