Besluit van 10 september 1984, houdende afwijkingen van het bepaalde in de Wet medezeggenschap onderwijs
- BWB-id
- BWBR0003710
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-08-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003710
- ELI
- /eli/nl/amvb/1984/besluit-medezeggenschap-onderwijs
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1984/besluit-medezeggenschap-onderwijs/2022-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003710&g=2022-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003710&z=2026-06-06&g=2022-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003710/2022-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1984/besluit-medezeggenschap-onderwijs
Artikel A-1 — Artikel A-1#
Artikel A-1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. Wet medezeggenschap onderwijs Stb. de wet: de(1981, 778); c. artikel 4, eerste lid, van de wet de medezeggenschapsraad: de raad, bedoeld in; d. artikel 24 van de wet de voorlopige medezeggenschapsraad: de raad, bedoeld in; e. artikel 3, eerste lid, van de wet het medezeggenschapsreglement: het reglement, bedoeld in; f. het bevoegd gezag: voor wat betreft 1°. een rijksschool: Onze minister; 2°. een gemeentelijke school: het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit wenselijk oordeelt, met inachtneming van door hem te stellen regelen; 3°. een bijzondere school: het schoolbestuur. 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 01-01-2019
Artikel B-1 — Artikel B-1#
Artikel B-1 In afwijking van de wet voor wat betreft de artikelen 4, tweede, derde en tiende lid, en 24, tweede lid, gelden de bepalingen van deze paragraaf voor die scholen voor kleuteronderwijs en die scholen voor gewoon lager onderwijs, waar de schoolleider de enige aan de school verbonden leidster onderscheidenlijk onderwijzer is. 1984 442 10-09-1984 1984 442 10-09-1984 13-10-1984
Artikel B-2 — Artikel B-2#
Artikel B-2 1 artikel B-1 Het aantal leden van de medezeggenschapsraad bedraagt aan een school als bedoeld inten hoogste 3 leden. 2 De medezeggenschapsraad bestaat uit: a. de schoolleider; b. een lid dat uit en door de ouders wordt gekozen; en indien het medezeggenschapsreglement dit bepaalt, uit c. een lid dat wordt gekozen overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, zesde lid, van de wet. 3 Het medezeggenschapsreglement kan niet bepalen dat het tot de taak van de schoolleider behoort om namens het bevoegd gezag de besprekingen met de medezeggenschapsraad te voeren, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet. 1984 442 10-09-1984 1984 442 10-09-1984 13-10-1984
Artikel B-3 — Artikel B-3#
Artikel B-3 artikel B-1 De voorlopige medezeggenschapsraad aan een school als bedoeld inbestaat uit de schoolleider en een lid dat uit en door de ouders wordt gekozen. 1984 442 10-09-1984 1984 442 10-09-1984 13-10-1984
Artikel B-4 — Artikel B-4#
Artikel B-4 artikel B-1 artikelen B-2 B-3 Indien op het moment van inwerkingtreding van dit besluit aan een school als bedoeld ingeen medezeggenschapsraad of voorlopige medezeggenschapsraad is verbonden in overeenstemming met het bepaalde in deen, wordt binnen drie maanden een voorlopige medezeggenschapsraad gekozen. 1984 442 10-09-1984 1984 442 10-09-1984 13-10-1984
Artikel C-1 — Artikel C-1#
