Besluit van 4 september 1969, tot uitvoering van de artikelen 16, 17, 19, eerste lid, en 21 van de Kernenergiewet
- BWB-id
- BWBR0002667
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002667
- ELI
- /eli/nl/amvb/1970/besluit-kerninstallaties-splijtstoffen-en-ertsen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1970/besluit-kerninstallaties-splijtstoffen-en-ertsen/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002667&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002667&z=2026-06-13&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002667/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1970/besluit-kerninstallaties-splijtstoffen-en-ertsen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: beheer van verbruikte splijtstoffen: alle activiteiten die te maken hebben met het hanteren, de voorbehandeling, de behandeling, het conditioneren, de opslag, de opwerking of de eindberging van verbruikte splijtstoffen, met uitzondering van het vervoer buiten het terrein van de faciliteit; bron: splijtstof of erts; buiten-ontwerpongeval: artikel 18 ongeval waarvan de kans dat het zich voordoet geringer is dan elk van de gepostuleerde begin-gebeurtenissen en waarbij niet is uit te sluiten dat door het vrijkomen van splijtstoffen of radioactieve stoffen de bijvastgestelde limietwaarden voor de gepostuleerde begin-gebeurtenissen worden overschreden; categorie I-, II- of III-materiaal: artikel 22, zevende of achtste lid bijlage 1 met het oog op beveiliging op grond van, als categorie I-, II- of III- materiaal aangewezen splijtstoffen of ertsen als genoemd in; compenserende maatregelen: maatregelen van tijdelijke aard die het niet-beschikbaar zijn van structurele maatregelen volledig compenseren; gehalte: massagehalte van de elementen uranium, thorium en plutonium in splijtstoffen; gepostuleerde begin-gebeurtenissen: redelijkerwijs mogelijk te achten voorvallen die bij juist functioneren van de daartoe speciaal ontworpen veiligheidssystemen tot voorzienbare bedrijfsgevolgen of ongevalsomstandigheden leiden die een besmetting of een blootstelling van de omgeving kunnen veroorzaken; gevaarlijke stof: gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn; handeling: artikel 15 van de wet handeling als genoemd in, niet zijnde het vervoeren van, het voorhanden hebben bij opslag in verband met vervoer, of het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van splijtstoffen of ertsen, uitgezonderd bij een interventie, een ongeval of een radiologische noodsituatie; hoogactieve bron: artikel 1.2 bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming hoogactieve bron als bedoeld inin samenhang met; ingekapselde bron: splijtstoffen of ertsen welke permanent in een omhulsel zijn ingekapseld, dan wel gebonden zijn in vaste vorm teneinde onder normale gebruiksomstandigheden iedere verspreiding van splijtstoffen of ertsen te voorkomen; lid van de bevolking: een persoon uit de bevolking binnen of buiten een locatie, niet zijnde een werknemer gedurende zijn werktijd of een persoon die een medische blootstelling ondergaat; locatie: artikel 15, onder b of c, van de wet hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving inrichting of uitrusting als bedoeld in, locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen inwordt verricht of plaats waar een handeling wordt verricht; natuurlijk uranium: door een chemisch scheidingsproces verkregen uranium waarin de uraniumisotopen zich in de natuurlijke verhouding bevinden; nucleaire drukapparatuur: artikel 15, onder b, van de wet speciaal voor nucleair gebruik in inrichtingen als bedoeld inontworpen drukapparatuur die bij defecten de verspreiding van radioactiviteit kan veroorzaken, met uitzondering van splijtstofstaven en opslag- en transportverpakkingen; Nuclear Security Recommendations on Physical Protection of Nuclear Material and Nuclear Facilities: http://www.pub.iaea.org/MTCD/publications/PDF/Pub1481_web.pdf Nuclear Security Recommendations on Physical Protection of Nuclear Material and Nuclear Facilities (INFCIRC/225/revision 5, Nuclear Security Series-13,), International Atomic Energy Agency, Vienna, 2011, of een bij verordening van de Autoriteit aangewezen revisie daarvan, met de ingangsdatum; ondernemer: natuurlijke persoon, rechtspersoon of bestuursorgaan onder wiens verantwoordelijkheid een handeling wordt verricht of maatregel wordt uitgevoerd; ontmantelingsplan: artikel 15, onder b, van de wet plan met een beschrijving van de wijze waarop een inrichting als bedoeld inbuiten gebruik wordt gesteld en ontmanteld; Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; referentiedreiging: bijlage 1 artikel 15, onder b, van de wet langetermijnanalyse van dreigingen van diefstal of sabotage van de ingenoemde splijtstoffen of ertsen, of sabotage van inrichtingen als bedoeld in, met inbegrip van de op die splijtstoffen of ertsen dan wel inrichtingen betrekking hebbende informatie en processen; schade: nadelige gevolgen van ioniserende straling voor mensen, dieren, planten en goederen; Seveso-richtlijn: Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PbEU 2012, L 197); splijtstof of erts bevattende afvalstof: artikel 19 van dit besluit artikel 10.7, eerste en tweede lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming splijtstof die, of erts dat krachtensin samenhang metals zodanig is aangemerkt en niet wordt geloosd; verbruikte splijtstof: kernsplijtstof die bestraald is en permanent uit een reactorkern is verwijderd; verrijkingsgraad: massagehalte van uranium-235 en uranium-233 tezamen in verrijkt uranium; verrijkt uranium: uranium met een hoger massapercentage uranium-235 dan in natuurlijk uranium; wet: Kernenergiewet . 2 artikel 1.2 bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder «activiteit», «blootstelling», «deskundige», «effectieve dosis» «eindberging», «equivalente dosis», «gezondheidsschade», «omgevingsdosisequivalent», «radiotoxiciteitsequivalent», »richtlijn 2011/77/Euratom» en «wet» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan inin samenhang met. 3 artikel 1.2 bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder «besmetting», «lozing in de lucht», «lozing in het openbare riool» en «lozing in het oppervlaktewater» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan inin samenhang met, met dien verstande dat in plaats van «radioactieve stoffen» telkens «splijtstoffen of ertsen» wordt gelezen. 4 Vervallen. 5 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder «voorhanden hebben» mede verstaan: in bezit hebben, beheren, bewaren of anderszins feitelijk onder zich hebben, of het vervaardigen, bewerken, hanteren en opslaan, met uitzondering van het voorhanden hebben bij de opslag in verband met vervoer. 6 Warenwetbesluit drukapparatuur In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder drukvaten, installatieleidingen, veiligheidsappendages en onder druk staande appendages verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikel 1, eerste lid, onder b, van de wet Het inbedoelde percentage van in splijtstoffen aanwezig uranium, plutonium of thorium is onderscheidenlijk een tiende, een tiende en drie, gerekend naar het gewicht. 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 01-10-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Dit besluit is niet van toepassing op het vervoeren, het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer en het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van splijtstoffen of ertsen. 1969 403 04-09-1969 1969 514 11-11-1969 12-11-1969 01-01-1970
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 15, onder b, van de wet hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving De aanvraag om een vergunning voor handelingen binnen een inrichting als bedoeld in, of op een locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen inwordt verricht, wordt ingediend door degene die de inrichting drijft of de milieubelastende activiteit verricht. 2 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid betreft niet de handelingen die worden verricht door een persoon die in het bezit is van een vergunning voor het op steeds wisselende plaatsen verrichten van zodanige handelingen. 3 De aanvraag bevat: a. naam en adres van de aanvrager; b. een feitelijke omschrijving van hetgeen de aanvrager met de betrokken splijtstoffen of ertsen wenst te doen onderscheidenlijk een aanduiding van de betrokken inrichting, uitrusting of locatie, onder vermelding van het gebruik, dat de aanvrager van die inrichting, uitrusting of locatie wenst te maken; c. artikelen 4 tot en met 11 voor zover een of meer der in devervatte bepalingen op de betrokken aanvraag van toepassing zijn, de gegevens, welke de aanvraag uit dien hoofde in het bijzonder dient te bevatten dan wel, ingeval zodanige gegevens in een bij de aanvraag behorende bijlage zijn vermeld, een korte aanduiding van de aard en de inhoud dezer gegevens met verwijzing naar de betrokken bijlage; d. een opgave van de tijdsduur, waarvoor de vergunning wordt verlangd; e. artikel 19 artikel 2.3 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die in de krachtensin samenhang metgeldende regeling, als gerechtvaardigd is bekendgemaakt, een verwijzing naar die bekendmaking; f. artikel 19 artikel 2.3 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die niet of als niet-gerechtvaardigd is bekendgemaakt in de krachtensin samenhang metgeldende regeling, een verzoek om rechtvaardiging van die handeling en tevens de gegevens met betrekking tot de economische, sociale en andere voordelen van de betrokken handeling en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de handeling. 4 paragrafen 2 3 Aanvragen om een vergunning, welke vallen onder verschillende bepalingen van deen, kunnen, voor zover die aanvragen betrekking hebben op dezelfde inrichting, uitrusting of locatie dan wel op inrichtingen, uitrustingen of locaties, die tezamen een geheel vormen en die in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen, in de vorm van een enkele, samengestelde aanvraag worden ingediend. Op zodanige aanvraag zijn alle bepalingen van toepassing, welke betrekking hebben op de afzonderlijke aanvragen, waaruit zij is samengesteld, met dien verstande dat in gevallen, waarin onverkorte toepassing dezer bepalingen zou leiden tot meervoudige vermelding van eenzelfde gegeven, met een enkelvoudige vermelding kan worden volstaan. 5 Indien een aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een inrichting, uitrusting of locatie, ten aanzien waarvan reeds eerder een aanvraag is ingediend, kan, voor zover bepaalde gegevens reeds bij de eerdere aanvraag zijn verstrekt en geen wijziging hebben ondergaan, naar die eerdere aanvraag worden verwezen. 6 De Autoriteit kan de indiening van verdere afschriften van de aanvraag of van daarbij behorende bijlagen verlangen. