Besluit van 24 oktober 1985, houdende vaststelling van het Besluit opleiding rechterlijke ambtenaren
- BWB-id
- BWBR0003871
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2013-01-01 t/m 2016-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003871
- ELI
- /eli/nl/amvb/1986/besluit-opleiding-rechterlijke-ambtenaren
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1986/besluit-opleiding-rechterlijke-ambtenaren/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003871&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003871&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003871/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1986/besluit-opleiding-rechterlijke-ambtenaren
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. artikel 2 opleiding: de opleiding, bedoeld in; b. artikel 3, eerste lid binnenstage: de stage, bedoeld in; c. artikel 3, tweede lid buitenstage: de stage, bedoeld in. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Vervallen 2010 210 15-06-2010 01-06-2010 2010 225 22-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Er is een opleiding die ten doel heeft toekomstige rechterlijke ambtenaren de kennis, de vaardigheden en de ervaring te verschaffen, die nodig zijn om een rechtsprekende functie, dan wel de functie van officier van justitie te kunnen uitoefenen. De opleiding duurt zes jaar en omvat een binnenstage, een buitenstage en een vormingsprogramma. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De binnenstage bestaat uit vijf deelstages, die worden doorgebracht bij een rechtbank en een tot het openbaar ministerie behorend parket. Tevens kunnen elders door te brengen deelstages van korte duur worden ingelast. 2 artikel 2 De buitenstage wordt elders dan bij een rechtbank of een tot het openbaar ministerie behorend parket doorgebracht. Onze Minister bepaalt op voorstel van de rector, waar deze stage wordt doorgebracht. Tijdens de buitenstage worden werkzaamheden verricht die kunnen bijdragen aan het verwerven van kennis, vaardigheden en ervaring, dienstig voor de uitoefening van de inbedoelde functies. 3 artikel 12 De tijdsduur en volgorde van de binnenstage en buitenstage worden geregeld in het opleidingsreglement, bedoeld in. 4 In bijzondere individuele gevallen, kan Onze Minister de tijdsduur en de volgorde der binnenstage en buitenstage vaststellen in afwijking van het bepaalde in het opleidingsreglement. Zodanige vaststelling geschiedt niet dan nadat de rector en, bij verlenging, de functionele autoriteit, daaromtrent zijn gehoord. 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 01-01-2013
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het vormingsprogramma bestaat uit vaardigheidsleergangen en studiebijeenkomsten; het wordt doorlopen tijdens de binnenstage. 2 Voor het deelnemen aan het vormingsprogramma is de rechterlijk ambtenaar in opleiding voor een door Onze Minister te bepalen gedeelte van de arbeidsduur vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden in de binnenstage. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Bij de aanvang van de binnenstage stelt de functionele autoriteit na overleg met de betrokkene en in overeenstemming met de rector voor elke rechterlijk ambtenaar in opleiding afzonderlijk een werkprogramma vast, aangevende: Zoveel mogelijk worden daarbij tijdstippen en perioden vermeld. a. met welke werkzaamheden de rechterlijk ambtenaar in opleiding zal worden belast; b. welke deelstages de rechterlijk ambtenaar in opleiding zal moeten volgen. 2 Jaarlijks stelt de rector na overleg met de betrokkene en in overeenstemming met de functionele autoriteit voor elke rechterlijk ambtenaar in opleiding afzonderlijk een studieprogramma vast, aangevende welke vaardigheidsleergangen en studiebijeenkomsten de rechterlijk ambtenaar in opleiding zal volgen. Zoveel mogelijk worden daarbij tijdstippen en perioden vermeld. 3 De functionele autoriteit, respectievelijk de rector, draagt er zorg voor dat aan het werkprogramma, respectievelijk het studieprogramma, de hand wordt gehouden. 4 De functionele autoriteit wijst voor de begeleiding van de rechterlijk ambtenaar in opleiding tijdens de deelstages, in overeenstemming met de rector, een mentor aan. 5 Bij verschil van opvatting tussen de functionele autoriteit en de rector over de inhoud van het werkprogramma en het studieprogramma, over de uitvoering van deze programma's en over het aanwijzen van een mentor, beslist Onze Minister. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het toezicht op de buitenstage berust bij de rector. 1993 17 22-12-1992 1993 17 22-12-1992 15-01-1993
