Besluit van 23 maart 1985, houdende overgangsmaatregelen bij de invoering van salarishoofdstukken per 1 april 1985 voor vormingsinstituten voor jeugdigen en voor jonge volwassenen
- BWB-id
- BWBR0003778
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 1986-08-01 t/m 2019-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003778
- ELI
- /eli/nl/amvb/1985/besluit-overgangsmaatregelen-v-j-en-v-j-v-1985
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1985/besluit-overgangsmaatregelen-v-j-en-v-j-v-1985/1986-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003778&g=1986-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003778&z=2026-06-06&g=1986-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003778/1986-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1985/besluit-overgangsmaatregelen-v-j-en-v-j-v-1985
Artikel A1 — Artikel A1 Begripsbepalingen#
Artikel A1 Begripsbepalingen 1 Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel Stb. In dit besluit zijn de begripsbepalingen van het(1985, 110) van toepassing. 2 In dit besluit wordt verstaan onder: a. "een vormingsinstituut": 1. Stb. een instituut voor vormingswerk voor jeugdigen, als bedoeld in het Besluit vormingswerk voor jeugdigen (1970, 357); 2. een instituut voor vormingswerk voor jonge volwassenen dat gesubsidieerd wordt volgens de Rijksregeling subsidiëring vormingswerk leerplichtvrije jeugd 1964; b. "belanghebbende": de directeur, de directeur/coördinator, de adjunct-directeur en de vormingsleider die op 31 maart 1985 aan een vormingsinstituut is verbonden en op 1 april 1985 als zodanig aan een vormingsinstituut verbonden blijft; c. "schaalsalaris": een bedrag in een schaal dat behoort bij een normbetrekking. 1985 163 23-03-1985 1985 163 23-03-1985 01-04-1985
Artikel A2 — Artikel A2 Uitsluiting#
Artikel A2 Uitsluiting artikel B1 hoofdstukken I-P I-Q I-R van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel Het bepaalde in de overige artikelen van dit besluit is niet van toepassing ten aanzien van de belanghebbende wiens betrekking op zijn verzoek op 31 maart 1985 wordt beëindigd en die aansluitend wordt belast met een functie waarbij een maximumsalaris behoort, dat lager is dan het maximumsalaris dat behoort bij de functie die hem op grond van het bepaalde inis toebedeeld. De belanghebbende wordt in dat geval voor de toepassing van het bepaalde in de,ofaangemerkt als belanghebbende die met ingang van 1 april 1985 in dienst treedt. 1985 163 23-03-1985 1985 163 23-03-1985 01-04-1985
Artikel A3 — Artikel A3 Loonpeil#
Artikel A3 Loonpeil De aan de hand van dit besluit uit te voeren berekeningen geschieden op basis van het loonpeil dat geldt op 31 maart 1985. 1985 163 23-03-1985 1985 163 23-03-1985 01-04-1985
Artikel A4 — Artikel A4 Verlof#
Artikel A4 Verlof hoofdstukken I-C I-D I-E hoofdstuk I-V van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel Indien de belanghebbende op 31 maart 1985 verlof genoot volgens het bepaalde in een of meer van de,ofdan wel een taakvermindering als bedoeld inworden uitsluitend voor de toepassing van dit besluit dit verlof of deze taakvermindering alsmede de daarmee eventueel samenhangende vermindering van de bezoldiging buiten beschouwing gelaten. 1985 163 23-03-1985 1985 163 23-03-1985 01-04-1985
Artikel B1 — Artikel B1 Functietoedeling#
Artikel B1 Functietoedeling 1 Aan de belanghebbende wordt per 1 april 1985 een functie toebedeeld volgens het bepaalde in de volgende leden. 2 Als directeur of directeur/coördinator blijft benoemd degene die op 31 maart 1985 reeds als zodanig aan het vormingsinstituut was verbonden. 3 artikel I-S26 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel Tot adjunct-directeur wordt benoemd de vormingsleider die op 31 maart 1985 reeds als adjunct-directeur was benoemd of aangewezen en die in het genot was van de adjunct-toelage als bedoeld inzoals dat op 31 maart 1985 luidde. 4 Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel Tot vormingsleider wordt benoemd de belanghebbende die op 31 maart 1985 reeds als vormingsleider in dienst was, volgens de bepalingen van het. 5 Dit artikel is niet van toepassing op de belanghebbende voorzover hij op 31 maart 1985 is belast met de waarneming van een afwezige belanghebbende. 1986 402 12-07-1986 1986 402 12-07-1986 01-08-1986