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 in artikel 15, onder b, van de wet hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 4, eerste lid, onder e, en derde lid, onder e 5, eerste lid, onder d, en tweede lid, onder d 6, eerste lid, onder h 9, eerste lid, onder f artikel 3, tweede lid Indien binnen een inrichting als bedoeldof op een locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen inwordt verricht reeds splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen voorhanden zijn, of toestellen worden gebruikt, heeft de risicoanalyse, bedoeld in de,,, en, betrekking op de totaal ten gevolge van die inrichting of die locatie ontvangen effectieve dosis. De berekening van de effectieve dosis, bedoeld in de eerste volzin, heeft geen betrekking op de effectieve dosis ten gevolge van handelingen van een persoon als bedoeld in. 2 artikelen 4, eerste lid, onder e, en derde lid, onder e 5, eerste lid, onder d, en tweede lid, onder d 6, eerste lid, onder h en i 9, eerste lid, onder f 10, tweede lid, onder b, ten 6° Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de risicoanalyses, bedoeld in de,,,, en. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De aanvraag om een vergunning voor het voorhanden hebben van splijtstoffen bevat in ieder geval: a. een opgave van de hoeveelheden, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad, zomede, voor wat bestraalde splijtstoffen betreft, een zo nauwkeurig mogelijke opgave van de activiteit der splijtstoffen; b. een opgave van het doel, waarvoor de aanvrager de splijtstoffen voorhanden wenst te hebben; c. artikel 15, onder b of c, van de wet een opgave en beschrijving van de plaats, waar de splijtstoffen voorhanden worden gehouden, dan wel, indien ten aanzien van de inrichting of uitrusting, waarin de splijtstoffen voorhanden worden gehouden, een vergunning als bedoeld inis vereist, een opgave van die inrichting of uitrusting, onder verwijzing naar de ten aanzien daarvan verleende vergunning, dan wel naar de aanvraag om een zodanige vergunning; d. een beschrijving van de maatregelen die door of vanwege de aanvrager zullen worden getroffen ter voorkoming van schade; e. een risicoanalyse van de schade van het voorhanden hebben van de onder a bedoelde splijtstoffen buiten de onder c bedoelde plaats, inrichting of uitrusting; f. Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen een opgave van alle handelingen met splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en toestellen binnen de locatie die kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig zijn krachtens dit besluit, hetof het. 2 Indien de aanvraag betrekking heeft op een ingekapselde bron, bevat zij voorts een opgave van de chemische en fysische toestand en vorm waardoor deze splijtstoffen een ingekapselde bron vormen alsmede een aanduiding van de constructie en de kwaliteit van de bron. 3 De aanvraag om een vergunning voor het voorhanden hebben van ertsen bevat in ieder geval: a. een opgave van de aard, de hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte der ertsen; b. een opgave van het doel, waarvoor de aanvrager de ertsen voorhanden wenst te hebben; c. een opgave en beschrijving van de plaats, waar de ertsen voorhanden zullen worden gehouden; d. een beschrijving van de maatregelen, die door of vanwege de aanvrager zullen worden getroffen ter voorkoming van schade; e. een risicoanalyse van de schade van het voorhanden hebben van ertsen buiten de onder c bedoelde plaats; f. Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen een opgave van alle handelingen met splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en toestellen binnen de locatie die kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig zijn krachtens dit besluit, hetof het. 4 Indien de aanvraag betrekking heeft op een hoogactieve bron, bevat de aanvraag voorts: a. informatie over het volume van de bron, de bronhouder en de vaste afscherming van die bron; b. artikel 19 artikel 4.15, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming schriftelijk bewijs dat de krachtensin samenhang metvereiste financiële zekerheid is gesteld. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De aanvraag om een vergunning voor het zich ontdoen van splijtstoffen bevat in ieder geval: a. een opgave van de hoeveelheden, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad, zomede een zo nauwkeurig mogelijke opgave van de activiteit der splijtstoffen; b. een opgave en beschrijving van de plaats, waar en de wijze, waarop de aanvrager zich van de splijtstoffen wenst te ontdoen; c. een beschrijving van de maatregelen, welke door of vanwege de aanvrager zullen worden getroffen ter voorkoming van schade; d. een risicoanalyse van de schade buiten de onder b bedoelde plaats als gevolg van de handeling waarvoor vergunning wordt gevraagd; e. Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen een opgave van alle handelingen met splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en toestellen binnen de locatie die kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig zijn krachtens dit besluit, hetof het. 2 De aanvraag om een vergunning voor het zich ontdoen van ertsen bevat in ieder geval: a. een opgave van de aard, de hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte der ertsen; b. een opgave en beschrijving van de plaats, waar en de wijze, waarop de aanvrager zich van de ertsen wenst te ontdoen; c. een beschrijving van de maatregelen, welke door of vanwege de aanvrager zullen worden getroffen ter voorkoming van schade; d. een risicoanalyse van de schade buiten de onder b bedoelde plaats als gevolg van de handeling waarvoor vergunning wordt gevraagd; e. Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen een opgave van alle handelingen met splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en toestellen binnen de locatie die kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig zijn krachtens dit besluit, hetof het. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De aanvraag om een vergunning voor het oprichten van een inrichting, waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, bevat in ieder geval: a. een opgave en beschrijving van de plaats, waar de inrichting zal worden gevestigd, onder vermelding van alle terzake doende omstandigheden van geografische, geologische, klimatologische, demografische, hydrologische, ecologische en andere aard; b. een beschrijving van de inrichting met inbegrip van de daarin te bezigen installaties, alsmede van de werking van die inrichting en installaties, met opgave van de leveranciers van die onderdelen, welke voor de beoordeling van de veiligheid van belang zijn, en onder vermelding van het hoogste vermogen, waarop de inrichting zal werken; c. een opgave van de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad der splijtstoffen, welke in de inrichting zullen worden gebruikt, onder vermelding van de hoeveelheid der onderscheidene splijtstoffen, welke ten hoogste te eniger tijd in de inrichting aanwezig zal zijn; d. c een beschrijving van de wijze, waarop de onderbedoelde splijtstoffen in de inrichting zullen worden gebruikt, en van de wijze, waarop de splijtstoffen voor en na het gebruik zullen worden bewaard; e. een globale opgave van het totaal aantal personen, dat bij normaal bedrijf in de inrichting werkzaam zal zijn, alsmede een opgave van het aantal deskundigen en het aantal andere leden van het personeel, dat rechtstreeks bij het vrijmaken van kernenergie betrokken zal zijn, en van de onderlinge taakverdeling tussen die personeelsleden, zomede - voor wat betreft toezichthoudend personeel - van de gronden, waarop zij geacht kunnen worden voldoende deskundigheid voor het verrichten van hun taak te bezitten; f. c een beschrijving van de wijze, waarop de aanvrager voornemens is zich na gebruik te ontdoen van de onderbedoelde splijtstoffen; g. c een beschrijving van de wijze, waarop de aanvrager voornemens is zich te ontdoen van radioactieve stoffen, welke tijdens het gebruik van de onderbedoelde splijtstoffen zullen ontstaan; h. een veiligheidsrapport, inhoudende een beschrijving van de maatregelen, die door of vanwege de aanvrager zullen worden getroffen ter voorkoming van schade, of ter beperking van de kans op schade, waaronder begrepen de maatregelen ter voorkoming van schade buiten de inrichting, tijdens normaal bedrijf, en ter voorkoming van schade voortvloeiende uit de in die beschrijving te vermelden gepostuleerde begin-gebeurtenissen, alsmede een risicoanalyse van de schade buiten de inrichting als gevolg van die gebeurtenissen; i. een risicoanalyse van de schade buiten de inrichting als gevolg van buiten-ontwerpongevallen; j. Wet aansprakelijkheid kernongevallen een opgave van de verzekering of andere financiële zekerheid, welke de aanvrager ter voldoening aan dezal hebben en in stand houden, onder vermelding van alle ter zake doende gegevens. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een vergunning voor het in werking brengen of in werking houden van een inrichting als in dat lid bedoeld. 2017 404 07-11-2017 23-10-2017 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Artikel 13.10 van Stb. 2017/404 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6, eerste lid De aanvraag om een vergunning voor het oprichten van een inrichting, waarin splijtstoffen, welke plutonium of verrijkt uranium bevatten, of bestraalde splijtstoffen kunnen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt, bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in, met dien verstande dat: a. b onderin plaats van "het hoogste vermogen, waarop de inrichting zal werken" wordt gelezen: "de grootste hoeveelheid der onderscheidene splijtstoffen, welke in een bepaald tijdvak in de inrichting kan worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt"; b. telkens in plaats van "gebruikt" onderscheidenlijk "het gebruik" of "het vrijmaken van kernenergie" wordt gelezen: "vervaardigd, bewerkt of verwerkt" onderscheidenlijk "de vervaardiging, bewerking of verwerking". 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een vergunning voor het in werking brengen of in werking houden van een inrichting als in dat lid bedoeld. 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 01-10-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7, eerste lid De aanvraag om een vergunning voor het oprichten van een inrichting, waarin splijtstoffen als bedoeld in, worden opgeslagen, bevat in ieder geval: a. een opgave en beschrijving van de plaats, waar de inrichting zal worden gevestigd, onder vermelding van alle terzake doende omstandigheden van geografische, geologische, klimatologische, demografische, hydrologische, ecologische en andere aard; b. een opgave van de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad, zomede, voor wat bestraalde splijtstoffen betreft, een zo nauwkeurig mogelijke opgave van de activiteit der splijtstoffen, onder vermelding van de hoeveelheid der onderscheidene splijtstoffen, welke ten hoogste te eniger tijd in de inrichting aanwezig zal zijn; c. een globale opgave van het totaal aantal personen, dat bij normaal bedrijf in de inrichting werkzaam zal zijn, alsmede een opgave van het aantal leden van het personeel, dat rechtstreeks bij de opslag van splijtstoffen betrokken zal zijn, en van de onderlinge taakverdeling tussen die personeelsleden, zomede - voor wat betreft het toezichthoudend personeel - van de gronden, waarop zij geacht kunnen worden voldoende deskundigheid voor het verrichten van hun taak te bezitten; d. artikel 6, eerste lid, onder h een veiligheidsrapport als bedoeld in; e. artikel 6, eerste lid, onder i een risicoanalyse als bedoeld in; f. artikel 6, eerste lid, onder j een opgave van de verzekering of andere financiële zekerheid als bedoeld in. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een vergunning voor het in werking brengen of in werking houden van een inrichting als in dat lid bedoeld. 2017 404 07-11-2017 23-10-2017 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Artikel 13.10 van Stb. 2017/404 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De aanvraag om een vergunning voor het oprichten van een inrichting, waarin onbestraalde splijtstoffen, welke geen plutonium of verrijkt uranium bevatten, kunnen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt, bevat in ieder geval: a. een opgave en beschrijving van de plaats, waar de inrichting zal worden gevestigd; b. een beschrijving van de inrichting; c. een opgave van de chemische en fysische toestand, de vorm en het gehalte der splijtstoffen, onder vermelding van de hoeveelheid der onderscheidene splijtstoffen, welke ten hoogste te eniger tijd in de inrichting aanwezig zal zijn; d. een opgave van het aantal personeelsleden, dat verantwoordelijk zal zijn voor het op deskundige wijze vervaardigen, bewerken, of verwerken van splijtstoffen, met vermelding van de gronden, waarop zij geacht kunnen worden voldoende deskundigheid te bezitten; e. een beschrijving van de maatregelen, welke door of vanwege de aanvrager zullen worden getroffen ter voorkoming van schade, waaronder begrepen de maatregelen ter voorkoming van schade buiten de inrichting; f. een risicoanalyse van de schade buiten de inrichting, welke is verbonden aan het vervaardigen, bewerken of verwerken in de inrichting van de onder c bedoelde splijtstoffen. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een vergunning voor het in werking brengen of in werking houden van een inrichting als in dat lid bedoeld. 2011 105 04-03-2011 12-02-2011 2011 105 04-03-2011 12-02-2011 01-07-2011
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikelen 6 7 8 9 Indien een aanvraag om een vergunning tot wijziging van een inrichting als bedoeld in de,,ofmede strekt tot het buiten gebruik stellen of ontmantelen van de inrichting of een deel daarvan, bevat de aanvraag in ieder geval: a. een opgave van de vergunning krachtens welke de betrokken inrichting is opgericht dan wel in werking gebracht of gehouden; b. een ontmantelingsplan. 2 Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid bevat tevens, indien het betrekking heeft op een inrichting: a. artikelen 6 7 8 artikel 6, eerste lid, onder h artikel 6, eerste lid, onder i als bedoeld in de,of: een veiligheidsrapport als bedoeld in, en een risicoanalyse als bedoeld in, b. artikel 9 artikel 9, eerste lid, onder e artikel 9, eerste lid, onder f als bedoeld in: een beschrijving van maatregelen als bedoeld in, en een risicoanalyse als bedoeld in, met dien verstande dat het veiligheidsrapport, de beschrijving van maatregelen en de risicoanalyses betrekking hebben op de buitengebruikstelling of de ontmanteling. 3 De aanvraag voor het wijzigen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval: a. een opgave van de vergunning krachtens welke de betrokken inrichting buiten gebruik is gesteld of wordt ontmanteld; b. een beschrijving van de voorgenomen wijziging; c. indien de voorgenomen wijziging van invloed is op een of meer gegevens als vermeld in het ontmantelingsplan genoemd in het eerste lid, onder b, een desbetreffende aanvulling van dat plan. 4 Gelijktijdig met de aanvraag om een vergunning voor het buiten gebruik stellen van een inrichting als bedoeld in het eerste lid, wordt een aanvraag ingediend om een vergunning voor het ontmantelen van die inrichting. 2011 105 04-03-2011 12-02-2011 2011 105 04-03-2011 12-02-2011 01-07-2011
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 6 7 8 9 De aanvraag om een vergunning voor het wijzigen van een inrichting als bedoeld in,,ofbevat in ieder geval: a. een opgave van de vergunning, krachtens welke de betrokken inrichting is opgericht dan wel in werking gebracht of gehouden; b. een beschrijving van de voorgenomen wijziging; c. artikel 6 7 8 artikel 6, onder h indien de aanvraag betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in,ofen de voorgenomen wijziging van invloed is op een of meer gegevens als vermeld in het ter verkrijging van de onder a bedoelde vergunning overgelegde veiligheidsrapport of de risicoanalyse, bedoeld in, een desbetreffende aanvulling hiervan; d. artikel 6 7 8 artikel 6, eerste lid, onder i indien de aanvraag betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in,ofen de voorgenomen wijziging van invloed is op een of meer gegevens als vermeld in de ter verkrijging van de onder a bedoelde vergunning overgelegde risicoanalyse, bedoeld in, een desbetreffende aanvulling van die risicoanalyse; e. artikel 9 artikel 9, eerste lid, onder f indien de aanvraag betrekking heeft op een inrichting als bedoeld inen de voorgenomen wijziging van invloed is op een of meer gegevens als vermeld in de ter verkrijging van de onder a bedoelde vergunning overgelegde risicoanalyse als bedoeld in, een desbetreffende aanvulling van die risicoanalyse. 2 artikel 6 7 8 artikel 6, eerste lid, onder i artikel 6, eerste lid, onder i Indien de vergunning met betrekking tot een inrichting als bedoeld in,ofis verkregen op een tijdstip waarop ter verkrijging van die vergunning geen risicoanalyse als bedoeld in, behoefde te worden overgelegd, wordt bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, indien de voorgenomen wijziging van invloed is op een of meer van de gegevens die doorgaans worden vermeld in een zodanige risicoanalyse, een risicoanalyse als bedoeld in, gevoegd, die niet alleen betrekking heeft op de wijziging, maar ook op het in werking zijn van de inrichting. 3 artikel 10 Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in. 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 01-10-2002
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a artikel 15, onder b, van de wet artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet In gevallen waarin de vergunning betrekking heeft op het oprichten of wijzigen van een inrichting als bedoeld in, dat tevens is aan te merken als een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in, bestaande uit een bouwactiviteit of het in stand houden van een bouwwerk, of een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, verstrekt de aanvrager: a. wet indien de aanvraag om die omgevingsvergunning tegelijk met de aanvraag om de vergunning krachtens deis ingediend, een afschrift van die aanvraag bij zijn aanvraag; b. wet indien de aanvraag om die omgevingsvergunning niet tegelijk met de aanvraag om de vergunning krachtens deis ingediend, een afschrift van die aanvraag aan het bevoegd gezag gelijktijdig met de indiening van die aanvraag. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 01-10-2002
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 01-10-2002
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 01-10-2002
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 17 20, eerste lid, van de we afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Bij de voorbereiding van beschikkingen met betrekking waartoe op grond vanoftvan toepassing is, worden – anders dan als adviseurs – betrokken: a. artikel 6 in gevallen waarin de beschikking een inrichting als bedoeld inbetreft, voor zover die inrichting is bestemd voor de productie van elektriciteit: 1°. het college van gedeputeerde staten van de provincie, het bestuur van de veiligheidsregio en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de inrichting geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen; 2°. de colleges van gedeputeerde staten van de provincies, de besturen van de veiligheidsregio’s en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten waarvan het gebied is gelegen op minder dan twintig kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn, en 3°. de bestuursorganen die belast zijn met het waterkwaliteitsbeheer van een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet dat gelegen is op minder dan twintig kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn; b. artikel 6 artikel 7 8 in gevallen waarin de beschikking een inrichting betreft als bedoeld in, voor zover die inrichting niet is bestemd voor de productie van elektriciteit, of als bedoeld inof: 1°. het college van gedeputeerde staten van de provincie, het bestuur van de veiligheidsregio en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de inrichting geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen; 2°. de colleges van gedeputeerde staten van de provincies, de besturen van de veiligheidsregio’s en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten waarvan het gebied is gelegen op minder dan tien kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn, en 3°. de bestuursorganen die belast zijn met het waterkwaliteitsbeheer van een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet dat gelegen is op minder dan tien kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn; c. artikel 9 in gevallen waarin de beschikking een inrichting als bedoeld inbetreft: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente of gemeenten, waar de inrichting gelegen is of zal zijn. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer alsmedezijn niet van toepassing op de voorbereiding van beschikkingen ter zake van het voorhanden hebben of het zich ontdoen van splijtstoffen: a. indien het betreft plutonium met een maximale activiteit van 37 gigabecquerel, mits dit plutonium op zodanige wijze is opgenomen in een omhulsel dat daardoor redelijkerwijze voldoende weerstand wordt geboden om elke verspreiding van of besmetting met dit plutonium te voorkomen; b. indien het betreft verarmd uranium, natuurlijk uranium of natuurlijk thorium. 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer Staatscourant Van het geven van een beschikking op de voorbereiding waarvanalsmedeniet van toepassing zijn, wordt mededeling gedaan in de. 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 15 van de wet Geen vergunning als bedoeld inwordt verleend indien: a. artikel 19 Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming niet is voldaan aan de krachtensin samenhang met de hierna genoemde artikelen van hetgestelde voorwaarden betreffende: 1°. artikelen 2.1 tot en met 2.5 rechtvaardiging: de; 2°. artikelen 2.1 2.6 2.7 7.33 9.3 9.5 optimalisatie: de,,,,en; 3°. artikelen 2.1 2.9 7.3 7.4 7.34 7.35 7.36 9.1 9.2, eerste lid dosislimieten: de,,,,,,,en; 4°. artikelen 5.4 tot en met 5.9 7.1 7.2 deskundigheid: de,en; b. voor een lid van de bevolking dat zich buiten de locatie bevindt, als gevolg van de handeling waarvoor de vergunning is aangevraagd en ten gevolge van andere handelingen binnen en buiten deze locatie, een van de volgende doses wordt overschreden of kan worden overschreden: 1. een effectieve dosis van 1 mSv in een kalenderjaar, en met inachtneming daarvan: 2. 