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Indien een rechterlijk ambtenaar in opleiding voor zijn benoeming reeds meer dan een jaar ervaring in de rechtspraktijk of andere naar het oordeel van Onze Minister relevante ervaring heeft verworven, kan Onze Minister de opleiding bekorten met ten hoogste de duur van die ervaring, voor zover die meer dan een jaar bedraagt, doch niet met meer dan drie jaar. 2 Onze Minister kan de opleiding verlengen De verlenging op grond van de onderdelen a tot en met c gezamenlijk kan niet meer dan drie jaar bedragen en heeft in beginsel slechts betrekking op de binnenstage. a. artikel 21, derde lid, onderdelen a en b indien de periode, waarvoor de benoeming in tijdelijke dienst van een rechterlijk ambtenaar in opleiding is verleend, ingevolge, is verlengd: met ten hoogste eenzelfde periode; b. indien de volledige arbeidsduur van een rechterlijk ambtenaar in opleiding op zijn eigen verzoek is gewijzigd in een niet volledige arbeidsduur dan wel zijn arbeidsduur op zijn eigen verzoek anderszins is gewijzigd: met ten hoogste een jaar; c. in andere gevallen, indien Onze Minister zulks, met het oog op het met gunstig resultaat beëindigen van de opleiding, nodig oordeelt: met ten hoogste een jaar. 3 artikel 3, vierde lid In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, bepaalt Onze Minister op welke onderdelen van de opleiding de bekorting of de verlenging betrekking heeft en in welke volgorde de binnenstage en buitenstage worden doorlopen. De laatste volzin van, is van toepassing. 4 artikel 5, eerste en tweede lid In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden het werkprogramma en het studieprogramma aangepast en vastgesteld overeenkomstig. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 25 artikel 26 artikel 2 Indien Onze Minister in de loop van de opleiding op grond van een beoordeling, bedoeld in, op grond van het oordeel van de rector, bedoeld in, dan wel op grond van andere ambtsberichten, alsnog tot het oordeel komt dat de rechterlijk ambtenaar in opleiding de opleiding niet met gunstig resultaat zal kunnen afsluiten of niet geschikt is voor een der inbedoelde functies, beëindigt hij diens opleiding. 2 artikel 2 artikel 29 Indien Onze Minister na voltooiing van de opleiding op een van de gronden als bedoeld in het eerste lid, alsnog tot het oordeel komt dat de rechterlijk ambtenaar in opleiding de opleiding niet met gunstig resultaat heeft beëindigd of niet geschikt is voor een der inbedoelde functies, maakt hij bekend niet te zullen overgaan tot een benoeming dan wel de voordracht voor een benoeming als bedoeld in. 3 Alvorens de in het eerste en tweede lid bedoelde beslissingen te nemen hoort Onze Minister de functionele autoriteit en de rector. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 40 van het Besluit financiering rechtspraak 2005 Het studiecentrum rechtspleging is belast met de uitvoering van de opleiding van rechterlijke ambtenaren. Het studiecentrum rechtspleging is een onder de Raad ressorterende dienst als bedoeld in. 2005 55 10-02-2005 28-01-2005 2005 55 10-02-2005 28-01-2005 11-02-2005 01-02-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De Raad en het College van procureurs-generaal kunnen gezamenlijk algemene en bijzondere aanwijzingen geven aan het studiecentrum rechtspleging. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De Raad en het College van procureurs-generaal wijzen gezamenlijk een rector en een conrector van de opleiding aan; als zodanig zijn de rector en de conrector verantwoording verschuldigd aan de Raad en het College van procureurs-generaal gezamenlijk. 2 Een aanwijzing ingevolge het eerste lid wordt eerst van kracht nadat Onze Minister daarin heeft toegestemd. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Het studiecentrum rechtspleging dient met inachtneming van het bepaalde in dit besluit een opleidingsreglement vast te stellen. 2 Het opleidingsreglement en wijzigingen daarin treden niet in werking dan nadat de Raad en het College van procureurs-generaal gezamenlijk daarin hebben toegestemd. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Het studiecentrum rechtspleging bekostigt de opleiding uit de daarvoor door de Raad en het College van procureurs-generaal beschikbaar gestelde gelden. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2003 460 18-11-2003 05-11-2003 2003 460 18-11-2003 05-11-2003 19-11-2003 01-01-2002
