Besluit van 22 juni 1971 tot vaststelling van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer
- BWB-id
- BWBR0002770
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002770
- ELI
- /eli/nl/amvb/1972/uitvoeringsbesluit-belastingen-van-rechtsverkeer
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1972/uitvoeringsbesluit-belastingen-van-rechtsverkeer/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002770&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002770&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002770/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1972/uitvoeringsbesluit-belastingen-van-rechtsverkeer
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Wet op belastingen van rechtsverkeer Dit besluit verstaat onder wet:. 1995 589 07-12-1995 06-12-1995 1995 588 07-12-1995 06-12-1995 24334 08-12-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 11 van de wet bijlage De waarde van een canon, een retributie of een huur als is bedoeld in, wordt bepaald met inachtneming van de bij dit besluit behorende. 1991 719 19-12-1991 1991 719 19-12-1991 01-01-1992
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 15, eerste lid, onderdeel t, van de wet De vrijstelling, bedoeld in, is van toepassing onder de volgende voorwaarden: a. uit het verkoopregulerend beding bij de eerdere verkrijging blijkt een zelfbewoningsplicht voor de eerdere verkrijger; b. artikel 52 van de wet artikel 15, eerste lid, onderdeel p, onder 4° van de wet ten tijde van de eerdere verkrijging is de waarde van de woning, bedoeld in, zonder rekening te houden met het verkoopregulerend beding, niet hoger dan de ten tijde van de eerdere verkrijging geldende woningwaardegrens, genoemd in, dan wel niet hoger dan € 400.000 indien de woning is verkregen vóór 1 april 2021; c. de woning is bij de eerdere verkrijging verkregen met een koperskorting van ten minste 10% en ten hoogste 50% van de waarde van die woning ten tijde van de eerdere verkrijging; d. uit de notariële akte van levering waarin de verkrijging wordt vastgelegd blijkt dat is voldaan aan de onderdelen b en c; e. bij vervreemding door de natuurlijk persoon geldt dat de natuurlijk persoon de verkregen koperskorting geheel of gedeeltelijk moet terugbetalen aan de verkrijger, of dat de verkrijger in bepaalde mate deelt in de tussentijdse waardeontwikkeling. 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 01-01-2024
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a Vervallen 2014 579 29-12-2014 17-12-2014 2014 579 29-12-2014 17-12-2014 01-01-2017
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, van de wet De inbedoelde vrijstelling bij inbreng in een vennootschap die geen in aandelen verdeeld kapitaal heeft, van een onderneming, waaronder mede wordt verstaan de onderneming bestaande in een deelgerechtigdheid in een maatschap, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap, is van toepassing indien alle tot het ondernemingsvermogen behorende activa en passiva die een functie vervullen in de onderneming worden ingebracht tegen bijschrijving op de kapitaalrekening van de vennootschap van een bedrag dat ten minste 90 percent is van de waarde in het economische verkeer van het vermogen van de ingebrachte onderneming dan wel de boekwaarde van dat vermogen, zoals die geldt voor de heffing van inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting, in gevallen waarin de ondernemer inbrengt met voorbehoud van stille reserves. 2 artikel 15, eerste lid, onderdeel f, onder 1° of 2°, van de wet artikel 14c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 In afwijking van het eerste lid is de aldaar bedoelde vrijstelling eveneens van toepassing indien de inbreng geen betrekking heeft op een onderneming maar op afzonderlijke onroerende zaken, mits de inbreng volgt op een verkrijging als bedoeld in, en de verkrijging en de inbreng uitsluitend plaatshebben in verband met de toetreding, uittreding of vervanging van vennoten, dan wel de toepassing van. De in dit lid bedoelde onroerende zaken moeten voorafgaand aan bedoelde verkrijging deel hebben uitgemaakt van het vermogen van de onderneming van de vennootschap en niet zijn gebruikt of bestemd voor gebruik in het kader van het verkrijgen, vervreemden, of exploiteren van onroerende zaken. 3 artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, van de wet De belasting die door toepassing vanniet is geheven ter zake van een inbreng is alsnog verschuldigd, indien de inbrenger binnen drie jaren na de inbreng niet meer vennoot is van de vennootschap, dan wel binnen die periode zijn bijschrijving wegens inbreng op de kapitaalrekening is verminderd, anders dan door afboeking van zijn aandeel in het verlies van de vennootschap. De bepaling is eveneens van toepassing bij het verlenen van een koopoptie op het aandeel of een deel van het aandeel van de inbrenger in het vermogen van de vennootschap. 