Besluit van 4 september 1969, tot uitvoering van de artikelen 16, 19, eerste lid, 21, 29, 30, tweede lid, 31 en 32 van de Kernenergiewet
- BWB-id
- BWBR0002668
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002668
- ELI
- /eli/nl/amvb/1970/besluit-vervoer-splijtstoffen-ertsen-en-radioactieve-stoffen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1970/besluit-vervoer-splijtstoffen-ertsen-en-radioactieve-stoffen/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002668&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002668&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002668/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1970/besluit-vervoer-splijtstoffen-ertsen-en-radioactieve-stoffen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Belgiëvaarder: Een schip dat, tenzij nautische omstandigheden daartoe noodzaken, zonder een haven, overlaadplaats, ankerplaats of wachtplaats in Nederland aan te doen, zonder dat er laad-, los- of bunkerhandelingen worden verricht en zonder dat er sprake is van het schoonmaken, gasvrijmaken of spoelen van tanks, vaart: 1°. van zee, over de Westerschelde, naar België; of 2°. van België, over de Westerschelde, naar zee; collo : verpakking met radioactieve inhoud, gereed voor verzending; geneesmiddel: een substantie of een samenstel van substanties als bedoeld in artikel 1 van de Geneesmiddelenwet waaraan opzettelijk radioactieve stoffen zijn toegevoegd; handeling : vervoeren, binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen, of voorhanden hebben bij opslag in verband met vervoer van een: uitgezonderd bij een interventie, een ongeval of een radiologische noodsituatie; 1º. splijtstof, 2º. erts, 3º. kunstmatige bron of 4º. natuurlijke bron, jaarkennisgeving: kennisgeving van de te verrichten zendingen binnen een tijdvak van twaalf maanden, welke wordt gedaan voorafgaand aan het eerste vervoer binnen dat tijdvak; lid van de bevolking: een persoon uit de bevolking binnen of buiten een locatie, niet zijnde een werknemer gedurende zijn werktijd of een persoon die een radiologische verrichting ondergaat; locatie artikel 15, onder b, van de wet hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving : inrichting, als bedoeld in, locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen inwordt verricht of plaats, waar een handeling wordt verricht; ondernemer : degene onder wiens verantwoordelijkheid een handeling wordt verricht; Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat; de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land: richtlijn nr. 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (PbEG L 260); VBG: Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen; * vervoerder: artikel 22, zevende of achtste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen houder van een vergunning voor het vervoeren, het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer en het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van categorie I-, II- of III- materiaal als bedoeld in; VLG: Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen; VSG: Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen; Kernenergiewet wet:. 2 Een wijziging van de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land gaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. 3 artikel 1.2 bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder «activiteit», «besmetting», «blootstelling», «consumentenproducten», «effectieve dosis», «equivalente dosis», «gezondheidsschade», «radiologische verrichting» en «schade» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan inin samenhang met. 4 artikel 1.2 bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder «bron», «hoogactieve bron», «kunstmatige bron», «open bron» en «natuurlijke bron» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan inin samenhang met, voorzover dat betrekking heeft op radioactieve stoffen. 5 artikel 1, eerste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder «gehalte», «natuurlijk uranium», «verrijkingsgraad» en «verrijkt uranium» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Dit besluit is niet van toepassing op handelingen met: a. radioactieve stoffen, splijtstoffen of ertsen die een integraal onderdeel vormen van het vervoermiddel; b. radioactieve stoffen, splijtstoffen of ertsen die binnen een inrichting of een locatie of tussen twee locaties binnen een inrichting van de ondernemer worden vervoerd, indien het vervoer onderworpen is aan regelgeving die op de inrichting van toepassing is en het vervoer niet via de openbare weg plaatsvindt; c. radioactieve stoffen, splijtstoffen of ertsen, die in het menselijk lichaam of in levende dieren aanwezig zijn; d. radioactieve stoffen, splijtstoffen of ertsen in bij regeling van Onze Minister aangewezen producten bestemd voor gebruik op of in de directe omgeving van personen; e. bijlage 1 bij de VSG natuurlijke bronnen waarvan de activiteitsconcentratie lager is dan of gelijk is aan tien keer de waarden, vermeld in tabel 2.2.7.2.2.1 van. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 1b — Artikel 1b#
Artikel 1b 1 Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Het bepaalde bij of krachtens de in het tweede lid genoemde hoofdstukken, paragrafen en artikelen van hetis, met uitzondering van hetgeen daarin is bepaald over toestellen, van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het derde lid. 2 Hoofdstukken, paragrafen en artikelen als bedoeld in het eerste lid zijn: a. hoofdstuk 1 artikel 1.1, derde lid , met uitzondering van; b. hoofdstuk 2 ; c. afdeling 3.1 artikel 3.6, derde lid, aanhef, en vierde lid en; d. artikelen 4.4 4.13, derde lid 4.29 de, en; e. artikelen 5.4 5.5 5.6 5.7 de,,en; f. artikelen 6.2 6.7 6.8 tot en met 6.14 de,en; g. hoofdstuk 7 artikelen 7.5 7.38 , met uitzondering van deen; h. artikelen 9.1 tot en met 9.7 9.9 deen; i. artikel 11.6, eerste lid ; j. artikel 14.1 . 3 Bij de van overeenkomstige toepassing, bedoeld in het tweede lid: a. paragrafen 3.3.1 3.3.2 artikel 3.17, eerste lid 3.20, eerste lid bijlage 1 bij de VSG van deen, wordt in plaats van de tabellen, bedoeld in, en, gelezen: tabel 2.2.7.2.2.1 van; b. artikel 3.6, derde lid, aanhef artikelen 3 4d, eerste, tweede en vierde lid 6 13, tweede en vierde lid 15, tweede en vierde lid 24 28 32a van, wordt in plaats van «aanvraag» gelezen «aanvraag of kennisgeving» en wordt voor «de te verstrekken gegevens» gelezen «de te verstrekken gegevens, bedoeld in de,,,,,,ofvan dit besluit»; c. artikel 3.6, vierde lid artikel 4.7 artikel 1e van, wordt in plaats van «een beveiligingsplan als bedoeld in» gelezen «een beveiligingsplan als bedoeld invan dit besluit»; d. artikel 4.4 van, heeft het tweede lid van dat artikel geen betrekking op bronnen; e. artikelen 6.13 6.14 zijn deenalleen van overeenkomstige toepassing voor het geval een categorie B-ongeval wordt opgeschaald tot een categorie A-ongeval; f. artikel 14.1 van, wordt in plaats van «die van dit besluit afwijken» gelezen: die van de van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen afwijken. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 1c — Artikel 1c#