Artikel C-1 Wet op het basisonderwijs In afwijking van de wet voor wat betreft artikel 4, eerste en zevende lid, gelden de bepalingen van deze paragraaf in die gevallen, waarin een of meer scholen voor kleuteronderwijs en een of meer scholen voor gewoon lager onderwijs door hetzelfde bevoegd gezag in stand worden gehouden en samenwerken, of zullen gaan samenwerken met het oog op de vorming van een school voor basisonderwijs als bedoeld in de Stb. (1984, 2). 1984 442 10-09-1984 1984 442 10-09-1984 13-10-1984
Artikel C-2 — Artikel C-2#
Artikel C-2 1 artikel C-1 In een geval als bedoeld inkan het bevoegd gezag een medezeggenschapsraad instellen voor de groep van scholen, indien dit overeenstemt met de wens van ten minste twee derden zowel van het personeel van elk van de desbetreffende scholen als van de ouders van de leerlingen van elk van de desbetreffende scholen. 2 Bij de berekening van het aantal leden van de medezeggenschapsraad wordt uitgegaan van het gezamenlijk aantal leerlingen van de desbetreffende scholen, met dien verstande dat het aantal leden in elk geval het dubbele van het aantal scholen bedraagt. 3 a b In elk van de delen van de medezeggenschapsraad, die ingevolge artikel 4, derde lid onderen, van de wet worden gekozen, wordt ten minste een lid uit elk van de desbetreffende scholen gekozen. 4 De schoolleider van elk van de desbetreffende scholen heeft, met adviserende stem, mede zitting in de medezeggenschapsraad, indien hij niet tot lid daarvan is gekozen. 1984 442 10-09-1984 1984 442 10-09-1984 13-10-1984
Artikel C-3 — Artikel C-3#
Artikel C-3 Artikel C-2 is van overeenkomstige toepassing op de voorlopige medezeggenschapsraad. 1984 442 10-09-1984 1984 442 10-09-1984 13-10-1984
Artikel D-1 — Artikel D-1#
Artikel D-1 In afwijking van de wet voor wat betreft de artikelen 4, tweede tot en met zesde lid, en 24, tweede lid, gelden de bepalingen van deze paragraaf voor die cursussen voor voortgezet onderwijs, waarvan de cursusduur minder dan één jaar bedraagt en waaraan per leerling per week gedurende minder dan 7 lesuren onderwijs wordt gegeven. 1984 442 10-09-1984 1984 442 10-09-1984 13-10-1984
Artikel D-2 — Artikel D-2#
Artikel D-2 1 artikel D-1 Het aantal leden van de medezeggenschapsraad bedraagt aan een cursus als bedoeld inmet minder dan 250 leerlingen ten hoogste 3 leden, met 250 tot 750 leerlingen ten hoogste 5 leden, met 750 tot 1250 leerlingen ten hoogste 7 leden en met 1250 of meer leerlingen ten hoogste 9 leden. 2 De medezeggenschapsraad bestaat uit leden die uit en door het personeel worden gekozen. 1984 442 10-09-1984 1984 442 10-09-1984 13-10-1984
Artikel D-3 — Artikel D-3#
Artikel D-3 artikel D-1 Artikel D-2, tweede lid Het aantal leden van de voorlopige medezeggenschapsraad bedraagt aan een cursus als bedoeld inmet minder dan 250 leerlingen 2 leden, met 250 tot 750 leerlingen 4 leden, met 750 tot 1250 leerlingen 6 leden en met 1250 of meer leerlingen 8 leden.is van overeenkomstige toepassing. 1984 442 10-09-1984 1984 442 10-09-1984 13-10-1984
Artikel D-4 — Artikel D-4#
Artikel D-4 artikel D-1 artikelen D-2 D-3 Indien op het moment van inwerkingtreding van dit besluit aan een cursus als bedoeld ingeen medezeggenschapsraad of voorlopige medezeggenschapsraad is verbonden in overeenstemming met het bepaalde in deen, wordt binnen drie maanden een voorlopige medezeggenschapsraad gekozen. 1984 442 10-09-1984 1984 442 10-09-1984 13-10-1984
Artikel E-1 — Artikel E-1#