2 een equivalente dosis van 50 mSv in een kalenderjaar voor de huid gemiddeld over enig huidoppervlak van 1 cm; c. artikel 19 artikel 2.3 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming de handeling waarvoor de vergunning is aangevraagd behoort tot een categorie of soort, die in de krachtensin samenhang met de krachtensvastgestelde regeling is gerechtvaardigd, maar het specifieke karakter van deze handeling op grond van het eerste of tweede lid van dat artikel niet gerechtvaardigd is. 2 artikel 15, onder b, van de wet Een vergunning als bedoeld inwordt geweigerd, indien: a. artikel 6, eerste lid, onder h de waarden van de gegevens in de risicoanalyse, bedoeld in, niet voldoen aan de in onderstaande tabel opgenomen grenswaarden; Gebeurtenisfrequentie F per jaar Maximaal toegestane effectieve dosis personen vanaf 16 jaar personen tot 16 jaar –1 F ≥ 10 0,1 mSv 0,04 mSv –1 –2 10> F ≥ 10 1 mSv 0,4 mSv –2 –4 10> F ≥ 10 10 mSv 4 mSv –4 F < 10 100 mSv 40 mSv b. dan wel uit die risico-analyse blijkt dat de effectieve schildklierdosis niet beperkt blijft tot 500 mSv. 3 artikel 6, eerste lid, onder i Een vergunning voor het oprichten, in werking brengen of houden of wijzigen van een inrichting, waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, kan worden geweigerd, indien de waarden in de krachtens, verrichte risicoanalyse een van de volgende waarden overschrijden: a. –6 een kans van 10per jaar dat een persoon, die zich permanent en onbeschermd buiten de desbetreffende inrichting zou bevinden, overlijdt als gevolg van een buiten-ontwerpongeval; b. –5 2 een kans van 10per jaar dat buiten de desbetreffende inrichting een groep van ten minste 10 personen direct dodelijk slachtoffer is van een buiten-ontwerpongeval, of voor n maal meer direct dodelijke slachtoffers een kans die nmaal kleiner is. 2017 404 07-11-2017 23-10-2017 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Artikel 13.10 van Stb. 2017/404 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Het bepaalde bij of krachtens de in het tweede lid genoemde hoofdstukken, paragrafen en artikelen van hetis van overeenkomstige toepassing. 2 Hoofdstukken, paragrafen en artikelen als bedoeld in het eerste lid zijn: a. hoofdstuk 2 ; b. artikelen 3.4, vierde en vijfde lid 3.14 de, en; c. hoofdstuk 4 artikelen 4.21 tot en met 4.28 , met uitzondering van de; d. hoofdstuk 5 artikel 5.3 , met uitzondering van; e. hoofdstuk 6 artikel 6.21 , met uitzondering van; f. hoofdstuk 7 artikel 7.5 , met uitzondering van; g. hoofdstuk 8 artikelen 8.14, eerste, derde en vierde lid 8.15 8.16 8.17 , met uitzondering van de,,en; h. hoofdstuk 9 ; i. hoofdstuk 10 artikelen 10.1 10.3 10.4 10.5 10.6 10.10 , met uitzondering van de,,,,,; j. artikelen 11.6 11.7 deen; k. artikel 14.1 , met dien verstande dat in plaats van «die van dit besluit afwijken» in dat artikel wordt gelezen: die van de van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen afwijken. 2017 404 07-11-2017 23-10-2017 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Artikel 13.10 van Stb. 2017/404 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 15, onder b, van de wet Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen ten aanzien van inrichtingen als bedoeld inregels stellen waaraan het ontwerp en de bedrijfsvoering in verband met de voorkoming van schade moeten voldoen. 2013 33 08-02-2013 18-12-2012 2013 421 25-10-2013 15-10-2013 01-01-2014
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 15, onder b, van de wet Het is verboden in een inrichting als bedoeld in, nucleaire drukapparatuur te gebruiken die niet is goedgekeurd door een daartoe door de Autoriteit aangewezen instelling. 2 artikel 15, onder b, van de wet De Autoriteit stelt in het belang van de veilige werking van nucleaire drukapparatuur in een inrichting als bedoeld in, bij verordening de voorschriften vast waaraan die apparatuur moet voldoen. 3 De Autoriteit stelt bij verordening regels met betrekking tot het aanwijzen van de in het eerste lid bedoelde instellingen, de eisen waar deze instellingen aan moeten voldoen met het oog op de aanwijzing en de duur van de aanwijzing. 4 artikel 15, onder b, van de wet De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in: a. laat voor de ingebruikneming van de nucleaire drukapparatuur in die inrichting verrichten: 1°. een beoordeling van het ontwerp van de nucleaire drukapparatuur; 2°. een keuring van de fabricage van de nucleaire drukapparatuur; 3°. een keuring voor de ingebruikneming van de nucleaire drukapparatuur; b. laat nucleaire drukapparatuur gedurende het gebruik keuren overeenkomstig een door de Autoriteit goedgekeurd keuringsprogramma. 5 De Autoriteit stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de wijze waarop de beoordelingen en keuringen, bedoeld in het vierde lid, worden verricht en goedkeuringen worden verleend. 6 artikel 15, onder b, van de wet Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat het in het eerste lid gestelde verbod mede geldt voor gebruik in een inrichting als bedoeld in, van bij of krachtens die regeling aangewezen andere drukapparatuur die bij defecten de verspreiding van radioactiviteit kan veroorzaken. Het tweede tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing voor zover dat bij of krachtens die regeling is bepaald. 7 artikel 15, onder b, van de wet De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld inhoudt met betrekking tot nucleaire drukapparatuur, die in zijn inrichting wordt of is geïnstalleerd, een administratie bij volgens bij verordening van de Autoriteit te stellen regels. 8 Goedkeuring van nucleaire drukapparatuur, die voor het in werking treden van dit artikel is verleend aan de hand van een keuring overeenkomstig het Stoombesluit, wordt gelijkgesteld met goedkeuring, verleend na een keuring overeenkomstig de krachtens het tweede lid bij verordening vastgestelde voorschriften. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Een referentiedreiging of wijziging daarvan wordt door Onze Minister vastgesteld. 2 artikel 15, onder b, van de wet Een referentiedreiging wordt na vaststelling medegedeeld aan de houders van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in. 3 artikel 15, onder b, van de wet De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in: a. bijlage 1 artikel 22a treft de beveiligingsmaatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om de inrichting of de ingenoemde splijtstoffen of ertsen, die krachtens het zevende of achtste lid zijn aangewezen als categorie I-, II- of III-materiaal, te beveiligen tegen de dreigingen zoals omschreven in de referentiedreiging. Daarbij handelt de vergunninghouder overeenkomstig het goedgekeurde beveiligingspakket, bedoeld in; b. bijlage 2 artikel 1.2 bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming treft in ieder geval de beveiligingsmaatregelen die nodig zijn om te voorkomen dat de ingenoemde maximale waarde voor de hoeveelheid radioactiviteit geëmitteerd naar de lucht, bepaald overeenkomstig die bijlage, of de maximale waarden voor de effectieve dosis ontvangen door een lid van de bevolking of een werknemer als bedoeld injuncto, bepaald overeenkomstig bijlage 2 van dit besluit, worden overschreden. 4 artikel 15, onder b, van de wet De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in, stemt de combinatie en het niveau van de beveiligingsmaatregelen af op: 1°. de aard van het materiaal, bedoeld in het derde lid, onder a, en de inrichting, en 2°. de omvang van de mogelijke gevolgen door blootstelling aan straling van mensen, dieren, planten en goederen in het geval van diefstal of sabotage van categorie I-, II- of III-materiaal of sabotage van de inrichting. 5 artikel 15, onder b, van de wet De beveiligingsmaatregelen en nucleaire veiligheidsmaatregelen worden door de houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in, zodanig ontworpen en uitgevoerd dat deze elkaar complementeren en niet belemmeren. Hij treft zodanige maatregelen dat het ontstaan van mogelijke conflicten tussen de beveiligingsmaatregelen en nucleaire veiligheidsmaatregelen zoveel mogelijk wordt tegengegaan of, waar deze conflicten zich toch zouden voordoen, deze zo spoedig mogelijk worden opgeheven. 6 artikel 15, onder b, van de wet De houder van een vergunning als bedoeld in, treft de organisatorische, bouwkundige, elektronische en informatiebeveiligingsmaatregelen die in samenhang ten minste weerstand bieden tegen de dreigingen uit de referentiedreiging en die zorgdragen voor een tijdige respons. 7 bijlage 1 Bij verordening van de Autoriteit worden met het oog op de te treffen beveiligingsmaatregelen de ingenoemde splijtstoffen of ertsen aangewezen als categorie I-, II- of III-materiaal, overeenkomstig de Table of Categorization of nuclear material behorend bij de Nuclear Security Recommendations on Physical Protection of Nuclear Material and Nuclear Facilities. 8 De Autoriteit kan, in afwijking van de aanwijzing, bedoeld in het zevende lid, overeenkomstig de afwijkingsmogelijkheden zoals opgenomen in de Table of Categorization of nuclear material, bij verordening of besluit het daarbij aangewezen materiaal indelen in een andere categorie. 9 Bij verordening van de Autoriteit worden nadere regels gesteld met betrekking tot de uitvoering van het derde tot en met zesde lid. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a 1 artikel 15, onder b, van de wet artikel 22b De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in, beschikt over een overeenkomstiggoedgekeurd beveiligingspakket met een beschrijving van de wijze waarop de inrichting of het categorie I-, II- en III-materiaal wordt beveiligd. Het beveiligingspakket bevat ten minste: a. de aanwijzing van een beveiligingsdeskundige en diens plaatsvervanger die belast zijn met de uitvoering en naleving van de beveiligingsmaatregelen en die voldoen aan bij verordening van de Autoriteit gestelde opleidingseisen; b. artikel 1 van de Wet veiligheidsonderzoeken de aanwijzing van vertrouwensfuncties als bedoeld in; c. een plan interne beveiligingsorganisatie dat ten minste een omschrijving bevat van de interne beveiligingsorganisatie en de daarmee verband houdende verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden, de getroffen beveiligingsmaatregelen voor daarbij genoemde gebeurtenissen en situaties, de aansluiting op een plan externe beveiligingsorganisatie en de eisen aan het management of managementsysteem; d. een omschrijving van de getroffen en te nemen beveiligingsmaatregelen; e. de aanwijzing van een alarmcentrale die de elektronische signaleringen ontvangt en beoordeelt en indien nodig assistentie vraagt aan de externe beveiligingsorganisatie, en de beveiliging daarvan; f. de aanwijzing van een bedrijfsbeveiligingsdienst; g. een evaluatieprogramma bestaande uit testen, controles, audits en oefeningen om de doeltreffendheid van de beveiligingsmaatregelen te kunnen beoordelen; h. een procedure voor de registratie van personen die toegang hebben of kunnen verlenen tot een daarbij aangewezen gebied. 