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2003 460 18-11-2003 05-11-2003 2003 460 18-11-2003 05-11-2003 19-11-2003 01-01-2002
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Onze Minister beslist omtrent de toelating tot de opleiding na advies van een selectiecommissie. Hij laat geen kandidaat tot de opleiding toe dan op aanbeveling van die commissie. 2000 421 17-10-2000 26-09-2000 2000 566 21-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 16 Leden van de inbedoelde selectiecommissie zijn: De in onderdelen a tot en met c bedoelde leden worden voor vier jaar benoemd door Onze Minister, die met betrekking tot de in onderdelen a en b bedoelde leden eerst het advies inwint van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. Onze Minister benoemt de in onderdeel d bedoelde leden voor onbepaalde tijd. a. twee presidenten van een rechtbank alsmede zes andere bij een rechtbank werkzame rechterlijke ambtenaren; b. een hoofdofficier met de titel hoofd van het arrondissementsparket, alsmede drie andere rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij een tot het openbaar ministerie behorend parket; c. vier personen, niet behorend tot een der onder a en b bedoelde groepen en niet werkzaam bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie; d. vier ambtenaren van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. 2 Elk jaar treden drie van de in het eerste lid, onder a tot en met c, bedoelde leden af volgens een door de commissie op te stellen rooster van aftreden. Zij zijn niet aansluitend herbenoembaar, behoudens in de gevallen, bedoeld in de laatste volzin. Tussentijds benoemden treden af op het tijdstip waarop degenen, wier plaats zij hebben ingenomen, volgens het rooster zouden zijn afgetreden. Eerst- en tussentijds benoemden zijn aansluitend herbenoembaar indien zij niet meer dan twee jaar lid van de commissie zijn geweest. 3 Onze Minister wijst uit de leden een voorzitter aan. De commissie kiest uit haar midden één of meer plaatsvervangende voorzitters. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 2 De selectiecommissie heeft tot taak Onze Minister, ten behoeve van diens beslissing omtrent de toelating tot de opleiding, van advies te dienen over het vermogen van kandidaten om de opleiding met gunstig resultaat te doorlopen en over hun geschiktheid voor een der inbedoelde functies. 2 Ten behoeve van haar advies stelt de selectiecommissie ten aanzien van de kandidaten een onderzoek in; dit kan zowel een beperkt als een volledig onderzoek zijn. 3 Indien de selectiecommissie een beperkt onderzoek heeft ingesteld en reeds op grond van het resultaat daarvan oordeelt dat zij geen gunstig advies zal kunnen uitbrengen, doet zij daarvan terstond mededeling aan Onze Minister. 4 In andere gevallen dan die, bedoeld in het derde lid, stelt de selectiecommissie een volledig onderzoek in, dat ten minste omvat: De selectiecommissie brengt in deze gevallen zo spoedig mogelijk na het persoonlijk onderhoud met de kandidaat gemotiveerd advies uit aan Onze Minister. a. het inwinnen van schriftelijke inlichtingen bij door de kandidaat opgegeven referenten; b. een persoonlijk onderhoud met de kandidaat door niet meer dan vijf leden van de commissie; c. kennisneming van de uitslag van een ten aanzien van de kandidaat ingesteld psychologisch onderzoek. 5 De selectiecommissie kan haar voorzitter machtigen bepaalde beslissingen namens de commissie te nemen. Een zodanige machtiging, de aard en omvang van het beperkt onderzoek en wat overigens met betrekking tot de werkwijze van de commissie behoort te worden geregeld, legt de commissie neer in een reglement van orde dat de instemming van Onze Minister behoeft. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Onze Minister beslist zo spoedig mogelijk na de ontvangst van het advies. 1993 683 16-12-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikelen 16 tot en met 19 Onverminderd het bepaalde in dekan Onze Minister, gehoord de selectiecommissie, zonodig de toelatingsprocedure nader regelen. 1985 555 24-10-1985 1985 555 24-10-1985 01-01-1986
