Besluit van 26 april 1963, houdende regelen ten aanzien van de uitvoer van bepaalde goederen, die van strategische betekenis zijn of kunnen zijn
- BWB-id
- BWBR0002408
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2004-12-24 t/m 2008-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002408
- ELI
- /eli/nl/amvb/1963/in-en-uitvoerbesluit-strategische-goederen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1963/in-en-uitvoerbesluit-strategische-goederen/2004-12-24
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002408&g=2004-12-24
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002408&z=2026-06-06&g=2004-12-24
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002408/2004-12-24
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1963/in-en-uitvoerbesluit-strategische-goederen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. verordening nr. 1334/2000 verordening (EG) nr. 1334/2000 :van de Raad van de Europese Unie van 22 juni 2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik (PbEG L 159); b. verordening (EEG) nr. 2913/92 niet-communautaire goederen: hetgeen daaronder wordt verstaan in Titel I, artikel 4, onder 8, vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302); c. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken. 2001 176 10-04-2001 21-03-2001 2001 176 10-04-2001 21-03-2001 10-06-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De uitvoer van goederen, aangewezen in de bijlage bij dit besluit, zonder vergunning van Onze Minister, is verboden. 2 verordening nr. 1334/2000 verordening nr. 1334/2000 De uitvoer van goederen, aangewezen in bijlage I bij, zonder communautaire algemene uitvoervergunning bedoeld in artikel 6, eerste lid, van, dan wel zonder vergunning van Onze Minister of zonder geldige, in een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven vergunning, is verboden. 3 artikel 3, eerste lid, van de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens Het eerste lid is niet van toepassing op de uitvoer van goederen, aangewezen krachtens. 4 In afwijking van het tweede lid is de in- en uitvoer verboden van goederen op lijst 2 van onderdeel B van de bijlage inzake stoffen bij het op 13 januari 1993 te Parijs tot stand gekomen verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens (Trb. 1993, 162) uit respectievelijk naar landen die niet partij zijn bij dit verdrag. 5 De goederen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden aangemerkt als strategische goederen. 2001 176 10-04-2001 21-03-2001 2001 176 10-04-2001 21-03-2001 10-06-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 verordening nr. 1334/2000 bijlage De regels, die in dit besluit zijn gesteld ten aanzien van de uitvoer van goederen, zijn met betrekking tot de goederen, aangewezen in bijlage IV bij, en de goederen, aangewezen in devan dit besluit, van overeenkomstige toepassing op het doen uitgaan van die goederen uit Nederland met als bestemming een andere lidstaat van de Europese Unie, uitgezonderd België en Luxemburg. 2 artikel 2, derde lid Het eerste lid is niet van toepassing op het doen uitgaan van goederen als bedoeld in. 2004 674 23-12-2004 10-12-2004 2004 674 23-12-2004 10-12-2004 24-12-2004
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 bijlage bij dit besluit De regels die in dit besluit zijn gesteld ten aanzien van de uitvoer van goederen, zijn van overeenkomstige toepassing op de goederen, aangewezen in de, waarvoor aangifte tot wederuitvoer als bedoeld in artikel 182 van het Communautair douanewetboek is gedaan. 2 Het eerste lid geldt niet voor goederen die tot op het moment van de aangifte tot wederuitvoer: de status hadden van goederen in tijdelijke opslag als bedoeld in artikel 50 van het Communautair douanewetboek; verordening (EEG) nr. 2454/93 verordening (EEG) nr. 2913/92 korter dan 45 dagen, indien de goederen over zee waren aangevoerd, en korter dan 20 dagen, indien zij anders dan over zee waren aangevoerd, hebben verbleven in de douane-entrepots typen B en C, als bedoeld in artikel 525 vanvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993 houdende vaststelling van bepalingen ter uitvoering vanvan de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 253). 3 Het eerste lid geldt voorts niet met betrekking tot de in dat lid bedoelde goederen die herkomstig zijn uit of als eindbestemming hebben Australië, Japan, Nieuw-Zeeland of Zwitserland of een van de lidstaten van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. 4 verordening nr. 1334/2000 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de goederen, aangewezen in bijlage I bij. 2002 449 29-08-2002 19-08-2002 2002 449 29-08-2002 19-08-2002 29-10-2002 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikelen 2, eerste lid 3a Onze Minister kan vrijstelling en op aanvrage ontheffing verlenen van deen. 2002 449 29-08-2002 19-08-2002 2002 449 29-08-2002 19-08-2002 29-10-2002 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Als categorie van strategische goederen, bedoeld in artikel 2a, vijfde lid, onderdeel b, van de wet, worden aangewezen de goederen, aangewezen in de bijlage bij dit besluit. 