4 artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, van de wet De belasting die door toepassing vanniet is geheven ter zake van een inbreng is alsnog verschuldigd, indien de onderneming niet gedurende een periode van ten minste drie jaren na de inbreng door de vennootschap wordt voortgezet. 5 artikel 5 Het derde en vierde lid blijft buiten toepassing in geval van een inbreng als bedoeld in het eerste lid, dan wel een omzetting als bedoeld in. 6 Onder kapitaalrekening wordt verstaan de rekening op de balans van de vennootschap waarop de deelgerechtigdheid van de vennoot in het vermogen van de vennootschap wordt opgenomen. 7 artikel 4, eerste lid, van de wet Voor de toepassing van dit artikel worden onder onroerende zaken mede verstaan fictieve onroerende zaken als bedoeld in, rechten waaraan onroerende zaken of fictieve onroerende zaken zijn onderworpen, alsmede de economische eigendom van deze zaken of rechten. 2006 684 22-12-2006 19-12-2006 2006 684 22-12-2006 19-12-2006 01-01-2007 01-01-2006
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 artikel 15, eerste lid, onderdeel f, onder 2°, van de wet artikel 14c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 De inbedoelde vrijstelling krachtens vereffening van het vermogen van een rechtspersoon is van toepassing wanneer de vereffening plaatsheeft in het kader van de voortzetting van een door een vennootschap gedreven onderneming door de aandeelhouders, als bedoeld in. Onder vennootschap wordt in de vorige volzin verstaan de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, mits deze vennootschappen uitsluitend natuurlijke personen als aandeelhouder hebben. 2 artikel 15, eerste lid, onderdeel f, onder 2°, van de wet De belasting die door toepassing vanniet is geheven ter zake van een vereffening is alsnog verschuldigd, indien de onderneming niet gedurende een periode van ten minste drie jaren na de vereffening door de verkrijger rechtstreeks wordt voortgezet of mede voortgezet. 3 artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, onderscheidenlijk onder 2°, van de wet Het tweede lid blijft buiten toepassing in geval van inbreng of omzetting van een onderneming, als bedoeld in. 2000 600 27-12-2000 19-12-2000 2000 600 27-12-2000 19-12-2000 01-01-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 2° De in, bedoelde vrijstelling bij omzetting van een niet in de vorm van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid gedreven onderneming, waaronder mede wordt verstaan de onderneming bestaande in een deelgerechtigdheid in een maatschap, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap, in een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid is van toepassing indien alle tot het ondernemingsvermogen behorende activa en passiva die een functie vervullen in de onderneming worden ingebracht tegen toekenning van aandelen, mits de oprichters van de vennootschap in het aandelenkapitaal geheel of nagenoeg geheel in dezelfde verhouding gerechtigd zijn als in het vermogen van de omgezette onderneming. 2 artikel 3.65 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Onder toekenning van aandelen wordt begrepen het geval waarin naast de toekenning van aandelen tevens een bedrag in geld wordt betaald van ten hoogste 10 percent van de waarde van hetgeen op de aandelen is gestort, met dien verstande dat ingeval de omzetting plaatsvindt met toepassing van, dit bedrag kan worden gesteld op het bedrag waarvoor de ondernemer op grond van de aan deze toepassing verbonden voorwaarden wordt gecrediteerd. 3 artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 2°, van de wet De belasting die door toepassing vanniet is geheven ter zake van een omzetting is alsnog verschuldigd, indien de inbrenger binnen drie jaren na de omzetting niet meer in het bezit is van alle bij of in verband met die omzetting verkregen aandelen. De bepaling is eveneens van toepassing bij vervreemding van claims en het verlenen van een koopoptie op de aandelen, alsmede bij een gehele of gedeeltelijke terugbetaling van hetgeen op de aandelen is gestort. 4 artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 2°, van de wet De belasting die door toepassing vanniet is geheven ter zake van een omzetting is alsnog verschuldigd, indien de onderneming niet gedurende een periode van ten minste drie jaren na de omzetting door de vennootschap wordt voortgezet. 5 artikel 5c Het derde lid blijft buiten toepassing in geval van vervreemding van de aandelen in het kader van een splitsing als bedoeld in, dan wel indien ten minste 75 percent van de aandelen van de opgerichte vennootschap wordt verkregen door een andere vennootschap tegen toekenning van eigen aandelen, met dien verstande dat de toegekende aandelen in de plaats komen van de in het derde lid bedoelde aandelen. Onder toekenning van aandelen wordt mede begrepen het geval waarin naast de toekenning van aandelen tevens een bedrag in geld wordt betaald van ten hoogste 10 percent van de nominale waarde van de toegekende aandelen. 6 artikel 5a artikel 5b artikel 5c Het vierde lid blijft buiten toepassing in geval van vervreemding in het kader van een fusie als bedoeld in, een interne reorganisatie als bedoeld in, dan wel een splitsing als bedoeld in. 2006 684 22-12-2006 19-12-2006 2006 684 22-12-2006 19-12-2006 01-01-2007 01-01-2006
