Besluit van 7 mei 1986, tot instelling van de Nationale havenraad
- BWB-id
- BWBR0003963
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2012-01-01 t/m 2012-04-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003963
- ELI
- /eli/nl/amvb/1986/besluit-nationale-havenraad
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1986/besluit-nationale-havenraad/2012-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003963&g=2012-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003963&z=2026-06-06&g=2012-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003963/2012-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1986/besluit-nationale-havenraad
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Dit besluit verstaat onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; b. artikel 2 de raad: de Nationale havenraad, bedoeld in. 1986 238 07-05-1986 1986 238 07-05-1986 14-05-1986
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Er is een Nationale havenraad. 1986 238 07-05-1986 1986 238 07-05-1986 14-05-1986
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De raad heeft tot taak het door overleg bevorderen van: - de samenwerking tussen het havenbedrijfsleven, het rijk, de gemeenten en andere openbare lichamen, die bij zeehavenaangelegenheden betrokken zijn, bij de beleidsvoorbereiding en -uitvoering inzake zeehavenaangelegenheden van nationaal belang; - de coördinatie van beslissingen over zeehavenaangelegenheden die zowel van het rijk als van een of meer gemeenten of andere openbare lichamen een besluitvorming vergen; - de coördinatie tussen de gemeenten of andere openbare lichamen onderling met betrekking tot zeehavenaangelegenheden die in de eerste plaats tot hun verantwoordelijkheid behoren. 2 De raad heeft voorts tot taak informatie die van belang kan zijn voor de beleidsvoorbereiding en -uitvoering inzake zeehavenaangelegenheden van nationaal belang, in te winnen en te verschaffen. 1986 238 07-05-1986 1986 238 07-05-1986 14-05-1986
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3 De raad rapporteert aan de door de leden vertegenwoordigde instanties desgevraagd of eigener beweging over het overleg inzake zeehavenaangelegenheden van nationaal belang, als bedoeld in. 2 De raad kan een rapport omtrent een onderwerp dat een bepaalde niet in de raad vertegenwoordigde instantie in het bijzonder aangaat, aan deze toezenden. 3 De raad zendt een afschrift van elk rapport aan Onze Minister. 1986 238 07-05-1986 1986 238 07-05-1986 14-05-1986
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De raad brengt éénmaal per jaar schriftelijk verslag uit over zijn werkzaamheden waaraan door de raad kan worden toegevoegd een overzicht van de stand van zaken op het gebied van de zeehavenaangelegenheden die naar zijn oordeel van nationaal belang zijn. 2 Nederlandse Staatscourant Het schriftelijk verslag en het overzicht bedoeld in het eerste lid, worden openbaar gemaakt. Van deze openbaarmaking wordt mededeling gedaan in de. 3 artikel 11 eerste lid Ten aanzien van dit verslag en dit overzicht isvan overeenkomstige toepassing. 1986 238 07-05-1986 1986 238 07-05-1986 14-05-1986
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De raad heeft ten minste negentien en ten hoogste tweeëntwintig leden. Onze Minister stelt, de raad gehoord, het aantal vast. 2 In de raad hebben in elk geval zitting: a. een voorzitter; b. ten minste zes vertegenwoordigers van het havenbedrijfsleven; c. artikel 12 leden 5 en 6 ten minste één vertegenwoordiger van de dagelijkse besturen van gemeenten en/of andere openbare lichamen betrokken bij het beheer en bestuur van zeehavens, uit elk van de commissies bedoeld in; d. zes vertegenwoordigers van het rijk. 3 b c d Voor de leden in het vorige lid onder,enwordt door Onze Minister, de raad gehoord, vastgesteld: de functie of hoedanigheid op grond waarvan een lid kan worden benoemd en door wie een voordracht wordt gedaan. 1986 238 07-05-1986 1986 238 07-05-1986 14-05-1986
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De voorzitter wordt, de raad gehoord, bij koninklijk besluit benoemd, de overige leden worden door Onze Minister benoemd. 2 De voorzitter wordt benoemd voor ten hoogste vier jaar; hij kan éénmaal worden herbenoemd. 3 Voor elk lid, met uitzondering van de voorzitter, wordt door Onze Minister een vaste plaatsvervanger benoemd. 4 Het lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap vervalt, zodra een lid of een plaatsvervangend lid de functie of hoedanigheid op grond waarvan hij werd benoemd, verliest. 1986 238 07-05-1986 1986 238 07-05-1986 14-05-1986
