Besluit van 19 juli 1974, houdende vaststelling van een regeling betreffende verlening aan gewezen rijkspersoneel van een aanvulling op arbeidsongeschiktheidsuitkering bij onvrijwillige werkloosheid
- BWB-id
- BWBR0002931
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2006-01-01 t/m 2013-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002931
- ELI
- /eli/nl/amvb/1974/besluit-aanvulling-arbeidsongeschiktheidsuitkering
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1974/besluit-aanvulling-arbeidsongeschiktheidsuitkering/2006-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002931&g=2006-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002931&z=2026-06-06&g=2006-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002931/2006-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1974/besluit-aanvulling-arbeidsongeschiktheidsuitkering
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. wachtgeld: elke uitkering ter zake van onvrijwillige werkloosheid; c. arbeidsongeschiktheidsuitkering: elke uitkering ter zake van arbeidsongeschiktheid; d. invaliditeitspensioen: invaliditeitspensioen krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet; e. betrokkene: 1. Algemeen Rijksambtenarenreglement hoofdstuk VI de gewezen ambtenaar in de zin van het, met uitzondering van hem op wievan dat reglement niet van toepassing was, aan wie wegens blijvende ongeschiktheid voor het vervullen van zijn betrekking ontslag is verleend met dadelijk ingaand recht op invaliditeitspensioen; 2. Algemeen Rijksambtenarenreglement artikel 42 Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering de gewezen ambtenaar in de zin van het, die op grond vanvan dat reglement aanspraak heeft op een uitkering overeenkomstig de normen van deen aan het hem verleende ontslag geen aanspraak op wachtgeld kon ontlenen; 3. de gewezen burgemeester, aan wie wegens blijvende ongeschiktheid voor het vervullen van zijn ambt ontslag is verleend met dadelijk ingaand recht op invaliditeitspensioen; 4. artikel 42 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering de gewezen burgemeester, die op grond van het Rechtspositiebesluit burgemeesters op de voet vanaanspraak heeft op een uitkering overeenkomstig de normen van deen aan het hem verleende ontslag geen aanspraak op wachtgeld kon ontlenen. 2002 433 27-08-2002 24-07-2002 2002 433 27-08-2002 24-07-2002 28-08-2002 [De wijzigingen zijn al abusievelijk doorgevoerd bij Stcrt. 2002/23.]
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Een betrokkene heeft, indien hij onvrijwillig werkloos is, met ingang van de dag waarop het recht op invaliditeitspensioen, onderscheidenlijk het recht op uitkering overeenkomstig de normen van deingaat, recht op een uitkering. 2 Voor de toepassing van het besluit wordt geen onvrijwillige werkloosheid aangenomen, indien betrokkene werkzaam blijft in een gelijktijdig vervulde volledige of als volledig aan te merken betrekking. 3 Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen In afwijking van het eerste lid heeft een betrokkene geen recht op een uitkering indien zijn invaliditeitspensioen of uitkering overeenkomstig de normen van deis gebaseerd op de bepalingen van de Algemene burgerlijke pensioenwet of dezoals deze zijn komen te luiden na de inwerkingtreding van de. 1993 683 16-12-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De duur van de uitkering bedraagt zes maanden. 1974 480 19-07-1974 1974 480 19-07-1974 01-09-1974
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De uitvoering van dit besluit wordt opgeschort: a. gedurende de tijd, waarin de betrokkene aanspraak heeft op zijn laatstelijk genoten bezoldiging of loon; b. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering indien en zolang de betrokkene aanspraak heeft op een invaliditeitspensioen, onderscheidenlijk een uitkering overeenkomstig de normen van de, berekend naar een algemene invaliditeit van 80% of hoger; c. met ingang van de dag, waarop de onvrijwillige werkloosheid eindigt. 2 c De uitvoering van dit besluit wordt in het geval, bedoeld in het vorige lid, onder, onverminderd het overigens in dit besluit bepaalde, hervat bij opnieuw intredende onvrijwillige werkloosheid binnen 12 maanden na het tijdstip van ingang van het recht op uitkering krachtens dit besluit. 1993 683 16-12-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Het recht op uitkering vervalt: a. met ingang van de eerste dag van de maand, waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt; b. met ingang van de dag waarop de betrokkene door eigen schuld of toedoen niet als onvrijwillig werkloos kan worden aangemerkt; c. met ingang van de dag, waarop vaststaat dat de betrokkene, wegens het aanvaard hebben van een nieuwe betrekking bij arbeidsongeschiktheid aanspraak zal kunnen maken op arbeidsongeschiktheidsuitkering; d. met ingang van de dag, waarop vaststaat dat de betrokkene, wegens het aanvaard hebben van een nieuwe betrekking bij onvrijwillige werkloosheid aanspraak zal kunnen maken op wachtgeld. 1993 683 16-12-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering De uitkering bedraagt het verschil tussen het bedrag dat aan invaliditeitspensioen, onderscheidenlijk aan uitkering overeenkomstig de normen van dewordt ontvangen dan wel kan worden ontvangen, en het bedrag dat bij een algemene invaliditeit van 80% of hoger aan invaliditeitspensioen, inbegrepen een daarop te verlenen aanvulling, onderscheidenlijk uitkering zou zijn ontvangen. 2 artikel 45 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Onder het bedrag dat aan invaliditeitspensioen wordt ontvangen worden mede begrepen het bedrag, dat ingevolge de Algemene burgerlijke pensioenwet als aanvulling op dat pensioen wordt ontvangen en het bedrag aan uitkering op grond dan wel op de voet van. 3 Wet financiering sociale verzekeringen Indien ter zake van de uitkering premie ingevolge dewordt geheven, wordt de uitkering verhoogd met 7,1% van het bedrag der uitkering, waarover die premie wordt geheven. 2005 628 13-12-2005 05-12-2005 2005 628 13-12-2005 05-12-2005 01-01-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Een uitkering op de voet van dit besluit wordt niet aangemerkt als wachtgeld in de zin van de Algemene burgerlijke pensioenwet. 2002 433 27-08-2002 24-07-2002 2002 433 27-08-2002 24-07-2002 28-08-2002 [De wijziging kan niet doorgevoerd.]
