Besluit van 26 november 1984, houdende regelen betreffende de kwaliteit van zuigelingenvoeding
- BWB-id
- BWBR0003732
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1999-11-26 t/m 2007-09-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003732
- ELI
- /eli/nl/amvb/1985/landbouwkwaliteitsbesluit-zuigelingenvoeding
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1985/landbouwkwaliteitsbesluit-zuigelingenvoeding/1999-11-26
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003732&g=1999-11-26
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003732&z=2026-06-06&g=1999-11-26
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003732/1999-11-26
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1985/landbouwkwaliteitsbesluit-zuigelingenvoeding
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Landbouwkwaliteitswet Stb. wet:(1971, 371); zuigelingen: kinderen jonger dan twaalf maanden; zuigelingenvoeding: volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding; volledige zuigelingenvoeding: voedingsmiddelen die speciaal zijn bedoeld om als voeding voor zuigelingen in de eerste vier tot zes levensmaanden te worden gebruikt, en die volledig aan de voedingseisen van deze categorie personen voldoen; opvolgzuigelingenvoeding: voedingsmiddelen die speciaal zijn bedoeld om als voeding voor zuigelingen die ouder zijn dan vier maanden te worden gebruikt en die het belangrijkste vloeibare bestanddeel vormen van de steeds gevarieerder wordende voeding van deze personen; verhandelen: bedrijfsmatig voorhanden of in voorraad hebben, te koop aanbieden, verkopen, afleveren of vervoeren. 2 Onder zuigelingenvoeding in de zin van dit besluit wordt niet verstaan het produkt waarvan door middel van aanduidingen op de verpakking tot uitdrukking wordt gebracht dat het op grond van samenstelling of bereidingswijze uitsluitend bestemd is als voeding voor zuigelingen wier assimilatieproces of stofwisseling is verstoord. 3 artikel 6, eerste lid In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder bereiden mede verstaan door Onze Minister en Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur bij de in, bedoelde regelen aangewezen vormen van behandeling van zuigelingenvoeding die de kwaliteit van dit produkt in belangrijke mate kunnen beïnvloeden. 4 artikelen 2 tot en met 11 Het bij of krachtens devan dit besluit bepaalde is niet van toepassing op zuigelingenvoeding die kennelijk bestemd is om binnen het grondgebied van een lid-staat van de Europese Unie of van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte te worden afgezet. 1998 142 19-03-1998 08-12-1997 1998 142 19-03-1998 08-12-1997 20-03-1998 01-06-1996 Werkt terug tot en met 1 juni 1996.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het is verboden zuigelingenvoeding bedrijfsmatig te bereiden, tenzij dit geschiedt: a. artikel 6, eerste lid in overeenstemming met krachtens, gestelde en op de bereiding betrekking hebbende regelen; b. c artikel 6, eerste lid, onder in bedrijfsgebouwen welke voldoen aan krachtens., gestelde regelen. 2 c artikel 6, eerste lid, onder Het is, onverminderd het bepaalde in het derde lid, verboden zuigelingenvoeding bedrijfsmatig te vervoeren in vervoermiddelen, welke niet voldoen aan krachtens., gestelde regelen. 3 Het is verboden zuigelingenvoeding te verhandelen of bedrijfsmatig te ontvangen, tenzij deze a. voldoet aan - artikelen 3 4 5 ten eerste: het in de,enbepaalde; - a. b. artikel 6, eerste lid, onderen a ten tweede: krachtens, gestelde regelen, andere dan de in het eerste lid onder. bedoelde b. artikel 8, eerste lid artikel 8, tweede lid is voorzien van een in, bedoeld teken of bewijsstuk, voor zover het betreft zuigelingenvoeding waarop het bepaalde in, toepassing vindt. 4 verordening (EEG) nr. 2913/92 Dit artikel is niet van toepassing op goederen die op regelmatige wijze zijn aangebracht en aangegeven of op regelmatige wijze zijn aangebracht onder geleide van een document voor communautair douanevervoer en die nog niet zijn vrijgegeven voor een van de douaneregelingen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder a of f, vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302). 1998 142 19-03-1998 08-12-1997 1998 142 19-03-1998 08-12-1997 20-03-1998 01-06-1996 Werkt terug tot en met 1 juni 1996.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Zuigelingenvoeding moet a. het gebruiksdoel in aanmerking genomen, deugdelijk van samenstelling zijn en in een deugdelijke toestand verkeren; b. worden gepresenteerd in overeenstemming met haar aard en bestemming. 2 Zuigelingenvoeding mag niet bevatten a. stoffen in een hoeveelheid, waarin deze schadelijk zijn of kunnen zijn voor de gezondheid; b. artikel 6 zichtbare vreemde bestanddelen, vuil of andere verontreinigingen, tenzij hiervoor krachtensmaximaal toelaatbare hoeveelheden zijn vastgesteld, in welk geval het betreffende maximum niet mag worden overschreden; c. micro-organismen, zodanig naar soort en aantal, dat schade aan de gezondheid kan ontstaan. 1984 580 26-11-1984 1984 580 26-11-1984 01-01-1985
