Besluit van 19 mei 1962, houdende vaststelling van de vergoedingen voor de leden enz. van de Grondkamers en de Centrale Grondkamer
- BWB-id
- BWBR0002369
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2002-01-01 t/m 2007-10-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002369
- ELI
- /eli/nl/amvb/1962/vergoedingen-voor-de-leden-enz-van-de-grondkamers-en-de-cent
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1962/vergoedingen-voor-de-leden-enz-van-de-grondkamers-en-de-cent/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002369&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002369&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002369/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1962/vergoedingen-voor-de-leden-enz-van-de-grondkamers-en-de-cent
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de grondkamer wordt aan de plaatsvervangende voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de plaatsvervangende secretaris een vergoeding toegekend van € 90,76 per dag. 2 De in het vorige lid bedoelde vergoedingen worden evenwel niet toegekend, indien de aldaar genoemde personen bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden, voorzover Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visseri niet anders bepaalt. 3 Aan een plaatsvervangende voorzitter die wegens afwezigheid, belet of ontstentenis van de voorzitter diens werkzaamheden volledig waarneemt, kan, indien hij niet bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleedt, door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij tot wederopzeggens toe een bezoldiging worden toegekend overeenkomstig de voor de voorzitter vastgestelde bezoldiging. 4 Het derde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een plaatsvervangend secretaris. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de Centrale Grondkamer wordt aan de leden en de plaatsvervangende leden een vergoeding toegekend van € 140,67 per dag. 2 Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de Centrale Grondkamer wordt aan de plaatsvervangende griffier een vergoeding toegekend van € 90,76 per dag. 3 De in de vorige leden bedoelde vergoedingen worden evenwel niet toegekend indien de aldaar genoemde personen bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden, voorzover Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij niet anders bepaalt. 4 Aan een plaatsvervangende griffier die wegens afwezigheid, belet of ontstentenis van de griffier diens werkzaamheden volledig waarneemt, kan, indien hij niet bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleedt, door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij tot wederopzeggens toe een bezoldiging worden toegekend overeenkomstig de voor de griffier vastgestelde bezoldiging. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Voor het deelnemen aan een bezichtiging ter plaatse wordt aan de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamer een vergoeding van € 27,23 per uur toegekend. 2 Voor het deelnemen aan een bezichtiging ter plaatse wordt een vergoeding van € 29,50 per uur toegekend aan de leden en de plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer, behalve als zij als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden. 3 Bij de berekening van het totale aantal uren waarover een vergoeding volgens de voorgaande leden wordt toegekend, vindt afronding naar boven plaats tot een half uur. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a artikel 3, eerste en tweede lid Indien geen bezichtiging als bedoeld in, plaatsvindt, wordt een vergoeding toegekend van € 2,27 per afgehandeld dossier aan: a. de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamer; b. de leden en de plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer, behalve als zij als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikelen 1 2 Reisbesluit binnenland De leden en plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer die als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden en de in deengenoemde personen genieten in verband met de in de vorige artikelen genoemde werkzaamheden een vergoeding voor reis- en verblijfkosten op de voet van heten de Reisregeling binnenland. 2000 160 20-04-2000 30-03-2000 2000 160 20-04-2000 30-03-2000 21-04-2000 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998, met uitzondering van het
in artikel I, onderdeel D, vervallen van artikel 3a, tweede lid.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 1 2 3 3a 4 De declaraties van de vergoedingen, bedoeld in de,,,enworden maandelijks ingediend bij de grondkamer of de Centrale Grondkamer. 2 artikelen 1 2 3 3a De declaraties van de vergoedingen, bedoeld in de,,envermelden de dagen, waarop de in deze artikelen genoemde werkzaamheden zijn verricht en bevatten een verklaring van de voorzitter, dat de declarant de opgegeven werkzaamheden heeft verricht gedurende de daarbij opgegeven tijdsduur. 3 artikel 4 artikelen 1 2 3 3a De declaraties van de vergoedingen, bedoeld in, worden voorzien van een verklaring van de voorzitter, dat de gemaakte reizen noodzakelijk waren voor de in de,,engenoemde werkzaamheden. 4 De in de vorige leden bedoelde verklaringen kunnen ook worden afgegeven door de secretaris of de griffier, indien deze daartoe door de grondkamer onderscheidenlijk de Centrale Grondkamer zijn gemachtigd. 1995 29 24-01-1995 03-01-1995 1995 29 24-01-1995 03-01-1995 25-01-1995
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Stb Het Koninklijk besluit van 19 april 1958 (. 194) wordt ingetrokken. 1962 201 19-05-1962 1962 201 19-05-1962 01-07-1962
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit treedt in werking op 1 juli 1962. 1962 201 19-05-1962 1962 201 19-05-1962 01-07-1962