Besluit van 11 september 1985, houdende nadere regelen betreffende de taak, werkwijze en samenstelling van de Centrale Landinrichtingscommissie
- BWB-id
- BWBR0003844
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1996-02-14 t/m 2004-05-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003844
- ELI
- /eli/nl/amvb/1985/besluit-taak-werkwijze-en-samenstelling-centrale-landinricht
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1985/besluit-taak-werkwijze-en-samenstelling-centrale-landinricht/1996-02-14
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003844&g=1996-02-14
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003844&z=2026-06-06&g=1996-02-14
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003844/1996-02-14
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1985/besluit-taak-werkwijze-en-samenstelling-centrale-landinricht
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Landinrichtingswet Stb. Dit besluit neemt over de begrippen van de(1985, 299). 1985 521 11-09-1985 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De centrale commissie, vervult de taken, haar opgedragen bij of krachtens: - Landinrichtingswet de; - Reconstructiewet Midden-Delfland Stb. de(1977, 233); - Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën Stb. de(1977, 694); - Stb. de Ruilverkavelingswet 1954 (1954, 510); - Stcrt. de Beschikking reconstructie oude glastuinbouwgebieden; (1979, 64); - overige regelgeving van Onze Minister inzake landinrichtingsaangelegenheden. 1985 521 11-09-1985 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De Centrale Landinrichtingscommissie bestaat uit 17 leden, te weten: a. de Directeur-Generaal van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, die tevens voorzitter is; b. vier ambtelijke leden, onderscheidenlijk vertegenwoordigende: Onze Minister, Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; c. twee leden, die worden benoemd op voordracht van het Interprovinciaal Overleg; d. één lid dat benoemd wordt op voordracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; e. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Unie van Waterschappen; f. drie leden, die worden benoemd op voordracht van de Federatie van Land- en Tuinbouworganisaties Nederland; g. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Stichting Natuur en Milieu; h. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten; i. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond, ANWB; j. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Nederlandse Vereniging van Boseigenaren en van het Bosschap gezamenlijk; k. één lid, dat benoemd wordt op voordracht van de Federatie Nederlandse Vakbeweging en het Christelijk Nationaal Vakverbond. 2 Bij koninklijk besluit worden uit de leden een of meer plaatsvervangende voorzitters aangewezen. 3 De Directeur van de Landinrichtingsdienst is secretaris van de centrale commissie. Bij koninklijk besluit wordt een adjunct-secretaris aangewezen. 1996 83 13-02-1996 18-01-1996 1996 83 13-02-1996 18-01-1996 14-02-1996 01-09-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De centrale commissie is bevoegd commissies in te stellen ter voorbereiding van bepaalde onderdelen van haar taak en daarin ook andere personen dan leden van de centrale commissie te benoemen. 2 De centrale commissie is bevoegd een of meer commissies uit haar midden dan wel een of meer van haar leden de uitvoering van een gedeelte van haar taken op te dragen. 3 De centrale commissie is bevoegd haar secretaris een gedeelte van haar taken op te dragen. 1985 521 11-09-1985 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De voorzitter of namens deze de secretaris roept de centrale commissie bijeen zo dikwijls hij dit wenselijk oordeelt of ten minste acht leden dit schriftelijk verzoeken. 1985 521 11-09-1985 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Alle vergaderingen, met uitzondering van die, welke naar het oordeel van de voorzitter een spoedeisend karakter dragen, worden met inachtneming van een termijn van zeven dagen uitgeschreven onder opgave van de te behandelen punten. 1985 521 11-09-1985 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Tot het nemen van geldige besluiten is de aanwezigheid van ten minste negen leden vereist. 2 Besluiten worden genomen met een meerderheid van ten minste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen. 1994 272 25-03-1994 1994 272 25-03-1994 22-04-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De leden en de plaatsvervangende leden hebben zitting voor het tijdvak van vijf jaren, doch uiterlijk totdat zij de leeftijd van vijfenzestig jaar bereikt hebben. 2 De aftredende leden en plaatsvervangende leden zijn terstond herbenoembaar. 3 Degene, die in de commissie de plaats inneemt van een lid dan wel plaatsvervangend lid wiens zittingsduur nog niet verstreken was, heeft zitting tot het einde van die duur. 1985 521 11-09-1985 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Een lid dan wel plaatsvervangend lid kan op verzoek van Onze Minister of van de organisatie die hem heeft voorgedragen, bij koninklijk besluit worden geschorst. 1985 521 11-09-1985 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Een lid dan wel plaatsvervangend lid kan te allen tijde hetzij op eigen verzoek, hetzij op verzoek van Onze Minister of van de organisatie die hem heeft voorgedragen, bij koninklijk besluit worden ontslagen. 1985 521 11-09-1985 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De door de Landinrichtingsdienst aan de centrale commissie te verlenen bijstand omvat: a. de voorbereiding, op verzoek dan wel eigener beweging, van door de centrale commissie te nemen besluiten alsmede de uitvoering daarvan; b. het verrichten van alle administratieve en andere werkzaamheden voortvloeiende uit de aan de centrale commissie opgedragen taak. 1985 521 11-09-1985 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vacatiegeldenbesluit 1988 Reisbesluit binnenland De leden, plaatsvervangende leden en adviserende leden genieten voor het bijwonen van vergaderingen een vergoeding bepaald ingevolge het, alsmede een reis- en verblijfkostenvergoeding op de voet van het. 1994 102 27-01-1994 1994 102 27-01-1994 23-02-1994 01-01-1993
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Stb. Het Koninklijk besluit van 4 februari 1955 (1955, 43) wordt ingetrokken. 1985 521 11-09-1985 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Landinrichtingswet Stb. Indien de(1985, 299) in werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking. 1985 521 11-09-1985 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985