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Zuigelingenvoeding dient verpakt te zijn in een verpakking, die bij gebruik overeenkomstig haar bestemming en rekening houdend met de te verwachten bewaaromstandigheden, a. geen gevaar oplevert of kan opleveren voor de gezondheid; b. de eigenschappen van het verpakte produkt niet in ongunstige zin beïnvloedt of kan beïnvloeden. 1984 580 26-11-1984 1984 580 26-11-1984 01-01-1985
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Zuigelingenvoeding mag op, in of bij haar verpakking niet zijn voorzien van aanduidingen of afbeeldingen, welke, doordat zij onjuist of onvolledig zijn of een onjuiste indruk wekken, misleidend zijn met betrekking tot aard, eigenschappen, samenstelling, oorsprong, herkomst, hoeveelheid, bereidingswijze, houdbaarheid of gebruiksdoel van dit produkt. 1984 580 26-11-1984 1984 580 26-11-1984 01-01-1985
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Onze Minister en Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur te zamen a. stellen nadere regelen met betrekking tot de hoedanigheid, de aanduiding en de verpakking van zuigelingenvoeding of van bepaalde tot deze categorie behorende produkten; b. stellen regelen met betrekking tot de oorsprong, de verzorging, de vorm, de afwerking, de maat of het gewicht van zuigelingenvoeding of van bepaalde tot deze categorie behorende produkten; c. kunnen met betrekking tot zuigelingenvoeding regelen stellen inzake - ten eerste: de inrichting en het gebruik van bedrijfsgebouwen en vervoermiddelen; - ten tweede: het gebruik en verbruik van grondstoffen, hulpstoffen en toevoegingen; - ten derde: de be- of verwerkingswijze; - ten vierde: het gebruik van machines, werktuigen en gereedschappen; - ten vijfde: de hoedanigheid en het gebruik van verpakkingsmiddelen. 2 Bij de in het eerste lid bedoelde regelen kunnen terzake van de bereiding van zuigelingenvoeding regelen worden gesteld met betrekking tot het verhandelen van grondstoffen daarvoor. 3 Bij de in het eerste lid bedoelde regelen kunnen ter zake van de aanduiding van zuigelingenvoeding regelen worden gesteld, waarbij het gebruik op, in of bij de verpakking van bepaalde vermeldingen, verband houdende met het juiste of meest wenselijk geachte gebruik van dit produkt, verplicht wordt gesteld. Deze regelen kunnen onder meer inhouden, dat daarbij nader vastgestelde aanduidingen gebezigd moeten worden waarbij: - de voordelen van borstvoeding boven het gebruik van zuigelingenvoeding worden benadrukt; - verklaard wordt, dat het produkt slechts op advies van personen, werkzaam in de gezondheidszorg, ware te gebruiken; - omtrent de juiste dosering en de hygiënische toebereiding van het produkt duidelijke instructies worden gegeven, waarbij de noodzaak wordt benadrukt deze nauwkeurig op te volgen. 4 Bij de in het eerste lid bedoelde regelen kunnen regelen worden gesteld ter zake van de aanduiding van produkten, welke in eigenschappen of uiterlijk voorkomen gelijken op zuigelingenvoeding dan wel bestemd of geschikt zijn om deze te vervangen dan wel associaties kunnen oproepen aan melkvoeding van zuigelingen tot een jaar. 5 De in het eerste lid bedoelde regelen kunnen verschillen naar gelang van oorsprong, gebruiksdoel of geografische bestemming van de zuigelingenvoeding. 1984 580 26-11-1984 1984 580 26-11-1984 01-01-1985
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6 Onze Minister en Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur te zamen kunnen bij de regelen of nadere regelen, als bedoeld in, bepalen dat ter uitvoering daarvan nadere regelen door het bestuur van het Produktschap voor Zuivel bij verordening worden vastgesteld. 2 Indien het eerste lid toepassing vindt, kunnen Onze Minister en Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur te zamen daarbij bepalen dat krachtens een verordening, als aldaar bedoeld, genomen besluiten de goedkeuring behoeven van een door hen aangewezen autoriteit. 1999 485 25-11-1999 02-11-1999 1999 485 25-11-1999 02-11-1999 26-11-1999
