Besluit van 9 december 1980, houdende regelen ten aanzien van de in- en uitvoer van bepaalde landbouwgoederen
- BWB-id
- BWBR0003360
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1998-03-01 t/m 2008-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003360
- ELI
- /eli/nl/amvb/1981/in-en-uitvoerbesluit-landbouwgoederen-1980
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1981/in-en-uitvoerbesluit-landbouwgoederen-1980/1998-03-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003360&g=1998-03-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003360&z=2026-06-06&g=1998-03-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003360/1998-03-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1981/in-en-uitvoerbesluit-landbouwgoederen-1980
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Gemeenschap: de Europese Economische Gemeenschap; Trb. Verdrag: het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (1957, 91); Raad: de Raad van Ministers van de Europese Gemeenschappen; Commissie: de Commissie van de Europese Gemeenschappen; derde land: een land, dat geen lid is van de Europese Economische Gemeenschap; communautaire regeling: een door de Raad of de Commissie vastgestelde verordening of beschikking, houdende maatregelen voor het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en derde landen of tussen de Lid-Staten der Gemeenschap onderling van een of meer goederen; invoercertificaat: een document, dat ingevolge een communautaire regeling bij de invoer van een in die regeling omschreven of aangeduid goed moet worden overgelegd en dat het recht en de plicht meebrengt tot het invoeren van het in het document omschreven of aangeduide goed tijdens de geldigheidsduur van dat document; uitvoercertificaat: een document, dat ingevolge een communautaire regeling bij de uitvoer van een in die regeling omschreven of aangeduid goed moet worden overgelegd en dat het recht en de plicht meebrengt tot het uitvoeren van het in het document omschreven of aangeduide goed tijdens de geldigheidsduur van dat document; Onze Minister: Onze Minister van Landbouw en Visserij. 1996 167 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De invoer van goederen, aangewezen in deel I van de bij dit besluit behorende bijlage, zonder vergunning van Onze Minister, is verboden. 2 artikel 2 van het Invoerbesluit landen 1981 Stb. Het eerste lid geldt niet in de gevallen, waarin(576) van toepassing is. 1993 500 07-09-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De uitvoer van goederen, aangewezen in de bij dit besluit behorende bijlage, zonder vergunning van Onze Minister, is verboden. 1993 500 07-09-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2 Ingeval bij de invoer van een goed ter voldoening aan een communautaire regeling een binnen de Gemeenschap bevoegdelijk afgegeven geldig invoercertificaat wordt overgelegd, geldt dit certificaat voor die invoer als een vergunning als bedoeld in. 2 artikel 3 Ingeval bij de uitvoer van een goed ter voldoening aan een communautaire regeling een binnen de Gemeenschap bevoegdelijk afgegeven geldig uitvoercertificaat wordt overgelegd, geldt dit certificaat voor die uitvoer als een vergunning als bedoeld in. 3 Onze Minister wijst het orgaan aan, dat bevoegd is tot het afgeven van invoer- en uitvoercertificaten in Nederland, en kan, voor zover zulks voor een goede uitvoering van een communautaire regeling nodig is, regelen stellen met betrekking tot het afgeven van deze certificaten. Daarbij kan hij onder meer bepalen, dat een waarborgsom moet worden gestort. 1993 500 07-09-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 1, tweede lid, van de Douanewet Onze Minister is bevoegd tot de vaststelling van rechten bij invoer, andere dan douanerechten als bedoeld in. 2 Het bedrag van een krachtens het eerste lid vastgesteld recht kan onder meer verschillen naar gelang van het land van herkomst of oorsprong van het in te voeren goed, het tijdstip waarop de importeur van zijn voornemen tot invoer heeft doen blijken, het tijdstip waarop aan de importeur een invoervergunning is verstrekt en het tijdstip van de invoer. 3 Bij het vaststellen van een recht kan voorts worden bepaald dat een recht verschuldigd is vóór het tijdstip van invoer van het betrokken goed. 1996 167 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 1, derde lid, van de Douanewet Onze Minister is bevoegd tot de vaststelling van rechten bij uitvoer als bedoeld in. 2 Het bedrag van een krachtens het eerste lid vastgesteld recht kan onder meer verschillen naar gelang van het land van bestemming van het uit te voeren goed, het tijdstip waarop de exporteur van zijn voornemen tot uitvoer heeft doen blijken, het tijdstip waarop aan de exporteur een uitvoervergunning is verstrekt en het tijdstip van de uitvoer. 