Artikel B2 — Artikel B2 Taakomvang per 1 april 1985#
Artikel B2 Taakomvang per 1 april 1985 Voor de belanghebbende wordt met ingang van 1 april 1985 een taakomvang vastgesteld gelijk aan de taakomvang die voor hem op 31 maart 1985 gold, een en ander met inachtneming van de overige bepalingen van dit besluit. 1985 163 23-03-1985 1985 163 23-03-1985 01-04-1985
Artikel B3 — Artikel B3 Salaire inpassing vormingsleider, directeur of directeur/coördinator per 1 april 1985#
Artikel B3 Salaire inpassing vormingsleider, directeur of directeur/coördinator per 1 april 1985 1 artikel BI, tweede en vierde lid hoofdstuk I-Q I-R van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel Ten behoeve van de vormingsleider, directeur of directeur/coördinator bedoeld in, wordt op 1 april 1985 een schaalsalaris vastgesteld in het carrièrepatroon van de functie waarin hij wordt benoemd volgens het bepaalde indan weldat zo dicht mogelijk ligt bij en tenminste gelijk is aan het salaris bij een normbetrekking dat voor hem op 31 maart 1985 gold. 2 artikel I-R106, tweede lid van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel Voor de toepassing van het bepaalde inwordt de vormingsleider wiens schaalsalaris aan de hand van dit hoofdstuk wordt vastgesteld in de laagste bij zijn functie behorende aanloopschaal, geacht op 1 april 1985 in dienst te zijn getreden. 1985 163 23-03-1985 1985 163 23-03-1985 01-04-1985
Artikel B4 — Artikel B4 Salaire inpassing adjunct-directeur#
Artikel B4 Salaire inpassing adjunct-directeur artikel BI, derde lid a artikel A1, tweede lid, onder1 Voor de vormingsleider bedoeld in, die op 31 maart 1985 in dienst was van een vormingsinstituut als bedoeld in, en die: a. op die datum was benoemd of aangewezen als adjunct-directeur en b. artikel I-S26 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel op die datum in het genot was van de adjunct-toelage als bedoeld inzoals dat op 31 maart 1985 luidde en c. artikel B3 op 1 april 1985 als zodanig benoemd wordt, is het bepaalde invan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat tevens rekening wordt gehouden met het bedrag van de hem op 31 maart 1985 toekomende adjunct-toelage. 1986 402 12-07-1986 1986 402 12-07-1986 01-08-1986
Artikel B5 — Artikel B5 Inpassing bij waarneming#
Artikel B5 Inpassing bij waarneming artikel B1 artikel B3 B4 Voor de belanghebbende, bedoeld in, die op 31 maart 1985 en op 1 april 1985 belast is met de waarmening van een wegens ziekte of anderszins afwezige belanghebbende en wiens ambtelijk inkomen op 31 maart 1985 anders dan uitsluitend door wijziging van zijn taakomvang hoger was dan het ambtelijk inkomen zonder de waarneming, wordt tevens een inpassing toegepast als bedoeld indan welmet inbegrip van de hem op 31 maart 1985 toekomende beloning voor de waarneming. 1985 163 23-03-1985 1985 163 23-03-1985 01-04-1985
Artikel B6 — Artikel B6 Inpassing boven het maximumsalaris#
Artikel B6 Inpassing boven het maximumsalaris artikel B3 B4 Indien het salaris van de belanghebbende bij een normbetrekking op 31 maart 1985, berekend volgens het bepaalde inofhoger is dan het maximum van de bij zijn functie behorende maximumschaal, geschiedt de inpassing op een schaalsalaris dat zo dicht mogelijk ligt bij en tenminste gelijk is aan zijn salaris bij een normbetrekking op 31 maart 1985 en wel in de laagste schaal waarvan het maximum gelijk is aan of hoger is dan dat salaris bij een normbetrekking. 1985 163 23-03-1985 1985 163 23-03-1985 01-04-1985
Artikel B7 — Artikel B7 Roosterwijziging#
Artikel B7 Roosterwijziging Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel Met ingang van 1 april 1985 worden geen roosterwijzigingen ingevoerd welke uitsluitend zouden zijn veroorzaakt door de inwerkingtreding van dit besluit en de invoering van de salarishoofdstukken in hetop die datum. 1985 163 23-03-1985 1985 163 23-03-1985 01-04-1985
