Besluit van 18 april 1980, houdende regelen omtrent hoeveelheidsaanduiding van produkten
- BWB-id
- BWBR0003310
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2012-03-21 t/m 2014-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003310
- ELI
- /eli/nl/amvb/1980/hoeveelheidsaanduidingenbesluit-warenwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1980/hoeveelheidsaanduidingenbesluit-warenwet/2012-03-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003310&g=2012-03-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003310&z=2026-06-06&g=2012-03-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003310/2012-03-21
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1980/hoeveelheidsaanduidingenbesluit-warenwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: EEG-teken: de kleine letter e, zoals weergegeven in bijlage I van dit besluit; produkt: een waar of enig ander voor de handel bestemd of in de handel gebracht artikel, dat een roerende lichamelijke zaak is; vloeibaar produkt: vast produkt: een produkt dat niet een vloeibaar produkt is; in serie voorverpakt produkt: een produkt, dat zich bevindt in een verpakking, waarin het - alvorens in die verpakking in de handel te worden of te zijn gebracht - is aangebracht: serievoorverpakking: de zelfstandigheid, bestaande uit een in serie voorverpakt produkt en zijn verpakking; e-voorverpakking: een serievoorverpakking, waarop het EEG-teken in samenhang met een aanduiding van de hoeveelheid van een produkt, dat van die serievoorverpakking deel uitmaakt, wordt gebezigd; vervaardiger van serievoorverpakkingen: degene, die in de uitoefening van een bedrijf door het afvullen of doen afvullen van verpakkingen serievoorverpakkingen vervaardigt en in de handel brengt of beoogt te brengen; vuller van serievoorverpakkingen: degene, die in de uitoefening van een bedrijf, in opdracht van een vervaardiger van serievoorverpakkingen, verpakkingen afvult met een bepaald produkt naar een vooraf gekozen waarde; importeur van serievoorverpakkingen: degene, die in de uitoefening van een bedrijf serievoorverpakkingen, nadat zij in Nederland zijn ingevoerd, in de handel brengt of beoogt te brengen; EEG-gebied: het gebied, waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap van toepassing is; EER-gebied: de gebieden waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden en voorts de grondgebieden van de Republiek Finland, met inachtneming van het tweede lid van artikel 126 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Oostenrijk en het Koninkrijk Zweden; derde land: een land buiten het EEG-gebied en het EER-gebied; nominale hoeveelheid van een serievoorverpakking: de hoeveelheid van een in serie voorverpakt produkt, die een serievoorverpakking blijkens een met betrekking tot die voorverpakking gebezigde hoeveelheidsaanduiding wordt geacht te bevatten; werkelijke inhoud van een serievoorverpakking: de werkelijke hoeveelheid van een in serie voorverpakt produkt, aanwezig in een serievoorverpakking en - voor zover de nominale hoeveelheid van die serievoorverpakking in een meeteenheid van volume is uitgedrukt - bepaald bij de temperatuur waarbij het produkt ten verkoop voorhanden pleegt te worden gehouden, indien het betreft een in diepgevroren of bevroren toestand verkerend produkt, dan wel bepaald bij een temperatuur van 20°C, indien het betreft een in een andere toestand verkerend produkt; fout in minus van een serievoorverpakking: de hoeveelheid die de werkelijke inhoud van een serievoorverpakking kleiner is dan de nominale hoeveelheid van die voorverpakking; EEG-tapmaatfles: richtlijn 75/107/EEG een tapmaatfles als bedoeld in artikel 1 vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1974 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake flessen gebruikt als tapmaat (PbEG L 42) die is voorzien van het EEG-teken, bedoeld in artikel 2 van die richtlijn; voorverpakt produkt: een produkt, dat zich bevindt in een verpakking, bestemd of geschikt om daarin dat produkt aan een eindverbruiker of aan instellingen af te leveren en waarin dat produkt - alvorens in die verpakking in de handel te worden of te zijn gebracht - is aangebracht op zodanige wijze dat de in die verpakking aanwezige hoeveelheid van dat produkt niet kan worden gewijzigd zonder dat die verpakking is geopend of een aantoonbare wijziging in die verpakking is aangebracht; instellingen: restaurants, ziekenhuizen, kantines en andere soortgelijke instellingen; voorverpakking: de zelfstandigheid, bestaande uit een voorverpakt produkt en zijn verpakking; opgietvloeistof: een al dan niet bevroren of diepgevroren vloeistof, voor zover deze slechts van ondergeschikt belang is ten opzichte van de essentiële bestanddelen van de betrokken waar en derhalve niet doorslaggevend is voor de aankoop; keuringsambtenaren: Stb. de ambtenaren, belast met de opsporing van overtredingen van de voorschriften, gesteld bij of krachtens de Warenwet (1935, 793); het hoofd van de bevoegde dienst: Hoofdinspecteur van de divisie Consument en veiligheid van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; metrologische instantie: artikel 1a de krachtensaangewezen rechtspersoon; a. een produkt dat bij een temperatuur van 20°C en bij atmosferische druk vloeibaar of dikvloeibaar is, b. een produkt dat bij een temperatuur van 20°C en bij atmosferische druk bestaat uit een vloeibaar of dikvloeibaar bestanddeel en een of meer daarvan duidelijk te onderscheiden andere bestanddelen en waarbij het volume van het vloeibare bestanddeel ten minste de helft van het volume van het totale produkt is; a. in een hoeveelheid, die met het oog op de verkoop van dat produkt in constante uniforme hoeveelheden is afgestemd op een in volume of in massa uitgedrukte en vooraf gekozen waarde, en b. op zodanige wijze, dat de hoeveelheid van dat produkt niet kan worden gewijzigd zonder dat die verpakking is geopend of een aantoonbare wijziging in die verpakking is aangebracht; 2 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder een serievoorverpakking niet verstaan de zelfstandigheid, bestaande uit een aantal verpakte eenheden van een produkt die ook als afzonderlijke verkoopeenheden aan verbruikers plegen te worden verkocht, en de verpakking waarin die verpakte eenheden zich gezamenlijk bevinden. 