Besluit van 25 juli 1984, houdende instelling van een Rijksmilieuhygiënische commissie
- BWB-id
- BWBR0003697
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1992-10-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003697
- ELI
- /eli/nl/amvb/1984/besluit-rijksmilieuhygi-nische-commissie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1984/besluit-rijksmilieuhygi-nische-commissie/1992-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003697&g=1992-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003697&z=2026-06-06&g=1992-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003697/1992-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1984/besluit-rijksmilieuhygi-nische-commissie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Er is een Rijksmilieuhygiënische commissie, hierna te noemen de commissie. 1984 373 25-07-1984 1984 373 25-07-1984 15-08-1984
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De commissie heeft tot taak ter bevordering van de samenhang in het regeringsbeleid op het gebied van de milieuhygiëne, over onderwerpen op dat gebied interdepartementaal overleg te voeren en adviezen uit te brengen aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en desgevraagd aan Onze andere Ministers. 1984 373 25-07-1984 1984 373 25-07-1984 15-08-1984
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Over voornemens tot het treffen van wettelijke maatregelen en van andere maatregelen, die van betekenis zijn voor het regeringsbeleid op het gebied van de milieuhygiëne, alsmede over voornemens waarvan de uitvoering belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor de milieuhygiëne, horen Onze Ministers onder wier verantwoordelijkheid die maatregelen onderscheidenlijk de uitvoering van die voornemens tot stand komen, vooraf de commissie. 2 artikel 7 van de Landinrichtingswet In afwijking van het eerste lid wordt de commissie niet gehoord over maatregelen en voornemens die worden behandeld in de Centrale Landinrichtingscommissie, ingevolge, behoudens in die gevallen waarin van de zijde van een Onzer Ministers die in de commissie vertegenwoordigd is, tegen de maatregel of het voornemen bezwaar wordt gemaakt op grond van het regeringsbeleid op het gebied van de milieuhygiëne. 1992 503 18-09-1992 1992 504 18-09-1992 01-10-1992
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De voorzitter van de commissie wordt door Ons benoemd. 2 De Directeur-Generaal voor de Milieuhygiëne is lid van de commissie. 3 De andere leden van de commissie worden benoemd door Onze Ministers van Algemene Zaken, van Buitenlandse Zaken, van Justitie, van Binnenlandse Zaken, van Onderwijs en Wetenschappen, van Financiën, van Defensie en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die ieder één lid benoemen, door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw en Visserij en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, die ieder twee leden benoemen, en door Onze Minister van Economische Zaken, die drie leden benoemt. 4 Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan een of meer deskundigen tot lid van de commissie benoemen. 1984 373 25-07-1984 1984 373 25-07-1984 15-08-1984
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De voorzitter van de commissie kan zich bij ontstentenis of ziekte doen vervangen door een door hem aan te wijzen lid. 2 Bij ontstentenis of ziekte van een lid van de commissie kan Onze betrokken Minister voor een bepaalde termijn een ander tot lid benoemen. 1984 373 25-07-1984 1984 373 25-07-1984 15-08-1984
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het secretariaat van de commissie berust bij het directoraat-generaal voor de milieuhygiëne. 1984 373 25-07-1984 1984 373 25-07-1984 15-08-1984
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De voorzitter roept de commissie in vergadering bijeen zo dikwijls hij dit nodig oordeelt of indien een lid dit verzoekt. De oproep vermeldt de agenda van de vergadering. 2 De commissie kan uit haar midden werkcommissies vormen. De voorzitter kan deskundigen uitnodigen tot het deelnemen aan beraadslagingen van de commissie of van een werkcommissie. 3 Op verzoek van een lid schorst de voorzitter de behandeling van een zaak tot de volgende vergadering teneinde het lid gelegenheid te geven met Onze Minister die hem heeft benoemd, ruggespraak te houden. 1984 373 25-07-1984 1984 373 25-07-1984 15-08-1984
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 In de adviezen van de commissie wordt desverlangd van gevoelens, van die der meerderheid afwijkende, melding gemaakt. 2 De leden die in een vergadering van de commissie een mening kenbaar hebben gemaakt, van die der meerderheid afwijkende, kunnen zich in deze vergadering de bevoegdheid voorbehouden tot het uitbrengen van een afzonderlijk advies, dat bij het advies van de commissie wordt gevoegd. 1984 373 25-07-1984 1984 373 25-07-1984 15-08-1984
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit Rijksmilieuhygiënische commissie. 1984 373 25-07-1984 1984 373 25-07-1984 15-08-1984
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit treedt in werking met ingang van 15 augustus 1984. 1984 373 25-07-1984 1984 373 25-07-1984 15-08-1984