Artikel C1 — Artikel C1 Vaststelling salarisuitzicht#
Artikel C1 Vaststelling salarisuitzicht 1 artikelen C2 tot en met C5 artikelen V-P1 V-Q701 V-Q702 V-R702 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel Met inachtneming van het bepaalde in deen de,,enwordt voor de belanghebbende een uitzicht op salarisvaststelling na 31 maart 1985 vastgesteld volgens het schaalsalaris dat voor hem op 1 april 2000 zou hebben gegolden in de functie die hij op 31 maart 1985 vervulde volgens de bepalingen van hetzoals dat op die datum luidde, voor zover dat schaalsalaris hoger zou zijn dan het maximumsalaris in de bij zijn functie behorende maximumschaal. 2 artikel C7 Met de belanghebbende bedoeld in het eerste lid wordt, voorzover het bepaalde inzulks aangeeft, gelijkgesteld degene die op 31 maart 1985 een ontslaguitkering genoot. 3 Het in het eerste lid bedoelde uitzicht wordt uitgedrukt in het nummer van de schaal en het salarisnummer binnen die schaal waarbij het bedrag, waarop uitzicht wordt gegeven, is vermeld. 4 Het in het derde lid bedoelde bedrag is een schaalsalaris, dat zo dicht mogelijk ligt bij het ingevolge dit hoofdstuk vast te stellen bedrag bij een normbetrekking, in de laagste schaal waarvan het maximum gelijk is aan of hoger dan het bedrag waarop uitzicht wordt gegeven; indien het laatstbedoelde bedrag op gelijke afstand ligt tot twee bedragen in die laagste schaal, wordt het schaalsalaris vastgesteld op het naast-hogere bedrag. 1986 402 12-07-1986 1986 402 12-07-1986 01-08-1986
Artikel C2 — Artikel C2 Vaststelling salarisuitzicht zittende vormingsleider#
Artikel C2 Vaststelling salarisuitzicht zittende vormingsleider 1 artikel B1, vierde lid artikel C1 Voor de vormingsleider bedoeld indie op 31 maart 1985 als garantie aanspraak had op bezoldiging volgens schaal II bij een leeftijd van 48 jaar tot en met 57 jaar, wordt een uitzicht als bedoeld invastgesteld als is aangegeven in onderstaand schema. Kolom A Kolom B op 31-3-1985 salaris volgens schaal 11 maximum salaris op of na 1-4-1985 salaire leeftijd in jaren volgens schaal bij salarisnummer 37 10 10 38 10 11 39 10 11 40 10 12 41 10 12 42 of ouder 11 6 1986 402 12-07-1986 1986 402 12-07-1986 01-08-1986
Artikel C3 — Artikel C3 Vaststelling salarisuitzicht zittende adjunct-directeur#
Artikel C3 Vaststelling salarisuitzicht zittende adjunct-directeur artikel C2 artikel BI, derde lid artikel C1 artikel I-S26 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel Naast het bepaalde inwordt ten behoeve van de vormingsleider bedoeld in, die op 31 maart 1985 was benoemd of aangewezen als adjunct-directeur en die op die datum in het genot was van de adjunct-toelage op grond van het bepaalde inzoals dat op 31 maart 1985 luidde, en die op 1 april 1985 wordt benoemd tot adjunct-directeur, wordt een uitzicht bepaald op het salaris dat volgens het bepaalde inzou worden vastgesteld volgens de schaal of de garantieschaal die op 31 maart 1985 voor de vaststelling van zijn salaris in aanmerking werd genomen, verhoogd met het bedrag van de vorenbedoelde adjunct-toelage. 1986 402 12-07-1986 1986 402 12-07-1986 01-08-1986
Artikel C4 — Artikel C4 Garantie zittende directeur#
Artikel C4 Garantie zittende directeur 1 artikel B1, tweede lid artikel C1 De belanghebbende bedoeld in, behoudt uitzicht op bezoldiging volgens het bepaalde in, berekend volgens de schaal of de garantieschaal die voor hem op 31 maart 1985 gold. 2 artikel I-P3, derde lid, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel artikel C2 Indien de directeur of de directeur/coördinator op 31 maart 1985 tevens was benoemd in de functie van vormingsleider en hij op 1 april 1985 wordt benoemd in een functie waarvoor op grond van het bepaalde ineen functieniveau wordt vastgesteld, behoudt hij naast het uitzicht berekend op grond vaneen uitzicht op bezoldiging volgens het salaris dat voor hem gegolden zou hebben volgens hetzoals dat op 31 maart 1985 luidde, voorzover dat uitzicht hoger is dan het maximumsalarisbedrag dat bij zijn functieniveau behoort. 1986 402 12-07-1986 1986 402 12-07-1986 01-08-1986