3 Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen worden produkten, die van onderling verschillende samenstelling zijn en waarvoor hetzij overeenkomstig daarvoor geldende wettelijke bepalingen een zelfde benaming is gebezigd hetzij - bij ontstentenis van zodanige bepalingen - ingevolge het in Nederland algemeen geldende gebruik een zelfde benaming pleegt te worden gebezigd, aangemerkt als een zelfde produkt. 2012 110 20-03-2012 07-03-2012 2012 110 20-03-2012 07-03-2012 21-03-2012 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Onze Minister van Economische Zaken wijst een rechtspersoon aan die tot taak heeft metrologische onderzoeken te verrichten ten behoeve van de uitvoering van dit besluit. 2006 582 28-11-2006 20-11-2006 2006 583 28-11-2006 20-11-2006 29-11-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het EEG-teken in samenhang met een aanduiding van de hoeveelheid van een verpakt produkt mag uitsluitend worden gebezigd voor een serievoorverpakking, waarvan dat produkt deel uitmaakt en a. artikel 4 a b artikel 3, onderen die bij toepassing vanwordt geacht aan, te voldoen. b. c artikel 3, onder waarvan de fout in minus niet groter is dan ingevolge, is toegelaten, c. artikel 5 ten aanzien waarvan de inbepaalde maatregelen zijn genomen en d. artikelen 6 9 13 ten aanzien waarvan is voldaan aan deen-. 2 a b artikelen 3, onderen a artikel 9, tweede lid, onder artikel 5 artikelen 4, eerste lid 6 Een e-voorverpakking, waarvan het land van herkomst een andere Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap dan wel een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is, wordt aangemerkt als een voorverpakking, die voldoet aan de, en, en ten aanzien waarvan de maatregelen als bedoeld inzijn genomen. Ten aanzien van een zodanige e-voorverpakking gelden de, enniet. 3 a c d artikelen 6 a 9, tweede lid, onder Het eerste lid, onderen, en het in het eerste lid, onder, ten aanzien van deen, bepaalde gelden niet ten aanzien van een e-voorverpakking, die ten verkoop voorhanden wordt gehouden of wordt afgeleverd door degene, aan wie die voorverpakking, voorzien van het EEG-teken, is afgeleverd en die niet is de vervaardiger of de importeur daarvan of de gemachtigde van laatstgenoemde. 1993 776 31-12-1993 24-12-1993 1993 777 31-12-1993 28-12-1993 01-01-1994
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De e-voorverpakkingen, die vervaardigd zijn door eenzelfde vervaardiger, eenzelfde nominale hoeveelheid hebben en waarvan eenzelfde produkt deel uitmaakt, moeten zodanig zijn, dat: a. de werkelijke inhoud van die e-voorverpakkingen gemiddeld niet kleiner is dan de nominale hoeveelheid daarvan, b. bijlage II artikel 4 het aantal e-voorverpakkingen met een fout in minus die groter is dan de toegelaten fout, bepaald invan dit besluit, zodanig is, dat bij statistische controle als inbedoeld het toelaatbare aantal ondeugdelijke e-voorverpakkingen, behorende bij de toegepaste methode van onderzoek, niet wordt overschreden, en c. geen enkele van die e-voorverpakkingen een fout in minus heeft, die groter is dan tweemaal de toegelaten fout als onder b bedoeld. 1980 223 18-04-1980 1980 223 18-04-1980 24-05-1980
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3 artikel 3, onder a en b De e-voorverpakkingen als bedoeld in, behorende tot een overeenkomstig punt 2.1.1. van bijlage III van dit besluit gevormde partij, worden geacht aan, te voldoen, onderscheidenlijk niet te voldoen, indien bij een controle door keuringsambtenaren door middel van een feitelijk onderzoek van een uit die partij genomen steekproef met inachtneming van de in bedoelde bijlage vervatte regelen een resultaat wordt verkregen, overeenkomend met het in die bijlage aangegeven goedkeur- onderscheidenlijk afkeurcriterium. 2 Een controle als bedoeld in het eerste lid wordt verricht bij de vervaardiger of de vuller van e-voorverpakkingen of de importeur van uit een derde land in Nederland ingevoerde e-voorverpakkingen of diens in Nederland gevestigde gemachtigde. 3 artikel 3, onder a en b artikel 3, onder a en b Indien e-voorverpakkingen, behorende tot een partij, overeenkomstig het eerste lid worden geacht niet te voldoen aan, is het eerste lid niet langer van toepassing ten aanzien van een e-voorverpakking, die tot die partij heeft behoord doch met betrekking waartoe de vervaardiger of de importeur daarvan kan aantonen, dat alsnog is voldaan aan. 4 Indien e-voorverpakkingen zich gezamenlijk bevinden in een verpakking, kan bij een controle ten behoeve van het feitelijk onderzoek van een steekproef als bedoeld in het eerste lid de verpakking, die de e-voorverpakkingen te zamen omgeeft, worden geopend. 1980 223 18-04-1980 1980 223 18-04-1980 24-05-1980
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3 Ten aanzien van e-voorverpakkingen, die in Nederland zijn vervaardigd of vanuit een derde land zijn ingevoerd moeten de nodige maatregelen, ertoe strekkende dat de werkelijke inhoud van die voorverpakkingen voldoet aan het bepaalde in, door de vervaardiger onderscheidenlijk de importeur daarvan zijn genomen. 2 De in het eerste lid bedoelde maatregelen zijn: a. Metrologiewet meting van de werkelijke inhoud van elke e-voorverpakking, tijdens het afvullen daarvan, door middel van een voor het doel geschikt, meetinstrument dat op grond van demet goed gevolg een overeenstemmingsbeoordeling heeft ondergaan of b. Metrologiewet toepassing van een bedrijfscontrole - door middel van feitelijk onderzoek van steekproeven en met gebruikmaking van een voor dat doel geschikt meetinstrument dat, voorzover daarvoor ingevolge deeen overeenstemmingsbeoordeling openstaat aan de bij die overeenstemmingsbeoordeling geldende eisen voldoet - volgens een systeem, dat voor de betrokken vervaardiger of importeur met betrekking tot het desbetreffende produkt en de desbetreffende e-voorverpakking voorlopig of definitief is erkend door het hoofd van de bevoegde dienst. 