3 Bij het vaststellen van het recht kan voorts worden bepaald, dat een recht verschuldigd is vóór het tijdstip van uitvoer van het betrokken goed. 1996 167 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 1996 167 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Onze Minister kan: a. op aanvrage een restitutie verstrekken ter zake van de uitvoer van in de bij dit besluit behorende bijlage aangewezen goederen, dan wel ter zake van de uitvoer van daaruit of met behulp daarvan verkregen goederen; b. regelen stellen met betrekking tot de aanspraak op restitutie, de bij het aanvragen daarvan te verstrekken gegevens of over te leggen bewijsstukken, de vaststelling van de grondslagen waarnaar de berekening van de uit te keren bedragen plaatsvindt en de wijze van verstrekking van de restituties; c. verordening (EEG) nr. 3665/87 PbEG sancties opleggen als bedoeld in artikel 11 vanvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1987 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwprodukten (L 351). 2 Het bedrag ener krachtens het eerste lid te verstrekken restitutie kan onder meer verschillen naar gelang van het land van bestemming van het uit te voeren goed, het tijdstip waarop de exporteur van zijn voornemen tot uitvoer heeft doen blijken, het tijdstip waarop aan de exporteur een uitvoervergunning is verstrekt en het tijdstip van de uitvoer. 3 b Voor zover voor de toepassing van het ingevolge het eerste lid bepaalde de medewerking van de rijksbelastingdienst wordt ingeroepen, geschiedt zulks in dier voege, dat Onze Minister in de aldaar onderbedoelde regelen tevens, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, de constatering van feiten of omstandigheden, op grondslag waarvan de restituties worden berekend, opdraagt aan de genoemde dienst. 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 01-03-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 zin van artikel 8 Restituties ter zake van de uitvoer van in de bij dit besluit behorende bijlage aangewezen goederen of van daaruit of met behulp daarvan verkregen goederen, die Nederland ingevolge een communautaire regeling gehouden of gerechtigd is te verstrekken, worden als restituties in deverstrekt. Op zodanige restituties zijn alle andere ten aanzien van krachtens dit besluit te verstrekken restituties geldende wettelijke regelingen eveneens van toepassing. 2 Onder restitutie als bedoeld in de aanhef van het eerste lid is te verstaan elk bedrag, dat ingevolge een communautaire regeling als restitutie, als subsidie, als compenserend bedrag of onder welke andere benaming ook bij de uitvoer van een goed als in het eerste lid bedoeld moet of mag worden verstrekt. 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 01-03-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 In de gevallen, waarin ingevolge een communautaire regeling bij de invoer van een in de bij dit besluit behorende bijlage aangewezen goed of een daaruit of met behulp daarvan verkregen goed in een Lid-Staat van de Gemeenschap, die Lid-Staat gehouden of gerechtigd is een subsidie te verstrekken, kan Onze Minister: a. op aanvrage ter zake van de invoer van het in de aanhef bedoelde goed een subsidie verstrekken; b. regelen stellen met betrekking tot de aanspraak op subsidie, de bij het aanvragen daarvan te verstrekken gegevens of over te leggen bewijsstukken, de vaststelling van de grondslagen waarnaar de berekening van de uit te keren bedragen plaatsvindt, de wijze van verstrekking van de subsidie en al hetgeen voorts nodig is voor de uitvoering van de communautaire regeling in Nederland. 2 Onder subsidie als bedoeld in de aanhef van het eerste lid is te verstaan elk bedrag, dat ingevolge een communautaire regeling als subsidie, als restitutie, als compenserend bedrag of onder welke andere benaming ook bij de invoer van een goed als in het eerste lid bedoeld moet of mag worden verstrekt. 3 b Voor zover voor de toepassing van het ingevolge het eerste lid bepaalde de medewerking van de rijksbelastingdienst wordt ingeroepen, geschiedt zulks in dier voege, dat Onze Minister in de aldaar onderbedoelde regelen tevens, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, de constatering van feiten of omstandigheden, op grondslag waarvan de subsidies worden berekend, opdraagt aan de genoemde dienst. 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 01-03-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 8 Bij de uitvoer van een goed, waarvoorof 10 is toegepast, moeten de regelen in acht worden genomen die Onze Minister, voor zover hij dat voor een goede toepassing van dit besluit noodzakelijk acht, stelt met betrekking tot: a. het kennis geven van een voorgenomen uitvoer van de in aanhef bedoelde goederen; b. het aangeven van zodanige goederen ten uitvoer; c. het aanbieden van die ten uitvoer aangegeven goederen voor onderzoek en monsterneming; d. het onder toezicht stellen van in de aanhef bedoelde goederen met het oog op hun opslag, uitslag, be- of verwerking, voorafgaand aan de uitvoer van - al naar het geval - de desbetreffende of de daaruit of met behulp daarvan verkregen goederen; e. d de verantwoording van de rendementen die zijn behaald bij de onderbedoelde be- of verwerking; f. het kennis geven van de na uitvoer bereikte bestemming van in de aanhef bedoelde goederen. 