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De raad kiest uit zijn midden één of twee ondervoorzitters, die door de raad van die functie kunnen worden ontheven. 1986 238 07-05-1986 1986 238 07-05-1986 14-05-1986
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De raad heeft een secretaris. 2 Onze Minister kan aan de secretaris één of meer andere medewerkers toevoegen. 3 De secretaris wordt door Onze Minister benoemd, de raad gehoord. 4 De secretaris heeft in de vergaderingen van de raad een raadgevende stem. 5 De secretaris regelt de werkzaamheden van het secretariaat en is voor de uitoefening van zijn taak verantwoording schuldig aan de raad. 1986 238 07-05-1986 1986 238 07-05-1986 14-05-1986
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De voorzitter kan personen die geen lid zijn, uitnodigen aan een vergadering van de raad deel te nemen. 1986 238 07-05-1986 1986 238 07-05-1986 14-05-1986
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De voorzitter en de secretaris ondertekenen de rapporten en andere schriftelijke stukken. 2 De rapporten worden opgesteld overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid van een vergadering, van afwijkende gevoelens wordt desgevraagd melding gemaakt. 3 De leden kunnen minderheidsnota's bij een rapport voegen, indien het daarin door hen ingenomen standpunt is verdedigd in de vergadering waarin dat rapport werd behandeld. 1986 238 07-05-1986 1986 238 07-05-1986 14-05-1986
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De raad kan op verzoek van Onze Minister of uit eigen beweging commissies instellen, waarvan ten minste de secretaris lid is. 2 De commissies dienen de raad van advies ter voorbereiding van het overleg in de raad over bepaalde onderwerpen of van een bepaald rapport. 3 De voorzitter van de raad kan deelnemen aan de vergaderingen van commissies die door de raad zijn ingesteld. Hij ontvangt alle stukken van die commissies. 4 Bij de instelling van een commissie wijst de raad een voorzitter aan en voorziet in de regeling van het secretariaat. 5 De raad stelt een commissie van de overige zeehavens in. In deze commissie heeft in elk geval zitting een vertegenwoordiger van elk van de colleges van burgemeester en wethouders van door Onze Minister aan te wijzen gemeenten en van de dagelijkse besturen van door Onze Minister aan te wijzen andere openbare lichamen. 6 De raad stelt voorts voor elk van de daarvoor naar het oordeel van Onze Minister in aanmerking komende zeehavenregio's een commissie in. In deze commissies hebben zitting vertegenwoordigers van openbare lichamen en van het havenbedrijfsleven uit die regio's. 7 artikelen 10 11 Ten aanzien van commissies zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 1986 238 07-05-1986 1986 238 07-05-1986 14-05-1986
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Telkens binnen een termijn van vier jaar brengt de raad een rapport uit aan Onze Minister, waarin de taakvervulling van de raad aan een onderzoek wordt onderworpen. 1997 20 28-01-1997 15-01-1997 1997 20 28-01-1997 15-01-1997 29-01-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van dit besluit en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift terzake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van dit besluit de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. 1986 238 07-05-1986 1986 238 07-05-1986 14-05-1986
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Onze Minister kan de voorzitter een bezoldiging toekennen. 2 Aan de deelnemers aan de vergaderingen van de raad en zijn commissies kan door Onze Minister een vergoeding voor reis- en verblijfkosten en een vacatiegeld worden toegekend. 1986 238 07-05-1986 1986 238 07-05-1986 14-05-1986
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 6, eerste en derde lid artikel 7, eerste lid artikel 9, derde lid Het horen van de raad blijft achterwege bij de eerste vaststelling onderscheidenlijk benoeming als bedoeld in,, en. 1986 238 07-05-1986 1986 238 07-05-1986 14-05-1986
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Stb. Stb. Het Besluit Voorlopige Nationale Havenraad (1980, 379), zoals gewijzigd bij het Besluit van 22 november 1984 (1984, 581) wordt ingetrokken. 1986 238 07-05-1986 1986 238 07-05-1986 14-05-1986
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst. 2 Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit Nationale havenraad. 1986 238 07-05-1986 1986 238 07-05-1986 14-05-1986