2 Tot de plannen en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort per onderdeel een tijdstip waarop zij zijn uitgevoerd, met een daarop gericht plan van aanpak. 3 artikel 15, onder b, van de wet De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in: a. artikel 22, eerste lid treft de beveiligingsmaatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om de alarmcentrale, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, te beveiligen tegen de dreigingen zoals omschreven in de referentiedreiging, bedoeld in; b. verdeelt bij het treffen van de beveiligingsmaatregelen het terrein waarop de inrichting en de daarbij behorende gebouwen zich bevinden, voor zover van toepassing, in een observatiegebied, een beveiligd gebied en een vitaal gebied met een omschrijving van de wijze van beveiliging van deze gebieden en treft beveiligingsmaatregelen voor deze gebieden en de gebouwen daarbinnen. 4 Bij verordening van de Autoriteit worden nadere regels gesteld met betrekking tot het beveiligingspakket en de daarin opgenomen of op te nemen beveiligingsmaatregelen en het plan interne beveiligingsorganisatie. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 22b — Artikel 22b#
Artikel 22b 1 artikel 22a, eerste lid Het beveiligingspakket, bedoeld in, en wijzigingen daarvan die een negatief effect hebben of kunnen hebben op het niveau van de beveiliging, behoeven goedkeuring van de Autoriteit. 2 Goedkeuring wordt in ieder geval geweigerd indien het beveiligingspakket niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit besluit zijn gesteld. 3 De Autoriteit kan aan de goedkeuring voorschriften verbinden. 4 De Autoriteit kan de goedkeuring intrekken of de daaraan verbonden voorschriften intrekken of wijzigen, indien het beveiligingspakket niet meer voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit besluit zijn gesteld. 5 Goedgekeurde wijzigingen worden geregistreerd en opgenomen in het beveiligingspakket. 6 Indien een aanvraag om goedkeuring betrekking heeft op een wijziging van het beveiligingspakket en voorafgaand aan die aanvraag reeds meerdere wijzigingen van dat pakket zijn goedgekeurd, kan de Autoriteit bepalen dat in plaats van die aanvraag een aanvraag om goedkeuring van een daarbij te overleggen, volledig herzien beveiligingspakket wordt ingediend. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 22c — Artikel 22c#
Artikel 22c 1 artikel 15, onder b, van de wet artikel 22a De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in, wijzigt het beveiligingspakket, bedoeld in, nadat de referentiedreiging is gewijzigd, of wanneer de Autoriteit dit nodig acht en dit schriftelijk heeft medegedeeld aan de vergunninghouder, waarbij in de kennisgeving is aangegeven wat de aard is van de aan te brengen wijzigingen. 2 artikel 15, onder b, van de wet De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld indient binnen een jaar nadat de referentiedreiging is gewijzigd, respectievelijk binnen een jaar nadat de Autoriteit kenbaar heeft gemaakt wijziging van het beveiligingspakket nodig te achten, een aanvraag om goedkeuring van het in overeenstemming met de referentiedreiging, respectievelijk de kennisgeving van de Autoriteit, gewijzigde beveiligingspakket in. 3 De termijnen, bedoeld in het tweede lid, kunnen door de Autoriteit worden gewijzigd indien: a. de wijziging van de referentiedreiging, respectievelijk de door de Autoriteit nodig geachte wijzigingen van het beveiligingspakket, deze gewijzigde termijnen rechtvaardigen, en b. artikel 15, onder b, van de wet de wijzigingen binnen de door de Autoriteit gestelde termijn door de houder van een vergunning van een inrichting als bedoeld in, redelijkerwijs mogelijk zijn. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 22d — Artikel 22d#
Artikel 22d 1 artikel 15, onder b, van de wet De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in, meldt gebeurtenissen die aan onverkorte toepassing van het beveiligingspakket in de weg staan, onmiddellijk aan de Autoriteit. 2 artikel 58, eerste lid, onderdeel a, van de wet De vergunninghouder neemt onmiddellijk compenserende maatregelen en legt deze onverwijld voor aan de op grond vanaangewezen ambtenaren. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 22e — Artikel 22e#
Artikel 22e Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet artikel 22a Hetis van toepassing op de referentiedreiging en het beveiligingspakket, bedoeld in. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 22f — Artikel 22f#
Artikel 22f 1 artikel 15, onder b, van de wet artikel 22a, eerste lid, onder g De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in, voert het evaluatieprogramma, bedoeld in, uit. 2 artikel 15, onder b, van de wet De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld inbeoordeelt het beveiligingspakket jaarlijks op doeltreffendheid en meldt binnen een maand na die beoordeling de resultaten ervan aan de Autoriteit. 3 artikel 15, onder b, van de wet Artikel 22c, derde lid De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in, wijzigt het beveiligingspakket voor zover de resultaten van de in het tweede lid bedoelde beoordeling daartoe aanleiding geven. Hij biedt de wijziging binnen een jaar na het ontstaan van de aanleiding tot wijziging ter goedkeuring aan de Autoriteit aan., is van overeenkomstige toepassing. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 22g — Artikel 22g#
Artikel 22g 1 artikel 15, onder b, van de wet artikel 22a, eerste lid De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in, beoordeelt elke tien jaar of het beveiligingspakket, bedoeld in, voldoet aan de stand van de techniek. Daartoe worden de getroffen beveiligingsmaatregelen vergeleken met de op dat moment meest doeltreffende technieken die economisch en technisch gezien redelijkerwijs haalbaar zijn voor het bereiken van een hoog niveau van beveiliging. Indien de houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet op grond van de voorschriften in de vergunning een tienjaarlijkse evaluatie voor de nucleaire veiligheid en stralingsbescherming moet uitvoeren, dan wordt de beoordeling tegelijkertijd met deze evaluatie uitgevoerd. 2 artikel 15, onder b, van de wet artikel 22a, eerste lid De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld inde past het beveiligingspakket, bedoeld in, aan voor zover de resultaten van de in het eerste lid bedoelde beoordeling daartoe aanleiding geven. 3 artikel 15, onder b, van de wet De Autoriteit kan de houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld inopdragen een of meer extra beoordelingen binnen het tijdvak van tien jaar te doen indien dat naar zijn oordeel met het oog op het niveau van beveiliging noodzakelijk is. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 22h — Artikel 22h#
Artikel 22h artikelen 22a tot en met 22g Met het oog op een goede uitvoering van dekunnen bij verordening van de Autoriteit nadere regels worden gesteld. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 22i — Artikel 22i#
Artikel 22i 1 artikel 15, onder a, van de wet De houder van een vergunning als bedoeld in, treft de beveiligingsmaatregelen die redelijkerwijs noodzakelijk nodig zijn om categorie I-, II- of III-materiaal en de daarop betrekking hebbende informatie en processen te beveiligen tegen diefstal en sabotage. 2 artikel 15, onder a, van de wet De houder van een vergunning als bedoeld in, houdt op persoonlijke of elektronische wijze toezicht op het categorie I-, II- of III- materiaal. 3 De beveiligingsmaatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden afgestemd op: a. de aard van het categorie I-, II-, of III-materiaal; b. de manier waarop het categorie I-, II-, of III-materiaal wordt gebruikt of opgeslagen; c. de verplaatsbaarheid van het categorie I-, II-, of III-materiaal; d. de mogelijke gevolgen voor mensen, dieren, planten en goederen door blootstelling aan ioniserende straling of het vrijkomen van het categorie I-, II-, of III-materiaal in geval van diefstal of sabotage; e. de maatregelen die zijn of worden getroffen om de nadelige gevolgen van ioniserende straling voor mensen, dieren, planten en goederen te voorkomen of te beperken. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 22j — Artikel 22j#
Artikel 22j 1 artikel 15, onder a, van de wet paragraaf 3 De houder van een vergunning als bedoeld inbeschikt over een beveiligingsplan met een beschrijving van de wijze waarop het categorie I-, II- of III-materiaal wordt beveiligd. De eerste volzin geldt niet indien de vergunninghouder tevens houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet is en voor de desbetreffende inrichting voldaan wordt aan. 2 Het beveiligingsplan bevat ten minste een beschrijving van: a. de aanwijzing van een vakbekwame beveiligingsverantwoordelijke en diens plaatsvervanger, b. de indeling van de te beveiligen splijtstoffen in categorie I-, II- of III-materiaal; c. de manier waarop en de plaats waar het categorie I-, II- of III- materiaal wordt gebruikt of opgeslagen; d. de getroffen en te treffen beveiligingsmaatregelen; e. de organisatie van de beveiliging en het toezicht, waaronder taken en bevoegdheden, de te volgen procedures in geval van diefstal of sabotage van het categorie I-, II- of III- materiaal of een poging daartoe en afspraken met de politie of een particuliere beveiligingsdienst; f. een evaluatieprogramma om de beveiligingsmaatregelen te beoordelen. 3 artikel 15, onder a, van de wet De houder van een vergunning als bedoeld inhandelt in overeenstemming met het beveiligingsplan. 4 artikel 15, onder a, van de wet artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet De houder van een vergunning als bedoeld indraagt er zorg voor dat van het beveiligingsplan alleen personen kennis kunnen nemen voor wie dit noodzakelijk is voor het goed uitvoeren van hun functie en dat deze personen voorafgaand aan het kennisnemen een verklaring omtrent het gedrag of een verklaring als bedoeld inveiligheidsonderzoeken overleggen. 5 artikel 15, onder a, van de wet De houder van een vergunning als bedoeld invoert jaarlijks en na elke inbreuk op de beveiliging het evaluatieprogramma uit. Daarbij worden in ieder geval de beveiligingsmaatregelen gecontroleerd en getest en wordt het beveiligingsplan in een oefening toegepast. De vergunninghouder wijzigt het beveiligingsplan voor zover de resultaten van het evaluatieprogramma daartoe aanleiding geven. 6 artikel 22i Bij verordening van de Autoriteit worden nadere regels gesteld met betrekking tot de uitvoering vanen het eerste tot en met vijfde lid, waaronder in elk geval het beveiligingsplan en de beveiligingsmaatregelen. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikelen 4.3 4.4 4.6, eerste lid, aanhef en onder a, b en d 4.9 4.10, eerste en tweede lid 4.11, eerste en tweede lid 4.12, eerste lid 4.13 4.14, eerste en tweede lid 4.19, aanhef en onder d 4.22 4.23, eerste tot en met derde lid 4.24, eerste tot en met derde lid 4.25 4.26 4.27 4.28 van het Besluit activiteiten leefomgeving artikelen 8.13, tweede lid 8.38 van het Besluit kwaliteit leefomgeving artikelen 13.17 13.20 13.21 13.22, derde lid 13.24 tot en met 13.28 van het Omgevingsbesluit artikel 15, onder b, van de wet De,,,,,,,,,,,,,,,, en, de, enen de,,,, enzijn van overeenkomstige toepassing op inrichtingen als bedoeld inwaarin krachtens vergunning gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of mogen zijn of kunnen ontstaan bij verlies van controle over de processen, in een hoeveelheid van ten minste de drempelwaarde, bedoeld in bijlage I, deel 1 of deel 2, bij de Seveso-richtlijn, met inachtneming van de aantekeningen bij die bijlage. 2 Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot gevaarlijke stoffen die tevens radioactief zijn. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 6, eerste lid, onder h artikel 4.10, eerste en tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 4.14, eerste en tweede lid, van dat besluit Het veiligheidsrapport, bedoeld in, en het opgestelde preventiebeleid, bedoeld in, dan wel het veiligheidsrapport, bedoeld in, kunnen tot één veiligheidsrapport worden gecombineerd. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 15, onder b, van de wet De houder van een vergunning voor het oprichten, het in werking brengen of het in werking houden van een inrichting als bedoeld inbeschikt over een ontmantelingsplan. 2011 105 04-03-2011 12-02-2011 2011 105 04-03-2011 12-02-2011 01-07-2011
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Een ontmantelingsplan bevat in ieder geval een beschrijving van: a. de periode waarin de buitengebruikstelling en de ontmanteling plaatsvinden; b. de planning van de buitengebruikstelling en de ontmanteling, waarbij een onderscheid wordt gemaakt in de verschillende fasen waarin de buitengebruikstelling en de ontmanteling plaatsvinden; c. de hoeveelheid en de activiteit van de splijtstoffen of radioactieve stoffen die zich in de verschillende fasen van de buitengebruikstelling en de ontmanteling in de inrichting zullen bevinden; d. de bij de buitengebruikstelling en de ontmanteling betrokken medewerkers, hun deskundigheid en onderlinge taakverdeling; e. de bij de buitengebruikstelling en de ontmanteling toe te passen technieken; f. de relevante milieuaspecten, in het bijzonder het beheer van radioactieve afvalstoffen die bij de buitengebruikstelling en de ontmanteling vrijkomen. 2 artikelen 30 30a artikel 30b Het ontmantelingsplan is gebaseerd op een wijze van buitengebruikstelling en ontmanteling die voldoet aan deenen de krachtensgestelde regels. 3 Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud van het ontmantelingsplan. Daarbij kan worden bepaald dat de gestelde regels slechts gelden in de aangegeven categorieën van gevallen. 2011 105 04-03-2011 12-02-2011 2011 105 04-03-2011 12-02-2011 01-07-2011 Artikel VI van Stb. 2011/105 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 15, onder b, van de wet Het ontmantelingsplan van de houder van een vergunning voor het oprichten, het in werking brengen of het in werking houden van een inrichting als bedoeld inen wijzigingen van dat plan behoeven goedkeuring van de Autoriteit. 2 Goedkeuring wordt geweigerd indien het ontmantelingsplan niet voldoet aan de eisen die bij of krachtens dit besluit zijn gesteld. 3 De Autoriteit beslist op de aanvraag om goedkeuring van het ontmantelingsplan binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag. 4 De Autoriteit kan aan de goedkeuring voorschriften verbinden. 5 De Autoriteit kan de goedkeuring intrekken indien het ontmantelingsplan niet meer voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit besluit zijn gesteld. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 15, onder b, van de wet De houder van een vergunning voor het oprichten, het in werking brengen of het in werking houden van een inrichting als bedoeld inhandelt overeenkomstig het laatst goedgekeurde ontmantelingsplan. 2011 105 04-03-2011 12-02-2011 2011 105 04-03-2011 12-02-2011 01-07-2011
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 15, onder b, van de wet Vanaf het tijdstip waarop een vergunning voor het in werking brengen van een inrichting als bedoeld inis verleend totdat een vergunning voor het buiten gebruik stellen van die inrichting is verleend, actualiseert de houder van de vergunning voor het in werking brengen of het in werking houden van die inrichting het ontmantelingsplan ten minste elke vijf jaar, of wanneer de Autoriteit dit nodig acht. 2 De actualisatie, bedoeld in het eerste lid, betreft in ieder geval: a. de planning van de buitengebruikstelling en de ontmanteling; b. de bij de buitengebruikstelling en de ontmanteling toe te passen technieken; c. wijzigingen van de inrichting voor zover deze gevolgen kunnen hebben voor de buitengebruikstelling of de ontmanteling. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 15, onder b, van de wet De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld invangt aan met de buitengebruikstelling en de ontmanteling van die inrichting onmiddellijk nadat de normale bedrijfsvoering is beëindigd. 2 De Autoriteit kan in bijzondere omstandigheden toestaan dat op een later tijdstip met de buitengebruikstelling en de ontmanteling van de inrichting wordt aangevangen. 3 artikel 15, onder b, van de wet De houder van een vergunning voor het buiten gebruik stellen en het ontmantelen van een inrichting als bedoeld involtooit de buitengebruikstelling en de ontmanteling van die inrichting zo snel als redelijkerwijs mogelijk is. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30a — Artikel 30a#
Artikel 30a 1 artikel 15, onder b, van de wet Bij de ontmanteling van een inrichting als bedoeld inworden de feitelijke beperkingen die in de weg staan aan de realisatie van elke volgende functie op het terrein waarop de inrichting was gevestigd, weggenomen voor zover die beperkingen het gevolg zijn van die inrichting. 2 artikel 15, onder b, van de wet Bij een vergunning voor het buiten gebruik stellen en het ontmantelen van een inrichting als bedoeld inkan de Autoriteit in bijzondere omstandigheden toestaan dat wordt afgeweken van het eerste lid. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30b — Artikel 30b#
Artikel 30b artikel 15, onder b, van de wet Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de buitengebruikstelling en de ontmanteling van een inrichting als bedoeld inplaatsvinden. 2011 105 04-03-2011 12-02-2011 2011 105 04-03-2011 12-02-2011 01-07-2011
Artikel 30c — Artikel 30c#
Artikel 30c artikel 15, onder b, van de wet De Autoriteit beslist op een aanvraag tot het intrekken van een vergunning voor het ontmantelen van een inrichting als bedoeld inbinnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30d — Artikel 30d#
Artikel 30d 1 artikel 15, onder b, van de wet artikel 30a Bij de aanvraag tot het intrekken van een vergunning voor het ontmantelen van een inrichting als bedoeld intoont de houder van die vergunning ten genoegen van de Autoriteit aan dat de ontmanteling is voltooid. Hierbij toont hij in ieder geval aan dat aanis voldaan. 2 De Autoriteit kan bij verordening regels stellen met betrekking tot de wijze waarop wordt aangetoond dat de ontmanteling is voltooid. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30e — Artikel 30e#
Artikel 30e artikelen 26, derde lid 30b 30d, tweede lid De in de,en, bedoelde regels kunnen tevens betrekking hebben op radioactieve afvalstoffen. 2011 105 04-03-2011 12-02-2011 2011 105 04-03-2011 12-02-2011 01-07-2011
Artikel 30f — Artikel 30f#
Artikel 30f 1 artikel 15, onder b, van de wet artikel 10.6, zevende lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming artikel 42, derde lid, onder e De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld intreft tijdig bij een krachtensof, aangewezen instelling een voorziening voor de opslag van: a. de splijtstof of erts bevattende afvalstoffen die door het gebruik van die inrichting ontstaan, b. de splijtstof of erts bevattende afvalstoffen en de radioactieve afvalstoffen die terugkomen na opwerking van de splijtstoffen die in die inrichting zijn gebruikt en c. de radioactieve afvalstoffen die vrijkomen bij de buitengebruikstelling en de ontmanteling van die inrichting. 2 De Autoriteit kan bij verordening regels stellen over de te treffen voorziening. 2017 404 07-11-2017 23-10-2017 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Artikel 13.10 van Stb. 2017/404 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30g — Artikel 30g#
Artikel 30g artikel 15, onder b, van de wet artikel 42, derde lid, onderdeel e artikel 40a De vergunninghouder stelt de kosten die hij in rekening brengt voor het in werking houden van een inrichting waarin splijtstoffen worden opgeslagen als bedoeld in, die op grond van, door de Autoriteit is aangewezen, vast op een transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze. Tot de kosten behoren ook kosten die de vergunninghouder maakt voor onderzoek en ontwikkeling voor het beheer van verbruikte splijtstoffen, zoals dit in het nationaal programma, bedoeld in, is opgenomen. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 15#
artikel 15
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 15 van de wet Aan een vergunning als bedoeld inworden zodanige voorschriften verbonden, dat: schade, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen; in gevallen, waarin blootstelling of besmetting onvermijdelijk is, schade, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt beperkt; in gevallen, waarin blootstelling of besmetting onvermijdelijk is, het aantal aan ioniserende straling blootgestelde personen, met vermijding van een ontoelaatbaar te achten blootstelling of besmetting per persoon, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt beperkt. 2 Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften behoren voorschriften om te verzekeren dat de gebruikte installatie en alles wat daartoe behoort in goede staat van onderhoud verkeert. 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 01-10-2002
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikel 15, onder b, van de wet De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in, is verplicht de lozingen van radioactief materiaal te controleren en deze te rapporteren aan de Autoriteit overeenkomstig bij verordening van de Autoriteit gestelde regels. 2017 404 07-11-2017 23-10-2017 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Artikel 13.10 van Stb. 2017/404 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 artikel 15, onder b artikel 31, eerste lid Ter voorkoming van schade of ter beperking van de kans op schade buiten de inrichting kunnen aan een vergunning als bedoeld in, van de wet ook andere voorschriften worden verbonden dan bedoeld in. 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 01-10-2002
