Besluit van 1 november 1983, tot vaststelling van regelen van overgangsrecht met betrekking tot het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984
- BWB-id
- BWBR0003631
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2006-12-21 t/m 2013-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003631
- ELI
- /eli/nl/amvb/1984/overgangsregeling-bezoldigingsbesluit-burgerlijke-rijksambte
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1984/overgangsregeling-bezoldigingsbesluit-burgerlijke-rijksambte/2006-12-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003631&g=2006-12-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003631&z=2026-06-06&g=2006-12-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003631/2006-12-21
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1984/overgangsregeling-bezoldigingsbesluit-burgerlijke-rijksambte
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Hettreedt, met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gegeven regelen van overgangsrecht, in werking met ingang van 1 januari 1984. 1983 572 01-11-1983 1983 572 01-11-1983 01-01-1984
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Stb. Het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948 (J 261) is, behoudens het bepaalde bij of krachtens de volgende artikelen, ingetrokken. 1983 572 01-11-1983 1983 572 01-11-1983 01-01-1984
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 5, tweede en derde lid van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Voor zover toepassing van het bepaalde inniet kan geschieden met ingang van 1 januari 1984 zal zulks plaatsvinden ingaande een later tijdstip, doch uiterlijk binnen vier jaren na vorengenoemde datum. 1983 572 01-11-1983 1983 572 01-11-1983 01-01-1984
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 5, tweede en derde lid van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 a b Voor zover en voor zolang aan het bepaalde ingeen toepassing is gegeven geldt voor de ambtenaar voor wie op 31 december 1983 een salarisschaal geldt, genoemd ondervan het hierna volgende schema, de daarnaast ondergenoemde salarisschaal: schaal 1 schaal 1 schaal 3 schaal 2 schaal 18 schaal 3 schaal 32 schaal 4 schaal 43 schaal 5 schaal 44 schaal 5 schaal 45 schaal 5 schaal 46 schaal 5 schaal 47 schaal 5 schaal 56 schaal 6 schaal 57 schaal 6 schaal 58 schaal 6 schaal 68 schaal 7 schaal 69 schaal 7 schaal 70 schaal 7 schaal 71 schaal 7 schaal 72 schaal 7 schaal 73 schaal 7 schaal 86 schaal 8 schaal 87 schaal 8 schaal 87a schaal 8 schaal 88 schaal 8 schaal 89 schaal 8 schaal 90 schaal 8 schaal 98 schaal 9 schaal 99 schaal 9 schaal 101 schaal 9 schaal 102 schaal 9 schaal 103 schaal 9 schaal 105 schaal 9 schaal 111 schaal 10 schaal 112 schaal 10 schaal 113 schaal 10 schaal 114 schaal 10 schaal 115 schaal 10 schaal 128 schaal 11 schaal 130 schaal 11 schaal 131 schaal 11 schaal 148 schaal 12 schaal 149 schaal 13 schaal 150 schaal 14 schaal 151 schaal 15 schaal 152 schaal 16 schaal 153 schaal 17 schaal 154 schaal 18 a. (salarisschalen opgenomen in de bijlagen AI en AII van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948) b. bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (salarisschalen opgenomen in de) 2 Het salaris van de ambtenaar wordt in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag dat gelijk is aan het salaris dat voor hem op 1 januari 1984 in de oude schaal zou hebben gegolden. Het tijdstip waarop het salaris van de ambtenaar periodiek wordt verhoogd blijft als gevolg van de overgang naar de nieuwe schaal onverlet. 3 Het salaris van de ambtenaar die op 1 januari 1984 voor de toepassing van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948 als volwassene zou worden aangemerkt wordt, indien in de nieuwe schaal een gelijk bedrag ontbreekt, vastgesteld op het op die datum voor hem geldende bedrag, welk bedrag geacht wordt in de nieuwe schaal te zijn opgenomen. In die gevallen waarin het salaris dat op genoemde datum in de oude schaal voor de ambtenaar zou gelden minder bedraagt dan het bedrag behorende bij salarisnummer 0 van de nieuwe schaal, wordt het salaris op laatstbedoeld bedrag vastgesteld. Het tijdstip waarop het salaris van de ambtenaar periodiek wordt verhoogd blijft als gevolg van de overgang naar de nieuwe schaal onverlet, met dien verstande dat in die gevallen waarin het salaris wordt vastgesteld op het bedrag behorende bij salarisnummer 0 van de nieuwe schaal, het salaris voor de eerste maal op 1 januari 1985 periodiek wordt verhoogd. 4 Het salaris van de ambtenaar die op 1 januari 1984 voor de toepassing van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948 als niet-volwassene zou worden aangemerkt wordt, indien in de nieuwe schaal een gelijk bedrag ontbreekt, vastgesteld op het bedrag in de nieuwe schaal behorende bij het salarisnummer, bestaande uit de letter J en het getal dat overeenkomt met zijn leeftijd. Het tijdstip waarop het salaris van de ambtenaar periodiek wordt verhoogd blijft als gevolg van de overgang naar de nieuwe schaal onverlet. 