Artikel 1c Geen vergunning krachtens dit besluit wordt verleend indien: a. artikel 1b Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming niet is voldaan aan de krachtensin samenhang met de bij en krachtens de hierna genoemde artikelen van het, gestelde voorwaarden betreffende: 1°. artikelen 2.1 tot en met 2.5 rechtvaardiging: de; 2°. artikelen 2.1 2.6 2.7 7.33 optimalisatie: de,,en; 3°. artikelen 2.1 2.9 7.3 7.4 7.34 7.35 7.36 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 dosislimieten: de,,,,,,,,,,en; 4°. artikelen 5.4 tot en met 5.8 7.1 7.2 9.6 deskundigheid: de,,of; b. voor een lid van de bevolking dat zich buiten de locatie bevindt, als gevolg van de handeling waarvoor de vergunning is aangevraagd en ten gevolge van andere handelingen binnen en buiten deze locatie, een van de volgende doses wordt overschreden: 1º. een effectieve dosis van 1 mSv in een kalenderjaar, en met inachtneming daarvan: 2º. 2 een equivalente dosis van 50 mSv in een kalenderjaar voor de huid gemiddeld over enig huidoppervlak van 1 cm; c. artikel 1b artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming artikel 3.7, onderdeel d, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming de handeling waarvoor de vergunning is aangevraagd, behoort tot een categorie die overeenkomstigin samenhang met de krachtensvastgestelde regeling is gerechtvaardigd, maar het specifieke karakter van deze handeling op grond vanniet gerechtvaardigd is. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 1d — Artikel 1d#
Artikel 1d 1 artikel 22, zevende of achtste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen De vervoerder treft de beveiligingsmaatregelen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om categorie I-, II- of III-materiaal als bedoeld inte beveiligen tegen diefstal en sabotage. 2 De beveiligingsmaatregelen hebben ten minste betrekking op: a. het collo met categorie I-, II-, of III-materiaal of radioactieve stoffen en sloten en zegels; b. de beperking van de duur van het vervoer en van de eventuele opslag in verband met het vervoer of onvoorzien oponthoud; c. de beperking van het aantal malen dat het categorie I-, II-, of III-materiaal moet worden overgeslagen; als er sprake is van overslag of opslag in verband met vervoer, de beperking van de duur ervan; d. de keuze van het vervoermiddel, de keuze van de vervoersroute, de geplande stopplaats of stopplaatsen, de planning van het tijdschema van het vervoer en de locatie van de eventuele opslag in verband met het vervoer; e. de taken, de vakbekwaamheid, de betrouwbaarheid en instructies van betrokkenen bij het vervoer; f. de communicatiemiddelen en overige voorzieningen van het vervoermiddel; g. de bescherming van specifieke gegevens over de beveiligingsmaatregelen in verband met het vervoer; h. het tegengaan van incidenten en andere ongewenste beïnvloeding. 3 Bij verordening van de Autoriteit worden nadere regels gesteld met betrekking tot de uitvoering van het eerste of tweede lid, waaronder de getroffen of te treffen beveiligingsmaatregelen. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 1e — Artikel 1e#
Artikel 1e 1 artikel 1d De vervoerder beschikt over een beveiligingsplan met een beschrijving van de wijze waarop het categorie I-, II- of III-materiaal wordt beveiligd. Dit betreft ten minste een omschrijving van de beveiligingsmaatregelen die worden getroffen door de vervoerder om te voldoen aanen een verwijzing naar de krachtens dit besluit verleende vergunning of vergunningen. 2 artikel 1d Voorafgaand aan het vervoer stelt de vervoerder een nucleair draaiboek op met de voor dit vervoer specifieke uitwerking van de inbedoelde maatregelen. 3 Voorafgaand aan het vervoer vergewist de vervoerder zich ervan dat alle beveiligingsmaatregelen conform het beveiligingsplan en het nucleaire draaiboek getroffen zijn. De vervoerder vergewist zich eveneens voorafgaand aan het vervoer ervan dat geen ongewenste veranderingen zijn aangebracht aan het collo en aan het vervoermiddel. 4 Bij verordening van de Autoriteit kunnen met het oog op een goede uitvoering nadere regels worden gesteld met betrekking tot het beveiligingsplan, het nucleaire draaiboek of andere verplichtingen van de vervoerder. 5 Het beveiligingsplan, bedoeld in het eerste lid, en wijzigingen daarvan die negatieve effecten hebben of kunnen hebben op het beveiligingsniveau van het transport, behoeven de goedkeuring van de Autoriteit. 6 De Autoriteit kan aan de goedkeuring voorschriften verbinden. 7 De Autoriteit kan de goedkeuring of de daaraan verbonden voorschriften intrekken of wijzigen. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 1f — Artikel 1f#
Artikel 1f 1 artikel 1e, eerste lid De vervoerder wijzigt het beveiligingsplan, bedoeld in, wanneer de Autoriteit dit nodig acht en dit schriftelijk heeft kenbaar gemaakt aan de vervoerder, waarbij de kennisgeving is voorzien van de aard van de aan te brengen wijzigingen. 2 De vervoerder dient binnen een jaar nadat de Autoriteit kenbaar heeft gemaakt wijziging van het beveiligingsplan nodig te achten een aanvraag om goedkeuring van het in overeenstemming met de kennisgeving van de Autoriteit gewijzigde beveiligingsplan in. 3 De termijn, bedoeld in het tweede lid, kan door de Autoriteit worden gewijzigd indien: a. de door de Autoriteit nodig geachte wijzigingen van het beveiligingsplan deze gewijzigde termijn rechtvaardigen, en b. de wijzigingen binnen de door de Autoriteit gestelde termijn voor de vervoerder redelijkerwijs mogelijk zijn. 4 De vervoerder beoordeelt het beveiligingsplan jaarlijks op doeltreffendheid. De vervoerder meldt binnen een maand na die beoordeling de resultaten ervan aan de Autoriteit. 5 De vervoerder wijzigt het beveiligingsplan voor zover de resultaten van de in het vierde lid bedoelde beoordeling daartoe aanleiding geven. Hij biedt de wijziging binnen een jaar na het ontstaan van de aanleiding tot wijziging ter goedkeuring aan de Autoriteit aan. 6 Het derde lid is van overeenkomstige toepassing. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 1g — Artikel 1g#
Artikel 1g 1 artikel 1e, eerste lid De vervoerder handelt overeenkomstig het laatst goedgekeurde beveiligingsplan, bedoeld in. 2 artikel 1e, eerste lid Het Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet is van toepassing op het beveiligingsplan, bedoeld in, op het nucleaire draaiboek, bedoeld in artikel 1e, tweede lid, en de overige op de beveiliging van het vervoer betrekking hebbende documenten en gegevens. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 1h — Artikel 1h#