Artikel C5 — Artikel C5 Minimumuitzicht#
Artikel C5 Minimumuitzicht artikelen C1 C2 C3 C4 hoofdstuk B Voor de belanghebbende voor wie volgens het bepaalde in de,,eneen uitzicht zou moeten worden vastgesteld dat lager is dan het schaalsalaris dat voor hem per 1 april 1985 met toepassing van het bepaalde inis berekend, wordt het uitzicht vastgesteld op het laatstbedoelde niveau. 1985 163 23-03-1985 1985 163 23-03-1985 01-04-1985
Artikel C6 — Artikel C6 Afgifte verklaring#
Artikel C6 Afgifte verklaring De belanghebbende ontvangt binnen twee jaar na 1 april 1985, doch uiterlijk op de datum waarop hij wordt ontslagen, een door het bevoegd gezag bij de inpassing opgestelde en door of namens Onze minister gewaarmerkte verklaring waarin het volgens dit hoofdstuk vastgestelde uitzicht gedetailleerd is aangegeven. De hier bedoelde verklaring wordt slechts eenmaal verstrekt. 1985 163 23-03-1985 1985 163 23-03-1985 01-04-1985
Artikel C7 — Artikel C7 Uitkeringsgenietenden#
Artikel C7 Uitkeringsgenietenden 1 hoofdstuk I-H van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel artikel 6, derde lid, van de Werkloosheidswet Stb. Voor degene die op 31 maart 1985 in het genot was van een ontslaguitkering als bedoeld indan wel een uitkering ingevolge het Besluit van 4 december 1979, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in(1979, 769), wordt een uitzicht vastgesteld indien hij voldoet aan de volgende voorwaarden: artikel C2 eerste lid Het uitzicht wordt vastgesteld op de wijze als inis aangegeven waarbij in plaats van het in kolom A van dat artikellid vermelde salaris op 31 maart 1985 wordt gelezen: het salaris volgens de schaal en de salarisleeftijd op basis waarvan de desbetreffende ontslaguitkering is berekend. a). het ontslag terzake waarvan hij een ontslaguitkering geniet is hem verleend op of na 1 augustus 1983; b). artikel AI, tweede lid, onder a het ontslag is verleend uit een betrekking als directeur, directeur/coördinator, adjunct-directeur of vormingsleider bij een vormingsinstituut als bedoeld in; c). de desbetreffende aanspraak op een ontslaguitkering is na de dag waarop het recht daarop is ingegaan zonder wezenlijke onderbreking blijven bestaan, waarbij een onderbreking van twee maanden of minder niet als een wezenlijke onderbreking wordt aangemerkt. 2 hoofdstuk I-H van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel artikel 6, derde lid, van de Werkloosheidswet Stb. Ten aanzien van degene die op 31 maart 1985 als directeur, directeur/coördinator, adjunct-directeur of vormingsleider in dienst was bij een vormingsinsituut en aan wie met ingang van 1 april 1985 terzake van ontslag uit die betrekking een uitkering als bedoeld indan wel een uitkering ingevolge het Besluit van 4 december 1979, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in(1979, 769) is toegekend, is het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 3 artikel C6 In afwijking van het bepaalde inwordt de verklaring, bedoeld in dit hoofdstuk afgegeven door Onze minister. 1985 163 23-03-1985 1985 163 23-03-1985 01-04-1985
Artikel C8 — Artikel C8 Model van de verklaring#
Artikel C8 Model van de verklaring bijlage 1 bij dit besluit De verklaring, bedoeld in dit hoofdstuk, heeft het model zoals is opgenomen in. 1985 163 23-03-1985 1985 163 23-03-1985 01-04-1985
Artikel D1 — Artikel D1 Billijkheidsbepaling#
Artikel D1 Billijkheidsbepaling Voor gevallen waarin dit besluit niet of niet naar billijkheid voorziet, beslist Onze minister. 1985 163 23-03-1985 1985 163 23-03-1985 01-04-1985
Artikel D2 — Artikel D2 Inwerkingtreding#
Artikel D2 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 1985. 1985 163 23-03-1985 1985 163 23-03-1985 01-04-1985
Artikel D3 — Artikel D3 Nadere richtlijnen#
Artikel D3 Nadere richtlijnen Onze minister geeft nadere regelen voor de uitvoering van dit besluit. 1985 163 23-03-1985 1985 163 23-03-1985 01-04-1985
Artikel D4 — Artikel D4 Citeertitel#
Artikel D4 Citeertitel Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit overgangsmaatregelen v.j. en v.j.v. 1985. 1985 163 23-03-1985 1985 163 23-03-1985 01-04-1985