Besluit van 25 juni 1981, houdende toepassing van artikel 74 van de Kernenergiewet
- BWB-id
- BWBR0003418
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2010-11-16 t/m 2013-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003418
- ELI
- /eli/nl/amvb/1981/bijdragenbesluit-kernenergiewet-1981
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1981/bijdragenbesluit-kernenergiewet-1981/2010-11-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003418&g=2010-11-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003418&z=2026-06-06&g=2010-11-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003418/2010-11-16
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1981/bijdragenbesluit-kernenergiewet-1981
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Kernenergiewet In dit besluit wordt verstaan onder wet:. 2 artikel 1, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming In dit besluit wordt onder «activiteit», «ingekapselde bron» en «open bron» verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in. 3 In dit besluit wordt onder «voorhanden hebben» mede verstaan: vervaardigen, bewerken, hanteren en opslaan. 2001 397 06-09-2001 16-07-2001 2002 81 19-02-2002 29-01-2002 01-03-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het vervoeren van splijtstoffen, is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van € 358. 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 01-10-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het voorhanden hebben of zich ontdoen van splijtstoffen, is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van: a. b artikel 15, onder, van de wet € 4 476, indien de vergunning wordt verleend ten behoeve van een inrichting als bedoeld invoor de opwekking van elektrische of thermische energie, dan wel voor het chemisch opwerken van bestraalde splijtstoffen; b. b artikel 15, onder, van de wet € 895, indien de vergunning wordt verleend ten behoeve van een andere inrichting als bedoeld in; c. artikel 15, onder b, van de wet bij het Besluit stralingsbescherming behorende bijlage 1, tabel 1 € 531, indien de vergunning niet wordt verleend ten behoeve van een inrichting als bedoeld in, ingeval de activiteit van de bij dat voorhanden hebben of zich ontdoen van betrokken splijtstoffen meer bedraagt dan een miljoen maal de waarden, genoemd in de. 2 Artikel 25, derde en vierde lid, van het Besluit stralingsbescherming is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. artikel 15, onder b, van de wet onder «locatie» mede wordt verstaan een inrichting als bedoeld in; b. artikel 1, eerste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen onder «handeling» wordt verstaan hetgeen daaronder inwordt verstaan. 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 01-10-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 b artikel 15, onder, van de wet Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het oprichten van een inrichting als bedoeld in, is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van: a. € 266 795, indien het betreft een inrichting voor de opwekking van elektrische of thermische energie, dan wel voor het chemisch opwerken van bestraalde splijtstoffen; b. € 8 893, indien het een andere inrichting betreft. 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 01-10-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 b artikel 15, onder, van de wet Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het in werking brengen van een inrichting als bedoeld in, is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van: a. € 266 795, indien het betreft een inrichting voor de opwekking van elektrische of thermische energie, dan wel voor het chemisch opwerken van bestraalde splijtstoffen; b. € 8 893, indien het een andere inrichting betreft. 2 b artikel 15, onder, van de wet Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het in werking houden van een inrichting als bedoeld in, is verplicht, zolang de vergunning van kracht is, jaarlijks aan de staat een bedrag te betalen van: a. € 686 386, indien het betreft een inrichting voor de opwekking van elektrische of thermische energie, dan wel voor het chemisch opwerken van bestraalde splijtstoffen; b. € 20 592, indien het een andere inrichting betreft. 3 De verplichting, bedoeld in het tweede lid, vervalt indien de betrokken inrichting definitief buiten gebruik is gesteld. 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 01-10-2004