3 De in het eerste lid bedoelde maatregelen moeten in Nederland zijn uitgevoerd. 4 b, Ten aanzien van e-voorverpakkingen als in het eerste lid bedoeld dient de vervaardiger of de importeur daarvan in Nederland een administratie betreffende de toepassing van het voor hem voorlopig of definitief erkende bedrijfscontrolesysteem als bedoeld in het tweede lid, onderte voeren en de tot die administratie behorende bescheiden gedurende een jaar, te rekenen vanaf de datum van hun totstandkoming, te bewaren. 5 Het tweede, het derde en het vierde lid gelden niet ten aanzien van in Nederland vanuit een derde land ingevoerde e-voorverpakkingen, met betrekking waartoe: a. artikel 3 de importeur daarvan aan het hoofd van de bevoegde dienst naar het oordeel van laatstgenoemde, gehoord de metrologische instantie, met bescheiden genoegzaam heeft aangetoond, dat hij beschikt over de nodige waarborgen, dat de werkelijke inhoud van vorenbedoelde e-voorverpakkingen voldoet aan het bepaalde in, en b. het hoofd van de bevoegde dienst daarvan een schriftelijke verklaring aan de betrokken importeur heeft afgegeven. 6 a, b, De bescheiden, bedoeld in het vijfde lid, ondermoeten zijn gericht aan: "Het hoofd van de bevoegde dienst" en moeten worden ingediend bij de metrologische instantie; uiterlijk veertien dagen na ontvangst van die bescheiden deelt de metrologische instantie schriftelijk aan de betrokkene mee, door het hoofd van welke bevoegde dienst een beslissing ter zake van de afgifte van de verklaring, bedoeld in het vijfde lid, onderzal worden genomen. 7 De metrologische instantie is bevoegd het in het zevende lid bedoelde onderzoek te weigeren, dan wel te beëindigen, indien de betrokkene niet aan zijn financiële verplichtingen met betrekking tot dat onderzoek jegens de metrologische instantie voldoet. 2006 582 28-11-2006 20-11-2006 2006 583 28-11-2006 20-11-2006 29-11-2006 Abusievelijk is voor het tweede lid, onderdeel b, een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 5, eerste lid de artikelen 3 5 artikel 5, vierde lid artikel 5, vijfde lid, onder b Vervaardigers en importeurs van e-voorverpakkingen als bedoeld in, dienen aan de keuringsambtenaren alle medewerking, nodig ter controle of aanenis voldaan, te verlenen voor het onderzoek door die ambtenaren van partijen e-voorverpakkingen alvorens deze in de handel worden gebracht en voor het inzien en het afschrift nemen door die ambtenaren van de bescheiden, bedoeld in, of van de verklaring, bedoeld in. 1980 223 18-04-1980 1980 223 18-04-1980 24-05-1980
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 5, tweede lid, onder b, artikel 5, eerste lid Een bedrijfscontrolesysteem als inbedoeld wordt voor een vervaardiger of een importeur als in, bedoeld, indien hij daartoe een schriftelijke aanvraag, inhoudende alle op zijn systeem betrekking hebbende gegevens, in tweevoud heeft gedaan, met betrekking tot een bepaald produkt en een bepaalde serievoorverpakking: a. artikel 3 voorlopig erkend, indien op grond van een onderzoek van de tot de aanvraag behorende bescheiden naar het voorlopig oordeel van het hoofd van de bevoegde dienst redelijkerwijze kan worden aangenomen, dat bij toepassing van dat systeem ten aanzien van de desbetreffende serievoorverpakkingen kan worden voldaan aan; b. artikel 3 definitief erkend, indien voor de betrokkene een voorlopige erkenning als onder a bedoeld geldt en op grond van een door de keuringsambtenaren ingesteld onderzoek van de bescheiden, bedoeld onder a, en naar de toepassing van het voorlopig erkende bedrijfscontrolesysteem naar het oordeel van het hoofd van de bevoegde dienst, door wie het betrokken bedrijfscontrolesysteem voorlopig is erkend, redelijkerwijs kan worden aangenomen, dat bij toepassing van dat bedrijfscontrolesysteem ten aanzien van de desbetreffende e-voorverpakkingen kan worden voldaan aan. 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, moet zijn gericht aan: "Het hoofd van de bevoegde dienst" en moet worden ingediend bij de metrologische instantie; uiterlijk veertien dagen na ontvangst van de aanvraag deelt de metrologische instantie schriftelijk aan de betrokkene mede, door het hoofd van welke bevoegde dienst een beslissing op de aanvraag zal worden genomen. 3 Alvorens het hoofd van de bevoegde dienst over een voorlopige of definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem beslist, wordt de metrologische instantie gehoord. 4 Het hoofd van de bevoegde dienst deelt zijn besluit tot verlening of tot weigering van een voorlopige of definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem schriftelijk mede aan de betrokkene. 5 Met ingang van de dagtekening van een besluit tot verlening of tot weigering van een definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem met betrekking tot een bepaald produkt en een bepaalde e-voorverpakking vervalt de voorlopige erkenning van dat systeem met betrekking tot dat produkt en die e-voorverpakking voor de betrokkene van rechtswege. 2006 582 28-11-2006 20-11-2006 2006 583 28-11-2006 20-11-2006 29-11-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 5, vijfde lid, onder b De voorlopige of de definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem of de verklaring, bedoeld in, kan door het hoofd van de bevoegde dienst, door wie die erkenning is verleend of die verklaring is afgegeven, worden ingetrokken, indien: a. artikel 6 de betrokken vervaardiger of importeur de medewerking, bedoeld in, niet verleent; b. artikel 5, vijfde lid, onder a artikel 3, onder a of b bij een onderzoek van een partij e-voorverpakkingen door keuringsambtenaren blijkt, dat het toegepaste bedrijfscontrolesysteem of de waarborgen bedoeld in, onvoldoende zekerheid bieden voor de naleving van; c. de artikelen 3, onder a, b of c 5, eerste of vierde lid blijkt, dat de betrokkene e-voorverpakkingen in de handel heeft gebracht ten aanzien waarvan niet is voldaan aanof. 