Artikel E-1 In afwijking van de wet voor wat betreft artikel 4, eerste en achtste lid, gelden de bepalingen van deze paragraaf voor die gevallen, waarin meer cursussen voor voortgezet onderwijs, die geen organisatorische eenheid vormen, door hetzelfde bevoegd gezag in stand worden gehouden, dan wel een bevoegd gezag een school en een of meer daaraan verbonden cursussen in stand houdt. 1984 442 10-09-1984 1984 442 10-09-1984 13-10-1984
Artikel E-2 — Artikel E-2#
Artikel E-2 1 artikel E-1 In een geval als bedoeld inkan het bevoegd gezag een medezeggenschapsraad instellen voor een of meer groepen van cursussen en, onderscheidenlijk of, voor een of meer cursussen afzonderlijk, dan wel voor een groep van een school en een of meer cursussen. 2 Indien het bevoegd gezag een medezeggenschapsraad instelt voor een groep van cursussen, dan wel voor een groep van een school en een of meer cursussen, wordt bij de berekening van het aantal leden van de medezeggenschapsraad uitgegaan van het gezamenlijk aantal leerlingen van de desbetreffende cursussen, onderscheidenlijk school en cursus dan wel cursussen. 3 Indien het bevoegd gezag een medezeggenschapsraad instelt voor een groep van cursussen, dan wel voor een groep van een school en een of meer cursussen kan de verkiezing van de leden van de medezeggenschapsraad plaatsvinden volgens een stelsel, waarin de desbetreffende cursussen, onderscheidenlijk school en cursus dan wel cursussen evenredig zijn vertegenwoordigd. 1984 442 10-09-1984 1984 442 10-09-1984 13-10-1984
Artikel E-3 — Artikel E-3#
Artikel E-3 Artikel E-2 is van overeenkomstige toepassing op de voorlopige medezeggenschapsraad. 1984 442 10-09-1984 1984 442 10-09-1984 13-10-1984
Artikel F-1 — Artikel F-1#
Artikel F-1 1 In afwijking van de wet voor wat betreft de artikelen 3, eerste lid, 4, tweede lid, en 24, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, eerste en tweede volzin, gelden de bepalingen van deze paragraaf in die gevallen waarin een school ontstaat uit samenvoeging van twee of meer scholen. 2 Onder samenvoeging wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan: a. opheffing van twee of meer gelijksoortige scholen en de gelijktijdige oprichting van een school die feitelijk de voortzetting is van de gezamenlijke opgeheven scholen; b. opheffing van een of meer scholen waarbij deze school of scholen feitelijk opgaan in een andere, gelijksoortige school; c. artikel 2.28 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 vereniging van twee of meer scholen in een scholengemeenschap als bedoeld in; d. Stb. Stb. samenbrenging van scholen in een onderwijsgemeenschap als bedoeld in artikel 25, vierde lid, van het Besluit proefprojecten nieuw vervolg/beroepsonderwijs (1980, 283) en artikel 23, vierde lid, van het Besluit proefprojecten deeltijd vervolg/beroepsonderwijs (1983, 128); e. oprichting van een school door omvorming als bedoeld in artikel 31 van het Besluit proefprojecten deeltijd vervolg/beroepsonderwijs; f. gezamenlijke overgang van scholen in een school van een nieuwe onderwijsvorm. 2021 522 05-11-2021 14-10-2021 2022 13 11-01-2022 17-12-2021 01-08-2022
Artikel F-2 — Artikel F-2#