Artikel 1h artikel 4.7 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming De Autoriteit kan bij verordening regels stellen ten aanzien van de beveiliging van het vervoer, de opslag in verband met het vervoer en het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van de inbedoelde radioactieve stoffen. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 15, onder a, van de wet Het invervatte verbod geldt niet voor het vervoeren en het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer van splijtstoffen of ertsen, indien: a. bijlage 1 bij de VSG de activiteit van de radionucliden in de betrokken splijtstoffen of ertsen lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 vanvermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of b. bijlage 1 bij de VSG de activiteitsconcentratie van die stoffen of ertsen lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 vanvermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen. 2 artikel 15, onder a, van de wet artikel 32 Het invervatte verbod geldt voorts niet voor het vervoeren en het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer van splijtstoffen die gebruikt worden als afschermingsmateriaal in een collo, mits er een kennisgeving is gedaan als bedoeld in artikel 4c, in geval van vervoer in Nederland, of, in geval van het binnen of buiten Nederlands grondgebied doen brengen, en wordt voldaan aan de bij en krachtens de wet gestelde regels en voorschriften. 3 artikel 3.17, tweede, derde en zesde lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Voor de toepassing van het eerste of tweede lid worden bestraalde splijtstoffen beoordeeld naar onbestraalde toestand. Het bij en krachtensbepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het eerste of tweede lid. 4 Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat het eerste of tweede lid niet van toepassing is in daarbij aangewezen categorieën van gevallen, waarin sprake is van een te hoog risico van blootstelling van werknemers of leden van de bevolking. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De aanvraag om een vergunning voor het vervoeren van splijtstoffen of ertsen, of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen of ertsen in verband met het vervoer bevat de volgende gegevens: a. naam en adres van de aanvrager; b. naam en adres van de afzender; c. naam en adres van degene, voor wie de splijtstoffen of ertsen bestemd zijn; d. het traject of de trajecten, waarlangs het vervoer zal plaatsvinden; e. de uiteindelijke bestemming in geval van overladen, of het doel waarvoor de stoffen of ertsen worden aangewend op de plaats van bestemming; f. een omschrijving van het vervoermiddel of de vervoermiddelen, waarmede het vervoer zal worden verricht; g. de vermoedelijke datum van het vervoer of de duur, waarvoor vergunning wordt gevraagd; h. de hoeveelheid te vervoeren splijtstoffen of ertsen; i. bijlage 1 bij de VSG in gevallen van colli met het type B(M) of indien de bepalingen voor verpakkingen met splijtstoffen in hoofdstuk 6.4 vanvan toepassing zijn: 1°. bijlage 1 bij de VSG een afschrift van certificaten van goedkeuring of erkenning van het model van de te vervoeren colli als bedoeld in 5.1.5.2.1 van, 2°. bijlage 1 bij de VSG de gegevens, bedoeld in 6.4.23.2(c) van; j. bijlage 1 bij de VSG in het geval dat splijtstoffen of ertsen op grond van een speciale regeling als bedoeld in 1.7.4 vanworden vervoerd: de gegevens, bedoeld in 6.4.23.3 van bijlage 1 bij de VSG; k. bijlage 1 bij de VSG in geval van splijtstoffen of ertsen die als besmetting aan het oppervlak van grote voorwerpen als bedoeld in 2.2.7.2.3.2 (c) vanworden vervoerd: de gegevens, bedoeld in 6.4.23.2.2 van bijlage 1 bij de VSG; l. bijlage 1 bij de VSG in gevallen, waarin een ander land als eerste bij de verzending is betrokken: de door de bevoegde autoriteit van dat land afgegeven certificaten van goedkeuring van verzending, bedoeld in 5.1.5.2.1 van; m. artikel 4 naam en adres van degene, die de verzekering of andere financiële zekerheid, bedoeld in, zal verstrekken alsmede naam en adres van degene die deze verzekering of andere financiële zekerheid zal afsluiten; n. in voorkomend geval een nauwkeurige aanduiding van de plaats of de plaatsen, waar opslag van de betrokken splijtstoffen of ertsen in verband met het vervoer zal plaatsvinden; o. artikel 1b artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die overeenkomstig, in samenhang met de krachtensvastgestelde regeling is gerechtvaardigd, een verwijzing naar die rechtvaardiging. 2 artikel 1b artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die niet is gerechtvaardigd of als niet-gerechtvaardigd is aangewezen overeenkomstig, in samenhang met de krachtensvastgestelde regeling, omvat de aanvraag om een vergunning tevens een verzoek om rechtvaardiging van die handeling. De aanvraag om de vergunning bevat dan tevens de gegevens met betrekking tot de individuele of maatschappelijke voordelen van de betrokken handeling en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de handeling. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Aan een vergunning voor het vervoeren van plutonium of verrijkt uranium bevattende splijtstoffen of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met het vervoer wordt met het oog op het zeker stellen van de betaling van de vergoeding, aan derden toekomende voor schade, hun toegebracht, het voorschrift verbonden, dat het vervoer over, of het voorhanden hebben binnen Nederlands grondgebied slechts mag geschieden, indien degene, die voor schade als bedoeld in een bijzondere wettelijke regeling van de aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, veroorzaakt tijdens het vervoer of de opslag van de splijtstoffen, aansprakelijk kan zijn, ter dekking van die aansprakelijkheid beschikt over een verzekering of andere financiële zekerheid als in die wettelijke regeling bedoeld of over een door Onze Minister van Financiën goedgekeurde verzekering of andere financiële zekerheid. 2 artikel 15, onder a Het vervoeren van plutonium of verrijkt uranium bevattende splijtstoffen over, en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met het vervoer binnen Nederlands grondgebied, waarvoor ingevolge dit besluit het in, van de wet vervatte verbod niet geldt, mogen slechts geschieden, indien degene, die voor schade als bedoeld in een bijzondere wettelijke regeling van de aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, veroorzaakt tijdens het vervoer of de opslag van de splijtstoffen, aansprakelijk kan zijn, ter dekking van die aansprakelijkheid beschikt over een verzekering of andere financiële zekerheid als in die bijzondere wettelijke regeling bedoeld of over een door Onze Minister van Financiën goedgekeurde verzekering of andere financiële zekerheid. 3 Het eerste en tweede lid gelden niet voor het vervoeren en het voorhanden hebben van de daargenoemde stoffen van een verrijkingsgraad of in hoeveelheden, waarop de daarbedoelde wettelijke regeling niet van toepassing is. 2013 33 08-02-2013 18-12-2012 2013 421 25-10-2013 15-10-2013 01-01-2014
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a Vervallen 2009 296 14-07-2009 19-06-2009 2010 824 22-12-2010 13-12-2010 01-01-2011
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b Vervallen 2013 33 08-02-2013 18-12-2012 2013 421 25-10-2013 15-10-2013 01-01-2014
Artikel 4c — Artikel 4c#