2 Voor zover voor de toepassing van het ingevolge het eerste lid bepaalde de medewerking van de rijksbelastingdienst wordt ingeroepen, stelt Onze Minister de aldaar bedoelde regelen vast in overeenstemming met Onze Minister van Financiën. 1996 167 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 8 Onverminderd enig ander wettelijk voorschrift is hij, die een goed ten aanzien waarvan krachtensof 10 regelen zijn gesteld, in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf invoert, doet invoeren, uitvoert of doet uitvoeren, verplicht: a. de door hem met betrekking tot die invoer of uitvoer en met betrekking tot het ingevoerde of uitgevoerde goed verrichte handelingen, de vervaardiging van het goed daaronder begrepen, op de in zijn beroep of bedrijfstak gebruikelijke wijze in zijn administratie te verantwoorden; b. alle desbetreffende aantekeningen en bescheiden, zoals nota's, brieven, analyserapporten en andere bewijsstukken, boeken, registers of andere hulpmiddelen, waarin de gegevens inzake die handelingen zijn vastgelegd, vanaf het tijdstip van hun opstelling of verkrijging tot het tijdstip, waarop drie kalenderjaren zijn verlopen te rekenen van het einde van het jaar, waarin de invoer of de uitvoer heeft plaatsgevonden, te bewaren. 2 Overtreding van het gestelde in het eerste lid is een strafbaar feit. 1996 167 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 2, eerste lid artikel 2, derde lid b b Onze Minister kan van het bij, 3, eerste lid, 11, eerste lid, 12, eerste lid, dan wel van het krachtens, 3, tweede lid, 4, derde lid, 8, eerste lid, onder, of 10, eerste lid, onder, bepaalde vrijstelling en op aanvrage ontheffing verlenen. 2 Voor zover voor de toepassing van het ingevolge het eerste lid bepaalde de medewerking van de rijksbelastingdienst wordt ingeroepen, geschiedt zulks in dier voege, dat Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, aan de genoemde dienst opdraagt op aanvragen om ontheffing te beslissen of vrijstellingsregelen uit te voeren. 1996 167 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a Vervallen 1992 457 14-08-1992 1992 457 14-08-1992 15-11-1992
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1992 457 14-08-1992 1992 457 14-08-1992 15-11-1992
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1992 457 14-08-1992 1992 457 14-08-1992 15-11-1992
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1996 167 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1996 167 21-03-1996 04-03-1996 1996 246 02-05-1996 16-04-1996 23806 01-06-1996
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 4, derde lid Waarborgsommen als bedoeld in, die ingevolge de communautaire regeling op grond waarvan zij zijn gestort geheel of ten dele niet kunnen worden vrijgegeven en evenmin ingevolge enig communautair voorschrift in mindering dienen te worden gebracht op de ten laste van de Gemeenschap komende uitgaven, vervallen aan de Staat en maken deel uit van de ontvangsten van afdeling A van het Landbouw-Egalisatiefonds. 1980 758 09-12-1980 1980 758 09-12-1980 17-03-1981
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikelen 2 3 Onze Minister stelt het model vast van de in deenbedoelde vergunningen. 2 artikel 2 Bij de verlening van een vergunning als bedoeld inof 3 worden daaraan voor de houder de volgende voorschriften verbonden: a. zodra vaststaat dat daarvan geen gebruik meer kan worden gemaakt, moet de vergunning terstond teruggezonden worden aan degene die haar heeft verleend; b. aan degene, die de vergunning heeft verleend, moeten binnen de daartoe gestelde termijn alle gewenste inlichtingen worden verstrekt omtrent het daarvan gemaakte gebruik. 1980 758 09-12-1980 1980 758 09-12-1980 17-03-1981
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Kaderwet LNV-subsidies Dit besluit berust mede op de. 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 1997 618 16-12-1997 19-11-1997 01-03-1998
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Stb. Het In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963 (125) wordt ingetrokken. 2 Vergunningen, invoer- en uitvoercertificaten en ontheffingen, die zijn verleend ingevolge het In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963 worden, voor zover zij hun gelding nog niet hebben verloren, geacht te zijn verleend op grond van dit besluit. 1980 758 09-12-1980 1980 758 09-12-1980 17-03-1981
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980 Dit besluit kan worden aangehaald als:. 2 Staatsblad Het treedt in werking met ingang van de dag liggende twee maanden en één dag na de datum van uitgifte van het, waarin het wordt geplaatst. 1980 758 09-12-1980 1980 758 09-12-1980 17-03-1981