2 artikel 5, vijfde lid, onder b De intrekking van de voorlopige of definitieve erkenning of van de verklaring, bedoeld in, vindt niet plaats dan nadat het hoofd van de bevoegde dienst van zijn voornemen daartoe bij aangetekende brief onder opgave van redenen heeft kennis gegeven aan de betrokkene en deze in de gelegenheid is gesteld binnen dertig dagen na dagtekening van die brief zijn bezwaren daartegen, gemotiveerd, schriftelijk bij eerstbedoeld hoofd in te dienen. 3 Het hoofd van de bevoegde dienst geeft binnen dertig dagen na dagtekening van het bezwaarschrift, bedoeld in het tweede lid, daarop zijn beschikking. 4 artikel 5, vijfde lid, onder b Het besluit tot intrekking van de voorlopige of definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem of van de verklaring bedoeld in, wordt de betrokkene bij aangetekende brief en onder opgave van redenen medegedeeld. 1990 219 06-04-1990 1990 219 06-04-1990 25-05-1990
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De nominale hoeveelheid van een e-voorverpakking moet zijn vermeld op de buitenzijde daarvan; in afwijking daarvan mag de nominale hoeveelheid tegen de binnenzijde van de verpakking zijn aangebracht, indien die verpakking ter plaatse helder doorzichtig is. 2 Een e-voorverpakking, waarvan een EEG-tapmaatfles deel uitmaakt, wordt aangemerkt als te voldoen aan het eerste lid, voor zover: a. die tapmaatfles overeenkomstig zijn bestemming is afgevuld en b. de aanduiding van het nominaal volume van die tapmaatfles daarop zichtbaar is, wanneer de betrokken e-voorverpakking op de daarvoor gebruikelijke wijze te koop wordt aangeboden. 3 De nominale hoeveelheid moet zijn uitgedrukt in: a. liter, centiliter of milliliter, voor zover het betreft een vloeibaar produkt; b. kilogram of gram, voor zover het betreft een vast produkt. 4 De nominale hoeveelheid moet zijn weergegeven in cijfers, gevolgd door de naam of het symbool van de betrokken meeteenheid. 5 De cijfers, bedoeld in het vierde lid, moeten bij een nominale hoeveelheid als hieronder is vermeld ten minste de hoogte hebben als achter die nominale hoeveelheid is aangegeven: Nominale hoeveelheid hoogte cijfers ten minste Groter dan: tot en met: - 50 g of 5 cl 2 mm 50 g of 5 cl 200 g of 20 cl 3 mm 200 g of 20 cl 1000 g of 100 cl 4 mm 1000 g of 100 cl - 6 mm 6 Het derde lid, onder a, geldt niet voor een in serie voorverpakt produkt als in dat onderdeel bedoeld, waarvan de nominale hoeveelheid in kilogram of gram is uitgedrukt, en het derde lid, onder b, geldt niet voor een in serie voorverpakt produkt als in dat onderdeel bedoeld, waarvan de nominale hoeveelheid in liter, centiliter of milliliter is uitgedrukt: a. voor zover het betreft een e-voorverpakking, die kennelijk is bestemd voor uitvoer naar een derde land, b. voor zover het betreft een e-voorverpakking die kennelijk voor uitvoer is bestemd naar een land, behorende tot het EEG-gebied en EER-gebied, mits het uitdrukken van de nominale hoeveelheid in een der vorenbedoelde meeteenheden niet in strijd is met de wettelijke voorschriften van dat land of met het aldaar algemeen geldende handelsgebruik, of c. voor zover het betreft een andere e-voorverpakking dan onder a of b bedoeld, mits het zodanig uitdrukken van de nominale hoeveelheid is voorgeschreven bij enig ander voor dat produkt geldend wettelijk voorschrift dan in de onderhavige paragraaf gegeven dan wel, bij het ontbreken van een wettelijk voorschrift, in overeenstemming is met het voor het betrokken produkt in Nederland geldend handelsgebruik. 7 Indien de nominale hoeveelheid van een e-voorverpakking daarop tevens is uitgedrukt in een meeteenheid van het imperiale stelsel: a. moet het resultaat van de omrekening van de in Nederland wettelijk erkende meeteenheid in de betrokken meeteenheid van het imperiale stelsel zijn verkregen met behulp van een der volgende omrekeningscoëfficiënten: 1 g = 0,0353 ounce (avoirdupois), 1 kg = 2,205 pound, 1 ml = 0,0352 fluid ounce, 1 l = 1,760 pint of 0,220 gallon; b. mogen de afmetingen van letters en cijfers betreffende de aanduiding van de hoeveelheid, uitgedrukt in de betrokken meeteenheid van het imperiale stelsel, ten hoogste gelijk zijn aan die van de letters en cijfers betreffende de aanduiding van de hoeveelheid, uitgedrukt in de wettelijk erkende meeteenheid. 1993 776 31-12-1993 24-12-1993 1993 777 31-12-1993 28-12-1993 01-01-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De nominale hoeveelheid van een e-voorverpakking moet gelijk zijn aan of groter zijn dan 5 gram of 5 milliliter en mag niet meer zijn dan 10 kilogram of 10 liter. 1980 223 18-04-1980 1980 223 18-04-1980 24-05-1980
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Op een e-voorverpakking moet zijn vermeld een merkteken of een opschrift ter identificatie van de in het EEG-gebied en EER-gebied gevestigde vervaardiger of vuller dan wel, in geval de e-voorverpakking buiten het EEG-gebied en EER-gebied is vervaardigd, van degene, die de betrokken e-voorverpakking in het EEG-gebied en EER-gebied in het vrije verkeer heeft gebracht en in dat gebied is gevestigd. 1993 776 31-12-1993 24-12-1993 1993 777 31-12-1993 28-12-1993 01-01-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 9, eerste lid artikel 9, eerste en zevende lid Het EEG-teken moet een hoogte hebben van ten minste 3 mm en moet op een e-voorverpakking zijn aangebracht op een der plaatsen, bedoeld in, en in hetzelfde gezichtsveld als de in, bedoelde aanduiding van de nominale hoeveelheid van die e-voorverpakking. 1980 223 18-04-1980 1980 223 18-04-1980 24-05-1980
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikelen 9 11 12 De opschriften of tekens, bedoeld in de,en, moeten onuitwisbaar en goed leesbaar zijn en goed zichtbaar zijn aangebracht. 1980 223 18-04-1980 1980 223 18-04-1980 24-05-1980
