Besluit van 24 mei 1972, ter uitvoering van artikel 3 van de Wet op de dierenbescherming
- BWB-id
- BWBR0002818
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2012-04-20 t/m 2014-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002818
- ELI
- /eli/nl/amvb/1972/besluit-op-de-uitheemse-dieren
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1972/besluit-op-de-uitheemse-dieren/2012-04-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002818&g=2012-04-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002818&z=2026-06-06&g=2012-04-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002818/2012-04-20
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1972/besluit-op-de-uitheemse-dieren
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Wet op de dierenbescherming Voor de toepassing van het bij dit besluit bepaalde wordt verstaan onder "wet":. 1972 311 24-05-1972 1972 311 24-05-1972 01-07-1972
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de wet worden aangewezen: a. de zoogdiersoorten, die in Nederland niet in het wild leven; b. de vogelsoorten, die in Nederland niet in het wild leven en buiten de werking vallen van de Vogelwet 1936; c. alle soorten reptielen, amfibieën en vissen die in Nederland niet in het wild leven. 2 a b Van de aanwijzing, bedoeld onderenvan het voorgaande lid, zijn uitgezonderd honden, katten en soorten van dieren, welke in Nederland plegen te worden gehouden met het oog op een door het dier te leveren of daarvan afkomstig goed of in verband met de trekkracht van het dier. 1986 718 22-12-1986 1986 718 22-12-1986 24-01-1987
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 3, tweede lid, van de wet Ingevolgewordt ontheffing verleend ten aanzien van: a. artikel 2 inrichtingen, gehouden door of vanwege een publiekrechtelijk lichaam, waarin dieren van inaangewezen soorten om niet worden tentoongesteld of vertoond; b. artikel 2 inrichtingen, waarin dieren van inaangewezen soorten voorradig plegen te worden gehouden ten verkoop aan particulieren, tenzij de inrichting zodanige dieren tevens heeft ingevoerd of te haren behoeve heeft doen invoeren; c. artikel 2 inrichtingen waarin dieren van inaangewezen soorten worden vertoond, afgericht of ten verkoop voorradig worden gehouden. 2012 162 19-04-2012 05-04-2012 2012 162 19-04-2012 05-04-2012 20-04-2012
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Hij, die op de dag van inwerkingtreding van dit besluit een inrichting houdt, waarvoor ingevolge het bij en krachtens artikel 3 van de wet bepaalde een vergunning vereist is, wordt geacht die inrichting met vergunning van of vanwege Onze Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk te houden tot zes maanden na die dag. 2 Indien tijdens de in het vorige lid genoemde termijn een vergunning wordt aangevraagd, loopt deze termijn door tot de eerste dag van de derde maand na die, waarin de beslissing op de aanvrage onherroepelijk is geworden. 1972 311 24-05-1972 1972 311 24-05-1972 01-07-1972
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Staatsblad, Dit besluit, dat kan worden aangehaald als Besluit op de uitheemse dieren, treedt in werking op de tweede dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst. 1972 311 24-05-1972 1972 311 24-05-1972 01-07-1972