Artikel F-2 In het geval dat aan de samen te voegen scholen met toepassing van artikel 17, eerste dan wel tweede lid, van de wet een gezamenlijke medezeggenschapsraad is gekozen, geldt deze raad vanaf de samenvoeging als krachtens artikel 4 van de wet te zijn gekozen aan de nieuwe school. Het medezeggenschapsreglement van de scholen geldt vanaf de samenvoeging als krachtens artikel 3, eerste lid, van de wet te zijn vastgesteld aan de nieuwe school, met uitzondering van de bepalingen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag en de gezamenlijke medezeggenschapsraad, gezien de veranderingen in de feitelijke situatie, gezamenlijk constateren dat zij niet kunnen werken in de situatie na de samenvoeging. Indien is geconstateerd dat een of meer bepalingen van het medezeggenschapsreglement niet kunnen werken in de situatie na de samenvoeging, en het bevoegd gezag van oordeel is dat het medezeggenschapsreglement om die reden aanpassing behoeft, legt het bevoegd gezag na de samenvoeging onverwijld een wijziging van het medezeggenschapsreglement als voorstel aan de medezeggenschapsraad voor. 1985 239 22-04-1985 1985 239 22-04-1985 11-05-1985
Artikel F-3 — Artikel F-3#
Artikel F-3 In het geval dat scholen met gelijkluidende medezeggenschapsreglementen worden samengevoegd, geldt vanaf de samenvoeging als krachtens artikel 4 van de wet aan de nieuwe school te zijn gekozen een medezeggenschapsraad, samengesteld uit de leden van de medezeggenschapsraden van deze scholen. De aldus samengestelde raad is aan de nieuwe school verbonden totaan de verkiezing van de medezeggenschapsraad van deze school. De medezeggenschapsreglementen van de scholen gelden vanaf de samenvoeging als het krachtens artikel 3, eerste lid, van de wet aan de nieuwe school vastgestelde medezeggenschapsreglement, met uitzondering van de bepalingen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraden van de samen te voegen scholen, gezien de veranderingen in de feitelijke situatie, gezamenlijk constateren dat zij niet kunnen werken in de situatie na de samenvoeging. Indien is geconstateerd dat een of meer bepalingen van het medezeggenschapsreglement niet kunnen werken in de situatie na de samenvoeging, en het bevoegd gezag van oordeel is dat het medezeggenschapsreglement om die reden aanpassing behoeft, legt het bevoegd gezag na de samenvoeging onverwijld een wijziging van het medezeggenschapsreglement als voorstel aan de medezeggenschapsraad voor. 1985 239 22-04-1985 1985 239 22-04-1985 11-05-1985
Artikel F-4 — Artikel F-4#
Artikel F-4 artikelen F-2 F-3 In andere gevallen van samenvoeging dan die, bedoeld in deen, geldt vanaf de samenvoeging als krachtens artikel 24, eerste lid, van de wet aan de nieuwe school te zijn gekozen een voorlopige medezeggenschapsraad, samengesteld uit de leden van de raden van de samengevoegde scholen. Na de samenvoeging legt het bevoegd gezag onverwijld een medezeggenschapsreglement als voorstel aan de voorlopige raad voor. Vervolgens spreekt de voorlopige raad zich, na overleg met het bevoegd gezag, binnen drie maanden over het voorstel uit. 1985 239 22-04-1985 1985 239 22-04-1985 11-05-1985
Artikel F-5 — Artikel F-5#
Artikel F-5 artikel F-2 F-3 F-4 Het bevoegd gezag kan in overeenstemming met de medezeggenschapsraden van de samen te voegen scholen besluiten, geen toepassing te geven aan het bepaalde in,onderscheidenlijk. Alsdan wordt binnen drie maanden na de samenvoeging een voorlopige medezeggenschapsraad gekozen aan de nieuwe school en legt het bevoegd gezag onverwijld daarna een medezeggenschapsreglement als voorstel aan deze raad voor. Vervolgens spreekt de voorlopige raad zich, na overleg met het bevoegd gezag, binnen drie maanden over het voorstel uit. 1985 239 22-04-1985 1985 239 22-04-1985 11-05-1985
Artikel G-1 — Artikel G-1#