Artikel 4c 1 De ondernemer die een radioactieve stof vervoert, doet kennisgeving van dit vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer ten minste drie weken tevoren aan de Autoriteit. 2 In afwijking van de in het eerste lid bedoelde verplichting tot kennisgeving geldt voor het vervoeren of het voorhanden hebben in verband met dat vervoer van radioactieve stoffen een verplichting tot het doen van een jaarkennisgeving indien de vervoerder ten genoegen van de Autoriteit kan aantonen: De Autoriteit kan nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van het bepaalde in de aanhef en onder a en de eerste volzin. a. dat hij gelet op de aard van de te vervoeren stoffen, de specifieke toepassing van de te vervoeren stoffen of de bedrijfsvoering redelijkerwijs alleen een kennisgeving in de vorm van een jaarkennisgeving kan doen; b. artikel 4d een administratie bijhoudt waarin de gegevens, bedoeld inzijn opgenomen. 3 artikel 27 De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet indien er sprake is van aansluitend vervoer in het kader van het binnen Nederlands grondgebied (doen) brengen of het voorafgaand vervoer in het kader van het buiten Nederlands grondgebied (doen) brengen als bedoeld in. 4 De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor het vervoeren of het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer van een kunstmatige bron, indien: a. bijlage 1 bij de VSG de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 vanvermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, b. bijlage 1 bij de VSG de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 vanvermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen, of c. artikel 5 van toepassing is. 5 De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor het vervoeren of het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer van een natuurlijke bron, indien: a. bijlage 1 bij de VSG de activiteit van de radionucliden in de betrokken natuurlijke bron lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 vanvermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, b. bijlage 1 bij de VSG de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bron lager is dan tienmaal de in tabel 2.2.7.2.2.1 vanvermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen, of c. artikel 5 van toepassing is. 6 artikel 3.17, derde, vierde en negende lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Het bij of krachtensbepaalde is van overeenkomstige toepassing. 7 De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor bij regeling van Onze Minister aangewezen handelingen, die een beperkt risico van blootstelling van mensen tot gevolg hebben. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 4d — Artikel 4d#
Artikel 4d 1 artikel 4c, eerste lid Een kennisgeving, als bedoeld in, bevat in ieder geval: a. de naam en het adres van degene die de kennisgeving doet, alsmede van de afzender en de ontvanger van de betrokken radioactieve stof; b. de wijze van vervoer en opslag in verband met dat vervoer, waarop de kennisgeving betrekking heeft; c. de hoeveelheid radioactieve stoffen waarop de kennisgeving betrekking heeft, zo mogelijk onder vermelding van symbool, massagetal en energietoestand van de betrokken radionucliden, van de maximale activiteit van de stoffen en van de chemische en fysische toestand en de vorm, waarin deze zich bevinden; d. de vermoedelijke data waarop het vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer plaatsvinden; e. artikel 1b artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming indien een kennisgeving wordt gedaan voor vervoer en voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer, dat overeenkomstig, in samenhang met de krachtensvastgestelde regeling is gerechtvaardigd, een verwijzing naar die rechtvaardiging. 2 artikel 1b artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Indien een kennisgeving wordt gedaan voor vervoer en voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer dat niet overeenkomstig, in samenhang met de krachtensvastgestelde regeling is gerechtvaardigd, omvat de kennisgeving tevens een verzoek om rechtvaardiging van dat vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer. De kennisgeving bevat dan tevens de gegevens met betrekking tot de individuele of maatschappelijke voordelen van het betrokken vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van het vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer. 3 De ondernemer doet een kennisgeving van wijzigingen van de in het eerste lid genoemde gegevens ten minste twee dagen voordat het vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer, waarop zij betrekking hebben, plaatsvindt aan de Autoriteit. 4 De ondernemer verstrekt de Autoriteit op zijn verzoek nadere gegevens. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 29, eerste lid, van de wet Het invervatte verbod om zonder vergunning radioactieve stoffen te vervoeren of voorhanden te hebben geldt voor het vervoeren en het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer: a. bijlage 1 bij de VSG van radioactieve stoffen in colli van het type B(M) die niet voldoen aan 6.4.7.5 vanof die speciaal zijn ontworpen voor de mogelijkheid van intermitterende druknivellering; b. bijlage 1 bij de VSG van radioactieve stoffen in colli van het type B(M) als de activiteit van de radioactieve stoffen meer bedraagt dan is aangegeven in 5.1.5.1.2 van; c. van hoogactieve bronnen; d. bijlage 1 bij de VSG indien daarop een speciale regeling als bedoeld in 1.7.4 vanvan toepassing is; e. bijlage 1 van de VSG van grote voorwerpen met besmetting aan het oppervlak als bedoeld in 2.2.7.2.3.2 (c) van. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De aanvraag om een vergunning voor het vervoeren van radioactieve stoffen en voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met het vervoer bevat de volgende gegevens: a. artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met i, m en n, en tweede lid de gegevens, bedoeld in, met dien verstande dat telkens in plaats van «splijtstoffen of ertsen» wordt gelezen: «radioactieve stoffen»; b. artikel 5, onderdeel a bijlage 1 bij de VSG in een geval als bedoeld in: de gegevens, bedoeld in 6.4.23.2(c) van; c. artikel 5, onderdeel d bijlage 1 bij de VSG in een geval als bedoeld in: de gegevens, bedoeld in 6.4.23.3 van; d. artikel 5, onderdeel e bijlage 1 bij de VSG in een geval als bedoeld in: de gegevens, bedoeld in 6.4.23.2.2 van. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Vervallen 2013 33 08-02-2013 18-12-2012 2013 421 25-10-2013 15-10-2013 01-01-2014
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Aan een vergunning voor het vervoeren van splijtstoffen of ertsen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer worden ter voorkoming van schade zodanige voorschriften verbonden, dat: a. blootstelling en besmetting, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen; b. in gevallen, waarin blootstelling of besmetting onvermijdelijk is, deze zo veel als redelijkerwijs mogelijk is wordt beperkt; c. in gevallen, waarin blootstelling of besmetting onvermijdelijk is, het aantal aan ioniserende straling blootgestelde personen, met vermijding van een ontoelaatbaar te achten blootstelling of besmetting per persoon, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is wordt beperkt. 2 Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen behoren: a. het voorschrift, dat het vervoer dient te geschieden onder daarbij aan te wijzen geleide, dan wel de opslag onder daarbij aan te wijzen toezicht; b. het voorschrift, dat het vervoer dient plaats te vinden langs een daarbij aan te geven route; c. het voorschrift, dat bij opslag in verband met het vervoer, onverminderd de bepalingen, welke terzake gelden op grond van andere voorschriften, zodanige maatregelen dienen te worden genomen, dat schade zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen; d. het voorschrift, dat bij opslag in verband met het vervoer moet worden voldaan aan door de Autoriteit gestelde nadere eisen; e. het voorschrift dat van de transportroute mag worden afgeweken, indien door een onvoorzien voorval een onbelemmerde doorgang van het vervoer niet meer mogelijk is. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 15, onder a, van de wet Met betrekking tot het vervoeren van splijtstoffen of ertsen over de spoorweg en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de bepalingen van de VSG van toepassing. Indien voor het vervoeren van splijtstoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer ingevolge dit besluit het invervatte verbod geldt, kan de Autoriteit aan een vergunning van de VSG afwijkende voorschriften verbinden, voorzover de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land dat toelaat. 2 artikel 15, onder a, van de wet Bij het voorhanden hebben van splijtstoffen of ertsen bij opslag in verband met het vervoer over de spoorweg dienen, indien daarvoor ingevolge dit besluit het invervatte verbod niet geldt, onverminderd de bepalingen, welke terzake gelden ingevolge het eerste lid, eerste volzin, zodanige maatregelen te worden genomen, dat schade, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen. 3 De Autoriteit kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde bepalingen. Een zodanige ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 4 De bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, eerste volzin, kan alleen worden uitgeoefend in de gevallen en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 6, tweede, derde en vijfde lid, van de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 7, eerste lid Aan een vergunning voor het vervoeren van radioactieve stoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer worden ter voorkoming van schade voorschriften verbonden als bedoeld in. 2 artikel 7, tweede lid, onder a en b Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen behoren voorschriften als bedoeld in. 2004 289 30-06-2004 11-06-2004 2004 289 30-06-2004 11-06-2004 28-07-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 29, eerste lid, van de wet Met betrekking tot het vervoeren van radioactieve stoffen over de spoorweg en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de bepalingen van de VSG van toepassing. Indien voor het vervoeren van radioactieve stoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer ingevolge dit besluit het invervatte verbod geldt, kan de Autoriteit aan een vergunning van de VSG afwijkende voorschriften verbinden, voorzover de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land dat toelaat. 2 Bij het voorhanden hebben van radioactieve stoffen bij opslag in verband met het vervoer over de spoorweg dienen, onverminderd de bepalingen, welke terzake gelden ingevolge het eerste lid, eerste volzin, zodanige maatregelen te worden genomen, dat schade, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen. Daarbij moet worden voldaan aan door de Autoriteit gestelde nadere eisen. 3 artikel 8, derde en vierde lid Ten aanzien van de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde bepalingen is, van overeenkomstige toepassing. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikelen 7 8 Ten aanzien van het vervoeren van splijtstoffen of ertsen over land, anders dan over de spoorweg, en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn deenvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «VSG» telkens wordt gelezen: VLG. 2010 150 07-04-2010 17-03-2010 2010 150 07-04-2010 17-03-2010 08-04-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikelen 9 10, eerste en tweede lid Ten aanzien van het vervoeren van radioactieve stoffen over land, anders dan over de spoorweg, en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn deen, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «VSG» wordt gelezen: VLG. 2 artikel 8, derde en vierde lid Ten aanzien van de krachtens het eerste lid van toepassing zijnde bepalingen is, van overeenkomstige toepassing. 2010 150 07-04-2010 17-03-2010 2010 150 07-04-2010 17-03-2010 08-04-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 15, onder a, van de wet Het invervatte verbod geldt niet voor het vervoeren van splijtstoffen of ertsen: a. over de Nederlandse territoriale zee of over niet-Nederlandse wateren; b. door Belgiëvaarders indien voor het vervoer een vergunning of een andere autorisatie is afgegeven door de bevoegde Belgische autoriteiten en een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid is gedaan. 2 Een Belgiëvaarder geeft ten minste zeven dagen voordat het vervoer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, plaatsvindt kennis van dat vervoer aan de Autoriteit waarbij de Belgiëvaarder de volgende informatie verschaft: a. de naam en het adres van degene die de kennisgeving doet, alsmede van de afzender en de ontvanger van de betrokken splijtstoffen en ertsen; b. de hoeveelheid splijtstoffen en ertsen waarop de kennisgeving betrekking heeft; c. de data waarop het vervoer zal plaatsvinden; d. het nummer en de geldigheidsdatum van de vergunning of de andere autorisatie, bedoeld in het eerste lid, onder b. 3 Een Belgiëvaarder neemt de eisen van een vergunning of andere autorisatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, in acht. 4 Een Belgiëvaarder geeft tenminste twee dagen voordat het vervoer naar verwachting zal plaatsvinden kennis aan de Autoriteit van wijzigingen van gegevens als bedoeld in het tweede lid met betrekking tot dat vervoer. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikelen 7 8, eerste, tweede en derde lid Ten aanzien van het vervoeren van splijtstoffen of ertsen naar en van zee of over zee zijn deen, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat: a. telkens in plaats van "VSG" wordt gelezen: de International Maritime Dangerous Goods Code, bedoeld in hoofdstuk VII, deel A-1, van het op 1 november 1974 te Londen totstandgekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen; b. voor de toepassing van de International Maritime Dangerous Goods Code voor Nederland de Autoriteit als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt; c. in plaats van een ingevolge de International Maritime Dangerous Goods Code voor het model van verpakkingen vereiste goedkeuring door de bevoegde autoriteiten van een of meer daarbij aangewezen landen is vereist een zodanige goedkeuring, welke is verleend: 1°. hetzij door de Autoriteit, 2°. hetzij door de bevoegde autoriteit van een ander land dat bij het vervoer betrokken is of waar het model is ontworpen; d. artikel 13 voor vervoer als bedoeld inmet een schip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt; e. artikel 13 voor vervoer als bedoeld inmet een schip onder vreemde vlag het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending en van het model van de verpakking door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt. 2 artikelen 7 8, eerste, tweede en derde lid Ten aanzien van het vervoeren van splijtstoffen of ertsen over de binnenwateren, anders dan van en naar zee, en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn deen, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat telkens in plaats van "VSG" wordt gelezen: VBG. 2025 131 15-05-2025 06-05-2025 2025 133 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet nationaliteit