2002 449 29-08-2002 19-08-2002 2002 449 29-08-2002 19-08-2002 29-10-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 bijlage Indien de wapens, genoemd in de bijlage bij het Gemeenschappelijk optreden van 12 juli 2002 inzake de bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens en tot intrekking van gemeenschappelijk optreden 1999/34/GBVB (2002/589/GBVB, PbEG 2002 L 191) naar de tekst zoals deze bij dat gemeenschappelijk optreden is vastgesteld, dan wel de goederen aangewezen in devan dit besluit, Nederland worden binnen gebracht en vervolgens, zonder dat daartoe ingevolge dit besluit een vergunning benodigd is, weer uitgaan, vindt een melding plaats bij de Belastingdienst/Douane. 2 Indien geen summiere aangifte behoeft te worden gedaan als bedoeld in artikel 43 van het Communautair douanewetboek vindt de melding, bedoeld in het eerste lid, plaats: bij het binnenbrengen van de goederen, door middel van het doen van de aanvraag om een consent tot binnenkomen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en door degene die verplicht is de onder b bedoelde aanvraag te doen. 3 In de gevallen, anders dan die bedoeld in het tweede lid, vindt de melding, bedoeld in het eerste lid, plaats: op het tijdstip van de aangifte tot wederuitvoer als bedoeld in artikel 182, derde lid, van het Communautair douanewetboek, of de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling douanevervoer als bedoeld in artikel 91 van dat wetboek, op een tijdstip dat ten minste 12 kantooruren is gelegen voor het moment waarop de wederuitvoer dan wel het douanevervoer aanvangt, en door degene die op grond van het Communautair douanewetboek verplicht is tot het doen van de aangifte, bedoeld onder a. 4 In de situatie, bedoeld in het derde lid, geschiedt de melding schriftelijk en omvat deze een omschrijving van de goederen alsmede de vermelding van: de hoeveelheid goederen; de bestemming en, indien deze afwijkend is, de eindbestemming van de goederen; het vervoermiddel waarin de goederen zich bevinden; de voorziene plaats van uitgaan uit Nederland en de naam van degene die de aangifte of kennisgeving doet en, indien dat een ander is dan degene die het beschikkingsrecht heeft over de goederen, de naam van laatstbedoelde persoon. 2004 674 23-12-2004 10-12-2004 2004 674 23-12-2004 10-12-2004 24-12-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 2 Bij de verlening van een vergunning als bedoeld inworden daaraan voor de houder van de vergunning de volgende voorschriften verbonden: a. de vergunning bij de uitvoer van goederen, waarvoor zij is verleend, in handen te stellen van de daarbij betrokken ambtenaar van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane; b. a de vergunning, zodra vaststaat dat daarvan geen gebruik meer kan worden gemaakt, voor zover zij in verband daarmede niet is ingehouden door een ambtenaar als onderbedoeld, terstond terug te zenden aan degene, die haar heeft verleend. c. aan degene, die de vergunning heeft verleend, binnen de daartoe gestelde termijn alle gewenste inlichtingen te verstrekken omtrent het van de vergunning gemaakte gebruik. 1996 167 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 Besluit afgifte verklaringen strategische goederen De regels, die in dit besluit zijn gesteld ten aanzien van de uitvoer van goederen, zijn van overeenkomstige toepassing op handelingen waarmee wordt beoogd die goederen, voor zover deze binnengekomen niet-communautaire goederen zijn, het Nederlandse grondgebied te doen verlaten, indien met betrekking tot die goederen een internationaal importcertificaat als bedoeld in hetis afgegeven. 2 Onze Minister kan nadere regelen stellen ter zake van de in het eerste lid bedoelde toepassing. 1996 223 23-04-1996 29-03-1996 1996 223 23-04-1996 29-03-1996 24-04-1996
Artikel 7b — Artikel 7b#
Artikel 7b Vervallen 1994 865 02-12-1994 1994 865 02-12-1994 20-02-1995
Artikel 7c — Artikel 7c#
Artikel 7c Vervallen 1993 531 14-10-1993 1993 531 14-10-1993 19-12-1993
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Stcrt. Vergunningen en ontheffingen krachtens de Uitvoerbeschikking strategische goederen 1963 (1962, 222) verleend, worden, voor zover zij hun gelding nog niet hebben verloren, geacht te zijn verleend op grond van dit besluit. 1963 128 26-04-1963 1963 128 26-04-1963 03-07-1963
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit wordt aangehaald als: In- en uitvoerbesluit strategische goederen. 1999 516 14-12-1999 23-11-1999 1999 516 14-12-1999 23-11-1999 29-04-2000