Besluit van 24 januari 1983, tot vaststelling van een nieuw Legesbesluit
- BWB-id
- BWBR0003570
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- 2002-01-01 t/m 2003-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003570
- ELI
- /eli/nl/amvb/1983/legesbesluit-1983
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1983/legesbesluit-1983/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003570&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003570&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003570/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1983/legesbesluit-1983
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. het verlengen van een paspoort, of een ander reisdocument: het verlengen van de geldigheidsduur van een paspoort c.q. reisdocument, alsook het geldig maken van een paspoort of een ander reisdocument, waarvan de geldigheidsduur reeds is verstreken, voor een later tijdvak. b. Onze Minister: Onze Minister van Buitenlandse Zaken. c. artikel 2, derde lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken Stb. levenspartner: een persoon als bedoeld invan 24 november 1986,611. 1988 61 15-02-1988 1988 61 15-02-1988 02-03-1987
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Voor het afgeven van een paspoort met een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar, ten behoeve van een Nederlander al dan niet vergezeld van één of meer kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 24,50. 2 Voor het afgeven van een paspoort met een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar, ten behoeve van een Nederlander beneden de leeftijd van zestien jaar, wordt het bedrag aan kanselarijleges met 50% verlaagd. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Voor het afgeven van een paspoort, een groter aantal bladen bevattende dan een paspoort bedoeld in het vorig artikel, met een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar, ten behoeve van een Nederlander, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 35,39. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 eerste lid van artikel 2 en in artikel 3 Voor het verlengen van een paspoort als bedoeld in het, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 24,50. 2 tweede lid van artikel 2 Voor het verlengen van een paspoort als bedoeld in het, wordt het bedrag aan kanselarijleges met 50% verlaagd. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Voor het afgeven of verlengen van een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort, met een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaar, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 24,50. 2 Dit recht is niet verschuldigd voor het afgeven of verlengen van paspoorten ten behoeve van het personeel van de Dienst Buitenlandse Zaken dat in het buitenland is tewerkgesteld, hun inwonende echtgeno(o)t(e) of levenspartner en bij hen inwonende minderjarige kinderen. 3 Indien een paspoort als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, is afgegeven of verlengd met een geldigheidsduur korter dan drie jaar, worden geen kanselarijleges geheven voor de verlenging daarvan tot ten hoogste drie jaar, te rekenen van de datum waarop laatstelijk kanselarijleges werden betaald. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Voor het afgeven van een identiteitskaart (toeristenkaart) B met een geldigheidsduur van ten hoogste twee jaar ten behoeve van een Nederlander, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 6,47. 2 Voor het afgeven van een identiteitskaart (toeristenkaart) BJ met een geldigheidsduur van ten hoogste twee jaar ten behoeve van een minderjarige Nederlander, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 1,59. 3 Voor het afgeven van een identiteitskaart (toeristenkaart) C ten behoeve van een Nederlander doch uitsluitend geldig voor de Beneluxlanden, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 1,59. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Voor het afgeven van een identiteitskaart (toeristenkaart) Am, met een geldigheidsduur van ten hoogste één maand, door de brigade-commandant van de Koninklijke Marechaussee ten behoeve van een Nederlander, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 24,50. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Voor het afgeven of verlengen van een paspoort of een ander reisdocument met een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar, ten behoeve van een vreemdeling al dan niet vergezeld van één of meer kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 24,50. 2 Indien een paspoort bedoeld in het vorig lid wordt afgegeven of verlengd ten behoeve van een vreemdeling beneden de leeftijd van zestien jaar, wordt het bedrag aan kanselarijleges met 50% verlaagd. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Voor het afgeven of verlengen door Onze Minister van een reisdocument ten behoeve van: artikelen 2 3 4 6 8 worden de bedragen van de kanselarijleges, genoemd in de,,,enverhoogd met een bedrag van € 18,15 met dien verstande dat de afgifte of verlenging plaatsvindt met een geldigheidsduur van ten hoogste: - een persoon die niet in een Nederlands persoonsregister is opgenomen; - een persoon, werkzaam in de internationale Rijn- of luchtvaart, en bij Onze Minister als zodanig geregistreerd, a. vijf jaar, indien het een Nederlander betreft; b. één jaar, indien het een vreemdeling betreft; c. twee jaar, indien het de afgifte van een identiteitskaart (toeristenkaart) betreft. 