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a artikel 15, onder b, van de wet Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het buiten gebruik stellen of ontmantelen van een inrichting als bedoeld in, is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van € 8 893. 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 01-10-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 15, onder c, van de wet Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het aanbrengen in een vaartuig van een uitrusting als bedoeld in, is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van € 266 795. 2 artikel 15, onder c, van de wet Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het aangebracht houden of wijzigen van een uitrusting als bedoeld in, is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van € 3 581. 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 01-10-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Hij, aan wie een vergunning wordt verleend om radioactieve stoffen te bereiden, voorhanden te hebben of toe te passen, is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van: a. Besluit stralingsbescherming behorende bijlage 1, tabel 1 € 358, indien het een ingekapselde bron betreft waarvan de activiteit meer bedraagt dan een miljoen maal de waarden, genoemd in de bij het; b. Besluit stralingsbescherming behorende bijlage 1, tabel 1 € 448, indien het een open bron betreft, waarvan de activiteit gelijk is aan, of meer bedraagt dan honderdmaal, doch niet meer dan honderd duizend maal de waarden, genoemd in de bij het; c. € 716, indien het een open bron betreft, waarvan de activiteit hoger is dan de onder b bedoelde waarden. 2 Artikel 25, derde en vierde lid, van het Besluit stralingsbescherming is van overeenkomstige toepassing. 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 01-10-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2001 397 06-09-2001 16-07-2001 2002 81 19-02-2002 29-01-2002 01-03-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het vervoeren van radioactieve stoffen, is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van € 358. 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 01-10-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 23, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming Hij, aan wie een vergunning wordt verleend als bedoeld inis verplicht aan de staat een bedrag te betalen van: a. artikel 23, eerste lid, onder c, van dat besluit € 1 791, indien het betreft een toestel als bedoeld in; b. artikel 23, eerste lid, onder a of b, van dat besluit € 400, en, ingeval de vergunning wordt verleend voor meer dan één toestel, € 48 voor elk extra toestel, indien het betreft een toestel als bedoeld in. 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 01-10-2004
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Hij, aan wie een vergunning is verleend voor het vervoeren van splijtstoffen of radioactieve stoffen of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met het vervoer, is, indien daaraan het voorschrift is verbonden, dat het vervoer of het voorhanden hebben dient te geschieden onder rijksgeleide of onder rijkstoezicht, verplicht aan de staat een bedrag te betalen van € 38 voor elk gewerkt uur of gedeelte van een uur gedurende hetwelk begeleiding heeft plaatsgevonden of toezicht is gehouden. 2 Onverminderd het eerste lid is de vervoerder of zijn gemachtigde dan wel degene die voorhanden heeft verplicht aan de staat te betalen: a. artikel 3 van de Algemene termijnenwet indien het vervoer plaatsheeft tussen 18.00 uur en 6.00 uur of op een zaterdag, een zondag dan wel een algemeen erkende feestdag als genoemd in, of een bij of krachtens dat artikel daarmee gelijkgestelde dag, een bedrag van € 22 voor elk gewerkt uur of gedeelte van een uur gedurende hetwelk begeleiding heeft plaatsgevonden of toezicht is gehouden; b. indien het in verband met begeleiding of toezicht noodzakelijk is dat degene die begeleidt of toezicht houdt voor, tijdens of na zijn dienst buiten zijn standplaats nachtverblijf in een hotel moet houden, voor elk nachtverblijf een bedrag van € 54; c. indien het vervoer later aanvangt dan het door of in overleg met de vervoerder of zijn gemachtigde dan wel degene die voorhanden heeft, vastgestelde tijdstip, een bedrag van € 22 voor elk uur of gedeelte van een uur van de daaruit voortvloeiende wachttijd van degene die begeleidt of toezicht houdt. 