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Bij overlijden van een betrokkene die op het tijdstip van overlijden een uitkering krachtens dit besluit genoot wordt een op basis van het bedrag van de uitkering op dat tijdstip berekende smartegelduitkering verleend: a. ter grootte van tweemaal de maandelijkse uitkering aan de weduwe of weduwnaar van betrokkene van wie hij niet duurzaam gescheiden leefde, indien de overledene een invaliditeitspensioen had; onder weduwe of weduwnaar wordt mede begrepen de nabestaande levenspartner met wie de niet-gehuwde betrokkene samenwoonde en - met het oogmerk duurzaam samen te leven - een gemeenschappelijke huishouding voerde op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding; tegelijkertijd kan slechts één persoon als levenspartner worden aangemerkt; Onze Minister kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt van het bestaan van dat samenlevingscontract; bij ontstentenis van een weduwe of weduwnaar van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen van de overledene, of minderjarige kinderen waarover de overledene ten tijde van het overlijden de pleegouderlijke zorg droeg; onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind, als ware het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor; ontbreken ook zodanige kinderen, dan geschiedt de hierbedoelde uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de inkomsten van de overledene; b. Algemeen Rijksambtenarenreglement Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering op de voet van het bepaalde omtrent smartegelduitkeringen in het, onderscheidenlijk in het Arbeidsovereenkomstenbesluit, bij overlijden van een rechthebbende op een uitkering overeenkomstig de normen van de, indien de overledene een zodanige uitkering genoot. 1993 683 16-12-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De bepalingen van dit besluit en de krachtens dit besluit gestelde regelen zijn voor zoveel mogelijk van toepassing ten aanzien van: met dien verstande, dat de duur van de uitkering van de in dit artikel bedoelde betrokkene wordt verminderd met de duur van het tijdvak, waarin recht bestond op wachtgeld. a. Rijkswachtgeldbesluit 1959 Uitkeringsregeling 1966 de gewezen ambtenaar en de gewezen werknemer in de zin van dit besluit die ter zake van zijn ontslag recht heeft op wachtgeld krachtens hetof deen wiens recht op wachtgeld eindigt wegens het ontstaan van recht op invaliditeitspensioen wegens blijvende ongeschiktheid voor het vervullen van de betrekking, waaruit hij met recht op wachtgeld is ontslagen; b. de gewezen ambtenaar en de gewezen arbeidscontractant in de zin van dit besluit, die als herplaatsbaar verklaarde ambtenaar in de zin van de Algemene burgerlijke pensioenwet ter zake van zijn ontslag recht heeft op herplaatsingswachtgeld en wiens invaliditeitspensioen ingaat binnen 6 maanden na het hem verleende ontslag; 1993 683 16-12-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Uitkeringen krachtens dit besluit worden door Onze Minister toegekend op daartoe door of namens de betrokkene ingediend verzoek. 2 De rechthebbende op een uitkering is verplicht alle gegevens te verschaffen die voor de uitvoering van dit besluit door Onze Minister noodzakelijk worden geacht en is voorts verplicht zich te gedragen naar door Onze Minister gegeven voorschriften. 1993 683 16-12-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Onze Minister kan regelen stellen ter voorkoming of beperking van samenloop van uitkeringen krachtens dit besluit, alsmede van uitkering krachtens dit besluit met andere uitkeringen. 1974 480 19-07-1974 1974 480 19-07-1974 01-09-1974
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 e artikel 1, onder, onderdelen 3 en 4 Een betrokkene als bedoeld in, die bezwaar heeft tegen een beslissing welke te zijnen aanzien ter uitvoering van dit besluit is genomen, kan tegen die beslissing bezwaar maken. 2 Artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 1993 683 16-12-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Algemeen Rijksambtenarenreglement Voor de toepassing van dit besluit worden onder ambtenaar in de zin van hetmede begrepen leden van het personeel van rijksuniversiteiten, rijkshogescholen en academische ziekenhuizen, wier rechtspositie door de bepalingen van genoemd reglement, onderscheidenlijk genoemd besluit wordt beheerst. 2002 433 27-08-2002 24-07-2002 2002 433 27-08-2002 24-07-2002 28-08-2002 [De wijziging is al abusievelijk doorgevoerd bij Stcrt. 2002/23]
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dit besluit vindt geen toepassing ten aanzien van hen die zijn ontslagen voor het tijdstip van de inwerkingtreding van dit besluit. 1974 480 19-07-1974 1974 480 19-07-1974 01-09-1974
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Dit besluit, dat kan worden aangehaald als "Besluit aanvulling arbeidsongeschiktheidsuitkering" treedt in werking met ingang van 1 september 1974. 1974 480 19-07-1974 1974 480 19-07-1974 01-09-1974