2 artikelen 2 3 4 Voor het afgeven of verlengen door Onze Minister van een additioneel (tweede) paspoort met een geldigheidsduur van ten hoogste twee jaar ten behoeve van een Nederlander, die aantoont om dringende redenen van beroepsuitoefening niet te kunnen volstaan met het bezit van één paspoort, worden de bedragen van de kanselarijleges, genoemd in de,enverhoogd met een bedrag van € 18,15. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a Voor het aanbrengen van een wijziging in de persoonsgegevens van de houder van een reisdocument, alsmede voor het op diens verzoek bijschrijven van de persoonsgegevens van een kind, door Onze Minister wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 2,50. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Voor het afgeven van een laissez-passer wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 24,50. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a Voor het verlengen van een reisdocument als bedoeld in de artikelen 2, 3, 8 en 10, met een geldigheidsduur van ten hoogste één jaar, door autoriteiten die door Onze Minister daartoe zijn gemachtigd, wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 43,79. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikelen 2 3 5 6 8 9 10 Indien de aanvrager van een reisdocument reeds eerder een reisdocument werd verstrekt, welk document bij de aanvraag - anders dan door overmacht - niet compleet kan worden overgelegd, wordt boven het bedrag verschuldigd ingevolge de,,,,,of, aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 39,03. 2 Indien de omstandigheid omschreven in het eerste lid zich binnen een periode van twee jaren wederom voordoet, wordt het verschuldigde bedrag aan kanselarijleges, berekend op de voet van het eerste lid, verdubbeld. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Voor het afgeven van een collectief paspoort wordt aan kanselarijleges geheven een bedrag van € 52,64 met dien verstande dat dit bedrag, indien de afgifte plaatsvindt door Onze Minister, wordt verhoogd met € 5,26 voor elke persoon die op het collectieve paspoort staat vermeld. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a Vervallen 1989 347 21-08-1989 1989 347 21-08-1989 08-09-1989
Artikel 12b — Artikel 12b#
Artikel 12b Vervallen 1989 347 21-08-1989 1989 347 21-08-1989 08-09-1989
Artikel 12c — Artikel 12c#
Artikel 12c Vervallen 1989 347 21-08-1989 1989 347 21-08-1989 08-09-1989
Artikel 12d — Artikel 12d#
Artikel 12d Vervallen 1989 347 21-08-1989 1989 347 21-08-1989 08-09-1989
Artikel 12e — Artikel 12e#
Artikel 12e Vervallen 1989 347 21-08-1989 1989 347 21-08-1989 08-09-1989
Artikel 12f — Artikel 12f#
Artikel 12f Vervallen 1989 347 21-08-1989 1989 347 21-08-1989 08-09-1989
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 1990 449 22-06-1990 1990 449 22-06-1990 31-08-1990
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1990 449 22-06-1990 1990 449 22-06-1990 31-08-1990
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1990 449 22-06-1990 1990 449 22-06-1990 31-08-1990
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Indien de belanghebbende onvermogend is kan, na verkregen algemene of bijzondere machtiging van Onze Minister, afgifte of verlenging van een reisdocument met een geldigheidsduur van één jaar kosteloos plaatsvinden. 1983 55 24-01-1983 1983 26 07-02-1983 01-02-1983
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Afgifte en verlenging van een reisdocument geschiedt nadat dit - als bewijs van betaling der verschuldigde kanselarijleges - is voorzien van een of meer zegels, welke door een stempelafdruk ongeldig zijn gemaakt. 2 Onze Minister is bevoegd te bepalen dat in door hem nader aan te geven gevallen de kwijting van de kanselarijleges op andere wijzen plaatsvindt, dan in het eerste lid omschreven. 3 Onze Minister stelt het model van de in het eerste lid bedoelde zegels vast. 1983 55 24-01-1983 1983 26 07-02-1983 01-02-1983
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 17 De inbedoelde zegels verstrekt Onze Minister, bij wijze van voorschot, aan de autoriteiten die met de afgifte van paspoorten en identiteitskaarten (toeristenkaarten) en met de verlenging van paspoorten zijn belast. Onze Minister is bevoegd ter zake nadere regelingen te stellen. 1983 55 24-01-1983 1983 26 07-02-1983 01-02-1983
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 De verantwoording en afdracht van de geheven leges vindt plaats aan Onze Minister, op de wijze door Onze Minister voor te schrijven. 1988 61 15-02-1988 1988 61 15-02-1988 02-03-1987
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Het toezicht op de juiste wijze van heffing en verantwoording van de kanselarijleges wordt uitgeoefend door de ambtenaren, door Onze Minister aan te wijzen. 1983 55 24-01-1983 1983 26 07-02-1983 01-02-1983
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Dit besluit kan worden aangehaald onder de titel "Legesbesluit 1983". 1983 55 24-01-1983 1983 26 07-02-1983 01-02-1983
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Dit besluit treedt in werking op een door Onze Minister te bepalen datum. Stb. Met ingang van dezelfde datum vervalt het Koninklijk Besluit van 2 augustus 1960,336. 1983 55 24-01-1983 1983 26 07-02-1983 01-02-1983