Besluit van 22 mei 1981, houdende aanwijzing van toestellen, die geen luchtvaartuig zijn als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Luchtvaartwet
- BWB-id
- BWBR0003405
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2000-02-11 t/m 2007-02-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003405
- ELI
- /eli/nl/amvb/1981/besluit-aanwijzing-toestellen-die-geen-luchtvaartuig-zijn
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1981/besluit-aanwijzing-toestellen-die-geen-luchtvaartuig-zijn/2000-02-11
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003405&g=2000-02-11
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003405&z=2026-06-06&g=2000-02-11
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003405/2000-02-11
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1981/besluit-aanwijzing-toestellen-die-geen-luchtvaartuig-zijn
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Luchtvaartwet In dit besluit en andere bepalingen krachtens dewordt verstaan onder: a. ballon: een luchtvaartuig, lichter dan lucht, dat niet is voorzien van een voortstuwingsinrichting en al dan niet door middel van (een) ankerkabel(s) en lijn(en) of bevestigd aan het aardoppervlak; b. onbemand luchtvaartuig: een luchtvaartuig dat hetzij automatisch, hetzij op afstand wordt bestuurd, en dat wordt gebruikt: 1. als doel voor schietoefeningen, 2. voor het slepen van een doel voor schietoefeningen, of 3. voor observatiedoeleinden vanuit de lucht;. c. draagschroefvliegtuig: een vliegtuig dat dynamisch in de lucht kan worden gehouden, voornamelijk ten gevolge van reactiekrachten op ronddraaiende vlakken; d. hefschroefvliegtuig: een draagschroefvliegtuig met tijdens de vlucht mechanisch aangedreven vlakken; e. kabelvlieger: een toestel, zwaarder dan lucht en niet voorzien van een voortstuwingsinrichting, dat door middel van (een) ankerkabel(s) of lijn(en) is verbonden met het aardoppervlak; f. luchtschip: een luchtvaartuig, lichter dan lucht, dat is voorzien van een voortstuwingsinrichting en een besturingsinrichting; g. modelvliegtuig: een luchtvaartuig met een bepaalde geringe massa; h. molenvliegtuig: een draagschroefvliegtuig met, tijdens de vlucht, vrij ronddraaiende door de luchtstroom aangedreven vlakken; i. motorzweefvliegtuig: een vleugelvliegtuig dat voor het uitvoeren van een langdurige vrije vlucht niet afhankelijk is van een voortstuwingsinrichting; j. valschermzweeftoestel: een toestel, zwaarder dan lucht in de vorm van een scherm met harnas, dat met een lijn of lijnen is bevestigd aan een voertuig of vaartuig, waardoor het in de lucht kan worden voortbewogen; k. vleugelvliegtuig: een vliegtuig dat dynamisch in de lucht kan worden gehouden, voornamelijk ten gevolge van reactiekrachten op vlakken welke bij eenzelfde vliegtoestand niet van stand behoeven te veranderen; l. zeilvliegtuig: een luchtvaartuig, zwaarder dan lucht, voorzien van starre hoofdconstructiedelen en vaste draagvlakken en niet voorzien van een voortstuwingsinrichting, dat slechts door een aanloop van een bestuurder in beweging kan worden gebracht, waarvan de besturing in hoofdzaak plaats heeft door middel van een zwaartepuntverplaatsing; m. zweefvliegtuig: een luchtvaartuig, zwaarder dan lucht en niet voorzien van een voortstuwingsinrichting, dat dynamisch in de lucht kan worden gehouden ten gevolge van reactiekrachten op vlakken die bij eenzelfde vliegtoestand niet van stand behoeven te veranderen. 1998 674 15-12-1998 01-12-1998 2000 63 10-02-2000 24-01-2000 11-02-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 b Luchtvaartwet De volgende toestellen zijn geen luchtvaartuig in de zin van artikel 1, onder, van de: a. 3 ballonnen, die op zeeniveau in de internationale standaard-atmosfeer in geheel gevulde toestand een diameter van ten hoogste 2.00 m of een inhoud van ten hoogste 4 mhebben, alsmede aan elkaar gekoppelde ballonnen waarvan de gezamenlijke diameter en inhoud deze waarden niet te boven gaan. b. vervallen; c. kabelvliegers; d. 3 luchtschepen, die op zeeniveau in de internationale standaard atmosfeer in geheel gevulde toestand een grootste afmeting hebben van 5 m of een inhoud van ten hoogste 4 m; e. modelvliegtuigen, waarvan de massa ten hoogste 20 kg bedraagt; f. valmschermzweeftoestellen; g. zeilvliegtuigen, waarvan de massa met uitzondering van het veiligheidstuig en in de constructie opgenomen delen van de reddingsuitrusting ten hoogste 40 kg bedraagt. 1998 674 15-12-1998 01-12-1998 2000 63 10-02-2000 24-01-2000 11-02-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 a. Stb. b Luchtvaartwet Het Koninklijk besluit van 15 januari 1969,41, houdende aanwijzing van toestellen, die geen luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 1 onder, van dezijn, wordt ingetrokken; b. Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1981 344 22-05-1981 1981 344 22-05-1981 01-09-1981
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Staatsblad Dit besluit treedt in werking twee maanden na de datum van uitgifte van hetwaarin het is geplaatst. 1981 344 22-05-1981 1981 344 22-05-1981 01-09-1981