Artikel 5bis — Artikel 5bis#
Artikel 5bis 1 artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet artikel 5b, eerste lid De inbedoelde vrijstelling wegens fusie is van toepassing bij overgang van vermogen onder algemene titel in het kader van een juridische fusie tussen rechtspersonen, mits die fusie hoofdzakelijk plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen. De eerste volzin blijft buiten toepassing in geval van een fusie waarop, van toepassing is. 2 artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet De inbedoelde vrijstelling wegens fusie is niet van toepassing dan wel de belasting die door toepassing van artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet niet is geheven is alsnog verschuldigd, indien: a. artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de wet artikel 5b, tweede lid een aandeelhouder van een verdwijnende rechtspersoon, welke rechtspersoon op het tijdstip van de fusie kwalificeert als een rechtspersoon als bedoeld in, op dat tijdstip of op enig tijdstip in het daaraan voorafgaande jaar, al dan niet tezamen met een tot hetzelfde concern als gedefinieerd in, behorend lichaam, een belang van ten minste een derde gedeelte in de verdwijnende rechtspersoon bezit of heeft bezeten, daarvoor als gevolg van de fusie geen in de plaats komend soortgelijk belang in de verkrijgende rechtspersoon of een groepsmaatschappij daarvan verkrijgt, dan wel dat soortgelijk belang binnen drie jaren na de fusie geheel of ten dele vervreemdt; b. artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de wet artikel 5b, tweede lid een aandeelhouder van de verkrijgende rechtspersoon, welke rechtspersoon op het tijdstip van de fusie kwalificeert als een rechtspersoon als bedoeld in, op dat tijdstip of op enig tijdstip in het daaraan voorafgaande jaar, al dan niet tezamen met een tot hetzelfde concern als gedefinieerd in, behorend lichaam, een belang van ten minste een derde gedeelte in de verkrijgende rechtspersoon bezit of heeft bezeten, dat belang binnen drie jaren na de fusie geheel of ten dele vervreemdt; c. artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de wet een aandeelhouder van een verdwijnende rechtspersoon als gevolg van de fusie een belang van ten minste een derde gedeelte in de verkrijgende rechtspersoon of een groepsmaatschappij daarvan, welke rechtspersoon of groepsmaatschappij als gevolg van de fusie kwalificeert als een rechtspersoon als bedoeld in, verkrijgt en dat belang binnen drie jaren na de fusie geheel of ten dele vervreemdt; d. artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de wet een aandeelhouder van de verkrijgende rechtspersoon of van een groepsmaatschappij daarvan als gevolg van de fusie een belang van ten minste een derde gedeelte in de verkrijgende rechtspersoon of de groepsmaatschappij daarvan, welke rechtspersoon of groepsmaatschappij als gevolg van de fusie kwalificeert als een rechtspersoon als bedoeld in, bezit en dat belang binnen drie jaren na de fusie geheel of ten dele vervreemdt. 3 artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet De belasting die door toepassing vanniet is geheven ter zake van een fusie is alsnog verschuldigd, indien de activiteiten van de fuserende rechtspersonen niet gedurende een periode van ten minste drie jaren na de fusie door de verkrijgende rechtspersoon in haar geheel worden voortgezet. 4 artikel 4a artikel 5a artikel 5b artikel 5c Het tweede lid blijft buiten toepassing in geval van een vervreemding van het belang in het kader van een geruisloze terugkeer als bedoeld in, een juridische fusie als bedoeld in dit artikel, een bedrijfsfusie als bedoeld in, een interne reorganisatie als bedoeld in, een splitsing als bedoeld in, dan wel indien ten minste 75 percent van de aandelen van de verkrijgende vennootschap wordt verkregen door een andere vennootschap tegen toekenning van eigen aandelen, waaronder mede wordt begrepen het geval waarin naast toekenning van aandelen tevens een bedrag in geld wordt betaald van ten hoogste 10 percent van hetgeen op de aandelen is gestort. De eerste volzin is slechts van toepassing indien het toegekende belang in de plaats komt van het in het tweede lid bedoelde belang dan wel het in het tweede lid bedoelde belang de resterende periode in het bezit blijft bij de opvolgende verkrijger. 5 artikel 4 artikel 4a artikel 5a artikel 5b artikel 5c Het derde lid blijft buiten toepassing in geval van vervreemding van de activiteiten in het kader van een inbreng als bedoeld in, een geruisloze terugkeer als bedoeld in, een juridische fusie als bedoeld in dit artikel, een bedrijfsfusie als bedoeld in, een interne reorganisatie als bedoeld in, een splitsing als bedoeld in, mits de in het derde lid bedoelde activiteiten gedurende de resterende periode door de opvolgende verkrijger worden voortgezet. In geval van een inbreng als bedoeld in artikel 4 is de eerste volzin slechts van toepassing indien het ter zake van de inbreng verkregen belang in de vennootschap de resterende periode blijft behouden. 