Besluit van 24 oktober 1984, tot uitvoering van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing
- BWB-id
- BWBR0003719
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2006-03-08 t/m 2012-03-09
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003719
- ELI
- /eli/nl/amvb/1985/besluit-op-de-stads-en-dorpsvernieuwing
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1985/besluit-op-de-stads-en-dorpsvernieuwing/2006-03-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003719&g=2006-03-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003719&z=2026-06-06&g=2006-03-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003719/2006-03-08
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1985/besluit-op-de-stads-en-dorpsvernieuwing
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: Wet op de stads- en dorpsvernieuwing de wet: de; Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. 1984 477 24-10-1984 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 1997 562 27-11-1997 13-11-1997 1997 562 27-11-1997 13-11-1997 01-02-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 1997 562 27-11-1997 13-11-1997 1997 562 27-11-1997 13-11-1997 01-02-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 22-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a Vervallen 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 22-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b Vervallen 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 22-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 22-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 22-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Vervallen 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 22-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Een stadsvernieuwingsfonds mag, behoudens op een daartoe strekkend verzoek van burgemeester en wethouders of Gedeputeerde Staten door Onze Minister met toepassing van de wet verleende vrijstelling, ten hoogste een bedrag bevatten, gelijk aan vier maal het bedrag van de krachtens de wet aan de gemeente of provincie uitgekeerde jaarlijkse bijdrage. 2 De stand van het stadsvernieuwingsfonds aan het einde van het kalenderjaar en het bedrag van de over datzelfde kalenderjaar krachtens de wet aan de gemeente of provincie uitgekeerde jaarlijkse bijdrage, vermeerderd met de bedragen van de betrokken bijdragen over de drie onmiddellijk daaraan voorafgaande kalenderjaren, zijn bepalend bij de vaststelling of het in het eerste lid gestelde maximum wordt overschreden. 3 Indien en zodra Onze Minister van oordeel is of vermoedt, dat het in het eerste lid gestelde maximum wordt overschreden, stelt hij het college van burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten in de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn op de door hem te bepalen wijze nadere inlichtingen te verstrekken en een zienswijze naar voren te brengen over verlaging of stopzetting van de jaarlijkse bijdrage. 4 Onze Minister maakt zijn besluit omtrent verlaging of stopzetting van de jaarlijkse bijdrage bekend binnen vier weken nadat het betrokken bestuur gevolg heeft gegeven aan het derde lid, of, indien dat bestuur niet binnen de krachtens dat lid gestelde termijn gevolg geeft aan dat lid, binnen vier weken na het verloop van die termijn. Het besluit wordt van kracht op 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op dat waarin het besluit is genomen. 5 Onze Minister kan een besluit tot verlaging of stopzetting van de jaarlijkse bijdrage intrekken na een daartoe strekkend verzoek van het college van burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten. De intrekking wordt van kracht op 1 januari van een door Onze Minister daarbij te bepalen kalenderjaar. 2005 574 22-11-2005 24-10-2005 2006 109 02-03-2006 21-02-2006 08-03-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 1994 750 27-10-1994 30-09-1994 1994 882 27-10-1994 14-12-1994 01-01-1995
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 7, eerste lid Artikel 7, vierde en vijfde lid Indien burgemeester en wethouders of Gedeputeerde Staten een verzoek hebben ingediend tot het verlenen van een vrijstelling als bedoeld in, stelt Onze Minister het college van burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten in de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn op de door hem te bepalen wijze nadere inlichtingen te verstrekken., is van overeenkomstige toepassing. 2005 574 22-11-2005 24-10-2005 2006 109 02-03-2006 21-02-2006 08-03-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 1994 750 27-10-1994 30-09-1994 1994 882 27-10-1994 14-12-1994 01-01-1995
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1994 750 27-10-1994 30-09-1994 1994 882 27-10-1994 14-12-1994 01-01-1995
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 4 artikel 39, derde of vierde lid, van de wet De middelen die ingevolge besluiten tot verlaging of stopzetting van een jaarlijkse bijdrage beschikbaar komen bij het Rijk, worden toegevoegd aan de jaarlijkse bijdragen voor de door die besluiten niet getroffen gemeenten en provincies, waarbij het percentage wordt toegepast dat ingevolge, zoals dat luidde op 31 december 1999, laatstelijk voor die toevoeging is toegepast bij het berekenen van het bedrag, bedoeld inzoals dat artikel op 31 december 1999 luidde. 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 22-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 42 van de wet bijlage I Het door burgemeester en wethouders en Gedeputeerde Staten ingevolge, zoals dat luidde op 31 december 1999, uit te brengen verslag over de besteding van de uit de jaarlijkse bijdragen ontvangen gelden en over de stand van het stadsvernieuwingsfonds, is schriftelijk, wordt ingericht overeenkomstig de bij dit besluit behorendeen vermeldt alle in die bijlage gevraagde gegevens. 2 Onze Minister kan nadere aanwijzingen geven ten aanzien van de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde gegevens moeten worden vermeld. 3 artikel 42, tweede volzin, van de wet bijlage II De accountantsverklaring, bedoeld in, zoals die volzin luidde op 31 december 1999, wordt opgesteld met inachtneming van de bij dit besluit behorende. De verklaring gaat vergezeld van het rapport van bevindingen, bedoeld in punt 3 van het onderdeel, getiteld «Richtlijnen», van die bijlage, indien een zodanig rapport is opgesteld. 4 In een bijlage van of toelichting op het verslag vermelden burgemeester en wethouders en Gedeputeerde Staten al hetgeen zij nodig of nuttig achten voor een juiste beoordeling van het verslag. 5 Onze Minister kan een controle doen instellen op de gegevens die vermeld zijn in het verslag, bedoeld in het eerste lid. 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 22-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1994 750 27-10-1994 30-09-1994 1994 882 27-10-1994 14-12-1994 01-01-1995
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1994 750 27-10-1994 30-09-1994 1994 882 27-10-1994 14-12-1994 01-01-1995
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1994 750 27-10-1994 30-09-1994 1994 882 27-10-1994 14-12-1994 01-01-1995
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1994 750 27-10-1994 30-09-1994 1994 882 27-10-1994 14-12-1994 01-01-1995
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a Vervallen 1994 750 27-10-1994 30-09-1994 1994 882 27-10-1994 14-12-1994 01-01-1995
Artikel 17b — Artikel 17b#
Artikel 17b Vervallen 1994 750 27-10-1994 30-09-1994 1994 882 27-10-1994 14-12-1994 01-01-1995
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 22-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 2000 578 21-12-2000 13-12-2000 22-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Wet op de Stads- en dorpsvernieuwing Dit besluit treedt in werking tegelijk met de. 2 Het kan worden aangehaald als Besluit op de stads- en dorpsvernieuwing. 1984 477 24-10-1984 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 13#
artikel 13, eerste lid, van het Besluit op de stads- en dorpsvernieuwing
Artikel 13#
artikel 13, derde lid, van het Besluit op de stads- en dorpsvernieuwing