zeeschepen in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 29, eerste lid artikel 5 Het in, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van de Autoriteit radioactieve stoffen te vervoeren geldt, in afwijking van, niet voor het vervoeren van radioactieve stoffen over de Nederlandse territoriale zee of over niet-Nederlandse wateren. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikelen 8, derde lid 9 10, eerste en tweede lid Ten aanzien van het vervoeren van radioactieve stoffen naar en van zee of over zee zijn de,en, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat: a. artikel 10, eerste lid in, in plaats van "VSG" wordt gelezen: de International Maritime Dangerous Goods Code, bedoeld in hoofdstuk VII, deel A-1, van het op 1 november 1974 te Londen totstandgekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 158) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen; b. voor de toepassing van de International Maritime Dangerous Goods Code voor Nederland de Autoriteit als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt; c. in plaats van een ingevolge de International Maritime Dangerous Goods Code voor het model van verpakkingen vereiste goedkeuring door de bevoegde autoriteiten van een of meer daarbij aangewezen landen is vereist een zodanige goedkeuring, welke is verleend: 1°. hetzij door de Autoriteit, 2°. hetzij door de bevoegde autoriteit van een ander land dat bij het vervoer betrokken is of waar het model is ontworpen; d. artikel 15 voor vervoer als bedoeld inmet een schip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt; e. artikel 15 voor vervoer als bedoeld inmet een schip onder vreemde vlag het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending en van het model van de verpakking door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt. 2 artikelen 8, derde lid 9 10, eerste en tweede lid artikel 10, eerste lid Ten aanzien van het vervoeren van radioactieve stoffen over de binnenwateren, anders dan van en naar zee, en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de,en, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in, in plaats van "VSG" wordt gelezen: VBG. 2025 131 15-05-2025 06-05-2025 2025 133 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet nationaliteit
zeeschepen in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 15, onder a, van de wet Het invervatte verbod geldt niet voor het vervoeren van splijtstoffen of ertsen in een luchtvaartuig, waarbij geen landing op Nederlands grondgebied plaatsvindt. 2013 33 08-02-2013 18-12-2012 2013 421 25-10-2013 15-10-2013 01-01-2014
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 7, eerste lid Aan een vergunning voor het vervoeren van splijtstoffen of ertsen in een luchtvaartuig of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer worden ter voorkoming van schade voorschriften verbonden als bedoeld in. 2 Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen behoren: a. Stb. het voorschrift dat bijlage 18 (annex 18) van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart (1947, H 165) en de daarbij behorende technische voorschriften (Technical Instructions for the safe transport of dangerous goods by air), in acht dienen te worden genomen, met dien verstande dat voor de toepassing van die regels voor Nederland de Autoriteit als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt; b. artikel 7, tweede lid, onder c en d voorschriften als bedoeld in. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 15, onder a, van de wet Stb. Bij het vervoeren van splijtstoffen of ertsen in een luchtvaartuig en bij het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer dienen, indien daarvoor ingevolge dit besluit het invervatte verbod niet geldt, bijlage 18 (annex 18) van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart (1947, H 165) en de daarbij behorende technische voorschriften (Technical Instructions for the safe transport of dangerous goods by air) in acht te worden genomen, met dien verstande dat: a. voor de toepassing van die regels voor Nederland de Autoriteit als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt; b. voor het vervoer als bedoeld in artikel 17 in een Nederlands luchtvaartuig het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van een zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt; c. voor vervoer als bedoeld in artikel 17 in een niet-Nederlands luchtvaartuig het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van een zending of van het model van de verpakking door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt. 2 artikel 8, derde lid Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde bepalingen is, van overeenkomstige toepassing. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 29, eerste lid, van de wet artikel 5 Het invervatte verbod zonder vergunning van de Autoriteit radioactieve stoffen te vervoeren geldt, in afwijking van, niet voor het vervoeren van radioactieve stoffen in een luchtvaartuig, waarbij geen landing op Nederlands grondgebied plaatsvindt. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 7, eerste lid Aan een vergunning voor het vervoeren van radioactieve stoffen in een luchtvaartuig of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer worden ter voorkoming van schade voorschriften verbonden als bedoeld in. 2004 289 30-06-2004 11-06-2004 2004 289 30-06-2004 11-06-2004 28-07-2004
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Stb. Bij het vervoeren van radioactieve stoffen in een luchtvaartuig en bij het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer dienen bijlage 18 (annex 18) van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de burgerlijke luchtvaart (1947, H 165) en de daarbij behorende technische voorschriften (Technical Instructions for the safe transport of dangerous goods by air) in acht te worden genomen, met dien verstande dat: a. voor de toepassing van die regels voor Nederland de Autoriteit als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt; b. artikel 20 voor vervoer als bedoeld inin een Nederlands luchtvaartuig het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van een zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt; c. artikel 20 voor vervoer als bedoeld inin een niet-Nederlands luchtvaartuig het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van een zending of van het model van de verpakking door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt. 2 artikel 8, derde lid Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde bepalingen is, van overeenkomstige toepassing. 2017 233 13-06-2017 19-05-2017 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel XII van Stb. 2017/233 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 15, onder a, van de wet Het invervatte verbod geldt niet voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van splijtstoffen of ertsen indien: a. bijlage 1 bij de VSG de activiteit van de radionucliden in de betrokken splijtstoffen en ertsen lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 vanvermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending; b. bijlage 1 bij de VSG de activiteitsconcentratie van die stoffen en ertsen lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 vanvermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen, of c. artikel 13, eerste lid, onderdeel b het vervoer, bedoeld in, betreft. 