6 Het vierde en het vijfde lid blijven buiten toepassing ingeval de daargenoemde gebeurtenissen in samenhang met de juridische fusie in overwegende mate gericht zijn op het ontgaan van belastingheffing. 7 artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de wet De inbedoelde vrijstelling is eveneens van toepassing op uit de fusie voortvloeiende verkrijgingen van een belang in een verkrijgende rechtspersoon of een groepsmaatschappij daarvan, welke rechtspersoon of groepsmaatschappij kwalificeert als een lichaam als bedoeld in. 8 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder rechtspersoon verstaan de naamloze vennootschap, de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij, alsmede de stichting. Onder rechtspersoon wordt mede verstaan het lichaam dat naar het recht van een andere Staat is opgericht en naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een lichaam als bedoeld in dit lid. 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet De inbedoelde vrijstelling wegens fusie is van toepassing indien een vennootschap uitsluitend de gehele onderneming of een zelfstandig onderdeel daarvan van een andere vennootschap verkrijgt tegen toekenning van aandelen. 2 Onder toekenning van aandelen wordt begrepen het geval waarin naast de toekenning van aandelen tevens een bedrag in geld wordt betaald van ten hoogste 10 percent van de waarde van hetgeen op de aandelen is gestort. 3 artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet De belasting die door toepassing vanniet is geheven ter zake van een fusie is alsnog verschuldigd, indien de inbrengende vennootschap binnen drie jaren na de fusie niet meer in het bezit is van alle bij of in verband met die fusie verkregen aandelen. 4 artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet De belasting die door toepassing vanniet is geheven ter zake van een fusie is alsnog verschuldigd, indien de onderneming niet gedurende een periode van ten minste drie jaren na de fusie door de verkrijgende vennootschap wordt voortgezet. 5 artikel 5b artikel 5c Het derde lid blijft buiten toepassing in geval van vervreemding van de aandelen in het kader van een interne reorganisatie als bedoeld in, een splitsing als bedoeld in, dan wel indien ten minste 75 percent van de aandelen van de vennootschap die de in het eerste lid bedoelde aandelen heeft toegekend, wordt verkregen door een andere vennootschap tegen toekenning van eigen aandelen, met dien verstande dat de toegekende aandelen in de plaats komen van de in het derde lid bedoelde aandelen. Onder toekenning van aandelen wordt mede begrepen het geval waarin naast de toekenning van aandelen tevens een bedrag in geld wordt betaald van ten hoogste 10 percent van de nominale waarde van de toegekende aandelen. 6 artikel 5b artikel 5c Het vierde lid blijft buiten toepassing in geval van vervreemding van de onderneming in het kader van een fusie als bedoeld in dit artikel, een interne reorganisatie als bedoeld in, dan wel een splitsing als bedoeld in. 7 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vennootschap verstaan de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Onder vennootschap wordt mede verstaan de vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij met een in aandelen verdeeld kapitaal. Tevens wordt daaronder verstaan het lichaam dat naar het recht van een andere Staat is opgericht en naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een lichaam als bedoeld in dit lid. 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 01-01-2025
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b 1 artikel 15, eerste lid, onderdeel h De in, bedoelde vrijstelling wegens interne reorganisatie is van toepassing indien een tot het concern behorende vennootschap onroerende zaken overdraagt aan een andere vennootschap van dat concern. 2 Onder een concern wordt verstaan een vennootschap waarin niet een andere vennootschap het gehele of nagenoeg gehele belang heeft, samen met alle andere vennootschappen waarin zij het gehele of nagenoeg gehele belang heeft. 3 artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet De belasting die door toepassing vanniet is geheven wegens interne reorganisatie is alsnog verschuldigd, indien: a. de eerste vennootschap die het gehele of nagenoeg gehele belang heeft in zowel de vennootschap die de onroerende zaken verkrijgt als de vennootschap die de onroerende zaken overdraagt, binnen drie jaren na de interne reorganisatie geen geheel of nagenoeg geheel belang meer heeft in de vennootschap die de onroerende zaken heeft verkregen, waarbij een vennootschap die een geheel of nagenoeg geheel belang heeft in de eerstgenoemde vennootschap in de plaats kan treden van deze vennootschap; of b. de vennootschap die de onroerende zaken heeft overgedragen binnen drie jaren na de interne reorganisatie geen geheel of nagenoeg geheel belang meer heeft in de vennootschap die de onroerende zaken heeft verkregen, met dien verstande dat dit onderdeel slechts van toepassing is ingeval er geen vennootschap is die het gehele of nagenoeg gehele belang heeft in zowel de vennootschap die de onroerende zaken verkrijgt als de vennootschap die de onroerende zaken overdraagt. 