Artikel G-1 Paragraaf F In afwijking van de wet voor wat betreft artikel 3, eerste lid, gelden de bepalingen van deze paragraaf in die gevallen waarin een school wordt gesplitst, behoudens voor zover de splitsing geschiedt met het oog op een onmiddellijk op de splitsing volgende samenvoeging als bedoeld invan dit besluit. 1985 239 22-04-1985 1985 239 22-04-1985 11-05-1985
Artikel G-2 — Artikel G-2#
Artikel G-2 1 artikel G-1 In een geval als bedoeld ingeldt het aan de school vastgestelde medezeggenschapsreglement vanaf het moment van splitsing als krachtens artikel 3, eerste lid, van de wet te zijn vastgesteld aan elk van de uit de splitsing ontstane scholen afzonderlijk, met uitzondering van de bepalingen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad van de te splitsen school, gezien de veranderingen in de feitelijke situatie, gezamenlijk constateren dat zij niet kunnen werken in de situatie na de splitsing. Het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad van de te splitsen school treffen gezamenlijk een voorziening met betrekking tot de uitoefening van de in de wet en het reglement neergelegde medezeggenschapsbevoegdheden in de periode tot aan de verkiezing van de in het derde lid bedoelde medezeggenschapsraad. 2 Indien het in het eerste lid bedoelde reglement bepalingen bevat die met het oog op de situatie na de splitsing wijziging behoeven, legt het bevoegd gezag tijdig voor de splitsing aan de medezeggenschapsraad een voorstel voor tot wijziging van de bedoelde bepalingen. 3 Binnen drie maanden na de splitsing wordt een medezeggenschapsraad gekozen aan elk van de uit de splitsing ontstane scholen. 1985 239 22-04-1985 1985 239 22-04-1985 11-05-1985
Artikel H-1 — Artikel H-1#
Artikel H-1 1 In afwijking van de wet voor wat betreft de artikelen 3, eerste lid, 4 en 6, eerste lid, gelden de bepalingen van deze paragraaf in geval van omzetting van scholen. 2 Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder omzetting van scholen verstaan, de opheffing van een openbare, respectievelijk bijzondere school, onder aansluitende oprichting van een bijzondere, respectievelijk openbare school die daarvoor in de plaats komt. 3 Paragraaf F Deze paragraaf is niet van toepassing op een omzetting, onmiddellijk voorafgaand aan een samenvoeging als bedoeld invan dit besluit. 1985 239 22-04-1985 1985 239 22-04-1985 11-05-1985
Artikel H-2 — Artikel H-2#
Artikel H-2 1 artikel H-1 In een geval als bedoeld ingeldt de medezeggenschapsraad van de opgeheven school als krachtens artikel 4, eerste lid, van de wet, vanaf het moment van oprichting van de nieuwe school te zijn gekozen aan laatstbedoelde school. 2 Het reglement van de opgeheven school geldt als krachtens artikel 3, eerste lid, van de wet, op het moment van oprichting van de nieuwe school te zijn vastgesteld aan laatstbedoelde school, behoudens voor zover dit reglement bepalingen bevat die direct het karakter van de door de omzetting opgerichte school betreffen en het bevoegd gezag, gezien de met de omzetting gepaard gaande karakterverandering van de school, overneming van die bepalingen onaanvaardbaar acht. Na de oprichting van de nieuwe school legt het bevoegd gezag onverwijld een voorstel aan de medezeggenschapsraad voor tot aanpassing van de in de vorige volzin bedoelde bepalingen aan de nieuwe situatie. 1985 239 22-04-1985 1985 239 22-04-1985 11-05-1985
Artikel I-1 — Artikel I-1#