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Degene, die is toegelaten tot de opleiding, wordt door Onze Minister benoemd als rechterlijk ambtenaar in opleiding in tijdelijke dienst bij de gerechten voor de duur van drie jaar en twee maanden. Onze Minister stelt tevens vast bij welke rechtbank en welk tot het openbaar ministerie behorend parket de rechterlijk ambtenaar in opleiding zijn ambt gedurende deze periode vervult. 2 hoofdstuk 4A van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren Onze Minister kan in het kader van een reorganisatie als bedoeld inde vaststelling van de rechtbank of het tot het openbaar ministerie behorend parket waarbij een rechterlijk ambtenaar in opleiding zijn ambt vervult wijzigen. 3 Onze Minister kan, de functionele autoriteit en de rector gehoord, de periode waarvoor een benoeming in tijdelijke dienst is verleend verlengen: a. indien een rechterlijk ambtenaar in opleiding dit verzoekt en naar het oordeel van Onze Minister voortzetting van de opleiding nog zinvol kan zijn: met ten hoogste één jaar; b. indien daarvoor naar het oordeel van Onze Minister redenen aanwezig zijn: met de periode gedurende welke de rechterlijk ambtenaar in opleiding geheel of gedeeltelijk geen werkzaamheden heeft verricht; c. artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c indien de opleiding, ingevolge, is verlengd: per grond met ten hoogste een jaar. 4 artikel 7, eerste lid Indien de opleiding met toepassing van, is bekort, kan Onze Minister, na overleg met de rector, de duur van de benoeming in tijdelijke dienst bepalen op een periode korter dan drie jaar, doch niet korter dan twee jaar. Ten aanzien van de verlenging van een verkorte benoeming in tijdelijke dienst is het derde lid van overeenkomstige toepassing. 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 01-01-2013
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a 1 artikel 5, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren Om benoemd te kunnen worden als rechterlijk ambtenaar in opleiding dient het afsluitend examen, bedoeld in, te voldoen aan de eisen van het tweede lid. 2 Het afsluitend examen is zodanig samengesteld dat ten minste grondige kennis van en inzicht in de volgende rechtsgebieden is verkregen: a. burgerlijk recht, met inbegrip van burgerlijk procesrecht; b. strafrecht, met inbegrip van strafprocesrecht; en c. bestuursrecht, met inbegrip van bestuursprocesrecht. 3 artikel 2b, eerste en tweede lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder afsluitend examen, bedoeld in die leden, tevens begrepen het schakelprogramma, bedoeld in. 2010 210 15-06-2010 01-06-2010 2010 225 22-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 21b — Artikel 21b#
Artikel 21b 1 bijlage De rechterlijk ambtenaar in opleiding legt aan het begin van de opleiding ten overstaan van de rector en in aanwezigheid van een getuige, de eed of belofte af volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in debij dit besluit. 2 Het formulier, bedoeld in het eerste lid, wordt na het afleggen van de eed of belofte ondertekend door de rechterlijk ambtenaar in opleiding, de rector en de getuige. 3 De rector houdt een register bij waarin de formulieren betreffende de door de rechterlijke ambtenaren in opleiding afgelegde eed of belofte worden bewaard. 4 De rechterlijk ambtenaar in opleiding ontvangt van de rector een afschrift van het formulier betreffende de door hem afgelegde eed of belofte. 2010 210 15-06-2010 01-06-2010 2010 225 22-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 8, eerste lid Tenzij de opleiding op grond van het bepaalde in, is beëindigd, wordt een rechterlijk ambtenaar in opleiding aansluitend aan de benoeming in tijdelijke dienst benoemd in vaste dienst bij de gerechten. Onze Minister stelt tevens vast bij welke rechtbank of welk tot het openbaar ministerie behorend parket de rechterlijk ambtenaar in opleiding, die in vaste dienst is benoemd, zijn ambt vervult. 2 hoofdstuk 4A van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren Onze Minister kan in het kader van een reorganisatie als bedoeld inde vaststelling van de rechtbank of het tot het openbaar ministerie behorend parket waarbij een rechterlijk ambtenaar in opleiding zijn ambt vervult wijzigen. 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 2012 600 30-11-2012 27-11-2012 01-01-2013
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a Vervallen 2010 210 15-06-2010 01-06-2010 2010 225 22-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 22b — Artikel 22b#
Artikel 22b Vervallen 1996 617 19-12-1996 14-12-1996 1996 616 19-12-1996 13-12-1996 01-01-1997
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 1994 697 19-09-1994 1994 697 19-09-1994 01-10-1994