4 artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet artikel 5a, eerste en vijfde lid De belasting die door toepassing vanniet is geheven wegens interne reorganisatie is alsnog verschuldigd voorzover de overdragende vennootschap tot het concern is gaan behoren als gevolg van een andere gebeurtenis dan bedoeld in, waarbij geen overdrachtsbelasting verschuldigd was, indien de onroerende zaken zijn verkregen door die overdragende vennootschap vóór de hiervoor bedoelde gebeurtenis en de onderneming of de activiteiten van die vennootschap niet gedurende drie jaren binnen het concern zijn voortgezet. 5 Het derde lid blijft buiten toepassing ingeval de vennootschap die de onroerende zaken verkrijgt op het tijdstip van de interne reorganisatie het gehele of nagenoeg gehele belang heeft in de vennootschap die de onroerende zaken overdraagt. 6 Het derde lid blijft buiten toepassing ingeval de onroerende zaken niet meer in het bezit zijn van de vennootschap die de onroerende zaken heeft verkregen, tenzij: a. de onroerende zaken zijn overgedragen aan een vennootschap binnen het concern en ter zake van deze verkrijging geen beroep is gedaan op de vrijstelling als bedoeld in dit artikel; b. de onroerende zaken zijn overgedragen aan een vennootschap binnen het concern die het gehele of nagenoeg gehele belang heeft in de vennootschap die de onroerende zaken overdraagt; of c. de onroerende zaken zijn overgedragen aan een vennootschap buiten het concern en ter zake van deze verkrijging geen overdrachtsbelasting verschuldigd was. 7 Het derde lid blijft buiten toepassing ingeval niet meer aan de in het derde lid bedoelde voorwaarden wordt voldaan als gevolg van een juridische fusie binnen het concern, mits de opvolgende verkrijger voor de toepassing van het derde lid de resterende periode in de plaats treedt van de verdwijnende vennootschap. 8 Voor de toepassing van het tweede, derde en vijfde lid dient het gehele of nagenoeg gehele belang vertegenwoordigd te worden door het onmiddellijk of middellijk bezit van aandelen. 9 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vennootschap verstaan de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Onder vennootschap wordt mede verstaan de vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij met een in aandelen verdeeld kapitaal, alsmede een stichting of vereniging zonder een in aandelen verdeeld kapitaal indien deze stichting of vereniging een overeenkomstige functie vervult als de eerstbedoelde vennootschap in het tweede lid. Tevens wordt daaronder verstaan het lichaam dat naar het recht van een andere Staat is opgericht en naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een lichaam als bedoeld in dit lid. 10 artikel 4, eerste lid, van de wet Voor de toepassing van dit artikel worden onder onroerende zaken mede verstaan fictieve onroerende zaken als bedoeld in, rechten waaraan onroerende zaken of fictieve onroerende zaken zijn onderworpen, alsmede de economische eigendom van deze zaken of rechten. 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 01-01-2025
Artikel 5c — Artikel 5c#
Artikel 5c 1 artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet De inbedoelde vrijstelling wegens splitsing is van toepassing bij overgang van vermogen onder algemene titel in het kader van een splitsing van een rechtspersoon voor zover de verkrijgende rechtspersoon de gehele onderneming of een zelfstandig onderdeel daarvan, tezamen met de onroerende zaak die daartoe behoort en daaraan dienstbaar is, van de splitsende rechtspersoon verkrijgt. De eerste zin is slechts van toepassing indien de aandeelhouder van de splitsende rechtspersoon, als gevolg van de verkrijging van de bij die splitsing toegekende aandelen, onmiddellijk of middellijk een soortgelijk belang houdt in de verkrijgende rechtspersoon als de aandeelhouder had in de splitsende rechtspersoon op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan de splitsing. Indien de verkregen onroerende zaak die behoort tot en dienstbaar is aan de onderneming of het zelfstandig onderdeel daarvan op het tijdstip van de verkrijging dienstbaar is aan het verkrijgen, vervreemden of exploiteren van die onroerende zaak, kan de vrijstelling alleen toepassing vinden indien de splitsende rechtspersoon of de aandeelhouder van de splitsende rechtspersoon het gehele belang in de verkrijgende rechtspersoon houdt. 