Besluit van 29 augustus 1969, houdende uitvoering van artikel 1 van de Kernenergiewet, alsmede omschrijving van begrippen
- BWB-id
- BWBR0002666
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2002-10-01 t/m 2010-11-15
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002666
- ELI
- /eli/nl/amvb/1970/definitiebesluit-kernenergiewet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1970/definitiebesluit-kernenergiewet/2002-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002666&g=2002-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002666&z=2026-06-06&g=2002-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002666/2002-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1970/definitiebesluit-kernenergiewet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Vervallen 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 2002 407 01-08-2002 08-07-2002 01-10-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Kernenergiewet Voor zover een krachtens devastgestelde regeling dit artikel van toepassing verklaart, wordt voor de toepassing van het bij of krachtens die regeling bepaalde verstaan onder: a. onbestraalde splijtstoffen: splijtstoffen, die niet aan kunstmatige bestraling met neutronen blootgesteld zijn geweest; b. natuurlijk uranium: uranium, waarin het massagehalte van de uraniumisotopen gelijk is aan dat, wat in de natuur wordt aangetroffen; c. verarmd uranium: uranium, waarin het massagehalte van uranium-235 en van uranium-233 tezamen kleiner is dan het massagehalte van uranium-235 in natuurlijk uranium; d. verrijkt uranium: uranium, waarin het massagehalte van uranium-235 en uranium-233 tezamen groter is dan het massagehalte van uranium-235 in natuurlijk uranium; e. gehalte: massagehalte van de elementen uranium, thorium en plutonium in splijtstoffen; f. verrijkingsgraad: massagehalte van uranium-235 en uranium-233 tezamen in verrijkt uranium; g. nuclide: atoomsoort, voor zover deze bepaald wordt door massagetal, atoomnummer en energietoestand van de kern; h. atoomkernmutatie: overgang van een atoomkern van het ene nuclide in een atoomkern van een ander nuclide; i. activiteit: 1e. indien het betreft de activiteit van een bepaald nuclide: het aantal spontane atoomkernmutaties in een hoeveelheid van dat nuclide in een ten opzichte van de halveringstijd kort tijdsinterval, gedeeld door de duur van dit interval; 2e. indien het betreft de activiteit van een stof: de som van de activiteiten van de nucliden, welke in de stof voorkomen; j. 1e. curie (symbool Ci): eenheid van activiteit, ter grootte van 3,7 * 1010 atoomkernmutaties per seconde; 2e. becquerel (symbool Bq): eenheid van activiteit, ter grootte van 1 atoomkernmutatie per seconde; k. geabsorbeerde dosis: hoeveelheid energie door ioniserende straling aan een hoeveelheid stof op een bepaalde plaats overgedragen, gedeeld door de massa van die hoeveelheid stof; l. rad: eenheid van geabsorbeerde dosis, zijnde 10-2 joule per kilogram of 100 erg per gram; m. kwaliteitsfactor: factor, welke op grond van overwegingen, verband houdende met de bescherming van personen tegen ioniserende straling, aan een stralingssoort wordt toegekend op grond van zijn biologische werkzaamheid; n. dosisequivalent: produkt van de geabsorbeerde dosis en een of meer factoren (waaronder de kwaliteitsfactor), door welke de biologische werkzaamheid van de geabsorbeerde dosis tot uitdrukking wordt gebracht; o. n rem: eenheid van dosisequivalent, met dien verstande dat het dosisequivalent, uitgedrukt in deze eenheid, numeriek gelijk is aan de geabsorbeerde dosis in rad, vermenigvuldigd met de onderbedoelde factoren; p. sievert (symbool Sv): eenheid van dosisequivalent ter grootte van 100 rem; q. effectief dosisequivalent: som van de gewogen gemiddelde dosisequivalenten in de verschillende organen of weefsels; r. dosistempo: de geabsorbeerde dosis of het dosisequivalent in een tijdsinterval, gedeeld door de duur van dit interval; s. besmetting: uit het oogpunt van stralingshygiëne ongewenste verontreiniging met splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen; t. lozing in lucht: het in de lucht laten ontsnappen van gasvormige splijtstoffen of radioactieve stoffen dan wel van in de luchtstroom meegevoerde deeltjes splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen; u. lozing in water: het lozen van vloeibare of in water opgeloste splijtstoffen of radioactieve stoffen dan wel van in de waterstroom meegevoerde deeltjes splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen. 2 Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur: a. m stellen de waarde van de kwaliteitsfactor bedoeld in het eerste lid, onder, vast; b. n geven aan op welke wijze de in het eerste lid, onder, bedoelde andere factoren dan de kwaliteitsfactor en de waarde van deze factoren worden gekozen; c. q geven aan op welke wijze het effectief dosisequivalent bedoeld in het eerste lid, onder, wordt berekend. 1986 533 20-10-1986 1987 102 27-03-1987 17-03-1987 01-04-1987
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Dit besluit kan worden aangehaald als: Definitiebesluit Kernenergiewet. 2 Het treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1969 358 29-08-1969 1969 358 29-08-1969 01-01-1970