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 De rechterlijk ambtenaar in opleiding volgt de opleiding overeenkomstig hetgeen bij of krachtens dit besluit is bepaald. Hij dient zich daarbij te houden aan de hem door of namens zijn functionele autoriteit en de rector gegeven aanwijzingen. 2 De rechterlijk ambtenaar in opleiding brengt tijdens en na beëindiging van de binnenstage en de buitenstage aan de rector schriftelijk verslag uit van zijn verrichtingen en bevindingen. Van dit verslag verstrekt hij een afschrift aan zijn hoofd van dienst. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Een rechterlijk ambtenaar in opleiding wordt regelmatig beoordeeld. Daarbij wordt tegen de achtergrond van zijn toekomstige functie gelet op de wijze waarop hij de hem opgedragen werkzaamheden heeft uitgevoerd. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het stadium van opleiding waarin de rechterlijk ambtenaar in opleiding verkeert. 2 De beoordeling wordt voorbereid door een door de functionele autoriteit aan te wijzen functionaris tezamen met degene die verantwoordelijk is of medeverantwoordelijk is voor het functioneren van de rechterlijk ambtenaar in opleiding. 3 De beoordeling geschiedt telkens tegen het einde van de eerste, de tweede, de derde, de vierde en de vijfde deelstage van de binnenstage en tegen het einde van de buitenstage door de functionele autoriteit. 4 Ten behoeve van het opmaken van de beoordeling kan de functionele autoriteit bepalen dat bepaalde functionarissen als informant of adviseurs optreden. 5 Op verzoek van de te beoordelen rechterlijk ambtenaar in opleiding om bepaalde functionarissen als adviseur of informant aan te wijzen beslist de functionele autoriteit. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 25a — Artikel 25a#
Artikel 25a De rector stelt, na instemming van de Raad en het College van procureurs-generaal, het model vast van de lijst, waarop de beoordeling wordt vastgelegd. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 25b — Artikel 25b#
Artikel 25b 1 Een beoordeling wordt opgemaakt op basis van op competenties en resultaatsgebieden gerichte functieprofielen. 2 artikel 25, eerste lid Indien de feitelijke verrichte werkzaamheden afwijken van die welke in, zijn bedoeld, worden die op de beoordelingslijst vermeld. 3 Nadat de beoordeling is opgemaakt wordt deze door degene die verantwoordelijk is voor het functioneren van de rechterlijk ambtenaar in opleiding met de rechterlijk ambtenaar in opleiding besproken. Een samenvatting van dit beoordelingsgesprek wordt op de beoordelingslijst vastgelegd. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 25c — Artikel 25c#
Artikel 25c 1 De rechterlijk ambtenaar in opleiding kan binnen twee weken na het beoordelingsgesprek schriftelijk bedenkingen tegen de beoordeling indienen bij de functionele autoriteit. De functionele autoriteit kan de termijn van twee weken verlengen. 2 De functionele autoriteit stelt de beoordeling vast, wanneer de rechterlijk ambtenaar in opleiding geen bedenkingen heeft in gediend binnen de in het eerste lid genoemde termijn. 3 De rechterlijk ambtenaar in opleiding die bedenkingen heeft ingediend, wordt in de gelegenheid gesteld deze mondeling bij de functionele autoriteit toe te lichten. Deze kan bepalen dat andere personen bij dit gesprek aanwezig zijn. 4 De functionele autoriteit wijzigt de beoordeling in zover hij de bedenkingen van de rechterlijk ambtenaar in opleiding deelt en stelt de beoordeling vast. 5 Bij de vaststelling van de beoordeling deelt de functionele autoriteit de rechterlijk ambtenaar in opleiding schriftelijk mee of hij wijzigingen in de beoordeling heeft aangebracht, en, zo ja welke. Daarbij vermeldt hij in voorkomend geval de redenen waarom hij niet of niet volledig aan de bedenkingen is tegemoet gekomen. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 25d — Artikel 25d#
