Besluit van 17 augustus 1971, houdende uitvoering van de Ontgrondingenwet
- BWB-id
- BWBR0002781
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2008-01-01 t/m 2008-01-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002781
- ELI
- /eli/nl/amvb/1971/rijksreglement-ontgrondingen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1971/rijksreglement-ontgrondingen/2008-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002781&g=2008-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002781&z=2026-06-06&g=2008-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002781/2008-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1971/rijksreglement-ontgrondingen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Dit besluit is van toepassing op ontgrondingen in: a. artikel 1, onder c, van de Mijnbouwwet de Noordzee, met inbegrip van het deel waarvan de grenzen samenvallen met die van het continentaal plat, bedoeld in, alsmede de Waddenzee; b. de navolgende bij het rijk in beheer zijnde wateren: 1°. het IJsselmeer met de daarmee in open verbinding staande of daarvan ten gevolge van de inpolderingswerken afgescheiden wateren onder beheer van het Rijk; 2°. De bij het Rijk in beheer zijnde rivieren, voorzover het betreft het zomerbed, zijnde de oppervlakte die de rivier inneemt bij gewoon hoog zomerwater of gewone vloed; 3°. het Veerse Meer; 4°. de Grevelingen; 5°. het Brielse Meer; 6°. de bij het rijk in beheer zijnde kanalen; 7°. de met de onder 1°–6° vermelde wateren in open verbinding staande havens en overige wateren onder beheer van het Rijk. 2002 604 24-12-2002 06-12-2002 2002 603 17-12-2002 06-12-2002 01-01-2003 [Treedt in werking op het tijdstip waarop de Mijnbouwwet in
werking treedt.]
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Ontgrondingenwet artikel 1 Deis ten aanzien van de inbedoelde wateren en gebieden niet van toepassing op: a. het aanleggen, onderhouden, wijzigen of opruimen van Rijkswaterstaatswerken; b. het aanleggen, onderhouden, verbreden of verdiepen van watergangen, voor zover deze een bovenbreedte krijgen van niet meer dan 15 m, een bodembreedte van niet meer dan 5 m en een diepte van niet meer dan 2,50 m beneden het polder- of boezempeil, of bij gebreke daarvan 3 m beneden de gemiddelde hoogteligging van het aangrenzende terrein; c. het aanleggen of onderhouden van waterkeringen; d. het wijzigen van de hoogteligging van het terrein ten behoeve en ter plaatse van het aanleggen, onderhouden, wijzigen of opruimen van wegen, parkeerterreinen, spoorwegen, vliegvelden, industrieterreinen, sportterreinen, parken, plantsoenen, tuinen en werken van tijdelijke aard, een en ander mits 1e. de werken plaats vinden ter uitvoering van een rechtsgeldig bestemmingsplan en bovendien de grondlagen op grotere diepte dan 3 m beneden het oorspronkelijk niveau ongemoeid blijven, dan wel, 2e. het terrein niet meer dan 0,50 m beneden het oorspronkelijke niveau komt te liggen; e. de normale uitoefening van het land-, tuin- of bosbouwbedrijf, alsmede het planten of rooien van bomen, struiken of andere gewassen; f. het maken, onderhouden, wijzigen of opruimen van bouwwerken, kelders en graven, het doen van grondboringen en sonderingen, het leggen, plaatsen, onderhouden, wijzigen of opruimen van buizen, kabels, palen en dergelijke voorwerpen; g. 3 het maken, onderhouden, wijzigen of opruimen van waterputten, reservoirs, bassins en soortgelijke werken, mits de bodemoppervlakte niet meer dan 50 m² en de inhoud niet meer dan 50 mbedraagt en de grondlagen op grotere diepte dan 3 m beneden de oorspronkelijke terreinhoogte ongemoeid blijven; h. a b artikel 1 onderen het graven van slikgruppen ter bevordering van de aanwas alsmede het baggeren met hand- of hijsbeugel in de inbedoelde wateren. 1971 518 17-08-1971 1971 520 16-08-1971 01-09-1971
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 1 Onze Minister is bevoegd tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning tot ontgronding in de inbedoelde wateren en gebieden. 2 een aanvrage tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning wordt in tweevoud bij Onze Minister ingediend. 3 Een aanvrage tot verlening van een vergunning moet inhouden: a. de naam, het adres en het beroep of bedrijf van de aanvrager; b. de naam, het adres en het beroep of bedrijf van de eigenaar of eigenaren van de onroerende goederen, waarop de aanvrage betrekking heeft; c. een beschrijving van het terrein of het water, waarop de aanvrage betrekking heeft, onder vermelding van het huidige gebruik daarvan en van de gemeente en het waterschap waarin het is gelegen; d. een opgave van de oppervlakte, de wijze van uitvoering en de diepte van de ontgronding dan wel een opgave van de wijze van uitvoering, de maximale diepte en van de hoeveelheid vaste stoffen die met de ontgronding gewonnen kan worden; e. een opgave van de redenen van de ontgronding en van de aan het afkomende bodemmateriaal te geven bestemming; f. een beschrijving van de toestand, waarin het terrein of de bodem van het water na de ontgronding wordt gebracht, onder vermelding van de daaraan te geven bestemming. 