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 01-10-2002
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 15 van de wet Aan een vergunning als bedoeld inworden voorschriften met het oog op de veiligheid van de staat verbonden, indien de vergunning uitsluitend of mede betrekking heeft op het doen van verrichtingen: a. met gebruikmaking van gegevens, hulpmiddelen of materialen dan wel van een inrichting of een uitrusting, ten aanzien waarvan naar het oordeel van de Autoriteit het belang van de veiligheid van de staat het opleggen van een verplichting tot geheimhouding of een beperking ten aanzien van het gebruik vereist, of b. waarbij onderzoekingen worden verricht of werkmethoden worden toegepast, ten aanzien waarvan naar het oordeel van de Autoriteit het belang van de veiligheid van de staat het opleggen van een verplichting tot geheimhouding vereist, of c. welke blijkens een verklaring van de Autoriteit van vitaal belang zijn voor de militaire of civiele verdediging. 2 Voorschriften als in het eerste lid bedoeld kunnen de verplichting inhouden: a. ten aanzien van gegevens, hulpmiddelen, materialen, een inrichting of een uitrusting dan wel onderzoekingen of werkmethoden als in het eerste lid bedoeld de geheimhouding te verzekeren; b. gegevens, hulpmiddelen of materialen dan wel een inrichting of uitrusting als in het eerste lid bedoeld met inachtneming van in het voorschrift aangegeven beperkingen te gebruiken; c. terreinen, gebouwen en ruimten, waar verrichtingen als in het eerste lid bedoeld plaatsvinden dan wel gegevens, hulpmiddelen of materialen, met gebruikmaking waarvan zodanige verrichtingen plaatsvinden, worden bewaard, op een bij het voorschrift bepaalde wijze te beveiligen; d. het gebruik van gegevens, hulpmiddelen of materialen dan wel van een inrichting of uitrusting als in het eerste lid bedoeld, alsmede het aanwenden van uit zodanig gebruik voortvloeiende kennis op een bij het voorschrift bepaalde wijze te regelen; e. de Autoriteit of in het voorschrift aangewezen Nederlandse controle-organen tijdig in kennis te stellen van een voorgenomen vervanging van de met de leiding van de onderneming of instelling, waaraan de vergunning is verleend, belaste persoon of personen; f. alle of bepaalde verrichtingen uitsluitend te laten plaatsvinden door personen, ten aanzien van wie de Autoriteit heeft verklaard, dat naar zijn oordeel voldoende waarborgen aanwezig kunnen worden geacht, dat zij de verplichting met betrekking tot de geheimhouding naar behoren zullen vervullen; g. bij het voorschrift aangewezen organen, waaraan een taak is opgedragen terzake van de uitvoering van de wet, in het voorschrift omschreven inlichtingen te doen toekomen betreffende gegevens, hulpmiddelen of materialen, dan wel een inrichting of uitrusting als in het eerste lid bedoeld, alsmede een op het verstrekken van zodanige inlichtingen gerichte administratie te voeren, aan de hand waarvan de juistheid van de verstrekte inlichtingen op eenvoudige wijze kan worden aangetoond; h. de Autoriteit of bij het voorschrift aangewezen Nederlandse controle-organen onverwijld in te lichten, indien ernstige inbreuken op de naleving van de met het oog op de veiligheid van de staat gegeven voorschriften dan wel spionage worden vermoed of ontdekt; i. een aan de onderneming of instelling verbonden functionaris aan te wijzen, speciaal belast met het treffen van maatregelen ter uitvoering van de met het oog op de veiligheid van de staat aan de vergunning verbonden voorschriften, alsmede met het toezicht op de naleving van die maatregelen. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 15 van de wet artikel 15b, eerste lid, onder a, b of e, van de wet Aan een vergunning als bedoeld inworden voorschriften met het oog op de bewaring van splijtstoffen en ertsen verbonden, indien en voor zover zulks nodig is voor de bescherming van de in, bedoelde belangen. 2 Voorschriften als bedoeld in het eerste lid kunnen de verplichting inhouden: a. splijtstoffen of ertsen te bewaren op een zodanige bij het voorschrift aan te geven plaats en wijze, dat er geen schade kan optreden; b. splijtstoffen of ertsen zodanig te bewaren, dat zij zo veel mogelijk zijn beveiligd tegen brand of het op andere wijze verloren gaan; c. een of meer aan de onderneming of instelling verbonden functionarissen aan te wijzen, speciaal belast met het treffen van maatregelen ter uitvoering van de met het oog op de bewaring aan de vergunning verbonden voorschriften, alsmede met het toezicht op de naleving van die maatregelen. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 artikel 15, onder b of c, van de wet Wet aansprakelijkheid kernongevallen Stb. Aan een vergunning als bedoeld in, welke uitsluitend of mede betrekking heeft op een inrichting of uitrusting, waarop dedan wel de wet van 24 oktober 1973, houdende regelen inzake wettelijke aansprakelijkheid van exploitanten van nucleaire schepen (536), van toepassing is, wordt met het oog op het zeker stellen van de betaling van de vergoeding, aan derden toekomend voor schade, hun toegebracht, het voorschrift verbonden tot het hebben en in stand houden van een zodanige verzekering of andere financiële zekerheid als waartoe de houder van de vergunning ingevolge die wettelijke regeling gehouden is. 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 01-10-2002
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 15 van de wet Aan een vergunning als bedoeld inworden voorschriften met het oog op de nakoming van internationale verplichtingen verbonden, indien die vergunning uitsluitend of mede strekt tot het doen van verrichtingen met gebruikmaking van gegevens, hulpmiddelen of materialen dan wel van een inrichting of uitrusting ten aanzien waarvan internationale overeenkomsten of besluiten van volkenrechtelijke organisaties, welke voor Nederland verbindend zijn en geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op het gebied van de kernenergie of van de ioniserende straling, de staat verplichtingen opleggen. 2 Voorschriften als in het eerste lid bedoeld kunnen de verplichting inhouden: a. ten aanzien van gegevens, hulpmiddelen of materialen dan wel een inrichting of uitrusting als in het eerste lid bedoeld de geheimhouding te verzekeren of deze met inachtneming van in het voorschrift aangegeven beperkingen te gebruiken; b. aan bij het voorschrift aangewezen organen, waaraan een taak is opgedragen ter zake van de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde overeenkomsten of besluiten, in het voorschrift omschreven inlichtingen te doen toekomen betreffende gegevens, hulpmiddelen of materialen dan wel een inrichting of uitrusting als in het eerste lid bedoeld, alsmede een op het verstrekken van zodanige inlichtingen gerichte administratie te voeren, aan de hand waarvan de juistheid van de verstrekte inlichtingen op eenvoudige wijze kan worden aangetoond. 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 01-10-2002
Artikel 40a — Artikel 40a#
Artikel 40a 1 Onze Minister stelt een programma als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn 2011/70/Euratom, vast voor het beheer van verbruikte splijtstoffen. 2 Het programma bevat een uitwerking van de volgende uitgangspunten: a. de beperking van het ontstaan van verbruikte splijtstoffen tot het praktisch haalbare minimum, zowel wat de activiteit als het volume betreft; b. de onderlinge afhankelijkheden van alle stappen in het ontstaan en het beheer van verbruikte splijtstoffen; c. het veilig beheer van verbruikte splijtstoffen; d. voor de lange termijn passieve veiligheidsmaatregelen; e. een graduele aanpak bij de uitvoering van de maatregelen; f. de kosten voor het beheer van verbruikte splijtstoffen komen ten laste van degene die deze afvalstoffen hebben laten ontstaan; g. een empirisch onderbouwd en gedocumenteerd besluitvormingsproces in alle stadia van het beheer van verbruikte splijtstoffen. 3 Het programma bevat tevens: a. de beleidsdoelstelling ten aanzien van het beheer van alle typen verbruikte splijtstoffen; b. de mijlpalen die voor de uitvoering van het programma nodig zijn en het tijdpad voor het bereiken van deze mijlpalen; c. een inventarisatie van alle verbruikte splijtstoffen en ramingen van toekomstige hoeveelheden; d. concepten, plannen en technische oplossingen voor het beheer van verbruikte splijtstoffen, van ontstaan tot eindberging; e. concepten of plannen voor de periode na de sluiting van een inrichting voor eindberging; f. onderzoeks-, ontwikkelings- en demonstratieactiviteiten die nodig zijn om oplossingen voor het beheer van verbruikte splijtstoffen toe te passen; g. de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het programma en de essentiële prestatie-indicatoren voor toezicht op de voortgang van de uitvoering van het programma; h. een beoordeling van de kosten van het nationale programma en de onderliggende basis en hypothesen voor deze beoordeling, met inbegrip van een tijdsprofiel; i. de financieringsregelingen ter uitvoering van het programma; j. het beleid ten aanzien van het verstrekken van informatie met betrekking tot het beheer van verbruikte splijtstoffen aan werknemers en het publiek; k. een overzicht van met andere lidstaten en derde landen gesloten overeenkomsten over het beheer van verbruikte splijtstoffen. 2013 328 01-08-2013 25-06-2013 2013 376 16-10-2013 03-10-2013 17-10-2013
Artikel 15#
artikel 15
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 15, onder a, van de wet Het invervatte verbod geldt niet voor het voorhanden hebben van splijtstoffen of ertsen, indien binnen een locatie: a. artikel 3.17 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming de activiteit van de radionucliden in de betrokken splijtstof of erts lager is dan de bij of krachtensvastgestelde vrijstellingswaarde; of b. artikel 3.17 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming de activiteitsconcentratie van die stof of dat erts lager is dan de bij of krachtensvastgestelde vrijstellingswaarde. 2 Het eerste lid is niet van toepassing, indien: a. splijtstoffen of ertsen worden toegediend aan personen en, voorzover het de bescherming van mensen tegen ioniserende straling betreft, aan dieren voor: 1°. het stellen van medische of veterinaire diagnoses; 2°. therapie of (bio)medisch onderzoek; 3°. het toevoegen van splijtstoffen of ertsen aan consumentenproducten. 3 artikel 3.17, tweede, derde en zesde lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Het bij of krachtensbepaalde is van overeenkomstige toepassing. 4 Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat het eerste lid niet van toepassing is in daarbij aangewezen categorieën van gevallen, waarin sprake is van een te hoog risico van blootstelling van werknemers of leden van de bevolking. 5 artikel 15, onder a, van de wet Het invervatte verbod geldt niet voor het voorhanden hebben van splijtstoffen of ertsen voor bij regeling van Onze Minister aangewezen handelingen die een beperkt risico van blootstelling van mensen tot gevolg hebben. 6 Artikel 3.9 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming In de gevallen, bedoeld in het vijfde lid, is een registratieplicht van toepassing.is van overeenkomstige toepassing. 2017 404 07-11-2017 23-10-2017 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Artikel 13.10 van Stb. 2017/404 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 41a — Artikel 41a#
