Besluit van 22 april 1976, tot uitvoering van artikel 73 van de Wet op de rechterlijke organisatie
- BWB-id
- BWBR0003030
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-05-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003030
- ELI
- /eli/nl/amvb/1976/reglement-voor-de-bijzondere-kamer-bij-het-gerechtshof-arnhe
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1976/reglement-voor-de-bijzondere-kamer-bij-het-gerechtshof-arnhe/2025-05-27
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003030&g=2025-05-27
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003030&z=2026-06-06&g=2025-05-27
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003030/2025-05-27
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1976/reglement-voor-de-bijzondere-kamer-bij-het-gerechtshof-arnhe
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: artikel 67, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie bijzondere kamer: de bijzondere kamer bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, bedoeld in; raden: de niet tot de rechterlijke macht behorende personen die als deskundige leden deel uitmaken van de bijzondere kamer; plaatsvervangende raden: de voor de raden benoemde plaatsvervangers. 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 01-01-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikelen 67, vijfde en zesde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie 79, vierde lid, van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 5a van de Wet ambtenaren defensie Dit besluit berust op de,en. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De rang van benoeming der raden, onderscheidenlijk der plaatsvervangende raden van de bijzondere kamer, wordt geregeld naar de dag waarop het besluit van een eerste benoeming door Ons is getekend. 2 De rang van benoeming van verschillende op éénzelfde dag benoemde raden of plaatsvervangende raden wordt, indien hun benoeming bij hetzelfde besluit plaatsvindt, bepaald door de volgorde hunner namen, en, indien zij bij verschillende besluiten benoemd zijn, door de volgorde dezer besluiten. De griffier van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden houdt een lijst waarop de namen van de raden en de plaatsvervangende raden in de bijzondere kamer geplaatst worden met vermelding van ieders rang van benoeming. 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 01-01-2013
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 67, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie De deskundige leden, bedoeld in, leggen de eed of belofte af ten overstaan van een enkelvoudige of meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De eed of belofte, bedoeld in de eerste volzin, wordt afgenomen op requisitoir van het openbaar ministerie. 2 artikel 67, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie Het formulier, bedoeld in, wordt na het afleggen van de eed of belofte ondertekend door het deskundig lid en door de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die zitting heeft in de in het eerste lid bedoelde enkelvoudige kamer dan wel voorzitter is van de in het eerste lid bedoelde meervoudige kamer. 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 01-01-2013
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het bestuur van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden houdt een register bij, waarin de koninklijke besluiten betreffende de benoeming van de daar beëdigde raden en plaatsvervangende raden en de formulieren betreffende de afgelegde eed of belofte worden bewaard. 2 Een uittreksel uit dat register, inclusief het formulier betreffende de eed of belofte, wordt aan de raden en plaatsvervangende raden uitgereikt. 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 01-01-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 4 De installatie van de raden en plaatsvervangende raden in de bijzondere kamer geschiedt door middel van het op de terechtzitting voorlezen van het formulier, bedoeld in. 2007 210 14-06-2007 04-06-2007 2007 210 14-06-2007 04-06-2007 01-07-2007
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikelen 4 tot en met 6 artikel 55a, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie artikel 70, tweede lid, van diezelfde wet artikel 54, derde lid, van diezelfde wet Dezijn van overeenkomstige toepassing op de beëdiging van een deskundig lid als bedoeld in, deskundige leden als bedoeld in, en een militair lid als bedoeld in, met dien verstande dat in plaats van «gerechtshof Arnhem-Leeuwarden» wordt gelezen: rechtbank Den Haag, gerechtshof Den Haag onderscheidenlijk rechtbank Den Haag. 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 01-01-2013
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 1992 330 24-06-1992 1992 330 24-06-1992 01-07-1992
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1992 330 24-06-1992 1992 330 24-06-1992 01-07-1992
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De raden en plaatsvervangende raden, die door de bijzondere kamer met een opdracht zijn belast, zorgen dat zij de daaruit voortvloeiende werkzaamheden op zodanige tijd verrichten, dat daardoor in de zittingen van de kamer geen verhindering of vertraging wordt veroorzaakt. 1976 227 22-04-1976 1976 227 22-04-1976 01-05-1976
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De griffie is gehouden de raden en plaatsvervangende raden bij te staan in de gevallen waarin dat is vereist. 1976 227 22-04-1976 1976 227 22-04-1976 01-05-1976
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De raden en de plaatsvervangende raden ontvangen van de griffier de nodige kennisgeving van de terechtzittingen en andere bijeenkomsten, waarbij zij tegenwoordig moeten zijn. 1976 227 22-04-1976 1976 227 22-04-1976 01-05-1976
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Aan de raden en de plaatsvervangende raden wordt een vergoeding toegekend met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de raadsheren-plaatsvervangers. 2 per 27 mei 2025 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025: € 1.370 Aan de raden en plaatsvervangende raden van de bijzondere kamer wordt, in afwijking van de regels die gelden voor de raadsheren-plaatsvervangers, een vergoeding toegekend ten bedrage van € 1.000per zittingsdag. 3 Bij regeling van Onze Minister kan de in het tweede lid genoemde vergoeding jaarlijks met ingang van 1 januari worden aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex. Daarbij worden de bedragen rekenkundig afgerond op hele euro’s. 2025 17812 26-05-2025 15-05-2025 633938 2025 17812 26-05-2025 15-05-2025 633938 27-05-2025 01-01-2025
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De raden en plaatsvervangende raden genieten, zowel voor het bijwonen van de bijeenkomsten van de bijzondere kamer als voor het volbrengen van verrichtingen welke hun door de bijzondere kamer worden opgedragen, reis- en verblijfkosten overeenkomstig hetgeen daarover is bepaald in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. 2 Reis- en verblijfkosten worden hun overeenkomstig het vorige lid eveneens vergoed ter gelegenheid van hun beëdiging en installatie. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie worden maandelijks ingezonden: a. artikel 13 de declaraties wegens vergoedingen, bedoeld in; b. artikel 14 de declaraties wegens reis- en verblijfkosten, bedoeld in. 2 a De in het eerste lid ondergenoemde declaraties vermelden de dagen waarop de bijeenkomsten zijn bijgewoond en bevatten een verklaring van de voorzitter der bijzondere kamer dat de declarant de opgegeven bijeenkomsten heeft bijgewoond. 3 b De in het eerste lid ondergenoemde declaraties worden voorzien van een verklaring van de voorzitter van de bijzondere kamer, dat de gemaakte reizen noodzakelijk waren voor het bijwonen van bijeenkomsten van de bijzondere kamer, voor het volbrengen van de door haar opgedragen verrichtingen of voor de installatie van de declarant, dan wel, dan wel voor het afleggen van de eed of belofte. 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 01-01-2013
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Dit besluit kan worden aangehaald als: Reglement voor de bijzondere kamer bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. 2 Het treedt in werking met ingang van 1 mei 1976. 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 01-01-2013