Artikel I-1 Paragrafen F tot en met H In afwijking van de wet voor wat betreft de artikelen 6, eerste lid, en 7, gelden de bepalingen van deze paragraaf in gevallen waarin aan een school besluiten worden genomen met betrekking tot het volgende schooljaar, terwijl dan een of meer andere scholen zullen zijn ontstaan ten gevolge van samenvoeging, splitsing of omzetting als bedoeld in de, of ten gevolge van de overgang van de school in een school van een nieuwe onderwijsvorm. 1985 239 22-04-1985 1985 239 22-04-1985 11-05-1985
Artikel I-2 — Artikel I-2#
Artikel I-2 artikel I-1 In een geval als bedoeld inzijn de reglementen van de betrokken medezeggenschapsraad of medezeggenschapsraden wat de daarin neergelegde bevoegdheden als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet betreft, van overeenkomstige toepassing op voorgenomen besluiten ten aanzien van aangelegenheden als bedoeld in artikel 7 van de wet, die betrekking hebben op de situatie na de samenvoeging, splitsing, omzetting onderscheidenlijk overgang. 1985 239 22-04-1985 1985 239 22-04-1985 11-05-1985
Artikel J-1 — Artikel J-1#
Artikel J-1 Stb. In afwijking van de wet voor wat betreft de artikelen 4, tweede, zevende en tiende lid, 13, en 24, tweede lid, gelden de bepalingen van deze paragraaf voor scholen voor hoger beroepsonderwijs, totdat de Wet op het hoger beroepsonderwijs (1985, 80) wat de regeling van de medezeggenschap betreft in werking is getreden. 1985 239 22-04-1985 1985 239 22-04-1985 11-05-1985
Artikel J-2 — Artikel J-2#
Artikel J-2 1 Het aantal leden van de medezeggenschapsraad bedraagt aan een school met minder dan 750 leden ten hoogste 10 leden. 2 Het aantal leden van de voorlopige medezeggenschapsraad bedraagt aan een school met minder dan 750 leden 8 leden. 1985 239 22-04-1985 1985 239 22-04-1985 11-05-1985
Artikel J-3 — Artikel J-3#
Artikel J-3 1 Een daartoe door de schoolleiding uit haar midden aangewezen lid heeft, met adviserende stem, mede zitting in de raad, indien het niet tot lid daarvan is gekozen. 2 Een lid van de schoolleiding, door het bevoegd gezag aangewezen om namens dat gezag de besprekingen met de raad te voeren, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet, kan niet tevens lid zijn van de raad, indien het medezeggenschapsreglement bepaalt dat het tot zijn taak behoort om deze besprekingen te voeren. 1985 239 22-04-1985 1985 239 22-04-1985 11-05-1985
Artikel J-4 — Artikel J-4#
Artikel J-4 1 Een deelraad wordt in ieder geval ingesteld indien de medezeggenschapsraad dit wenst. 2 Artikel 4, tweede tot en met zesde, negende en twaalfde lid van de wet , zijn van overeenkomstige toepassing op een deelraad. 3 artikel 6, eerste lid, onder a, b, c en j, van de wet Volgens regels, vastgesteld in het medezeggenschapsreglement, kan de medezeggenschapsraad een bevoegdheid als bedoeld inoverdragen aan een deelraad, voor zover het betreft een aangelegenheid die het desbetreffende deel van de school in het bijzonder aangaat. 2004 231 27-05-2004 10-05-2004 2004 231 27-05-2004 10-05-2004 28-05-2004 01-08-2001
Artikel K-1 — Artikel K-1#
Artikel K-1 Vervallen 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2021 644 23-12-2021 20-12-2021 01-02-2022
Artikel K-2 — Artikel K-2#
Artikel K-2 Vervallen 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2021 644 23-12-2021 20-12-2021 01-02-2022
Artikel K-3 — Artikel K-3#
Artikel K-3 Vervallen 2021 558 22-11-2021 17-11-2021 2021 644 23-12-2021 20-12-2021 01-02-2022
Artikel L-1 — Artikel L-1#
Artikel L-1 Vervallen 1999 151 13-04-1999 24-03-1999 1999 151 13-04-1999 24-03-1999 01-08-1999