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Voor een produkt mag op de verpakking daarvan een aanduiding in woord of beeld, die met het EEG-teken kan worden verward, in samenhang met de aanduiding van de hoeveelheid van dat produkt niet worden gebezigd. 1980 223 18-04-1980 1980 223 18-04-1980 24-05-1980
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Het EEG-teken in samenhang met een aanduiding van de hoeveelheid van een in serie voorverpakt produkt mag niet worden gebezigd op een serievoorverpakking, waarvan de daarvan deel uitmakende verpakking is geopend of gewijzigd. 1980 223 18-04-1980 1980 223 18-04-1980 24-05-1980
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 2 Indien een e-voorverpakking of meer e-voorverpakkingen waarvan eenzelfde produkt deel uitmaakt en die ook als afzonderlijke verkoopeenheden aan verbruikers plegen te worden verkocht, zich al dan niet met andere produkten bevinden in een verpakking, die bestemd of geschikt is om met de inhoud aan een verbruiker te koop te worden aangeboden en te worden afgeleverd, mag in afwijking vanvoor eerstbedoeld produkt het EEG-teken in samenhang met een aanduiding van de totale hoeveelheid van dat produkt worden gebezigd, voor zover a. die aanduiding aangeeft: 1°. in een geval van één e-voorverpakking: de nominale hoeveelheid daarvan en het EEG-teken, 2°. in een geval van meer e-voorverpakkingen: het aantal of de aantallen van de e-voorverpakkingen, die zijn voorzien van een aanduiding van eenzelfde, onderscheidenlijk een ten opzichte van elkaar verschillende, nominale hoeveelheid, telkens gevolgd zowel door de nominale hoeveelheid van een der tot het betrokken aantal behorende e-voorverpakkingen als door het EEG-teken, b. artikel 9, derde, vierde, zesde en zevende lid, onder a de nominale hoeveelheid of nominale hoeveelheden, bedoeld onder a, 1° en 2°, zijn uitgedrukt en weergegeven overeenkomstig het ten aanzien van e-voorverpakkingen in, bepaalde, c. artikel 9, vijfde en zevende lid, onder b de in de aanduiding voorkomende cijfers, waarin de nominale hoeveelheid of hoeveelheden zijn uitgedrukt, beantwoorden aan het ten aanzien van e-voorverpakkingen in, bepaalde, d. het EEG-teken ten minste een hoogte van 3 mm heeft, e. de aanduiding onuitwisbaar en goed leesbaar is en goed zichtbaar is aangebracht en f. de onder a, 1° of 2° bedoelde aanduiding zodanig op of aan de gezamenlijke verpakking is aangebracht, dat het voor de koper duidelijk is op welk produkt deze betrekking heeft. 1980 223 18-04-1980 1980 223 18-04-1980 24-05-1980
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikelen 14 a 14van de Warenwet Indien voor een produkt bij een andere algemene maatregel van bestuur krachtens deofregelen met betrekking tot de aanduiding van de hoeveelheid van dat produkt, uitgedrukt in een eenheid van volume of van massa, zijn gesteld, gelden die regelen, behoudens het daarbij bepaalde omtrent het uitdrukken van de hoeveelheid van dat produkt in liter, centiliter of milliliter dan wel kilogram of gram, niet ten aanzien van een e-voorverpakking waarvan dat produkt deel uitmaakt. 1980 223 18-04-1980 1980 223 18-04-1980 24-05-1980
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De artikelen 2 16 -gelden niet ten aanzien van een serievoorverpakking, waarvan deel uitmaakt een in serie voorverpakt produkt, met betrekking waartoe op grond van enige andere wettelijke regeling dan de Warenwet is voorzien in regelen ter zake van het in samenhang met een hoeveelheidsaanduiding uitsluitend mogen bezigen van het EEG-teken. 1980 223 18-04-1980 1980 223 18-04-1980 24-05-1980
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikelen 20 28 31 32 bijlage IV De-,envan dit besluit gelden, voor zover niet anders is bepaald, uitsluitend ten aanzien van produkten, die een eet- of drinkwaar, een kauwpreparaat, niet zijnde van tabak, of een invan dit besluit vermeld artikel zijn. 1985 758 06-12-1985 1985 757 06-12-1985 01-09-1986
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Voor een voorverpakt produkt, dat deel uitmaakt van een voorverpakking, moet een aanduiding, die de hoeveelheid van dat produkt aangeeft, worden gebezigd. 2 artikel 23 a, artikel 9, derde, vierde en zevende lid, onder Ten aanzien van de aanduiding van de hoeveelheid van een voorverpakt produkt als in het eerste lid bedoeld, dat niet deel uitmaakt van een e-voorverpakking, is, voor zover inniet anders is bepaald, het inmet betrekking tot de nominale hoeveelheid van een e-voorverpakking bepaalde van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 9, derde lid In afwijking van het tweede lid juncto, mag de hoeveelheid van voorverpakte lijm worden uitgedrukt in kilogram of gram, indien die lijm een vloeibaar produkt is, of in liter, centiliter of milliliter, indien die lijm een vast produkt is, mits een zodanige hoeveelheidsaanduiding in overeenstemming is met het voor de betrokken lijm in Nederland geldende handelsgebruik. 4 artikel 9, derde lid In afwijking van het tweede lid juncto, mag de hoeveelheid van een voorverpakt produkt, behorende tot een der hierna genoemde categorieën, zijn uitgedrukt in een aantal stuks: a. beschuit; b. bakkerswaren, die in de regel per stuk of aantal stuks worden verkocht, voor zover zij door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn aangewezen; c. verse groente of verse vruchten, die ook onverpakt per stuk of aantal stuks plegen te worden verkocht; d. eende- of ganzeëieren; e. suikerwerk dat ook onverpakt per stuk of aantal stuks pleegt te worden verkocht. 5 artikel 9, derde lid In afwijking van het tweede lid juncto: a. wordt de hoeveelheid van voorverpakt consumptie-ijs uitgedrukt in kilogram (kg) of gram (g) indien de waar een nettogewicht heeft van ten minste 75 gram; b. hoeft de hoeveelheid van voorverpakt consumptie-ijs niet vermeld te worden, indien de waar een nettogewicht heeft van minder dan 75 gram. 1998 255 28-04-1998 23-04-1998 1998 255 28-04-1998 23-04-1998 01-05-1998
