Besluit van 18 oktober 1976, houdende regelen met betrekking tot registratie van de toediening van Opiumwetmiddelen
- BWB-id
- BWBR0003061
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 1998-06-19 t/m 2003-03-16
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003061
- ELI
- /eli/nl/amvb/1976/besluit-registratie-toediening-opiumwetmiddelen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1976/besluit-registratie-toediening-opiumwetmiddelen/1998-06-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003061&g=1998-06-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003061&z=2026-06-06&g=1998-06-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003061/1998-06-19
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1976/besluit-registratie-toediening-opiumwetmiddelen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 2, eerste lid, van de Opiumwet Dit besluit is van toepassing op middelen ten aanzien waarvan de ingestelde verboden gelden. 1976 510 18-10-1976 1976 499 01-10-1976 01-11-1976
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Een arts die naar het gemeenschappelijk oordeel van de regionale geneeskundige inspecteur van de volksgezondheid en de regionale inspecteur van de volksgezondheid voor de geneesmiddelen niet voldoende aantoont dat hij middelen in de bevonden hoeveelheid tot uitoefening van de geneeskunst behoefde, is verplicht, na een daartoe strekkende gemeenschappelijke schriftelijke aanwijzing van de geneeskundige hoofdinspecteur van de volksgezondheid en de hoofdinspecteur van de volksgezondheid voor de geneesmiddelen, elke toediening in een uitsluitend daartoe bestemd register, ingericht en bijgehouden ten genoegen van voornoemde regionale inspecteurs, in te schrijven, onder vermelding van: a. de naam en de hoeveelheid van het toegediende middel; b. de naam en voorletters, alsmede het volledige adres van de persoon aan wie het middel is toegediend; c. de datum van toediening. 2 Een in het eerste lid bedoelde gemeenschappelijke aanwijzing geldt voor ten hoogste drie jaar; zij wordt door beide hoofdinspecteurs ondertekend en per aangetekende brief ter kennis van de arts gebracht en vermeldt de termijn waarvoor zij geldt. 3 De arts is verplicht het in het eerste lid bedoelde register aan de in dat lid genoemde regionale inspecteurs op hun verzoek ter inzage over te leggen. 1998 340 18-06-1998 28-05-1998 1998 340 18-06-1998 28-05-1998 19-06-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Stb. Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 23 juni 1976 (424) in werking treedt. 1976 510 18-10-1976 1976 499 01-10-1976 01-11-1976