2 artikel 15, onder a, van de wet wet artikel 4c artikel 32 Het invervatte verbod geldt voorts niet voor het vervoeren en het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer van splijtstoffen die gebruikt worden als afschermingsmateriaal in een collo, mits er een kennisgeving is gedaan als bedoeld in, in geval van vervoer in Nederland, of, in geval van het binnen of buiten Nederlands grondgebied doen brengen, en wordt voldaan aan de bij en krachtens degestelde regels en voorschriften. 4 artikel 3.17, derde, vierde en negende lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Het bij of krachtensen wordt aan het slot toegevoegd: ten aanzien van de toepassing van het eerste of tweede lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de toepassing van het eerste of tweede lid. 4 Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat het eerste of tweede lid niet van toepassing is in daarbij aangewezen categorieën van gevallen, waarin sprake is van een te hoog risico van blootstelling van werknemers of leden van de bevolking. 2017 404 07-11-2017 23-10-2017 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Artikel 13.11 van Stb. 2017/404 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 De aanvraag om een vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van splijtstoffen of ertsen bevat de volgende gegevens: a. naam en adres van de aanvrager; b. de soort handeling, waarop de aanvraag betrekking heeft; c. naam en adres van degene, voor wie de splijtstoffen of ertsen bestemd zijn; d. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad van de splijtstoffen of ertsen; e. het land van herkomst van de splijtstoffen of ertsen; f. het land van bestemming van de splijtstoffen of ertsen; g. de vermoedelijke datum, waarop de splijtstoffen of ertsen binnen Nederlands grondgebied zullen worden gebracht, of de duur, waarvoor vergunning wordt gevraagd; h. de plaats, waar de splijtstoffen of ertsen binnen, onderscheidenlijk buiten Nederlands grondgebied zullen worden gebracht; i. artikel 1b artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die overeenkomstig, in samenhang met de krachtensvastgestelde regeling is gerechtvaardigd, een verwijzing naar die rechtvaardiging. 2 artikel 1b artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die niet is gerechtvaardigd of als niet-gerechtvaardigd is aangewezen overeenkomstig, in samenhang met de krachtensvastgestelde regeling, omvat de aanvraag tevens een verzoek om rechtvaardiging van die handeling. De aanvraag om de vergunning bevat dan tevens de gegevens met betrekking tot de individuele of maatschappelijke voordelen van de betrokken handeling en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de handeling. 2017 404 07-11-2017 23-10-2017 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Artikel 13.11 van Stb. 2017/404 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Aan een vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen van splijtstoffen of ertsen kunnen ter voorkoming van schade de volgende voorschriften worden verbonden: a. het voorschrift, dat de splijtstoffen of ertsen uitsluitend binnen, onderscheidenlijk buiten Nederlands grondgebied mogen worden gebracht op de plaats die in het voorschrift is vermeld; b. artikel 58, eerste lid, van de wet het voorschrift, dat de vergunning of een gewaarmerkt afschrift daarvan desverlangd aan een op grond vanaangewezen ambtenaar ter inzage moet worden gegeven. 2 Aan een vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied doen brengen van splijtstoffen of ertsen kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: a. het voorschrift, dat de houder van de vergunning de splijtstoffen of ertsen uitsluitend binnen, onderscheidenlijk buiten Nederlands grondgebied mag doen brengen op een plaats die in het voorschrift is vermeld; b. het voorschrift, dat de houder van de vergunning de vergunning of een gewaarmerkt afschrift daarvan ter beschikking moet stellen aan degene, die de splijtstoffen of ertsen binnen of buiten Nederlands grondgebied brengt; c. het voorschrift, dat de houder van de vergunning er voor dient zorg te dragen, dat aan de voor het betrokken vervoer geldende voorschriften met betrekking tot de verpakking en de daarop aan te brengen opschriften en gevaarsetiketten wordt voldaan; d. het voorschrift dat van de plaats waar de splijtstoffen of ertsen binnen respectievelijk buiten Nederlands grondgebied worden gebracht mag worden afgeweken, indien door een onvoorzien voorval een onbelemmerde doorgang van het vervoer niet meer mogelijk is. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Degene, die splijtstoffen of ertsen binnen of buiten Nederlands grondgebied brengt of doet brengen: a. vergewist zich ervan dat die stoffen bestemd zijn voor een ontvanger, die bevoegd is die stoffen voorhanden te hebben, of voor een ontvanger in een ander land dan Nederland, die bevoegd is de stoffen te ontvangen; b. draagt er zorg voor dat een afschrift van de vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied (doen) brengen, dan wel de kennisgeving hiervoor, tijdens het vervoer bij de splijtstoffen of ertsen aanwezig is; c. draagt er zorg voor dat aan de voor het betrokken vervoer geldende voorschriften met betrekking tot de verpakking en de daarop aan te brengen opschriften en gevaarsetiketten wordt voldaan. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 29, eerste lid, van de wet Het invervatte verbod zonder vergunning van de Autoriteit radioactieve stoffen binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen of te doen brengen geldt voor: a. geneesmiddelen en b. consumentenproducten, met uitzondering van producten en stoffen als bedoeld in het tweede lid. 2 Het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van levensmiddelen, speelgoed, sieraden, cosmetische producten en diervoeder waaraan bij de productie of vervaardiging opzettelijk radioactieve stoffen zijn toegevoegd, is verboden. 3 Het in het eerste lid, onder b, bedoelde verbod geldt niet, indien: a. bijlage 1 bij de VSG de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 vanvermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of b. bijlage 1 bij de VSG de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 vanvermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen. 4 artikel 3.17, tweede, derde, zesde en negende lid van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Het bij en krachtensbepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het derde lid. 5 Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor bij regeling van Onze Minister aangewezen handelingen en handelingen met natuurlijke bronnen die een beperkt risico van blootstelling van mensen tot gevolg hebben. 6 artikel 4c, eerste lid De verplichting, bedoeld in, geldt niet ingeval er sprake is van een vergunning voor het binnen of buiten het Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van geneesmiddelen of consumentenproducten als bedoeld in het eerste lid. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 269 26-09-2024 16-09-2024 27-09-2024