3 Het tweede lid, onder a, is niet van toepassing op het vervoer per spoor tussen 18.00 uur en 6.00 uur op andere dan de in het tweede lid, onder a, genoemde dagen. 4 Onverminderd het tweede lid is de vervoerder of zijn gemachtigde dan wel degene die voorhanden heeft, indien in een door of in overleg met de vervoerder of zijn gemachtigde dan wel degene die voorhanden heeft, vastgesteld tijdstip van aanvang van een transport op een zodanig tijdstip wijziging wordt gebracht dat degene die begeleidt of toezicht houdt zich reeds heeft begeven of reizende is naar de plaats waar het transport zou aanvangen, verplicht aan de staat een bedrag te betalen van € 22 voor elk uur of gedeelte van een uur van de daaruit voortvloeiende reistijd van degene die begeleidt of toezicht houdt. 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 2004 476 30-09-2004 24-08-2004 01-10-2004
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Indien gelijktijdig aan dezelfde persoon meerdere, met elkaar samenhangende vergunningen worden verleend, waarvoor bijdragen als in dit besluit bedoeld verschuldigd zijn, is slechts één bijdrage verschuldigd, waarvan het bedrag gelijk is aan het hoogste van de bedragen, welke op grond van dit besluit ter zake van die vergunningen verschuldigd zouden zijn. 1981 455 25-06-1981 1981 455 25-06-1981 25-07-1981
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 b artikel 15, onder c artikel 15, onder Indien een vergunning wordt verleend voor het oprichten of in werking brengen van een inrichting als bedoeld in, van de wet, dan wel voor het in een vaartuig aanbrengen, aangebracht houden of wijzigen van een uitrusting als bedoeld in, van de wet en ten aanzien van die inrichting of uitrusting in hetzelfde vaartuig reeds een vergunning als hiervoor bedoeld gold ten behoeve van een ander, in wiens plaats de aanvrager treedt, is geen bijdrage als in dit besluit bedoeld verschuldigd. 2 a artikel 15, onder, 29 of 34 Indien een vergunning wordt verleend voor een handeling, waarvoor ingevolgevan de wet een vergunning is vereist, en voor een gelijke handeling reeds een overeenkomstige vergunning gold ten behoeve van een ander, in wiens plaats de aanvrager treedt, is geen bijdrage als in dit besluit bedoeld verschuldigd. 1981 455 25-06-1981 1981 455 25-06-1981 25-07-1981
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De verplichting tot het betalen van een in dit besluit vastgestelde bijdrage ontstaat op de dag waarop de beroepstermijn met betrekking tot de beschikking, waarbij de vergunning werd verleend, is verstreken of, indien beroep is ingesteld, waarop op het beroep is beslist. 2 artikel 5, tweede lid Indien het betreft een jaarlijkse bijdrage als bedoeld in, ontstaat de verplichting tot betalen voor de eerste maal op de eerste dag waarop de betrokken vergunning van kracht is nadat dertig dagen zijn verstreken sinds de dag, waarop de beschikking, waarbij de vergunning werd verleend, is verzonden en vervolgens elk volgend jaar op dezelfde dag als waarop de verplichting voor de eerste maal ontstond. 1993 583 02-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer deelt aan de betrokkene mede, welke bijdrage deze is verschuldigd, op welke wijze betaling van de bijdrage kan plaatsvinden en binnen welke termijn deze dient te geschieden. 2010 696 28-09-2010 13-09-2010 2010 722 26-10-2010 09-10-2010 16-11-2010
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Artikel 5, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing ingeval een vergunning als daar bedoeld is verleend vóór het in werking treden van dit besluit. 2 artikel 14, tweede lid Ingeval op de dag van in werking treden van dit besluit de vergunning van kracht is en dertig dagen zijn verstreken sinds de dag, waarop de beschikking, waarbij de vergunning werd verleend, is verzonden, ontstaat de verplichting tot betalen in afwijking van, voor de eerste maal op de dag van in werking treden van dit besluit en vervolgens elk volgend jaar op dezelfde dag als waarop de verplichting voor de eerste maal ontstond. 1981 455 25-06-1981 1981 455 25-06-1981 25-07-1981
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Stb. Het Bijdragenbesluit Kernenergiewet (1969, 475) wordt ingetrokken. 1981 455 25-06-1981 1981 455 25-06-1981 25-07-1981
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Dit besluit kan worden aangehaald als: Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981. 2 Staatsblad Het treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst. 1981 455 25-06-1981 1981 455 25-06-1981 25-07-1981