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Onze Minister kan tekenen en bewijsstukken, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet, vaststellen. 2 Onze Minister kan het gebruik van de in het eerste lid bedoelde tekenen of bewijsstukken in door hem te bepalen gevallen verplicht stellen. 3 Onze Minister stelt regelen betreffende het vervaardigen, voorhanden en in voorraad hebben, zomede het afleveren of gebruiken van de in het eerste lid bedoelde tekenen of bewijsstukken en van cliché's, stempels en andere werktuigen tot het vervaardigen of aanbrengen van die tekenen of bewijsstukken. 1984 580 26-11-1984 1984 580 26-11-1984 01-01-1985
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8 Zuigelingenvoeding, waarvoor een teken of bewijsstuk, als bedoeld in, wordt gebruikt, dient te voldoen aan de eisen, geldend voor de zuigelingenvoeding, waarvoor dat teken of bewijsstuk is vastgesteld. 2 artikel 5 Het is, onverminderd het inbepaalde, verboden met betrekking tot zuigelingenvoeding aanduidingen of afbeeldingen, handelsmerken daaronder begrepen, te gebruiken, welke een zodanige gelijkenis vertonen met de in dit artikel bedoelde tekenen of bewijsstukken, dat daardoor verwarring kan ontstaan. 3 artikel 8 Het is verboden de inbedoelde tekenen of bewijsstukken te gebruiken in strijd met het bij of krachtens dit besluit bepaalde. 1984 580 26-11-1984 1984 580 26-11-1984 01-01-1985
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Onze Minister kan bepalen dat zuigelingenvoeding of bepaalde tot deze categorie behorende produkten aan een keuring kunnen of moeten worden onderworpen. 2 Onze Minister kan regelen stellen inzake de keuring. 1984 580 26-11-1984 1984 580 26-11-1984 01-01-1985
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Onze Minister en Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur te zamen stellen regelen inzake de methoden van monsterneming en onderzoek, aan te wenden bij de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde. 1984 580 26-11-1984 1984 580 26-11-1984 01-01-1985
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel te Leusden is a. belast met het toezicht op de naleving door de bij haar aangeslotenen van de bij of krachtens dit besluit gestelde regelen; b. artikel 10 belast met de inbedoelde keuring van zuigelingenvoeding; c. artikel 8 bevoegd tot het uitreiken van de inbedoelde tekenen of bewijsstukken. Deze tekenen of bewijsstukken worden, voor zover het bereiders van zuigelingenvoeding betreft, uitsluitend uitgereikt aan aangeslotenen bij de in de aanhef genoemde controle-instelling. 2 Het bedrijfsmatig bereiden van zuigelingenvoeding is uitsluitend toegestaan aan aangeslotenen bij de in het vorige lid genoemde controle-instelling. 1994 653 19-08-1994 1994 653 19-08-1994 16-09-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 12 De voorzitter van de ingenoemde controle-instelling wordt door Onze Minister, telkens voor ten hoogste vier jaren, benoemd. Hij is terstond weder benoembaar. 2 Het bestuur van de controle-instelling doet aan Onze Minister een voordracht voor de benoeming. 3 De voorzitter mag niet rechtstreeks betrokken zijn bij de bereiding van of de handel in zuigelingenvoeding. 1984 580 26-11-1984 1984 580 26-11-1984 01-01-1985
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 1, eerste lid, van de In- en uitvoerwet Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën plaatsen aanwijzen, waarop zuigelingenvoeding of bepaalde tot deze categorie behorende produkten ten uitvoer, als bedoeld inmoeten worden aangeboden. 1998 142 19-03-1998 08-12-1997 1998 142 19-03-1998 08-12-1997 20-03-1998 01-06-1996 Werkt terug tot en met 1 juni 1996.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Van het bij of krachtens dit besluit bepaalde kunnen Onze Minister en Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur te zamen vrijstelling en, op aanvrage, ontheffing verlenen. 2 artikel 6, eerste lid artikel 12 Bij het stellen van regelen of nadere regelen, als bedoeld in, kunnen Onze Minister en Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur te zamen bepalen dat een ontheffing, als bedoeld in het eerste lid, kan worden verleend door de ingenoemde controle-instelling, of enig orgaan hiervan, dan wel door een door hen aan te wijzen autoriteit. 1997 667 18-12-1997 03-12-1997 1997 748 29-12-1997 16-12-1997 01-01-1998
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Stb. Het Uitvoercontrolebesluit 1957 (Melk en Melkprodukten) (1957, 63) is buiten werking gesteld voor zuigelingenvoeding. 1984 580 26-11-1984 1984 580 26-11-1984 01-01-1985
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Dit besluit kan worden aangehaald als "Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding". 2 Het treedt in werking op 1 januari 1985. 1984 580 26-11-1984 1984 580 26-11-1984 01-01-1985