Artikel 41a artikel 15, onder a, van de wet artikel 3.17 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Het invervatte verbod geldt niet voor handelingen met apparaten die een ingekapselde bron bevatten waarbij de bij of krachtensvastgestelde waarde voor de activiteit en de activiteitsconcentratie wordt overschreden, op voorwaarde dat: 1°. het apparaat behoort tot een bij verordening of beschikking van de Autoriteit goedgekeurd type; 2°. het apparaat onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 m van enige bereikbare buitenzijde daarvan geen hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 1 microsievert per uur, en 3°. de Autoriteit voorwaarden voor recycling of verwijdering heeft vastgesteld. 2017 404 07-11-2017 23-10-2017 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Artikel 13.10 van Stb. 2017/404 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 15, onder a, van de wet Het invervatte verbod geldt niet voor het zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen voor product- of materiaalhergebruik of van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen, indien: artikel 3.20 3.21 artikel 3.22, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming de activiteitsconcentratie van de radionucliden in de betrokken splijtstoffen of ertsen lager is dan de desbetreffende bij of krachtensof, in samenhang metvastgestelde vrijgavewaarde. 2 artikel 3.17, tweede en zesde lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming artikel 41, vierde lid Het bepaalde bij of krachtensen, van dit besluit is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 15, onder a, van de wet Het invervatte verbod geldt niet voor het zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen voor product- of materiaalhergebruik of van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen, indien het betreft: a. ingekapselde bronnen die worden teruggenomen door degene die de bron heeft vervaardigd of geleverd; b. een feitelijke levering van splijtstoffen of ertsen door enkele overgave aan een derde met het oog op: 1°. gebruik, product- of materiaalhergebruik van splijtstoffen of ertsen, 2°. inzameling van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen; c. artikel 22, vierde lid, van de wet een afgifte aan een krachtensaangewezen instelling voor ontvangst van in bezit genomen splijtstoffen of ertsen; d. het zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen door afgifte aan een door de Autoriteit erkende ophaaldienst van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen; e. een afgifte aan een door de Autoriteit aangewezen instelling voor de ontvangst van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen. 4 Het derde lid geldt alleen indien de ondernemer zich ervan heeft vergewist dat de ontvanger in het bezit is van een vergunning voor de desbetreffende handeling of anderszins gerechtigd is de stoffen te ontvangen. 5 artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht Met toepassing vanisniet van toepassing op de aanvraag om een erkenning van een ophaaldienst of een aanwijzing van een instelling voor de ontvangst van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen als bedoeld in het derde lid. 2017 404 07-11-2017 23-10-2017 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Artikel 13.10 van Stb. 2017/404 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikel 15, onder a, van de wet Het invervatte verbod geldt niet voor het zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen door middel van lozing in de lucht, in het openbare riool of in het oppervlaktewater, indien: a. bijlage 2 bij het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming bij lozing in de lucht, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid splijtstoffen of ertsen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 1 radiotoxiciteitsequivalent voor inhalatie, als bedoeld in; b. bijlage 2 bij het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming bij lozing in het openbare riool, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid splijtstoffen of ertsen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 10 radiotoxiciteitsequivalenten voor ingestie, als bedoeld in; c. bijlage 2 bij het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming bij lozing in het oppervlaktewater, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid splijtstoffen of ertsen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 0,1 radiotoxiciteitsequivalent voor ingestie, als bedoeld in. 2 bijlage 2 bij het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming De geloosde hoeveelheden, uitgedrukt in radiotoxiciteitsequivalenten, worden gecorrigeerd voor fysisch verval door middel van de correctiefactoren zoals aangegeven in. 2017 404 07-11-2017 23-10-2017 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Artikel 13.10 van Stb. 2017/404 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 artikel 15, onder b Het in, van de wet vervatte verbod geldt niet voor het oprichten, in werking brengen, in werking houden of wijzigen van een inrichting, waarin splijtstoffen kunnen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt, dan wel splijtstoffen worden opgeslagen, in het geval, dat die inrichting niet is bestemd en niet wordt gebruikt voor een met de splijtstoffenkringloop verband houdend vervaardigingsproces of voor het voorhanden hebben van andere dan onbestraalde splijtstoffen en: a. de voorhanden splijtstoffen geen plutonium of verrijkt uranium bevatten, dan wel b. de grootste hoeveelheid splijtstoffen, die te eniger tijd in de inrichting voorhanden wordt gehouden, niet meer bevat dan 375 gram plutonium-239, plutonium-241 of uranium-233, dan wel niet meer dan 600 gram uranium-235, met dien verstande, dat bij aanwezigheid van meer dan een van deze nucliden de som van de breuken, verkregen door het aantal grammen van ieder dier nucliden te delen door de voor dat nuclide hiervoor vastgestelde maximale hoeveelheid, niet groter mag zijn dan 1. 1972 242 26-04-1972 1972 242 26-04-1972 14-05-1972
Artikel 44a — Artikel 44a#
Artikel 44a 1 artikel 15f, eerste lid, van de wet Een aanvraag om goedkeuring voor de wijze waarop financiële zekerheid wordt gesteld als bedoeld inwordt ingediend bij Onze Minister met gelijktijdige toezending van een afschrift aan Onze Minister van Financiën. 2 Een aanvraag om goedkeuring als bedoeld in het eerste lid bevat in elk geval de volgende gegevens: a. artikel 15, onder b, van de wet artikel 27, vierde lid een overzicht van de verschillende kostenposten voor de buitengebruikstelling en de ontmanteling van de betrokken inrichting, bedoeld in, waarbij wordt uitgegaan van het laatst door de Autoriteit goedgekeurde ontmantelingsplan en de voorschriften die op grond van, aan de goedkeuring van het ontmantelingsplan zijn verbonden; b. een berekening van de kosten behorende bij de onder a bedoelde kostenposten, bepaald aan de hand van een algemeen aanvaarde methode en op basis van het prijspeil op het moment van de indiening van de aanvraag; c. een omrekening van de overeenkomstig onderdeel b bepaalde kosten naar de kosten op het moment van de buitengebruikstelling en de ontmanteling, bepaald aan de hand van een algemeen aanvaarde indexeringsmethode; d. een overzicht waaruit blijkt dat het bedrag van de berekening van de kosten op het moment van de buitengebruikstelling en de ontmanteling is gedekt door financiële zekerheid. 3 Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot de aanvraag om goedkeuring. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 44b — Artikel 44b#
Artikel 44b 1 artikel 15, onder b, van de wet De houder van een vergunning voor het in werking brengen of het in werking houden van een inrichting als bedoeld inactualiseert de wijze waarop financiële zekerheid is gesteld nadat het ontmantelingsplan of een wijziging daarvan door de Autoriteit is goedgekeurd of wanneer Onze Minister of Onze Minister van Financiën dit nodig acht. 2 De vergunninghouder, bedoeld in het eerste lid, dient binnen zes maanden na goedkeuring van het ontmantelingsplan onderscheidenlijk binnen zes maanden nadat Onze Minister of Onze Minister van Financiën kenbaar heeft gemaakt actualisatie van de wijze waarop financiële zekerheid is gesteld, nodig te achten, een aanvraag om goedkeuring van de geactualiseerde financiële zekerheid in. 2023 138 24-04-2023 12-04-2023 2023 260 14-07-2023 30-06-2023 15-07-2023
Artikel 44c — Artikel 44c#
Artikel 44c 1 artikel 15, onder b, van de wet Gelijktijdig met de aanvraag om een vergunning voor het buiten gebruik stellen en het ontmantelen van een inrichting als bedoeld inwordt een aanvraag ingediend om goedkeuring voor de wijze waarop financiële zekerheid wordt gesteld. 2 artikel 44a, tweede lid, onder a Indien het eerste lid van toepassing is, wordt in afwijking van, bij het overzicht van de verschillende kostenposten voor de buitengebruikstelling en de ontmanteling uitgegaan van het ontmantelingsplan zoals dat is ingediend bij de aanvraag om een vergunning voor het buiten gebruik stellen en het ontmantelen van de inrichting. 2023 138 24-04-2023 12-04-2023 2023 260 14-07-2023 30-06-2023 15-07-2023
Artikel 44d — Artikel 44d#
Artikel 44d 1 artikel 15, onder b, van de wet De houder van een vergunning voor het buiten gebruik stellen en het ontmantelen van een inrichting als bedoeld inactualiseert de wijze waarop financiële zekerheid is gesteld na wijziging van die vergunning, voor zover die wijziging betrekking heeft op het ontmantelingsplan. 2 De vergunninghouder, bedoeld in het eerste lid, dient binnen zes maanden na wijziging van de vergunning een aanvraag om goedkeuring van de geactualiseerde financiële zekerheid in. 2023 138 24-04-2023 12-04-2023 2023 260 14-07-2023 30-06-2023 15-07-2023
Artikel 44e — Artikel 44e#
Artikel 44e 1 artikel 15f, achtste lid, van de wet Aangewezen overeenkomstig, wordt de nucleaire inrichting van URENCO Nederland B.V. te Almelo. 2 Dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op de inrichting, bedoeld in het eerste lid. 2023 138 24-04-2023 12-04-2023 2023 260 14-07-2023 30-06-2023 15-07-2023
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen. 2 Het treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1969 403 04-09-1969 1969 514 11-11-1969 12-11-1969 01-01-1970
Artikel 1#
artikelen 1
Artikel 22#
22, derde lid, onder a
Artikel 22#
artikel 22
Artikel 22#
artikel 22, derde lid, onder b