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20, eerste lid artikel 23 Voor een voorverpakt produkt als bedoeld in, dat bestaat uit een vast bestanddeel en een opgietvloeistof, moet tevens een aanduiding worden gebezigd, die, voor zover inniet anders is bepaald, het uitlekgewicht van dat bestanddeel aangeeft; die aanduiding moet inhouden het woord "uitlekgewicht", gevolgd door de waarde van dat gewicht, met dien verstande, dat het woord "uitlekgewicht" mag worden vervangen door de benaming van het vaste bestanddeel, indien voor het voorverpakte produkt een benaming is gebezigd, waarvan de benaming van dat bestanddeel en van de opgietvloeistof deel uitmaakt. 2 Opgietvloeistof moet bestaan uit een of meer van de hierna genoemde vloeistoffen: - water, waterige oplossingen van zouten, voedingszuren, suikers, zoetstoffen, pekel of azijn; - het sap van de betrokken groente of van het betrokken fruit, voorzover het hoofdbestanddeel van de waar verduurzaamde groente of verduurzaamd fruit is. 3 artikel 9, derde lid, onder b, vierde lid en zevende lid, onder a Ten aanzien van de aanduiding van het uitlekgewicht is het in, met betrekking tot de aanduiding van de nominale hoeveelheid van een e-voorverpakking bepaalde van overeenkomstige toepassing. 4 Het bestuur van het Produktschap voor Groenten en Fruit, van het Produktschap voor Pluimvee en Eieren, van het Produktschap voor Vee en Vlees, onderscheidenlijk van het Produktschap voor Vis en Visprodukten, kan nadere regels stellen ten aanzien van het bepalen van het uitlekgewicht voor die eetwaren waarvoor een uitlekgewicht moet worden gebezigd en welke ressorteren onder het desbetreffende produktschap. 5 De op grond van de in het vierde lid bedoelde verordening vastgestelde nadere voorschriften behoeven de goedkeuring van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 1997 20 28-01-1997 15-01-1997 1997 20 28-01-1997 15-01-1997 29-01-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 23 Voor een voorverpakt produkt, dat deel uitmaakt van een voorverpakking in de vorm van een aantal verpakte eenheden die afzonderlijk niet als een verkoopeenheid aan verbruikers plegen te worden verkocht, moet, voor zover inniet anders is bepaald, tevens een aanduiding worden gebezigd, die het totale aantal van vorenbedoelde eenheden en de in de handel gebruikelijke benaming van die eenheden aangeeft. 2 Het eerste lid geldt niet ten aanzien van suikerwerk, waarvan de hoeveelheid in elke verpakte eenheid ten hoogste 15 gram is. 1992 15 10-12-1991 1992 103 26-02-1992 15-03-1992
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Indien een voorverpakt produkt deel uitmaakt van een voorverpakking in de vorm van een aantal verpakte eenheden, die ook als afzonderlijke verkoopeenheden aan verbruikers plegen te worden verkocht en die elk een zelfde hoeveelheid van dat produkt bevatten, moet: a. artikel 20 de aanduiding van de hoeveelheid van dat voorverpakte produkt aangeven het totale aantal van vorenbedoelde verpakte eenheden, gevolgd door de overeenkomstiguitgedrukte en weergegeven hoeveelheid van het produkt, die één verpakte eenheid bevat; b. artikel 21, eerste lid artikel 21, eerste lid voor zover het betreft een voorverpakt produkt als bedoeld in, tevens een aanduiding van het uitlekgewicht van het vaste hoofdbestanddeel van het betrokken produkt in één verpakte eenheid worden gebezigd overeenkomstig het bepaalde in; c. artikel 22, eerste lid voor zover het betreft een voorverpakt produkt, dat zich in elk van die verpakte eenheden bevindt in de vorm van verpakte eenheden als bedoeld in, tevens een aanduiding van het aantal verpakte eenheden van dat produkt, die één verpakte eenheid als in de aanhef bedoeld bevat, worden gebezigd. 2 c, Het eerste lid, ondergeldt niet ten aanzien van suikerwerk, waarvan de hoeveelheid in elke verpakte eenheid die afzonderlijk niet als een verkoopeenheid aan verbruikers pleegt te worden verkocht, ten hoogste 15 gram is. 1992 15 10-12-1991 1992 103 26-02-1992 15-03-1992
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 20, eerste lid In afwijking van, mag voor een voorverpakt produkt, waarvan de hoeveelheid ingevolge artikel 20, vierde lid, in een aantal stuks mag zijn uitgedrukt, een zodanige hoeveelheidsaanduiding achterwege worden gelaten, indien het aantal stuks van dat produkt zonder opening van de verpakking, die deel uitmaakt van de betrokken voorverpakking, van buitenaf duidelijk kan worden gezien en gemakkelijk kan worden geteld. 1982 451 30-06-1982 1982 451 30-06-1982 23-12-1982
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikelen 20 23 De hoeveelheidsaanduidingen die ingevolge detot en metmoeten of mogen worden gebezigd, moeten duidelijk zichtbaar en gemakkelijk leesbaar zijn aangebracht en mogen niet door vegen kunnen worden uitgewist. Zij moet voorkomen op de verpakking of op een daaraan gehecht etiket. 2 De in het eerste lid bedoelde hoeveelheidsaanduidingen moeten zodanig zijn aangebracht, dat zij zich bevinden in hetzelfde gezichtsveld als de beide hierna genoemde aanduidingen: a. de benaming van het produkt; b. de datum van minimale houdbaarheid, onderscheidenlijk de uiterste consumptiedatum, met dien verstande dat mag worden volstaan met de woorden "ten minste houdbaar tot", of "ten minste houdbaar tot einde", onderscheidenlijk "te gebruiken tot", mits deze aanduiding wordt gevolgd door een verwijzing naar de plaats op of aan de verpakking waar de datum voorkomt; c. het alcoholgehalte. 3 Het tweede lid geldt niet, indien de verpakking, die deel uitmaakt van de voorverpakking, bestaat uit een glazen fles, die is bestemd om opnieuw te worden gebruikt, in het glas waarvan een aanduiding van de hoeveelheid van het daarin voorverpakte produkt of de benaming van dat produkt is ingebrand of anderszins op duurzame wijze is ingebracht of aangebracht. 