2 artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet artikel 334cc van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek In afwijking van het eerste lid is de inbedoelde vrijstelling wegens splitsing eveneens van toepassing indien, in het kader van een zuivere splitsing als bedoeld inof een vergelijkbare buitenlandse rechtsfiguur, niet de gehele onderneming of een zelfstandig onderdeel daarvan onder algemene titel overgaat, voor zover: a. artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de wet de aandeelhouder van de splitsende rechtspersoon, ingeval de verkrijgende rechtspersoon aandelen in een rechtspersoon als bedoeld inverkrijgt, een soortgelijk belang bij laatstgenoemde rechtspersoon houdt als hij had op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan de zuivere splitsing en de aandeelhouder het gehele belang in de verkrijgende rechtspersoon houdt; of b. artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de wet de aandeelhouder van de splitsende rechtspersoon, ingeval de verkrijgende rechtspersoon een andere onroerende zaak dan bedoeld inverkrijgt, een gelijk belang bij de onroerende zaak houdt als hij had op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan de zuivere splitsing en de aandeelhouder het gehele belang in de verkrijgende rechtspersoon houdt. 3 artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet De belasting die door toepassing vanniet is geheven is alsnog verschuldigd indien: a. ter zake van een splitsing als bedoeld in het eerste lid of tweede lid, onderdeel a, de gesplitste rechtspersoon dan wel de aandeelhouder van de gesplitste rechtspersoon binnen drie jaren na de splitsing het bij of in verband met de splitsing verkregen belang niet meer geheel houdt; of b. ter zake van een splitsing als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, de aandeelhouder van de gesplitste rechtspersoon binnen drie jaren na de splitsing niet meer het gehele belang in de verkrijgende rechtspersoon houdt. 4 artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet De belasting die door toepassing vanniet is geheven ter zake van een splitsing als bedoeld in het eerste lid is alsnog verschuldigd door die verkrijger die de van de gesplitste rechtspersoon verkregen onderneming of een zelfstandig onderdeel daarvan niet gedurende een periode van ten minste drie jaren na de splitsing geheel voortzet. 5 Het derde lid blijft buiten toepassing: a. artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet artikel 5b, vijfde lid in geval van vervreemding van het belang, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, of het gehele of een gedeelte van het belang, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, in het kader van een fusie, splitsing of interne reorganisatie of een geruisloze terugkeer waarop de vrijstelling, bedoeld in, onderscheidenlijk artikel 15, eerste lid, onderdeel f, onder 2°, van de wet, van toepassing is en van toepassing blijft gedurende de resterende periode, bedoeld in het derde lid, en waarbij in overeenstemming met artikel 15, negende lid, van de wet aangifte is gedaan, behoudens de situatie dat, wordt toegepast; dan wel b. indien ten minste 75 percent van de aandelen van de rechtspersoon die wegens splitsing aandelen heeft toegekend, wordt verkregen door een andere rechtspersoon tegen toekenning van een door eigen aandelen vertegenwoordigd soortgelijk belang. 6 Voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel b, wordt onder toekenning van aandelen mede begrepen het geval waarin naast de toekenning van aandelen tevens een bedrag in geld wordt betaald van ten hoogste 10 percent van de nominale waarde van de toegekende aandelen. 7 Het vijfde lid is slechts van toepassing indien: a. het in het kader van een opvolgende rechtshandeling als bedoeld in het vijfde lid toegekende belang in de plaats komt van het belang, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, en ook de resterende periode in de plaats van dat belang wordt gehouden; of b. het belang, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, de resterende periode wordt gehouden door de opvolgende verkrijger. 8 artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, van de wet Het vierde lid blijft buiten toepassing ingeval de onderneming of een zelfstandig onderdeel daarvan wordt vervreemd in het kader van een opvolgende vrijgestelde rechtshandeling als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, of een inbreng als bedoeld inen deze onderneming of een zelfstandig onderdeel daarvan voor de resterende periode wordt voortgezet door de opvolgende verkrijger. In geval van een inbreng als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, van de wet is de eerste zin slechts van toepassing indien het door de inbrengende rechtspersoon ter zake van die inbreng in de vennootschap verkregen belang soortgelijk is aan het belang dat de aandeelhouders in de inbrengende rechtspersoon hebben en dat soortgelijke belang gedurende de resterende periode wordt gehouden door de inbrengende rechtspersoon. 9 Het vijfde tot en met het achtste lid blijven buiten toepassing ingeval de daar bedoelde rechtshandelingen in samenhang met de splitsing, bedoeld in het eerste of tweede lid, in overwegende mate gericht zijn op het ontgaan van belastingheffing. 