5 artikel 7 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 a In afwijking van het bepaalde inwordt het op grond van de vorige leden geldende salaris van de ambtenaar voor wie een van de oude schalen 70, 72, 73, 86, 87of 90 gold, binnen de nieuwe schaal jaarlijks verhoogd overeenkomstig het verloop van de oude schaal. 6 Binnen drie maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit wordt de in het eerste lid bedoelde ambtenaar in kennis gesteld van de salarisschaal, het salarisnummer of het voor hem geldende salaris op grond van de eerste volzin van het derde lid en het tijdstip van de eerstvolgende periodieke salarisverhoging, welke voor hem gelden. Bovendien wordt de in het vijfde lid bedoelde ambtenaar binnen dezelfde termijn in kennis gesteld van het verloop van de jaarlijkse salarisverhogingen. 1984 113 27-03-1984 1984 113 27-03-1984 01-01-1984
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 5, tweede en derde lid van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 a a a Voor zover en voor zolang aan het bepaalde ingeen toepassing is gegeven blijven voor de desbetreffende ambtenaren de schalen 35, 36, 38, 39, 40, 41, 42, 49, 50, 51, 52, 53, 55, 61, 62, 63, 64, 65, 67, 74, 74, 76, 78, 81, 82, 83, 84, 91, 93, 96, 96, 97, 106, 107, 108, 109, 118, 119, 121, 122, 122, 123, 124, 127, 134, 135, 136, 138, 140, 141, 142, 145 en 147 van de bijlagen AI en AII van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948 gehandhaafd en worden deze schalen voor de toepassing van de overige bepalingen van eerstgenoemd besluit geacht te zijn opgenomen in de. 2 eerste lid van artikel 4 De in het vorige lid genoemde schaal 93 blijft tevens gehandhaafd voor de in hetbedoelde ambtenaar voor wie op 31 december 1983 schaal 70 geldt en die op genoemde datum uitzicht heeft op bevordering naar schaal 93. 1983 572 01-11-1983 1983 572 01-11-1983 01-01-1984
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 bijlage C van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Voor de ambtenaar die op 31 december 1983 was ingedeeld in een salarisschaal opgenomen in de bijlagen BI en BII van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948, geldt de daarmede overeenkomende salarisschaal opgenomen in de. 2 Het salaris van de ambtenaar wordt in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag dat gelijk is aan het salaris dat voor hem op 1 januari 1984 in de oude schaal zou hebben gegolden. Het tijdstip waarop het salaris van de ambtenaar periodiek wordt verhoogd blijft als gevolg van de overgang naar de nieuwe schaal onverlet. 3 Binnen drie maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit wordt de in het eerste lid bedoelde ambtenaar in kennis gesteld van de salarisschaal, het salarisnummer en het tijdstip van de eerstvolgende periodieke salarisverhoging, welke voor hem gelden. 1984 113 27-03-1984 1984 113 27-03-1984 01-01-1984
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 1988 652 14-12-1988 1988 652 14-12-1988 01-01-1989
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 13, tweede lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 eerste lid van dat artikel Zolang de nadere regels als bedoeld innog niet zijn vastgesteld, geschiedt de toekenning van een toelage op grond van hetop de wijze zoals is aangegeven in de leden 1 en 2 van artikel 40 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948. 1983 572 01-11-1983 1983 572 01-11-1983 01-01-1984
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Stb. eerste lid van artikel 16 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Ten aanzien van de ambtenaar die op 31 december 1983 een garantietoelage als bedoeld in artikel 20a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948 genoot en die ambtenaar is in de zin van de Algemene burgerlijke pensioenwet (1979, 679) wordt voor de toepassing van hethet salaris niet vermeerderd met 7,1%. 1983 572 01-11-1983 1983 572 01-11-1983 01-01-1984
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 5 artikelen 17 23 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 schaal 11 van bijlage B van dat besluit Ten aanzien van de in hetvan dit besluit bedoelde ambtenaren zijn deenvan toepassing, voor zover voor hen een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris dan dat van. 1983 572 01-11-1983 1983 572 01-11-1983 01-01-1984
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 26 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Regelen, tot stand gekomen door toepassing van artikel 23 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948, alsmede regelingen welke hiermede rechtstreeks verband houden, blijven van kracht zolang en voor zover zij niet zijn ingetrokken of met toepassing vandoor andere zijn vervangen. 2 tweede, vierde en vijfde volzin van het vijfde lid van artikel 17 Bij overgang van een ambt, waaraan een regeling van prestatiebeloning, als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948, is verbonden naar een ambt waaraan geen prestatiebeloning is verbonden, wordt het bedrag waarmede de tot dusver genoten bezoldiging de in het nieuwe ambt te genieten bezoldiging te boven mocht gaan, als een toelage toegekend. Het bepaalde in devan genoemd besluit blijft van kracht. 1983 572 01-11-1983 1983 572 01-11-1983 01-01-1984
