Besluit van 26 juni 1961, houdende regeling van de uitkeringen aan de nabestaanden van de militair, die aan de gevolgen van een vliegongeval tijdens dienstverrichtingen ten behoeve van de Krijgsmacht komt te overlijden, of aan de militair zelf, wanneer hij door gelijke oorzaken blijvend invalide geraakt
- BWB-id
- BWBR0002355
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- 2002-01-01 t/m 2017-04-11
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002355
- ELI
- /eli/nl/amvb/1961/regeling-uitkering-vliegongeval
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1961/regeling-uitkering-vliegongeval/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002355&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002355&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002355/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1961/regeling-uitkering-vliegongeval
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Aan de nagelaten betrekkingen van degene die als militair, krachtens een door of namens de Minister van Defensie verstrekte opdracht, anders dan als passagier, dienst aan boord van een vliegtuig verrichtte voor de Koninklijke marine, de Koninklijke landmacht of de Koninklijke luchtmacht en die ten gevolge van een vliegongeval met dat vliegtuig tijdens het verrichten van die dienst is overleden, wordt gezamenlijk een uitkering ineens verleend. 1992 85 06-02-1992 1992 85 06-02-1992 11-03-1992 31-12-1990
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 1969 581 01-12-1969 1969 581 01-12-1969 15-07-1970
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Aan degene, die als militair, krachtens een door of namens de Minister van Defensie verstrekte opdracht, anders dan als passagier, dienst aan boord van een vliegtuig verrichtte voor de Koninklijke marine, de Koninklijke landmacht of de Koninklijke luchtmacht en die ten gevolge van een vliegongeval met dat vliegtuig tijdens het verrichten van die dienst blijvend invalide is geworden, wordt een uitkering ineens verleend. 1992 85 06-02-1992 1992 85 06-02-1992 11-03-1992 31-12-1990
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 1969 581 01-12-1969 1969 581 01-12-1969 15-07-1970
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 1 3 Onder dienst aan boord van een vliegtuig in de zin van deenwordt verstaan het, na het tijdstip van in werking treden dezer regeling, waar ook ter wereld, tijdens een vlucht dienst doen aan boord van een vliegtuig. 2 artikel 6 De vlucht, bedoeld in het vorige lid en in, wordt geacht: a. aan te vangen op het ogenblik, waarop de betrokkene, met het doel om te vliegen zich begeeft naar het vliegtuig en dit zo dicht is genaderd, dat hem ten gevolge van een gebeuren met dat vliegtuig, een vliegongeval zou kunnen overkomen; b. te eindigen onmiddellijk na het ogenblik, waarop de betrokkene, na het verlaten van het vliegtuig op het aardoppervlak teruggekeerd, redelijkerwijze kan worden geacht zich in veiligheid te bevinden. 1969 581 01-12-1969 1969 581 01-12-1969 15-07-1970
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Onder vliegongeval in de zin van deze regeling wordt verstaan een tijdens de vlucht rechtstreeks met het vliegtuig in verband staande plotselinge inwerking van uitwendig geweld op het lichaam, waaronder begrepen verstikking, het onvrijwillig inademen van vergiftigende gassen en dampen, verdrinking, uitputting en de gevolgen van rechtmatige verdediging, alsmede zodanige andere feiten als de Minister van Defensie in voorkomende gevallen daaronder begrepen oordeelt. 1969 581 01-12-1969 1969 581 01-12-1969 15-07-1970
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 1 Onder nagelaten betrekkingen in de zin vanworden voor een gehuwde verstaan de weduwe of weduwnaar en de minderjarige kinderen en pleegkinderen en worden voor een ongehuwde verstaan de minderjarige kinderen en pleegkinderen, alsmede, indien de overledene een regelmatige bijdrage leverde in hun noodzakelijk levensonderhoud, de meerderjarige kinderen en pleegkinderen, ouders, grootouders en schoonouders. 2 Indien de overledene een weduwe of weduwnaar, minderjarige kinderen dan wel minderjarige pleegkinderen heeft nagelaten, worden uitsluitend zij als nagelaten betrekkingen aangemerkt. 1978 309 25-05-1978 1978 309 25-05-1978 22-06-1978