10 artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de wet De inbedoelde vrijstelling wegens splitsing is eveneens van toepassing op een uit de splitsing voortvloeiende verkrijging van aandelen in een verkrijgende rechtspersoon of een groepsmaatschappij daarvan, welke rechtspersoon of groepsmaatschappij kwalificeert als een rechtspersoon als bedoeld invoor zover de in het kader van de splitsing verkregen onroerende zaak door de verkregen aandelen wordt vertegenwoordigd en de in artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet bedoelde vrijstelling in samenhang met dit artikel op de verkrijging van deze onroerende zaak van toepassing is. 11 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder rechtspersoon verstaan de naamloze vennootschap, de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, de vereniging, de coöperatie alsmede de onderlinge waarborgmaatschappij, mits deze een in aandelen verdeeld kapitaal hebben. Onder rechtspersoon wordt mede verstaan het lichaam dat naar het recht van een andere staat is opgericht en naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een rechtspersoon als bedoeld in dit lid. 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 01-07-2025
Artikel 5d — Artikel 5d#
Artikel 5d 1 artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet artikel 6.33, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 De inbedoelde vrijstelling is op een verkrijging door een vereniging als bedoeld inof een algemeen nut beogende instelling van toepassing: a. bij een juridische fusie tussen twee of meer van deze verenigingen of instellingen, indien in het kader daarvan alle activa en passiva van één of meer van de verdwijnende verenigingen of instellingen onder algemene titel overgaan op de verkrijgende vereniging of instelling of op een in het kader van de fusie nieuw opgerichte dergelijke vereniging of instelling, mits bij de overgang commerciële factoren geen rol spelen; b. bij een taakoverdracht tussen twee of meer van deze verenigingen of instellingen, indien in het kader daarvan alle activa en passiva die betrekking hebben op de overgedragen taak aan de verkrijgende vereniging of instelling worden overgedragen, mits bij de overdracht commerciële factoren geen rol spelen. 2 De vrijstelling is niet van toepassing op de verkrijging indien de overdracht uitsluitend de exploitatie van onroerende zaken inhoudt of de afzonderlijke overdracht van onroerende zaken betreft of als de onroerende zaken niet worden aangewend voor de overgedragen taak. 3 artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet artikel 6.33, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 De belasting die door toepassing vanniet is geheven, is alsnog verschuldigd indien de verkrijgende vereniging of instelling binnen drie jaren na de fusie of taakoverdracht niet meer bestaat of niet meer aangemerkt wordt als een vereniging als bedoeld inof een algemeen nut beogende instelling. 4 artikel 6.33, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Het derde lid blijft buiten toepassing indien een verkrijgende vereniging of instelling niet langer als vereniging als bedoeld inof een algemeen nut beogende instelling wordt aangemerkt als gevolg van een juridische fusie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of als gevolg van een taakoverdracht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor zover de belasting betrekking heeft op onroerende zaken die in het kader van deze juridische fusie zijn overgegaan of in het kader van deze taakoverdracht zijn overgedragen. 5 Van commerciële factoren als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is geen sprake indien: a. voor de activa en passiva die betrekking hebben op de overgedragen taak geen koopsom of andere prestatie wordt bedongen; of b. van overheidswege een overnamesom dient te worden bedongen tot een voorgeschreven waarde van de overgedragen activa, waarbij de totale waarde van de overgedragen passiva en een aanvullende koopsom of andere prestatie niet hoger is dan de waarde van die overnamesom. 2021 357 16-07-2021 07-07-2021 2021 357 16-07-2021 07-07-2021 17-07-2021 01-10-2020
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 15, eerste lid, onderdeel p, onder 4°, van de wet artikel 9, eerste lid, van de wet artikel 11 van de wet Onder waarde als bedoeld in, wordt verstaan de waarde, bedoeld in, onder toepassing van. 2 artikel 15, eerste lid, onderdeel p, onder 4°, van de wet Onder het totaal van de waarde van de woning of rechten waaraan deze is onderworpen en tot die woning behorende aanhorigheden als bedoeld inwordt verstaan de som van de waarde van de huidige verkrijging en de waarde van eventuele eerdere verkrijgingen die plaatsvonden in de voorafgaande twaalf maanden en betrekking hebben op dezelfde woning of rechten waaraan deze is onderworpen of een aanhorigheid bij die woning, door dezelfde persoon. 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023 01-04-2022