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a artikel 29, eerste lid, van de wet Het invervatte verbod om zonder vergunning van de Autoriteit radioactieve stoffen binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen geldt voorts voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen van een hoogactieve bron. 2017 404 07-11-2017 23-10-2017 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Artikel 13.11 van Stb. 2017/404 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 27, eerste lid De aanvraag om een vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van radioactieve stoffen als bedoeld in, of van een hoogactieve bron bevat de volgende gegevens: a. artikel 24, eerste lid, onder a, b en e tot en met i, en tweede lid de gegevens, bedoeld in, met dien verstande dat in plaats van «splijtstoffen of ertsen» telkens wordt gelezen: «radioactieve stoffen»; b. artikel 3, eerste lid, onder c een opgave als bedoeld in, met dien verstande, dat in plaats van "splijtstoffen of ertsen", telkens wordt gelezen: "radioactieve stoffen"; c. de hoeveelheid radioactieve stoffen, waarop de aanvraag betrekking heeft, zo mogelijk onder vermelding van symbool, massagetal en energietoestand van de betrokken nucliden, van de maximale activiteit van de stoffen en van de chemische en fysische toestand en de vorm, waarin deze zich bevinden; d. een omschrijving van de geneesmiddelen of consumentenproducten, waarin de radioactieve stoffen zich bevinden. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2004 289 30-06-2004 11-06-2004 2004 289 30-06-2004 11-06-2004 28-07-2004
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2004 289 30-06-2004 11-06-2004 2004 289 30-06-2004 11-06-2004 28-07-2004
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Degene, die radioactieve stoffen binnen of buiten Nederlands grondgebied brengt of doet brengen: a. vergewist zich er voorafgaand aan het afleveren van dat die stoffen bestemd zijn voor een ontvanger, die bevoegd is die stoffen voorhanden te hebben, of voor een ontvanger in een ander land dan Nederland die bevoegd is de stoffen te ontvangen; b. draagt er zorg voor dat een afschrift van de vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied (doen) brengen, dan wel de kennisgeving hiervoor, tijdens het vervoer bij de radioactieve stoffen aanwezig is; en c. draagt er zorg voor dat aan de voor het betrokken vervoer geldende voorschriften met betrekking tot de verpakking en de daarop aan te brengen opschriften en gevaars-etiketten wordt voldaan. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De ondernemer onder wiens verantwoordelijkheid een radioactieve stof binnen of buiten Nederlands grondgebied wordt gebracht, doet hiervan ten minste drie weken voordat dit brengen plaatsvindt een kennisgeving aan de Autoriteit. 2 De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor het brengen van de aldaar bedoelde stoffen voor zover de ondernemer kan aantonen dat hij: a. van dat vervoer reeds heeft kennisgegeven in de jaarkennisgeving, en b. artikel 4d een administratie bijhoudt waarin de gegevens genoemd inzijn opgenomen. 3 De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor een kunstmatige bron, indien: a. bijlage 1 bij de VSG de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 vanvermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of b. bijlage 1 bij de VSG de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 vanvermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen. 4 De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor een natuurlijke bron, indien: a. bijlage 1 bij de VSG de activiteit van de radionucliden in de betrokken natuurlijke bron lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 vanvermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending; of b. bijlage 1 bij de VSG de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bron lager is dan tienmaal de in tabel 2.2.7.2.2.1 vanvermelde genoemde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen. 5 artikel 3.17, tweede, derde, zesde en negende lid van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Het bij en krachtensbepaalde is van overeenkomstige toepassing. 6 De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet: a. voor bij regeling van Onze Minister aangewezen handelingen die een beperkt risico van blootstelling van mensen tot gevolg hebben, of b. artikel 27, eerste lid indien, van toepassing is. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a 1 artikel 32, eerste lid De kennisgeving, bedoeld in, bevat in ieder geval: a. de naam en het adres van degene die de kennisgeving doet, van de afzender van de radioactieve stof en van de ontvanger daarvan; b. de soort handelingen waarop de kennisgeving betrekking heeft; c. het land van herkomst van de radioactieve stoffen; d. de hoeveelheid radioactieve stoffen, waarop de kennisgeving betrekking heeft, zo mogelijk onder vermelding van symbool, massagetal en energietoestand van de betrokken radionucliden, van de maximale activiteit van de stoffen en van de chemische en fysische toestand en de vorm, waarin deze zich bevinden; e. de vermoedelijke data waarop de handelingen plaatsvinden; f. artikel 1b artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Indien een kennisgeving wordt gedaan voor een handeling die niet is gerechtvaardigd of als niet-gerechtvaardigd is aangewezen overeenkomstig, in samenhang met de krachtensvastgestelde regeling, omvat de kennisgeving tevens een verzoek om rechtvaardiging van die handeling. 2 artikel 1b artikel 2.3 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Indien een kennisgeving wordt gedaan voor een handeling die niet is gerechtvaardigd of als niet-gerechtvaardigd is aangewezen overeenkomstig, in samenhang met de krachtensvastgestelde regeling, omvat de kennisgeving tevens een verzoek om rechtvaardiging van die handeling. De kennisgeving bevat dan tevens de gegevens met betrekking tot de individuele of maatschappelijke voordelen van de betrokken handeling en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de handeling. 3 Degene die de kennisgeving heeft gedaan, meldt wijzigingen van de in het eerste lid genoemde gegevens ten minste drie werkdagen voordat de handelingen plaatsvinden, waarop ze betrekking hebben, aan de Autoriteit. 2024 265 24-09-2024 02-09-2024 2024 394 12-12-2024 28-11-2024 01-01-2025
Artikel 32b — Artikel 32b#
Artikel 32b Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, 5 en 6 van Verordening (Euratom) nr. 1493/93 van de Raad van 8 juni 1993 betreffende de overbrenging van radioactieve stoffen tussen Lid-Staten van de Europese Gemeenschap (PbEG 1993 L148). 2013 33 08-02-2013 18-12-2012 2013 421 25-10-2013 15-10-2013 01-01-2014
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 artikel 15, onder b, van de wet Het invervatte verbod geldt niet ten aanzien van een inrichting, waarin splijtstoffen uitsluitend worden opgeslagen in verband met het vervoer daarvan. 1969 405 04-09-1969 1969 514 11-11-1969 12-11-1969 01-01-1970
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen. 2 Het treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1969 405 04-09-1969 1969 514 11-11-1969 12-11-1969 01-01-1970