Besluit van 20 mei 1974, houdende regelen omtrent het examen, bedoeld in artikel 60 van de Wet op de Accountants- administratieconsulenten
- BWB-id
- BWBR0002923
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1994-01-01 t/m 2012-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002923
- ELI
- /eli/nl/amvb/1974/examenbesluit-accountants-administratieconsulenten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1974/examenbesluit-accountants-administratieconsulenten/1994-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002923&g=1994-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002923&z=2026-06-06&g=1994-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002923/1994-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1974/examenbesluit-accountants-administratieconsulenten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: examen: Stb. artikel 60 van de Wet op de Accountants-administratieconsulenten examen, bedoeld in(1972, 748); kandidaat: hij of zij die aan het examen deelneemt of wenst deel te nemen. 1974 304 20-05-1974 1974 304 20-05-1974 08-06-1974
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Tot het afleggen van het examen wordt toegelaten degene, die in het bezit is van een van de navolgende diploma's: a. het Staatspraktijkdiploma voor Bedrijfsadministratie (SPD); b. de akte handelswetenschappen MO; c. de akte boekhouden MO; d. e artikel 29, vierde lid, onder, van de Wet op het voortgezet onderwijs Stb. het diploma van een school voor hoger economisch en administratief onderwijs, uitgereikt op grond van de examenregeling krachtens(1967, 387), mits de betrokkene daarbij geëxamineerd is in de vakken bedrijfseconomie (kernvak) en bedrijfsadministratie en voor elk dezer vakken ten minste het cijfer 6 is behaald; e. het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in de economische wetenschappen, te zamen met aanvullende bewijsstukken van met goed gevolg afgelegde tentamens of examens, waarmede toegang wordt verkregen tot de universitaire accountants-studie; f. het diploma van het Nederlands Genootschap van accountants, afgegeven vóór 1 januari 1968. 2 Onze Minister van Economische Zaken kan, in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, andere diploma's aanwijzen waarvan het bezit toegang geeft tot het afleggen van het examen. Zodanige aanwijzing kan voorwaardelijk geschieden. 1993 500 07-09-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het examen bestaat uit: a. een mondeling gedeelte; b. een schriftelijk gedeelte. 2 Het mondeling gedeelte omvat de volgende onderdelen: a. kennis van beroep en functie; b. kennis van het midden- en kleinbedrijf in de onderscheiden sectoren van het maatschappelijk bestel. 3 de volgende onderdelen Het schriftelijk gedeelte omvat: a. b kennis van de hoofdzaken der administratieve organisatie en van de administratieve techniek (waaronder de controlemogelijkheden), in het bijzonder ten aanzien van de in het tweede lid, onder, bedoelde sectoren; b. kennis van de toepassing der fiscale wetgeving; c. kennis van het sociaal recht; d. kennis van het privaatrecht. 4 a artikel 2, eerste lid, onder d c De kandidaat, die in het bezit is van het in, genoemde diploma, is vrijgesteld van het afleggen van het examen voor wat betreft het in het derde lid, onder, bedoelde onderdeel, mits bij het behalen van dat diploma voor het onderdeel "Recht I" (voorheen: Recht en wetgeving) bij het eerste gedeelte van het examen ten minste het cijfer 6 is behaald, alsmede van het afleggen van het examen voor wat betreft het in het derde lid, onder, bedoelde onderdeel, mits eerdergenoemd diploma in 1980 of later is uitgereikt en voor het onderwerp "Sociaal Recht", deel uitmakend van het onderdeel "Recht II" (voorheen: Recht en wetgeving) bij het tweede gedeelte van het examen ten minste het cijfer 6 is behaald. 5 b c artikel 2, eerste lid, onderof d De kandidaat, die in het bezit is van het in, bedoelde diploma is vrijgesteld van het afleggen van het examen voor wat betreft het in het derde lid, onder, bedoelde onderdeel, mits bij het behalen van dat diploma voor bedoeld onderdeel ten minste het cijfer 6 is behaald. 6 d artikel 2, eerste lid, onder c d De kandidaat, die in het bezit is van het in, vermelde diploma, is vrijgesteld van het afleggen van het examen voor wat betreft de in het derde lid, onderen, bedoelde onderdelen, indien hij in de desbetreffende onderdelen is geëxamineerd of onder toezicht van een in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken aangewezen vertrouwensman een slottentamen heeft afgelegd en daarbij ten minste het cijfer 6 heeft behaald. 7 e artikel 2, eerste lid, onder d b De kandidaat, die in het bezit is van het in, vermelde getuigschrift met aanvullende bewijsstukken, is vrijgesteld van het afleggen van het examen voor wat betreft het in het derde lid, onder, bedoelde onderdeel, alsmede van het examen voor wat betreft het in het derde lid, onder, bedoelde onderdeel, mits hij in dat onderdeel met goed gevolg tentamen of examen heeft afgelegd. 8 f artikel 2, eerste lid, onder b De kandidaat, die in het bezit is van het in, vermelde diploma, is vrijgesteld van het afleggen van het examen voor wat betreft het in het eerste lid, onder, bedoelde gedeelte. 9 b De kandidaat, die in het bezit is van het diploma van de Nederlandse Federatie van Belastingconsulenten of van het diploma van de Broederschap van Belastingconsulenten behaald in 1967 of later, is vrijgesteld van het afleggen van het examen voor wat betreft het in het derde lid, onder, bedoelde onderdeel. 