4 artikel 1, onder a en onder b, 1e-5e Bij de aanvrage moet eveneens in tweevoud worden overgelegd een tekening met kadastrale aanduiding op een schaal van tenminste 1 : 2500, waarop de te ontgronden onroerende zaken of gedeelten van onroerende zaken en de aangrenzende percelen zijn aangegeven, alsmede een uittreksel uit de basisregistratie kadaster van elk perceel, waarop de aanvrage betrekking heeft. Voor ontgrondingen in de in, bedoelde wateren kan met overlegging van een kaart op kleinere schaal, doch niet kleiner dan 1 : 50 000, aanduidende de plaats van de ontgronding, worden volstaan. 5 Op een aanvrage tot wijziging van een vergunning is het bepaalde in het derde en vierde lid, voor zover de daarin bedoelde gegevens en bescheiden niet reeds bij de aanvrage tot verlening van de vergunning zijn verstrekt, van overeenkomstige toepassing. 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 01-01-2008
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 a b artikel 1, onderen artikel 10, eerste lid, van de Ontgrondingenwet Onze Minister kan, voor zover andere belangen daarbij niet of nauwelijks zijn betrokken, ten aanzien van ontgrondingen in de in, bedoelde wateren afwijken van. 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Ter zake van de behandeling van een aanvrage om een vergunning of wijziging van een vergunning wordt een recht geheven. 2 Het recht bedraagt € 680,67, vermeerderd met een opslag, die wordt berekend met toepassing van de bij dit besluit behorende bijlage. 3 Bij het niet behandelen van de aanvrage wordt het recht met 100% verminderd. 4 In geval van weigering van een vergunning of volledige afwijzing van een aanvrage om wijziging van een vergunning wordt het recht met 50% van de opslag verminderd. 5 Bij intrekking van de aanvrage na het in behandeling nemen van de aanvrage doch vóór de toezending van het ontwerp van de beschikking aan de aanvrager wordt het recht met 50% van de opslag verminderd. 6 Bij intrekking van de aanvrage na de toezending van het ontwerp van de beschikking doch vóór de toezending van de beschikking op de aanvrage aan de aanvrager wordt het recht met 10% van de opslag verminderd. 7 Indien de hoeveelheid vaste stoffen waarop de aanvrage betrekking heeft of, bij een aanvrage om wijziging van een vergunning, de extra hoeveelheid vaste stoffen waarop de aanvrage betrekking heeft, meer bedraagt dan de hoeveelheid waarop de vergunning, onderscheidenlijk de beschikking tot wijziging van een vergunning betrekking heeft, wordt het recht verminderd met het bedrag, berekend met toepassing van de volgende formule: A – B In deze formule: stelt A voor: de ter zake van de aanvrage met toepassing van de bij dit besluit behorende bijlage berekende opslag; stelt B voor: de ter zake van de aanvrage met toepassing van de bij dit besluit behorende bijlage berekende opslag, indien de aanvraag betrekking zou hebben op de hoeveelheid waarop de vergunning onderscheidenlijk de beschikking tot wijziging van de vergunning betrekking heeft. 8 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Indien ter zake van de behandeling van de aanvrageniet is toegepast en het recht meer bedraagt dan € 2 268,90, wordt het recht verminderd tot € 2 268,90. 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a artikel 7, eerste lid In afwijking van, wordt ter zake van de behandeling van een door of vanwege Onze Minister ingediende aanvrage om een vergunning of wijziging van een vergunning geen recht geheven. 1996 601 17-12-1996 28-11-1996 1996 600 17-12-1996 28-11-1996 01-01-1997
Artikel 7b — Artikel 7b#
Artikel 7b artikel 7 Het recht, bedoeld in, wordt binnen twee weken na de dag van indiening van de aanvrage om een vergunning of wijziging van een vergunning, betaald aan Onze Minister. 1996 601 17-12-1996 28-11-1996 1996 600 17-12-1996 28-11-1996 01-01-1997
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit kan worden aangehaald als "Rijksreglement ontgrondingen". 1971 518 17-08-1971 1971 520 16-08-1971 01-09-1971
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Ontgrondingenwet Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop dein werking treedt. 1971 518 17-08-1971 1971 520 16-08-1971 01-09-1971
Artikel 7#
artikel 7, tweede lid