Artikel 25d 1 De rechterlijk ambtenaar in opleiding kan bezwaar maken tegen de vastgestelde beoordeling. 2 Indien de rechterlijk ambtenaar in opleiding bezwaar heeft gemaakt tegen de vastgestelde beoordeling wint de functionele autoriteit, alvorens hierop te beslissen, het advies in van een commissie, tenzij het bezwaar reeds aanstonds gegrond wordt geacht. 3 artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 50 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren Indien het bevoegd gezag niet onder toepassing vaneen adviescommissie heeft belast met het adviseren omtrent bezwaren tegen vastgestelde beoordelingen, stelt het daartoe een commissie in. Van de commissie maakt in elk geval deel uit een ambtenaar aangewezen door de Sectorcommissie rechterlijke macht als bedoeld in. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Ten minste eenmaal per jaar vormt de rector zich een oordeel omtrent de wijze waarop de rechterlijk ambtenaar in opleiding de onderscheidene vaardigheidsleergangen en studiebijeenkomsten heeft doorlopen. 2 De rector vermeldt zijn oordeel op een lijst waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld en bespreekt daarna dit oordeel met de rechterlijk ambtenaar in opleiding. Een samenvatting van het gesprek wordt eveneens op de lijst vastgelegd. De rector zendt de lijst vervolgens zo spoedig mogelijk aan Onze Minister. De rechterlijk ambtenaar in opleiding ontvangt een afschrift van de lijst. 3 Tegen het oordeel van de rector kan een belanghebbende beroep instellen bij Onze Minister. 4 artikel 25d, derde lid Indien Onze Minister de bezwaren kennelijk geheel gegrond acht, stelt hij dienovereenkomstig het oordeel nader vast. In andere gevallen dan in de vorige volzin bedoeld stelt Onze Minister het oordeel, al dan niet gewijzigd, eerst vast na terzake het advies te hebben ingewonnen van de commissie, bedoeld in. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 8 Indien Onze Minister een der beslissingen, bedoeld in, heeft genomen, kan hij de rechterlijk ambtenaar in opleiding op die grond ontslaan. Indien de rechterlijk ambtenaar in opleiding reeds in vaste dienst is benoemd, kan hij evenwel, in afwijking van de eerste volzin, slechts worden ontslagen, indien het na een zorgvuldig onderzoek van maximaal zes maanden niet mogelijk is gebleken om hem binnen het gezagsbereik van Onze Minister of bij een gerecht een andere, mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden, passende functie aan te bieden dan wel indien hij weigert deze functie te aanvaarden. De mededeling dat tot ontslag wordt overgegaan wordt uiterlijk vijfenveertig dagen gedaan voor afloop van de in de vorige zin bedoelde termijn van zes maanden. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 2 Een rechterlijk ambtenaar in opleiding maakt voor het voltooien van de vierde deelstage van de binnenstage aan Onze Minister zijn keuze bekend voor een van de inbedoelde functies. Een gemaakte keuze kan na het voltooien van de vierde deelstage van de binnenstage alleen in zeer bijzondere gevallen worden gewijzigd. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 28a — Artikel 28a#
Artikel 28a 1 artikel 28 Een rechterlijk ambtenaar in opleiding die gedurende de buitenstage de keuze, bedoeld in, wenst te wijzigen, dient daartoe een met redenen omkleed verzoek bij Onze Minister in. 2 Onze Minister beslist op het verzoek na overleg met de rector en de functionele autoriteit. 3 Indien het verzoek wordt toegewezen: a. artikel 5, eerste en tweede lid past, indien nodig, de functionele autoriteit het werkprogramma en de rector het studieprogramma aan en stellen zij deze programma's overeenkomstig, opnieuw vast, en b. artikel 3, tweede lid bepaalt Onze Minister overeenkomstig, waar de buitenstage wordt doorgebracht. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 2 Een rechterlijk ambtenaar in opleiding, die de opleiding met gunstig resultaat heeft beëindigd en geschikt wordt geacht voor een van de inbedoelde functies, wordt, overeenkomstig diens keuze, benoemd in de functie van gerechtsauditeur dan wel benoemd in de functie van substituut-officier van justitie. Bij de vaststelling van de rechtbank of het parket waarbij het ambt, bedoeld in de eerste volzin, wordt vervuld, wordt de voorkeur van de betrokken rechterlijk ambtenaar in opleiding en het dienstbelang in aanmerking genomen. 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 2011 333 30-06-2011 28-06-2011 01-07-2011
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2010 210 15-06-2010 01-06-2010 2010 225 22-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit opleiding rechterlijke ambtenaren. 1994 697 19-09-1994 1994 697 19-09-1994 01-10-1994
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 1993 17 22-12-1992 1993 17 22-12-1992 15-01-1993
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 1993 17 22-12-1992 1993 17 22-12-1992 15-01-1993
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 1993 17 22-12-1992 1993 17 22-12-1992 15-01-1993
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 1993 17 22-12-1992 1993 17 22-12-1992 15-01-1993
Artikel 21b#
artikel 21b