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a artikel 15, eerste lid, onderdeel s, van de wet artikel 1, onderdelen b en d, van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 Onder natuurgrond als bedoeld in, wordt verstaan grond bezet met houtopstanden en natuurterreinen als bedoeld in. 2020 331 11-09-2020 31-08-2020 2020 538 22-12-2020 15-12-2020 01-01-2021
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 4, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet Stb. Met betrekking tot de belasting ter zake van een verkrijging van andere goederen dan bedoeld in, waarvan een onderhandse akte is opgemaakt op de voet van artikel II van de wet van 28 juni 1956 (376), wordt aangifte gedaan door het aanbieden van die akte ter registratie. Het verschuldigde bedrag aan overdrachtsbelasting wordt vermeld in een aan de voet van de akte gestelde, door de verkrijger of namens deze door de persoon die de akte heeft opgesteld, ondertekende verklaring. Voor zover in de akte niet alle gegevens voorkomen waarvan kennisneming van belang kan zijn voor de heffing van de belasting, dienen deze te worden opgenomen in die verklaring. 2 Ten aanzien van de inhoud van de akte, voor zover deze van belang is voor de heffing van de belasting, en de in het eerste lid bedoelde verklaring, zijn de wettelijke bepalingen met betrekking tot de aangifte van overeenkomstige toepassing als vormden die akte en verklaring te zamen de door de verkrijger gedane aangifte. 3 De persoon die de in het eerste lid bedoelde akte heeft opgesteld, is hoofdelijk aansprakelijk voor de belasting welke is verschuldigd wegens de verkrijging waarvan de akte is opgemaakt, zulks tot het bedrag dat ingevolge de inhoud van die akte is verschuldigd. 2000 600 27-12-2000 19-12-2000 2000 600 27-12-2000 19-12-2000 28-12-2000 De artikelen 4, 5 werken terug tot en met 28 februari 2000.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 1990 333 21-06-1990 1990 333 21-06-1990 01-07-1990
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1995 589 07-12-1995 06-12-1995 1995 588 07-12-1995 06-12-1995 24334 08-12-1995
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 Het verzoek om een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger bevat de volgende gegevens: a. naam, adres en woon- of vestigingsplaats van de verzoeker; b. het beoogde tijdstip van aanvang van het fiscaal vertegenwoordigerschap; en c. naam, adres en woon- of vestigingsplaats van de verzekeraar die niet in Nederland woont of is gevestigd. 2 Een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger wordt slechts verleend indien de verzoeker: a. in Nederland woont of is gevestigd; b. in de afgelopen vijf jaren niet wegens overtreding van de wettelijke bepalingen inzake rijksbelastingen onherroepelijk is veroordeeld; en c. naar het oordeel van de inspecteur voldoende solvabel is. 3 De verlening van een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger is tevens gebonden aan de voorwaarde dat de verzoeker optreedt voor alle verzekeringen waarvoor assurantiebelasting is verschuldigd van de verzekeraar die niet in Nederland woont of is gevestigd. 4 De inspecteur kan de vergunning intrekken of wijzigen: a. op verzoek van de fiscaal vertegenwoordiger met schriftelijke instemming van de verzekeraar die niet in Nederland woont of is gevestigd; b. op verzoek van de verzekeraar die niet in Nederland woont of is gevestigd; of c. indien de fiscaal vertegenwoordiger niet meer voldoet aan de voorwaarden waaronder de vergunning is verleend. 5 De verzekeraar die niet in Nederland woont of is gevestigd wordt van de intrekking of wijziging van de vergunning in kennis gesteld, alsmede van de gronden waarop deze berust. 1995 589 07-12-1995 06-12-1995 1995 588 07-12-1995 06-12-1995 24334 08-12-1995
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2005 688 27-12-2005 15-12-2005 2005 688 27-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1990 27 09-01-1990 1990 26 28-12-1989 21031 01-03-1989
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 1990 27 09-01-1990 1990 26 28-12-1989 21031 01-03-1989
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 1990 27 09-01-1990 1990 26 28-12-1989 21031 01-03-1989
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2005 688 27-12-2005 15-12-2005 2005 688 27-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1976 96 25-02-1976 1976 96 25-02-1976 29-03-1976
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2005 688 27-12-2005 15-12-2005 2005 688 27-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1990 335 21-06-1990 1990 335 21-06-1990 01-07-1990
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 1990 335 21-06-1990 1990 335 21-06-1990 01-07-1990
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1972. 2 Dit besluit kan worden aangehaald als Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer. 1971 764 20-12-1971 1971 764 20-12-1971 01-01-1972