4 artikel 13 Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde hoeveelheidsaanduidingen isvan overeenkomstige toepassing. 5 De in het eerste lid bedoelde hoeveelheidsaanduidingen moeten begrijpelijk zijn geformuleerd en mogen niet van elkaar gescheiden zijn door andere aanduidingen in woord, beeld of cijfers; de woorden, voorkomende in de in het eerste lid bedoelde hoeveelheidsaanduidingen, met uitzondering van de benamingen van meeteenheden van het imperiale stelsel, moeten in de Nederlandse taal zijn gesteld. 6 artikel 23 In afwijking van het eerste lid, en van de artikelen 20, eerste lid, en 23 mogen voor een voorverpakt produkt als bedoeld inde in laatstgenoemd artikel bedoelde aanduidingen achterwege worden gelaten, indien: a. aanhef van artikel 23 het totale aantal verpakte eenheden als bedoeld in devan buitenaf duidelijk kan worden gezien en gemakkelijk kan worden geteld, b. artikelen 20 21 22 elk van die verpakte eenheden is voorzien van de voor het betrokken voorverpakte produkt ingevolge de,envoorgeschreven aanduidingen en deze aanduidingen voldoen aan het eerste tot en met vijfde lid van het onderhavige artikel en c. b de onderbedoelde aanduidingen op de verpakking van ten minste één eenheid van buitenaf duidelijk kunnen worden gezien. 7 In afwijking van het eerste lid, behoeft de hoeveelheidsaanduiding slechts op de handelsdocumenten voor te komen, die de desbetreffende voorverpakte eet- of drinkwaren vergezellen of die tegelijkertijd met of voor de aflevering worden verzonden, voor zover mits op de buitenste verpakking waarin de waar wordt verhandeld, deze aanduiding wordt gebezigd. a. de desbetreffende waar, hoewel als zodanig bestemd voor de eindverbruiker niet zijnde een instelling, wordt verhandeld in een stadium voor de uiteindelijke aflevering; b. de desbetreffende waar is bestemd om aan instellingen te worden afgeleverd om daar te worden toebereid, verwerkt, in porties verdeeld, of om daar in het kader van een maaltijdverstrekking te worden afgeleverd; 1992 15 10-12-1991 1992 103 26-02-1992 15-03-1992
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 de artikelen 20 25 artikelen 20 25 artikelen 20 23 Indien een produkt zich gezamenlijk met een of meer andere produkten, waarvoor-al dan niet gelden, bevindt in een verpakking, die bestemd of geschikt is om met de inhoud aan een verbruiker te koop te worden aangeboden en te worden afgeleverd en waarin die produkten zijn aangebracht op zodanige wijze, dat de hoeveelheid van de in die gezamenlijke verpakking aanwezige produkten niet kan worden gewijzigd zonder dat die gezamenlijke verpakking is geopend of een aantoonbare wijziging in die verpakking is aangebracht, moeten voor elk van die produkten, waarvoor de-gelden, de hoeveelheidsaanduidingen worden gebezigd die ingevolge het bepaalde in de-voor het betrokken produkt, indien het deel zou uitmaken van een voorverpakking, moeten of mogen worden gebezigd. 2 De in het eerste lid bedoelde hoeveelheidsaanduidingen moeten voorkomen op de buitenzijde van de in dat lid bedoelde verpakking of op een daarop of daaraan gehecht etiket dan wel, indien de verpakking ter plaatse helder doorzichtig is, tegen de binnenzijde daarvan. 3 artikel 13 artikel 25, tweede en vijfde lid Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde hoeveelheidsaanduidingen zijnen, van overeenkomstige toepassing. 4 De in het eerste lid bedoelde hoeveeheidsaanduidingen moeten zodanig zijn aangebracht, dat het voor de koper duidelijk is op welk produkt zij betrekking hebben. 5 Ten aanzien van een produkt, dat zich bevindt in een verpakking als bedoeld in het eerste lid, geldt het tweede lid niet, indien: a. dat produkt zich op zichzelf bevindt in een verpakking, die is voorzien van de in het eerste lid bedoelde hoeveelheidsaanduidingen, b. artikel 25, eerste tot en met vijfde lid de hoeveelheidsaanduidingen in overeenstemming zijn met het in, ten aanzien van een voorverpakking bepaalde, en c. de hoeveelheidsaanduidingen van buitenaf goed leesbaar en goed zichtbaar zijn. 1982 451 30-06-1982 1982 451 30-06-1982 23-12-1982
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 De artikelen 20 tot en met 23 zijn niet van toepassing ten aanzien van: a. voorverpakte eet- en drinkwaren die naar hun aard aanzienlijk aan volume of gewicht verliezen en - hetzij per stuk worden verkocht, - hetzij in aanwezigheid van de koper worden gewogen; b. voorverpakte eet- en drinkwaren waarvan de netto-hoeveelheid in totaal - hetzij minder dan 25 gram bedraagt in het geval van suikerwerk; - hetzij minder dan 5 gram of 5 milliliter bedraagt in het geval van andere eet- of drinkwaren dan kruiden of specerijen; en c. melk of melkprodukten die zijn verpakt in EEG-tapmaatflessen. 2 a b, artikelen 20 21 22 23 Indien voor een voorverpakt produkt als bedoeld in het eerste lid, onderofop de voorverpakking waarvan dat produkt deel uitmaakt of op een op of aan de betrokken voorverpakking gehecht etiket een aanduiding van de hoeveelheid van dat produkt of een aanduiding, die de indruk kan wekken de hoeveelheid van dat produkt aan te geven, is gebezigd, gelden de,,envoor dat produkt onverkort. 1992 15 10-12-1991 1992 103 26-02-1992 15-03-1992
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 26, eerste lid Voor een produkt dat deel uitmaakt van een voorverpakking of van een gezamenlijke verpakking als bedoeld in de aanhef van, mag niet worden gebezigd een aanduiding betreffende de hoeveelheid van dat produkt, de hoeveelheid of het uitlekgewicht van een vast hoofdbestanddeel van dat produkt of het aantal verpakte eenheden van dat produkt, die onjuist of misleidend is. 2 artikelen 2 16 a, Een in samenhang met het EEG-teken en in overeenstemming met deofgebezigde aanduiding van de hoeveelheid van een voorverpakt produkt wordt geacht niet in strijd te zijn met het eerste lid van het onderhavige artikel of met de artikelen 20, 23, onderof 26, eerste lid. 3 artikel 26, eerste lid Indien voor een produkt, dat deel uitmaakt van een voorverpakking of van een gezamenlijke verpakking als bedoeld in, anders dan in samenhang met het EEG-teken een aanduiding is gebezigd, aangevende een hoeveelheid van dat produkt of een uitlekgewicht dan wel een aantal verpakte eenheden van dat produkt, kleiner dan respectievelijk de feitelijke hoeveelheid van dat produkt, het feitelijke uitlekgewicht of het feitelijke aantal verpakte eenheden, wordt die aanduiding geacht uit dien hoofde niet in strijd te zijn met het eerste lid of met de artikelen 20, 21, 22, 23 of 26, eerste lid. 1982 451 30-06-1982 1982 451 30-06-1982 23-12-1982