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 1, derde en vierde lid van het Algemeen militair ambtenarenreglement artikel 1 Met inachtneming vanwordt in dit besluit onder nagelaten betrekking in de zin vanmede verstaan: 1°. de achtergebleven geregistreerde partner; 2°. de achtergebleven partner die door de militair als partner is aangemeld bij de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt. 2 artikel 1 Onder nagelaten betrekkingen in de zin vanworden voorts mede verstaan zij, voor wie de getroffene, naar het oordeel van de Minister van Defensie, als kostwinner was aan te merken. 1998 692 22-12-1998 07-12-1998 1998 692 22-12-1998 07-12-1998 23-12-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 1 De uitkering ineens, bedoeld in, bedraagt indien de overledene: 1e. a artikel 16, eerste lid, onder, van het Inkomstenbesluit militairen in het genot was van een vliegtoelage bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Regeling vliegtoelagen zeemacht 1986 dan wel de artikelen 47 of 48 van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969, dan wel de ministeriële regeling ter uitvoering vanvoor zover die regeling de (garantie)vliegtoelage betreft 2e. gehuwd was, dan wel ongehuwd was en minderjarige kinderen en pleegkinderen heeft nagelaten; 3e. militair was met een stand of rang a. beneden die van luitenant ter zee der 3e klasse, dan wel die van tweede luitenant, € 10 000; b. van luitenant ter zee der 3e klasse dan wel van tweede-luitenant of hoger, doch beneden die van luitenant ter zee der 1e klasse dan wel die van majoor, € 15 000; c. van luitenant ter zee der 1e klasse dan wel van majoor of hoger, € 20 000. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 1 De uitkering ineens, bedoeld in, bedraagt indien de overledene: 1e. a artikel 16, eerste lid, onder, van het Inkomstenbesluit militairen niet in het genot was van een vliegtoelage bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Regeling vliegtoelagen zeemacht 1986 dan wel de artikelen 47 of 48 van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969, dan wel de ministeriële regeling ter uitvoering vanvoor zover die regeling de (garantie)vliegtoelage betreft. 2e. gehuwd was, dan wel ongehuwd was en minderjarige kinderen en pleegkinderen heeft nagelaten; 3e. militair was met een stand of rang a. beneden die van luitenant ter zee der 3e klasse dan wel die van tweede-luitenant, € 25 000; b. van luitenant ter zee der 3e klasse dan wel van tweede-luitenant of hoger, doch beneden die van luitenant ter zee der 1e klasse dan wel die van majoor, € 37 500; c. van luitenant ter zee der 1e klasse dan wel van majoor of hoger, € 50 000. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 12 Behoudens het bepaalde in, bedraagt de uitkering ineens indien de overledene: met dien verstande, dat deze uitkering wordt beperkt tot het gedeelte, hetwelk evenredig is aan de verhouding, waarin de bijdrage in de kosten van het noodzakelijk levensonderhoud staat tot de kosten van het noodzakelijk levensonderhoud op het tijdstip van overlijden, indien deze bijdrage een gedeelte vormt van die kosten. 1e. artikel 7, eerste lid artikel 8 ongehuwd was en meerderjarige kinderen en pleegkinderen, ouders, grootouders en schoonouders heeft nagelaten, die worden aangemerkt als nagelaten betrekkingen in de zin van, dan wel indien betrokkene voor andere nagelaten betrekkingen krachtenswordt aangemerkt als kostwinner; 2e. militair was met een stand of rang a. beneden die van luitenant ter zee der 3e klasse dan wel die van tweede-luitenant, € 25 000; b. van luitenant ter zee der 3e klasse dan wel tweede-luitenant of hoger, doch beneden die van luitenant ter zee der 1e klasse dan wel die van majoor, € 37 500; c. van luitenant ter zee der 1e klasse dan wel van majoor of hoger, € 50 000; 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11 Indien de som van de uitkeringen, toekomende aan de nagelaten betrekkingen, bedoeld in, zou overschrijden het bedrag bedoeld in dat artikel, ondergaat elke uitkering een evenredige vermindering. 2 De toekenning van een uitkering ineens terzake van blijvende invaliditeit doet de aanspraak op een uitkering terzake van overlijden te niet gaan, tenzij het overlijden plaats vindt binnen twee jaar na het tijdstip, waarop het vliegongeval plaats vond, in welk geval het bedrag van de uitkering of de som der uitkeringen toekomende aan de nagelaten betrekkingen wordt verminderd met het bedrag der verleende uitkering. 1961 210 26-06-1961 1961 210 26-06-1961 14-08-1961
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 3 artikelen 9 10 De uitkering ineens, bedoeld in, is ingeval van blijvende algehele invaliditeit gelijk aan de in overeenkomstige gevallen bij overlijden uit te keren bedragen, genoemd in deen. 1969 581 01-12-1969 1969 581 01-12-1969 15-07-1970
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 3 artikelen 9 10 De uitkering ineens, bedoeld in, is in het geval van blijvende gedeeltelijke invaliditeit gelijk aan dat gedeelte van de in overeenkomstige gevallen bij overlijden uit te keren bedragen, genoemd in deen, als wordt uitgedrukt door het percentage van die invaliditeit. Het percentage wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee jaar na het tijdstip, waarop het vliegongeval plaats vond, vastgesteld. 1969 581 01-12-1969 1969 581 01-12-1969 15-07-1970
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze regeling is niet van kracht ten aanzien van vliegongevallen als gevolg van feitelijke oorlogsomstandigheden. 1969 581 01-12-1969 1969 581 01-12-1969 15-07-1970
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Dit besluit kan worden aangehaald als "Regeling uitkering vliegongeval". 1969 581 01-12-1969 1969 581 01-12-1969 15-07-1970