Besluit van 26 juni 1967, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 28, eerste en tweede lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten
- BWB-id
- BWBR0002593
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2002-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002593
- ELI
- /eli/nl/amvb/1967/besluit-overdracht-contante-waarden-verplichtingen-ongevalle
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1967/besluit-overdracht-contante-waarden-verplichtingen-ongevalle/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002593&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002593&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002593/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1967/besluit-overdracht-contante-waarden-verplichtingen-ongevalle
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: a. e artikel 1, ondert/m g, van de Liquidatiewet ongevallenwetten de risicodragers ingevolge de ongevallenwetten: de risicodragers, opgesomd in; b. artikel 19 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering de liquidatiedatum: de datum, waaropin werking treedt; c. artikel 14 de datum van overdracht: de liquidatiedatum onderscheidenlijk de data waarop de overdrachten plaatsvinden overeenkomstig het bepaalde in. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De verplichtingen wegens anders dan voorlopig toegekende renten als bedoeld in artikel 16 der Ongevallenwet 1921, artikel 37 der Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en artikel 2, eerste lid, der Zeeongevallenwet 1919 ter zake van ongevallen, plaatsgehad hebbend een jaar of langer vóór de liquidatiedatum - met uitzondering van de verplichtingen wegens renten, welke zijn toegekend ter zake van silocose -, worden door of namens de risicodragers, te wier laste deze verplichtingen werden vastgesteld, per de liquidatiedatum omgerekend tot hun contante waarde. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De verplichtingen wegens voorlopig toegekende renten als bedoeld in artikel 16 der Ongevallenwet 1921, artikel 37 der Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en artikel 2, eerste lid, der Zeeongevallenwet 1919 ter zake van ongevallen, plaatsgehad hebbend een jaar of langer vóór de liquidatiedatum - met uitzondering van de verplichtingen wegens renten, welke zijn toegekend ter zake van silicose -, worden door of namens de risicodragers, te wier laste deze verplichtingen werden vastgesteld, per de liquidatiedatum omgerekend tot hun contante waarde. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De verplichtingen wegens renten als bedoeld in artikel 16 der Ongevallenwet 1921 toegekend ter zake van silicose en aangevangen een jaar of langer vóór de liquidatiedatum, worden door of namens de risicodragers, te wier laste deze verplichtingen werden vastgesteld, per de liquidatiedatum omgerekend tot hun contante waarde. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2 De berekening der contante waarden als bedoeld in, vindt plaats op basis van de grondslagen - met uitzondering van de rentevoet - die per 31 december 1961 ingevolge het besluit van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 26 juni 1962, nr. 3294, werden gebruikt voor de opstelling van de wetenschappelijke balans van het Ongevallenfonds. 2 artikelen 3 4 De berekening der contante waarden als bedoeld in deen, vindt plaats op basis van de grondslagen - met uitzondering van de rentevoet - die per 31 december 1961 ingevolge het besluit van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 26 juni 1962, nr. 3294, werden gebruikt voor de opstelling van de wetenschappelijke balans van het Ongevallenfonds, met dien verstande, dat: a. Stb. ten aanzien van het ontstaan van eventuele nagelaten betrekkingen met het bepaalde in artikel 7, eerste lid, van de wet van 9 april 1959,140, houdende een interimregeling inzake beperking van samenloop van pensioenen en uitkeringen ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet met renten en uitkeringen ingevolge de Ongevallenwetten, bijslagen op die renten en uitkeringen en toeslagen op renten krachtens de Invaliditeitswet, naar de op 1 januari 1967 geldende situatie wordt rekening gehouden; b. artikel 4 voor zover het de inbedoelde gevallen betreft, bovendien een reductie van 2% wordt toegepast op het gedeelte der contante waarden, dat betrekking heeft op het ontstaan van eventuele nagelaten betrekkingen en bepaalde in de sterftekansen verwerkte veiligheidsmarges buiten toepassing worden gelaten. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De rekenrente voor de berekening der contante waarden, bedoeld in de voorgaande artikelen, wordt vastgesteld op het percentage, dat op de liquidatiedatum gemiddeld geldt voor obligatieleningen aan overheidsinstanties en openbare nutsbedrijven met een looptijd van gemiddeld circa 12 jaar zonder de mogelijkheid van vervroegde aflossing, met dien verstande dat het percentage naar boven wordt afgerond op een veelvoud van 1/8 %. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikelen 2 4 De contante waarden, bedoeld in deen, worden verhoogd met 1% in verband met verplichtingen wegens schadeloosstellingen als bedoeld in artikel 14 der Ongevallenwet 1921, artikel 35 der Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en artikel 2, achtste lid, der Zeeongevallenwet 1919. 2 artikel 3 De contante waarden, bedoeld in, worden verhoogd met 6% in verband met verplichtingen wegens schadeloosstellingen als bedoeld in artikel 14 der Ongevallenwet 1921, artikel 35 der Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en artikel 2, achtste lid der Zeeongevallenwet 1919. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 5, tweede lid artikel 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 11, eerste lid De verplichtingen wegens renten als bedoeld in artikel 16 der Ongevallenwet 1921, artikel 37 der Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en artikel 2, eerste lid, der Zeeongevallenwet 1919, ter zake van ongevallen, plaatsgehad hebbend minder dan een jaar vóór de liquidatiedatum, worden door of namens de risicodragers, te wier laste deze verplichtingen werden vastgesteld, per de datum, waarop een jaar na de dag van het ongeval is verstreken, omgerekend tot hun contante waarde. Ten aanzien van de renten als bedoeld in de vorige volzin, ter zake waarvan, onderscheidenlijktoepassing vindt, wordt als de datum, waarop een jaar na de dag van het ongeval is verstreken, aangemerkt de liquidatiedatum, onderscheidenlijk de datum, met ingang waarvan genoemd, toepassing vindt. 2 artikel 5 Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde omrekening isvan overeenkomstige toepassing. 3 a b artikel 14, onder, onderscheidenlijk De contante waarden, bedoeld in het eerste lid, worden verhoogd met interest tot aan de in, bedoelde datum van overdracht. 4 De rekenrente voor de berekening der contante waarden, evenals die voor de vaststelling van de interest, bedoeld in het derde lid, wordt vastgesteld op het percentage, dat een half jaar, onderscheidenlijk een jaar, na de liquidatiedatum gemiddeld geldt voor obligatieleningen aan overheidsinstanties en openbare nutsbedrijven met een looptijd van gemiddeld circa 12 jaar zonder de mogelijkheid van vervroegde aflossing met dien verstande dat het percentage naar boven wordt afgerond op een veelvoud van 1/8 %. 1968 322 07-06-1968 1968 322 07-06-1968 01-07-1967
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De volgens het voorgaande artikel berekende bedragen worden verhoogd met een opslag in verband met verplichtingen wegens schadeloosstellingen als bedoeld in artikel 14 der Ongevallenwet 1921, artikel 35 der Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en artikel 2, achtste lid, der Zeeongevallenwet 1919. 2 Een overeenkomstige opslag wordt berekend van de uitkeringen als bedoeld in de artikelen 15 en 16 der Ongevallenwet 1921, de artikelen 36 en 37 der Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en artikel 2, eerste lid der Zeeongevallenwet 1919, toegekend ter zake van ongevallen plaatsgehad hebbend minder dan een jaar vóór de liquidatiedatum, welke sedert de liquidatiedatum, zijn verstrekt gedurende het eerste jaar na de dag van het ongeval, met uitzondering van de uitkeringen verstrekt tot en met de 42e dag na die van het ongeval. 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde opslag bedraagt: a. 1% voor bedragen en uitkeringen, berekend of vastgesteld ter zake van silicose; b. 6% voor de overige bedragen en uitkeringen. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De op de liquidatiedatum voortdurende verplichtingen wegens renten aan nagelaten betrekkingen als bedoeld in artikel 19, onder 2e, der Ongevallenwet 1921, artikel 40, onder 2e, der Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en artikel 2, tweede lid, der Zeeongevallenwet 1919, worden onderscheiden in: a. verplichtingen ter zake van renten, waarvan de ingangsdatum ligt vóór 1 oktober 1959; b. verplichtingen ter zake van renten, waarvan de ingangsdatum ligt op of na 1 oktober 1959. 2 b Stb. De vaststelling der verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onder, geschiedt met inachtneming van de vermindering, die het gevolg is van de toepassing van artikel 7 van de wet van 9 april 1959,140, houdende een interimregeling inzake beperking van samenloop van pensioenen en uitkeringen ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet met renten en uitkeringen ingevolge de Ongevallenwetten, bijslagen op die renten en uitkeringen en toeslagen op renten krachten de Invaliditeitswet. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 10 De inbedoelde verplichtingen worden per de liquidatiedatum door of namens de risicodragers omgerekend tot hun contante waarde. 2 De berekening van de contante waarden geschiedt op basis van de grondslagen - uitgezonderd de rentevoet - die per 31 december 1961 ingevolge het besluit van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 26 juni 1962, nr. 3294, werden gebruikt voor de opstelling van de wetenschappelijke balans van het Ongevallenfonds. 3 artikel 6 Voor de bij de berekening der in dit artikel bedoelde contante waarden te gebruiken rentevoet isvan overeenkomstige toepassing. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De overeenkomstig het voorgaande artikel berekende contante waarden worden verminderd met 2%. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 paragrafen 2 4 De overeenkomstig deenberekende bedragen worden door de risicodragers per de liquidatiedatum overgedragen aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 paragraaf 3 De overeenkomstigberekende bedragen worden door de risicodragers aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds overgedragen: a. artikel 8 artikel 9, eerste en derde lid artikel 8, eerste lid voor zover het betreft de ingevolgeen, berekende bedragen, betrekking hebbend op renten, ter zake waarvan het jaar, als in, laatstbedoeld, verstrijkt binnen 6 maanden na de liquidatiedatum, per 6 maanden na de liquidatiedatum. b. artikel 8 artikel 9, eerste en derde lid artikel 8, eerste lid voor zover het betreft de ingevolgeen, berekende bedragen, betrekking hebbend op renten, ter zake waarvan het jaar, als in, laatstbedoeld, verstrijkt 6 maanden of later na de liquidatiedatum, per 12 maanden na de liquidatiedatum; c. artikel 9, tweede en derde lid voor zover het betreft de ingevolge, berekende bedragen, per het einde van het eerste en het tweede halfjaar na de liquidatiedatum, waarin de uitkeringen, waarover de opslag verschuldigd is, worden uitgekeerd. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 paragraaf 5 De ingevolgedoor de risicodragers aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds af te dragen bedragen kunnen worden overgedragen in de vorm van: a. ter beurze genoteerde obligaties en pandbrieven Nederlands courant, waaronder begrepen inschrijvingen in grootboek en schuldregisters en rentespaarbrieven; b. onderhandse leningen aan overheidsinstanties en semi-overheidslichamen, dan wel door deze gegarandeerd, evenals aan in Nederland gevestigde particuliere ondernemingen en instellingen, waarvan de solvabiliteit en de boniteit niet aan twijfel onderhevig is; c. schatkistpromessen en schatkistbiljetten; d. andere objecten, die de instemming verwerven van het Arbeidsongeschiktheidsfonds; e. contanten; f. artikel 6 artikel 8, vierde lid een schuldbekentenis, aflossende in 23 gelijke jaarlijkse termijnen tegen een rente, die gelijk is aan het percentage, bedoeld in, onderscheidenlijk, voor zover de risicodragers is de Staat, een provincie, een gemeente van ten minste 20 000 zielen, de N.V. Nederlandse Spoorwegen of de N.V. Nederlandse Staatsmijnen. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Voor zover de overdracht plaatsvindt in de vorm van obligaties en pandbrieven worden deze gewaardeerd en in betaling genomen tegen de beurskoers op de datum van overdracht. Voor zover op deze datum geen notering plaatsvindt, geldt de laatste notering in de vooafgaande periode van 4 weken. Vond in deze 4-wekelijkse periode geen notering plaats, dan wordt de koers aangehouden van effecten die qua looptijd, aflossing en debiteur het naast verwant zijn. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Gemiddelde looptijd Voor zover de overdracht plaatsvindt in de vorm van onderhandse leningen met op de datum van overdracht een langere gemiddelde looptijd dan een jaar, worden deze gewaardeerd tegen de contante waarde op genoemde datum. De daarbij te bezigen rekenrente is voor elke lening verschillend naar gelang van de gemiddelde looptijd en wordt vastgesteld op basis van het volgende schema: > 1 jaar < 2 jaar > 2 jaar < 3 jaar > 3 jaar < 5 jaar > 5 jaar < 10 jaar > 10 jaar < 20 jaar > 20 jaar De rekenrente van de groep > 10 jaar < 20 jaar artikel 6 artikel 8, vierde lid wordt daarbij al naar gelang de datum van overdracht gelijkgesteld aan die, bedoeld in, onderscheidenlijk. De rekenrente van de overige groepen worden van de in de vorige volzin bedoelde rekenrente afgeleid in overeenstemming met de verschillen in rentestand voor de verschillende looptijden op de datum van overdracht. 