Artikel L-2 — Artikel L-2#
Artikel L-2 Vervallen 1999 151 13-04-1999 24-03-1999 1999 151 13-04-1999 24-03-1999 01-08-1999
Artikel L-3 — Artikel L-3#
Artikel L-3 Vervallen 1999 151 13-04-1999 24-03-1999 1999 151 13-04-1999 24-03-1999 01-08-1999
Artikel L-4 — Artikel L-4#
Artikel L-4 Vervallen 1999 151 13-04-1999 24-03-1999 1999 151 13-04-1999 24-03-1999 01-08-1999
Artikel L-5 — Artikel L-5#
Artikel L-5 Vervallen 1999 151 13-04-1999 24-03-1999 1999 151 13-04-1999 24-03-1999 01-08-1999
Artikel M-1 — Artikel M-1#
Artikel M-1 b artikel 8, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra In afwijking van de wet voor wat betreft artikel 3, vijfde lid onder, gelden de bepalingen van deze paragraaf voor scholen voor voortgezet speciaal onderwijs en scholen of instellingen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in. 2003 262 30-06-2003 27-05-2003 2003 288 15-07-2003 02-07-2003 01-08-2003
Artikel M-2 — Artikel M-2#
Artikel M-2 b Het deel van de medezeggenschapsraad, bedoeld in artikel 3, derde lid onder, van de wet wordt aan een school voor voortgezet speciaal onderwijs gekozen uit en door de ouders dan wel deels uit en door de leerlingen, en aan een school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs uit en door de ouders dan wel deels uit en door de ouders en deels uit en door de leerlingen die zijn toegelaten tot het voortgezet speciaal onderwijs. 1996 424 22-08-1996 26-07-1996 1996 534 31-10-1996 21-10-1996 01-11-1996 01-08-1995 Werkt terug tot en met 1 augustus 1995.
Artikel M-3 — Artikel M-3#
Artikel M-3 artikel M-2 Het bepaalde inis van overeenkomstige toepassing op de voorlopige medezeggenschapsraad. 1985 239 22-04-1985 1985 239 22-04-1985 11-05-1985
Artikel M-4 — Artikel M-4#
Artikel M-4 Stb. Tot en met 31 juli 1985 gelden de bepalingen van deze paragraaf voor scholen voor voortgezet buitengewoon onderwijs als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit buitengewoon onderwijs 1967 (1978, 582). 1985 239 22-04-1985 1985 239 22-04-1985 11-05-1985
Artikel N-1 — Artikel N-1#
Artikel N-1 Uitleg OenW-Regelingen a a b Ten aanzien van de aangewezen scholen, bedoeld in de Regeling m.b.o. 1990-1991 (kenmerk WJZ 90031766/3473,1990, 18extra van 4 juli 1990), geldt tot 1 augustus 1991 dat de bepalingen, opgenomen in het medezeggenschapsreglement ingevolge de toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdeeldan wel, van de wet, niet van toepassing zijn voor zover het betreft aangelegenheden waarover overleg wordt gevoerd in het georganiseerd overleg op instellingsniveau als bedoeld in genoemde regeling. 1991 3 12-12-1990 1991 3 12-12-1990 09-01-1991
Artikel Z-1 — Artikel Z-1#
Artikel Z-1 Indien bijzondere omstandigheden een goede toepassing van een of meer van de onderdelen van dit besluit in een school of in een aantal scholen die door hetzelfde bevoegd gezag in stand worden gehouden, in de weg staan, kan Onze minister op verzoek van het bevoegd gezag toestaan, dat voor wat betreft een of meer onderdelen op door hem aangegeven wijze wordt afgeweken van het bepaalde in dit besluit. 1998 399 09-07-1998 23-06-1998 1998 399 09-07-1998 23-06-1998 10-07-1998
Artikel Z-2 — Artikel Z-2#
Artikel Z-2 Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit medezeggenschap onderwijs". 1984 442 10-09-1984 1984 442 10-09-1984 13-10-1984
Artikel Z-3 — Artikel Z-3#
Artikel Z-3 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst. 1984 442 10-09-1984 1984 442 10-09-1984 13-10-1984