Besluit van 8 oktober 1969, tot uitvoering van de artikelen 13 en 14 van de Kernenergiewet
- BWB-id
- BWBR0002673
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2017-08-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002673
- ELI
- /eli/nl/amvb/1970/besluit-registratie-splijtstoffen-en-ertsen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1970/besluit-registratie-splijtstoffen-en-ertsen/2017-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002673&g=2017-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002673&z=2026-06-06&g=2017-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002673/2017-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1970/besluit-registratie-splijtstoffen-en-ertsen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder: wet: Kernenergiewet ; register: artikel 13, eerste lid, van de wet register als bedoeld in; Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; gehalte: artikel 1, eerste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen hetgeen daaronder wordt verstaan in; verrijkingsgraad: artikel 1, eerste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen hetgeen daaronder wordt verstaan in. 2 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder: a. ertsen: andere stoffen dan splijtstoffen en ertsen waaruit splijtstoffen kunnen worden verkregen en die naar gewicht gerekend ten minste een tiende procent uranium of drie procent thorium bevatten; b. voorhanden hebben: vervaardigen, bewerken, hanteren en opslaan. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het register wordt zodanig ingericht, dat daaruit op eenvoudige wijze kan worden afgeleid, hoeveel splijtstoffen en ertsen, waaromtrent aangifte is gedaan, op Nederlands grondgebied voorhanden worden gehouden en waar deze voorhanden worden gehouden. 2 De Autoriteit stelt bij verordening nadere regels met betrekking tot de inrichting van het register. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De Autoriteit verstrekt uit het register aan degenen, aan wie een taak is opgedragen ter zake van de uitvoering van de wet dan wel van internationale overeenkomsten of besluiten van volkenrechtelijke organisaties, welke voor Nederland verbindend zijn en geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op het gebied van de kernenergie of van de ioniserende straling, op hun verzoek de voor het vervullen van die taak nodige inlichtingen. 2 De Autoriteit verstrekt uit het register aan Nederlandse overheidsorganen op hun verzoek de voor het vervullen van hun taak nodige inlichtingen. 3 De Autoriteit kan voorts aan anderen op hun verzoek inlichtingen uit het register verstrekken. Zodanige inlichtingen kunnen zich in geen geval uitstrekken tot gegevens, waaruit gevolgtrekkingen ten aanzien van een afzonderlijke persoon, onderneming of instelling kunnen worden gemaakt. 4 De Autoriteit kan bij het verstrekken van inlichtingen de verplichting tot geheimhouding opleggen. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 14, eerste lid, van de wet Hij, die ingevolgeen het onderhavige besluit verplicht is ten aanzien van splijtstoffen of ertsen aangifte te doen, dient ten aanzien van deze stoffen een administratie bij te houden, welke hem in staat stelt te allen tijde zodanige aangifte te doen en de juistheid van een door hem gedane aangifte aan te tonen. 2 Hij, die ingevolge het eerste lid een administratie bijhoudt of heeft bijgehouden, is verplicht de bescheiden, waaruit die administratie bestaat, alsmede de bescheiden, waaraan de in de administratie opgenomen gegevens zijn ontleend, gedurende vijf jaren na het kalenderjaar, waarop zij betrekking hebben, te bewaren. 1969 471 08-10-1969 1969 471 08-10-1969 01-01-1970
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 15 van de wet Hij, die krachtens een hem op grond vanverleende vergunning splijtstoffen voorhanden heeft voor of mede voor eigen gebruik daarvan in een inrichting, waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, dan wel voor of mede voor eigen gebruik bij een met de splijtstoffenkringloop verband houdend vervaardigingsproces, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van iedere kalendermaand bij de Autoriteit schriftelijk aangifte te doen van: a. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad van de splijtstoffen, die hij onderscheidenlijk op de eerste en de laatste dag van die kalendermaand voorhanden heeft gehad; b. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad, alsmede de herkomst en bestemming van de splijtstoffen, die hij in de loop van die kalendermaand heeft ontvangen onderscheidenlijk verzonden; c. de wijzigingen, welke de splijtstoffenvoorraad in die kalendermaand, anders dan door de ontvangst of verzending, heeft ondergaan. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 5 artikel 15 van de wet Hij, die buiten de inbedoelde gevallen krachtens een hem op grond vanverleende vergunning splijtstoffen voorhanden heeft, anders dan bij opslag in verband met het vervoer, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van ieder kalenderkwartaal bij de Autoriteit schriftelijk aangifte te doen van: a. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad, alsmede de herkomst van de splijtstoffen, die hij in dat kalenderkwartaal heeft ontvangen, met vermelding van de doeleinden, waarvoor zij zijn bestemd; b. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad van de splijtstoffen, die hij op de laatste dag van dat kalenderkwartaal voorhanden heeft gehad. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 15 van de wet Hij, die krachtens een hem op grond vanverleende vergunning ertsen voorhanden heeft voor of mede voor eigen gebruik daarvan voor het vervaardigen van splijtstoffen, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van ieder kalendermaand bij de Autoriteit schriftelijk aangifte te doen van: a. de aard en hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte van de ertsen, die hij onderscheidenlijk op de eerste en de laatste dag van die kalendermaand voorhanden heeft gehad; b. de aard en hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte, alsmede de herkomst en de bestemming van de ertsen, die hij in de loop van die kalendermaand heeft ontvangen onderscheidenlijk verzonden; c. de wijzigingen, welke de voorraad ertsen in die kalendermaand, anders dan door de ontvangst of verzending, heeft ondergaan. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 7 artikel 15 van de wet Hij, die buiten het inbedoelde geval krachtens een hem op grond vanverleende vergunning ertsen voorhanden heeft, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van ieder kalenderkwartaal bij de Autoriteit schriftelijk aangifte te doen van: a. de aard en hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte, alsmede de herkomst van de ertsen, die hij in de loop van dat kalenderkwartaal heeft ontvangen, met vermelding van de doeleinden, waarvoor zij zijn bestemd; b. de aard en hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte van de ertsen, die hij op de laatste dag van dat kalenderkwartaal voorhanden heeft gehad. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Hij, die de aanwezigheid van ertsen in de bodem heeft vastgesteld in een zodanige hoeveelheid en vorm, dat hij redelijkerwijs moet vermoeden, dat zij voor winning in aanmerking kunnen komen, is verplicht: a. van de aanwezigheid van die ertsen schriftelijk aangifte te doen bij de Autoriteit; b. in die aangifte alle hem ter beschikking staande gegevens te vermelden, waarvan hij redelijkerwijs moet vermoeden, dat zij van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de mogelijkheid tot winning van die ertsen. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikelen 5-8 De Autoriteit stelt bij verordening nadere regels ten aanzien van de wijze waarop de in debedoelde aangiften dienen te geschieden. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 4, tweede lid Het niet nakomen van, is een strafbaar feit. 1969 471 08-10-1969 1969 471 08-10-1969 01-01-1970
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit registratie splijtstoffen en ertsen. 2 Het treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1969 471 08-10-1969 1969 471 08-10-1969 01-01-1970