Besluit van 5 april 1967, houdende jaarcijns als bedoeld in de artikelen 18, tweede lid en 38 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet
- BWB-id
- BWBR0002568
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2002-01-01 t/m 2006-01-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002568
- ELI
- /eli/nl/amvb/1967/jaarcijnsbesluit-zaaizaad-en-plantgoedwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1967/jaarcijnsbesluit-zaaizaad-en-plantgoedwet/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002568&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002568&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002568/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1967/jaarcijnsbesluit-zaaizaad-en-plantgoedwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Zaaizaad- en Plantgoedwet wet: de; b. verordening (EG) nr. 2100/94 PbEG communautair kwekersrecht: een kwekersrecht verleend door het Communautair Bureau voor Planterassen op grond vanvan de Raad van de Europese Unie van 27 april 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (L227). 1997 384 11-09-1997 26-08-1997 1997 384 11-09-1997 26-08-1997 12-09-1997
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De houder van een kwekersrecht van een ras, en degene, te wiens name een ras, behorende tot een der krachtens artikel 18, tweede lid, van de wet aangewezen landbouwgewassen, in het Nederlands Rassenregister is ingeschreven, zijn verplicht tot betaling van een jaarcijns op de voet van het bepaalde in de navolgende artikelen. 1967 222 05-04-1967 1967 266 30-05-1967 10-05-1967 01-06-1967
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De jaarcijns is bij vooruitbetaling verschuldigd over perioden van 12 maanden, voor de eerste maal voor de periode, aanvangende op de eerste van de maand volgende op die, waarin de inschrijving in het Nederlands Rassenregister plaatsvond, en zo vervolgens. 2 De verschuldigdheid eindigt zodra de duur van het kwekersrecht is verstreken of zodra in het Nederlands Rassenregister aantekening is gedaan van afstand, verval, of nietigverklaring van het kwekersrecht, onderscheidenlijk van de vervallenverklaring van de inschrijving, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, met dien verstande, dat geen restitutie plaatsvindt over het op dat tijdstip nog niet verstreken gedeelte der lopende periode van 12 maanden. 1967 222 05-04-1967 1967 266 30-05-1967 10-05-1967 01-06-1967
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 1974 352 10-06-1974 1974 352 10-06-1974 01-07-1974
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De jaarcijns voor landbouwgewassen bedraagt: a. voor de eerste periode € 162,23; b. voor de tweede periode € 227,12; c. voor de derde periode € 292,01; d. voor de vierde periode € 389,34; e. voor de vijfde en volgende periode of perioden € 551,57. 2 De jaarcijns voor groentegewassen bedraagt: a. voor de eerste periode € 292,01; b. voor de tweede periode € 421,79; c. voor de derde periode € 551,57; d. voor de vierde periode € 681,33; e. voor de vijfde en volgende periode of perioden € 973,36. 3 De jaarcijns voor sier-, boomkwekerij- en bosbouwgewassen bedraagt: a. voor de eerste periode € 129,78; b. voor de tweede periode € 194,67; c. voor de derde periode € 259,56; d. voor de vierde periode € 324,45; e. voor de vijfde en volgende periode of perioden € 454,23. 2001 490 25-10-2001 18-10-2001 2001 490 25-10-2001 18-10-2001 01-01-2002
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 artikel 5 artikel 3 Vanaf het tijdstip waarop de Raad voor het Kwekersrecht van de houder van het kwekersrecht een door het Communautair Bureau voor Planterassen gewaarmerkt uittreksel uit het register van communautaire kwekersrechten heeft ontvangen, waaruit blijkt dat en op welk tijdstip voor het ras een communautair kwekersrecht is verleend, bedraagt de jaarcijns 25% van het ingenoemde bedrag, met dien verstande dat geen restitutie plaatsvindt over het op dat tijdstip nog niet verstreken gedeelte van de lopende periode van 12 maanden bedoeld in. 2 artikel 5 artikel 3 Op het moment dat de duur van het communautaire kwekersrecht is verstreken of op het moment dat in het register van communautaire kwekersrechten aantekening is gedaan van afstand, verval of vernietiging van het kwekersrecht, is de ingenoemde jaarcijns van rechtswege verschuldigd, met dien verstande dat geen navordering plaats vindt over het op dat tijdstip nog niet verstreken gedeelte van de lopende periode van 12 maanden bedoeld in. 3 De houder van het kwekersrecht stelt de Raad voor het Kwekersrecht binnen vier weken na het verstrijken van de duur van het communautaire kwekersrecht of na het tijdstip van afstand, verval of nietigheid van het communautaire kwekersrecht, hieromtrent schriftelijk in kennis. 4 Op een daartoe strekkend verzoek van de Raad voor het Kwekersrecht verstrekt de houder van het kwekersrecht een verklaring omtrent de inschrijving van het ras in het register van communautaire kwekersrechten, dan wel een recent uittreksel uit dit register waaruit de inschrijving blijkt. 1997 384 11-09-1997 26-08-1997 1997 384 11-09-1997 26-08-1997 12-09-1997
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Dit besluit kan worden aangehaald als Jaarcijnsbesluit Zaaizaad- en Plantgoedwet. 2 Zaaizaad- en Plantgoedwet Het treedt in werking met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de. 1967 222 05-04-1967 1967 266 30-05-1967 10-05-1967 01-06-1967