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 26, eerste lid de artikelen 20 28 Voor de beoordeling of een produkt dat deel uitmaakt van een voorverpakking of van een gezamenlijke verpakking als bedoeld in, en waarvan de hoeveelheid is uitgedrukt in een meeteenheid van volume, voldoet aan-, geldt als hoeveelheid: a. indien het betreft een in diepgevroren of bevroren toestand verkerend produkt, de hoeveelheid, bepaald bij de temperatuur waarbij het produkt ten verkoop voorhanden pleegt te worden gehouden; b. a onder indien het betreft een in een andere toestand danbedoeld verkerend produkt, de hoeveelheid bepaald bij een temperatuur van 20°C. 1982 451 30-06-1982 1982 451 30-06-1982 23-12-1982
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikelen 20 27 De-zijn niet van toepassing ten aanzien van een eet- of drinkwaar, die a. op de plaats van verkoop aan particulieren op verzoek van een koper in zijn verpakking is aangebracht; of b. in opdracht van een koper in zijn verpakking is aangebracht en bestemd is om door die koper in die verpakking in het kader van een maaltijdverstrekking te worden afgeleverd. 2 Artikel 25, tweede lid , is niet van toepassing ten aanzien van een van een voorverpakking deel uitmakend voorverpakt produkt, waarvan de verpakking een fantasieverpakking is. 1992 15 10-12-1991 1992 103 26-02-1992 15-03-1992
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 26, eerste lid artikelen 9 20-26 27, tweede lid artikelen 20-27 Indien ten aanzien van een produkt, dat deel uitmaakt van een voorverpakking of van een gezamenlijke verpakking als in, bedoeld, ingevolge een ander wettelijk voorschrift dan de,en, een aanduiding van de hoeveelheid van dat produkt, van het uitlekgewicht van een vast hoofdbestanddeel daarvan of van het aantal verpakte eenheden van dat produkt moet worden gebezigd, is met betrekking tot zodanig produkt het in debepaalde, voor zover die aanduiding of aanduidingen betreft, niet van toepassing. 2 artikel 28, eerste lid artikel 28, eerste lid Indien ten aanzien van een produkt als in het eerste lid bedoeld ingevolge een ander wettelijk voorschrift dan, een of meer der aanduidingen als in laatstgenoemde bepaling bedoeld niet mogen worden gebezigd, geldt met betrekking tot zodanig produkt het in, bepaalde, voor zover die aanduiding of aanduidingen betreft, niet. 3 artikelen 20, tweede lid artikel 9, derde lid -, derde en vierde lid 21 22 23 26, eerste lid 27, tweede lid Indien ten aanzien van een produkt als in het eerste lid bedoeld in enig ander wettelijk voorschrift dan vervat in het onderhavige besluit een aanduiding van de hoeveelheid van dat produkt, van het uitlekgewicht van een vast hoofdbestanddeel daarvan of van het aantal verpakte eenheden wordt genoemd, die ingevolge dat voorschrift mag worden gebezigd, is met betrekking tot dat produkt ten aanzien waarvan bedoelde aanduiding of aanduidingen zijn gebezigd, het in de- juncto,,,,, en, bepaalde voor zover de gebezigde aanduiding of aanduidingen betreffende, niet van toepassing. 4 artikelen 20-26 27, tweede lid Indien ten aanzien van een produkt als in het eerste lid bedoeld in enig ander wettelijk voorschrift dan vervat in het onderhavige besluit een aanduiding van de hoeveelheid van dat produkt, van het uitlekgewicht van een vast hoofdbestanddeel daarvan of van het aantal verpakte eenheden van dat produkt, wordt genoemd, die ingevolge dat voorschrift niet behoeft te worden gebezigd, is met betrekking tot dat produkt, het in deen, bepaalde, voor zover die aanduiding of aanduidingen betreffende, niet van toepassing. 5 artikelen 20-26 27, tweede lid Indien ten aanzien van een produkt als in het eerste bedoeld een vrijstelling of ontheffing is verleend van een ander wettelijk voorschrift dan vervat in het onderhavige besluit en betreffende de aanduiding van de hoeveelheid van dat produkt, van het uitlekgewicht van een vast hoofdbestanddeel daarvan of van het aantal verpakte eenheden van dat produkt, is het in deen, bepaalde, voor zover die aanduiding of aanduidingen betreffende, niet van toepassing. 1982 451 30-06-1982 1982 451 30-06-1982 23-12-1982
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikelen 20 31 De-zijn niet van toepassing ten aanzien van voorverpakte produkten: a. ten aanzien waarvan kan worden aangetoond dat zij voor 23 december 1982 in de desbetreffende verpakking zijn aangebracht, of b. die kennelijk voor uitvoer bestemd zijn, voor zover zij niet aanwezig zijn op markten, in winkels of in andere voor het publiek toegankelijke plaatsen. 1998 96 24-02-1998 23-01-1998 1998 96 24-02-1998 23-01-1998 01-04-1998
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a De volgende bepalingen van het onderhavige besluit komen te vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip: a. artikel 19 , het zinsdeel "een eet- of drinkwaar, een kauwpreparaat, niet zijnde van tabak, of"; b. artikel 20, vierde lid ; c. artikel 22, tweede lid ; d. artikel 23, tweede lid ; e. artkel 30, eerste lid . 1992 15 10-12-1991 1992 103 26-02-1992 15-03-1992
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet) Dit besluit kan worden aangehaald als:. 2 Staatsblad Het treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst. 1982 451 30-06-1982 1982 451 30-06-1982 23-12-1982
Artikel 1#
artikel 1
Artikel 3#
artikel 3, onder b
Artikel 4#
artikel 4, eerste lid
Artikel 3#
artikel 3, onder a en b