10 Onze Minister van Economische Zaken kan, in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, andere diploma's aanwijzen waarvan het bezit recht geeft op vrijstelling van het afleggen van het examen voor wat betreft een of meer van de onderdelen, vermeld in het tweede en derde lid. Zodanige vrijstelling kan voorwaardelijk geschieden. 1993 500 07-09-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3, tweede en derde lid Onze Minister van Economische Zaken stelt, in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, een examenprogramma vast, dat een nadere uitwerking van, bevat. 2 artikelen 5 6 Een wijziging van het programma kan eerst worden aangebracht nadat de in deenbedoelde commissies alsmede de Raad voor Accountants-administratieconsulenten zijn gehoord. 1993 500 07-09-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Er is een examencommissie. Jaarlijks benoemt Onze Minister van Economische Zaken, in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, de Raad voor Accountants-administratieconsulenten gehoord, de leden der commissie en wijst daarbij tevens de voorzitter en de secretaris aan. 2 De examencommissie kan zich voor het beoordelen van het schriftelijk werk door correctoren, en voor het toezicht tijdens het schriftelijk en het mondeling gedeelte van het examen door surveillanten doen bijstaan. 1974 304 20-05-1974 1974 304 20-05-1974 08-06-1974
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De examencommissie wordt bijgestaan door een door Onze Minister van Economische Zaken te benoemen commissie van advies, bestaande uit drie leden, van wie ieder jaar één lid aftreedt, dat slechts eenmaal herbenoembaar is. 2 De leden der commissie van advies zijn bevoegd alle vergaderingen van de examencommissie bij te wonen. Zij hebben in deze vergaderingen een adviserende stem. 3 De commissie van advies brengt van haar bevindingen verslag uit aan Onze Minister van Economische Zaken. 1974 304 20-05-1974 1974 304 20-05-1974 08-06-1974
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De leden van de examencommissie en die van de commissie van advies, de correctoren en de surveillanten genieten uit 's Rijks kas vergoeding van reis- en verblijfkosten alsmede vacatiegelden. 2 De leden van de examencommissie en de correctoren genieten voor het door hen verrichte correctiewerk uit 's Rijks kas een vergoeding behoudens voor zover deze werkzaamheden reeds uit hoofde van het eerste lid gehonoreerd zijn. 1974 304 20-05-1974 1974 304 20-05-1974 08-06-1974
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 5 De kandidaat is verplicht zich op verzoek van een van de inbedoelde leden van de examencommissie of surveillanten te legitimeren door het overleggen van een identiteitsbewijs, voorzien van een gewaarmerkt fotografisch portret. 1974 304 20-05-1974 1974 304 20-05-1974 08-06-1974
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Indien een kandidaat zich ten aanzien van het examen aan enig bedrog heeft schuldig gemaakt en dit voor of tijdens het examen wordt ontdekt, ontzegt de voorzitter van de examencommissie hem de deelneming of de verdere deelneming aan het examen. 2 Indien een kandidaat in enig opzicht in strijd heeft gehandeld met de door of namens de voorzitter van de examencommissie gegeven aanwijzingen betreffende de gang van zaken bij het examen en deze onregelmatigheid voor of tijdens het examen wordt ontdekt kan de voorzitter hem de deelneming of de verdere deelneming aan het examen ontzeggen. 3 Indien de ontdekking van het bedrog eerst na afloop van het examen plaatsvindt, worden aan de kandidaat die zich hieraan schuldig heeft gemaakt, geen diploma en geen cijferlijst uitgereikt. Indien de ontdekking van de onregelmatigheid eerst na afloop van het examen plaatsvindt kan de voorzitter van de examencommissie beslissen, dat aan de kandidaat die zich hieraan heeft schuldig gemaakt, geen diploma en geen cijferlijst worden uitgereikt. 4 Een beschikking van de voorzitter van de examencommissie als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, wordt neergelegd in een door hem gedagtekende en ondertekende verklaring. 5 De voorzitter van de examencommissie maakt van een ingevolge dit artikel gegeven beschikking en van de feiten waarop deze steunt onverwijld een rapport op. Hij zendt van dit rapport terstond twee afschriften aan Onze Minister van Economische Zaken. 6 De kandidaat kan tegen de beschikking van de voorzitter van de examencommissie beroep instellen bij Onze Minister van Economische Zaken. 7 Onze Minister van Economische Zaken stelt een onderzoek in en stelt zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen af te leggen in de vakken waarvan hij de zittingen niet heeft meegemaakt. 1993 500 07-09-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Onze Minister van Economische Zaken stelt, in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, nadere regelen vast omtrent de inrichting van het examen alsmede regelen omtrent de beoordeling der kandidaten. 1993 500 07-09-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Dit besluit kan worden aangehaald als: Examenbesluit accountants-administratieconsulenten. 2 Staatsblad Het treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het, waarin het wordt geplaatst. 1974 304 20-05-1974 1974 304 20-05-1974 08-06-1974