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Regelingen, gegrond op of vastgesteld met toepassing van de artikelen 22a, vierde lid, 24, vierde lid, 25, vierde lid, 26, eerste lid, en 42 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948, blijven gedurende ten hoogste twee jaren na de inwerkingtreding van dit besluit van kracht zolang en voor zover zij niet zijn ingetrokken of vervallen. 2 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 artikel 2, sub f, van laatstgenoemd besluit Salarissen en toelagen, toegekend op grond van regelingen, vastgesteld met toepassing van artikel 42 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948 worden voor zover zij zijn aan te merken als wedde in de zin van dat besluit, voor de toepassing van hetaangemerkt als bezoldiging in de zin van. 1983 572 01-11-1983 1983 572 01-11-1983 01-01-1984
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Toelagen, toegekend op grond van artikel 17, vijfde lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948 blijven gehandhaafd, met dien verstande dat het bepaalde in de vijfde volzin van het vijfde lid van genoemd artikel van kracht blijft. 2 artikelen 13 19 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Toelagen, toegekend op grond van de artikelen 18 en 19a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948 blijven gedurende ten hoogste twee jaren na de inwerkingtreding van dit besluit gehandhaafd zolang en voor zover zij niet zijn ingetrokken dan wel op grond van een derofopnieuw zijn vastgesteld. 3 Toelagen, toegekend op grond van artikel 19 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948, alsmede de toelagen en salarisverhogingen genoemd in voetnoten in de bijlagen A en B van dat besluit blijven gehandhaafd tot het tijdstip waarop een salarisschaal gaat gelden met een hoger maximum-salaris dan dat van de voor de desbetreffende ambtenaar geldende salarisschaal. 4 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 artikel 2, sub f, van dat besluit De in de voorgaande leden bedoelde toelagen worden voor de toepassing van hetaangemerkt als bezoldiging in de zin van. 5 Voor zover een algemene wijziging van het salaris van het burgerlijk rijkspersoneel aanleiding geeft tot het wijzigen van de bedragen van de in het derde lid bedoelde toelagen, toegekend op grond van artikel 19 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948, geschiedt dit door Onze Minister wie het aangaat, met inachtneming van de daarvoor door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gegeven richtlijn. 2006 670 20-12-2006 07-12-2006 2006 670 20-12-2006 07-12-2006 21-12-2006 01-01-2006
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De hoofdstukken VII en IX van de bijlage G van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948 blijven van kracht zolang en voor zover zij niet worden vervangen of ingetrokken. 2 hoofdstuk II van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 In afwijking van het bepaalde inwordt het salaris van de leerkrachten aan inrichtingen voor militair onderwijs als bedoeld in hoofdstuk IX van de bijlage G van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948 vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in laatstbedoeld hoofdstuk. 1983 572 01-11-1983 1983 572 01-11-1983 01-01-1984
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1993 143 24-02-1993 1993 143 24-02-1993 01-04-1993
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Bevorderingen en toelagen, voor zover die betrekking hebben op een tijdvak, gelegen vóór 1 januari 1984, en die op deze datum nog niet tot stand zijn gekomen, kunnen tot 1 januari 1986 tot stand worden gebracht op grond van de desbetreffende bepalingen van het BBRA 1948, met inachtneming van de daarmee samenhangende nadere regels. 1983 572 01-11-1983 1983 572 01-11-1983 01-01-1984
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Stb. artikel 21 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Zolang Ons Besluit van 17 maart 1982 (nr. 94) niet is vervallen of ingetrokken, vindt de toepassing vanplaats met inachtneming van de bepalingen van het eerstgenoemde besluit, zoals dit laatstelijk is gewijzigd. 1983 572 01-11-1983 1983 572 01-11-1983 01-01-1984
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Dit besluit kan worden aangehaald als: Overgangsregeling Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. 1983 572 01-11-1983 1983 572 01-11-1983 01-01-1984
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1984. 1983 572 01-11-1983 1983 572 01-11-1983 01-01-1984