2 artikel 6 artikel 8, vierde lid Indien bij de onderhandse leningen als in het vorige lid bedoeld de debiteur zich de mogelijkheid van vervroegde aflossing heeft voorbehouden, wordt, uitsluitend voor zover de nominale rente der lening de rekenrente, bedoeld in, onderscheidenlijk, overtreft, voor de bepaling van de gemiddelde looptijd, alsook van de contante waarde van de lening uitgegaan van de veronderstelling, dat de lening een einde neemt op de datum, waarop vervroegde aflossing voor het eerst mogelijk is. Indien de vervroegde aflossing gepaard gaat met betaling van een boete, wordt daarmede voor de berekening der contante waarde rekening gehouden. 3 artikel 6 artikel 8, vierde lid Indien bij onderhandse leningen als in het eerste lid bedoeld de geldgever zich de mogelijkheid van vervroegde tussentijdse opzegging heeft voorbehouden, wordt, uitsluitend voor zover de nominale rente der lening lager is dan de rekenrente, bedoeld in, onderscheidenlijk, voor de bepaling van de gemiddelde looptijd alsook van de contante waarde van de lening uitgegaan van de veronderstelling, dat de lening een einde neemt op de datum, waarop opzegging voor het eerste mogelijk is. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Voor zover de overdracht plaatsvindt in de vorm van schatkistbiljetten of schatkistpromessen, worden deze gewaardeerd en in betaling genomen onder aftrek van het op de datum van overdracht geldende disconto. 2 Voor zover de overdracht plaatsvindt in de vorm van onderhandse leningen met een looptijd van gemiddeld korter dan een jaar, worden deze gewaardeerd op soortgelijke wijze als schatkistbiljetten met dien verstande, dat in deze gevallen het disconto wordt afgeleid van het geldende rentepercentage voor kasgeldleningen aan overheidsinstellingen. 3 Met betrekking tot de hoogte van het disconto- onderscheidenlijk rentepercentage, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt een schema opgesteld, dat, uitgaande van verschillende looptijden, zo goed mogelijk aansluit bij de marktnoteringen. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 15 Ongeacht het tijdstip, waarop de feitelijke overdracht van de inbedoelde objecten en middelen plaatsvindt, komen alle baten, welke met deze objecten en middelen worden behaald - onder aftrek van de erop drukkende kosten - van de datum van overdracht af ten gunste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds. 2 Voor- of nadelen als gevolg van na de datum van overdracht plaatsvindende aflossing of uitloting boven of onder de waardering volgens een der in deze paragraaf voorafgaande artikelen, komen ten gunste of ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds. 3 artikel 6 artikel 8, vierde lid Voor de toepassing van het eerste lid worden contanten al naar gelang de datum van overdracht geacht een rente op te brengen ter hoogte van de rekenrente, bedoeld in, onderscheidenlijk. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vooruitlopend op de definitieve overdracht wordt door elke risicodrager uiterlijk een maand vóór de liquidatiedatum aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds verstrekt: a. artikel 13 een voorlopige opgave van de bedragen, bedoeld in, uitgaande van een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uiterlijk 2 maanden vóór de liquidatiedatum op te geven voorlopige rekenrente; b. artikel 15 a een opgave van objecten en middelen, bedoeld in, dienende ter effectuering van de overdracht, met dien verstande dat de waarde dezer objecten en middelen het onderbedoelde bedrag met ten minste 10 en ten hoogste 40% zal overtreffen. 2001 687 28-12-2001 13-12-2001 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 b artikel 20, onder artikel 27 Het Arbeidsongeschiktheidsfonds heeft gedurende 6 weken na ontvangst van de in, genoemde opgave het recht te verlangen, dat de risicodrager een op de opgave voorkomende schuldvordering vervangt door een andere, indien het de solvabiliteit van de debiteur in twijfel trekt. De risicodrager voldoet aan een dergelijk verlangen, behoudens het recht zich te beroepen op de inbedoelde commissie. 2 d artikel 15, onder Eenzelfde recht als in het eerste lid bedoeld zonder enige beperking en zonder de mogelijkheid van verweer door de risicodrager heeft het Arbeidsongeschiktheidsfonds voor wat betreft objecten, genoemd in. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 b artikel 20, onder De op de opgave, bedoeld in, voorkomende contanten worden uiterlijk een maand na de liquidatiedatum door de risicodrager in het bezit van het Arbeidsongeschiktheidsfonds gesteld. 2 b artikel 20, onder a artikel 20, onder De feitelijke overdracht van andere objecten, voorkomende op de opgave volgens, vindt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 4 maanden na de liquidatiedatum plaats in zodanige omvang, dat te zamen met hetgeen volgens het eerste lid werd overgedragen, de overdracht van ten minste 90% van het krachtens, opgegeven bedrag als geëffectueerd kan worden beschouwd. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Uiterlijk een jaar na de liquidatiedatum verstrekt elke risicodrager aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds: a. artikel 13 een definitieve opgave van de bedragen, bedoeld in; b. artikel 15 b artikel 20, onder artikel 21 zo nodig een opgave van objecten als bedoeld in, ter aanvulling van de volgens, verstrekte opgave. Daarbij is het bepaalde invan overeenkomstige toepassing. 2 artikel 22 a Tegelijkertijd met de verstrekking van de in het eerste lid bedoelde opgaven vindt de aanvullende feitelijke overdracht - of ingeval vroeger teveel werd overgedragen, de teruggave - plaats van objecten en middelen waardoor deze overdracht te zamen met de voorlopige overdracht ingevolge, het totale in het eerste lid, onder, bedoelde bedrag omvat. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikelen 20 23 artikel 14 Het gestelde in detot en metis van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de overdrachten, bedoeld in, met dien verstande, dat in de plaats van de liquidatiedatum gelezen wordt de data van overdracht, genoemd in laatstgenoemd artikel. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 a artikel 23, eerste lid, onder artikel 24 De opgave, bedoeld in, alsmede de overeenkomstige opgaven, voortvloeiende uit, vereisen: a. voor zover afkomstig van risicodragers in de zin van de Ongevallenwet 1921 dan wel het Landbouwongevallenfonds de akkoordbevinding door de directie van de Sociale verzekeringsbank of haar wiskundig adviseur; b. voor zover afkomstig van de overige risicodragers: 1e. voor wat betreft de toepassing van de grondslagen en de actuariële berekeningen de akkoordbevinding van de directie van de Sociale verzekeringsbank of haar wiskundig adviseur; 2e. artikelen 13 14 voor wat betreft de omvang van de verplichtingen, waarop de in deenbedoelde bedragen betrekking hebben, de akkoordbevinding van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2001 687 28-12-2001 13-12-2001 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 b Panden, die de Sociale verzekeringsbank op grond van artikel 54 of artikel 58, eerste lid, ten 3e, der Ongevallenwet 1921, onderscheidenlijk artikel 17 of artikel 25, onder, der Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, in haar bezit heeft, alsmede de panden, welke het Ministerie van Financiën op grond van artikel 6 van de Zeeongevallenwet 1919 onder zijn berusting heeft, worden aan de betrokken risicodragers teruggegeven: a. voor zover uitmakende aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds overeenkomstig de paragrafen 5, 6 en 7 over te dragen objecten dan wel daarvan het equivalent vormende: op het tijdstip van de feitelijke overdracht; b. voor het overige: naar gelang de verplichtingen van risicodragers, uit dit besluit voortvloeiend, dalen onder de waarde der bovenbedoelde panden. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 6 artikel 8, vierde lid artikel 17, eerste lid artikel 18, derde lid De vaststelling der percentages als bedoeld in,,, en, geschiedt door Onze Minister, gehoord een door hem op voordracht van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te benoemen commissie van drie deskundigen, die zoveel mogelijk geacht kunnen worden mede het vertrouwen te genieten van de risicodragers. Aan bedoelde commissie wordt een door Onze Minister op voordracht van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te benoemen secretaris toegevoegd. 2 De in het eerste lid bedoelde vaststelling vindt plaats binnen een tijdsverloop van 3 maanden na de onderscheiden data van overdracht. 2001 687 28-12-2001 13-12-2001 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 27 De commissie als bedoeld intreedt tevens op als commissie van scheidslieden in alle gevallen, waarin omtrent de uitlegging of toepassing van enigerlei bepaling van dit besluit verschil van mening bestaat tussen het Arbeidsongeschiktheidsfonds en de risicodragers en partijen overeenkomen om dit verschil van mening aan de uitspraak van scheidslieden te onderwerpen. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 27 Onze Minister stelt regelen vast omtrent de aan de leden en de secretaris van de inbedoelde commissie te verlenen vergoedingen. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikelen 20 23 24 De kosten, verbonden aan de opstelling en verstrekking van de opgaven, bedoeld in de,en, zijn voor rekening van de betrokken risicodrager. 2 artikel 27 De kosten van de commissie, bedoeld in, zijn voor rekening van het Arbeidsongeschiktheidsfonds. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikelen 5 8 11 Onze Minister kan ter uitwerking van het bepaalde in de,entabellen vaststellen. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit overdracht contante waarden verplichtingen ongevallenverzekering aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na die, waarop het in hetis geplaatst en werkt terug tot 1 juli 1967. 1967 339 26-06-1967 1967 339 26-06-1967 01-07-1967