Besluit van 24 december 1986, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 5 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 5 van de Ziektewet en artikel 5 van de Werkloosheidswet
- BWB-id
- BWBR0004090
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004090
- ELI
- /eli/nl/amvb/1987/besluit-aanwijzing-gevallen-waarin-arbeidsverhouding-als-die
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1987/besluit-aanwijzing-gevallen-waarin-arbeidsverhouding-als-die/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004090&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004090&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004090/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1987/besluit-aanwijzing-gevallen-waarin-arbeidsverhouding-als-die
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Ziektewet Werkloosheidswet Als dienstbetrekking in de zin van de, deen dewordt beschouwd de arbeidsverhouding van de persoon die als thuiswerker arbeid verricht en van de persoon die hem als hulp bij het verrichten van zijn arbeid bijstaat, indien zij deze arbeid persoonlijk verrichten. 2 De arbeidsverhouding, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts als dienstbetrekking beschouwd indien: a. zij is aangegaan voor een aaneengesloten periode van ten minste dertig dagen; b. artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag het bruto-inkomen uit deze arbeidsverhouding per maand doorgaans ten minste 40% van het minimumloon, bedoeld inzal bedragen; c. b artikel 7 artikel 8, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor de persoon jonger dan 21 jaar, wiens bruto-inkomen uitsluitend in verband met zijn leeftijd op een lager bedrag dan als bedoeld in onderdeelis vastgesteld, het bruto-inkomen uit deze arbeidsverhouding doorgaans ten minste 40% van het voor zijn leeftijd geldende minimumloon, bedoeld in, derde lid, enzal bedragen. 3 a Indien binnen dertig dagen na het einde van een arbeidsverhouding met dezelfde opdrachtgever een nieuwe arbeidsverhouding wordt aangegaan, geldt het tweede lid, onderdeel, niet voor die nieuwe arbeidsverhouding, tenzij de tijdvakken waarvoor de arbeidsverhoudingen zijn aangegaan te zamen korter zijn dan dertig dagen. 4 b c Hetgeen een thuiswerker en de persoon die hem als hulp bij het verrichten van de arbeid bijstaat gezamenlijk aan bruto-inkomen ontvangen, wordt voor de toepassing van het tweede lid, onderdeelen, geacht door ieder van hen voor een gelijk deel te zijn ontvangen, tenzij van een andere verdeling blijkt. 5 Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot de arbeidsverhouding van degene die werkzaam is op basis van een voor aanvang van de betaling van de beloning gesloten schriftelijke overeenkomst waaruit blijkt dat het de bedoeling is van beide partijen dat dit artikel niet van toepassing is. 2023 240 30-06-2023 27-06-2023 2023 247 07-07-2023 27-06-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet invoering
minimumuurloon in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Als dienstbetrekking wordt niet beschouwd de arbeidsverhouding van de thuiswerker die: a. zich doorgaans laat bijstaan door meer dan twee andere personen, niet zijnde zijn echtgenoot of zijn tot zijn huishouden behorende minderjarige kinderen; b. behoort tot een groep personen, aangewezen door Onze Minister. 1986 655 24-12-1986 1986 655 24-12-1986 01-01-1987
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 a, b c artikelen 3, 4 en 5, onderdeelen, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Ziektewet Werkloosheidswet Zonodig in afwijking van de, deen dewordt als dienstbetrekking beschouwd de arbeidsverhouding van de persoon die persoonlijk arbeid verricht ten behoeve van een derde door tussenkomst van de natuurlijke persoon tot wie of van het lichaam tot welk de arbeidsverhouding bestaat. 2 Het eerste lid is niet van toepassing in gevallen, aangewezen door Onze Minister. 1986 655 24-12-1986 1986 655 24-12-1986 01-01-1987
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van de persoon die als musicus of anderszins als artiest optreedt. 2 Dit artikel is niet van toepassing indien de werkzaamheden worden verricht op basis van een voor aanvang van de betaling van de beloning gesloten schriftelijke overeenkomst waaruit blijkt dat het de bedoeling is van beide partijen dat dit artikel niet van toepassing is. 2016 165 28-04-2016 08-04-2016 2016 166 28-04-2016 08-04-2016 01-05-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet deregulering
beoordeling arbeidsrelaties in werking treedt.
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van de topsporter die op grond van het in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgestelde reglement van de stichting Fonds voor de Topsporter een periodieke uitkering als tegemoetkoming in de kosten van zijn levensonderhoud geniet. 2001 193 26-04-2001 03-04-2001 2001 193 26-04-2001 03-04-2001 27-04-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 1 3 4 4a Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van de persoon die, anders dan bedoeld in de,,en, persoonlijk arbeid verricht op doorgaans ten minste twee dagen per week. 2 De arbeidsverhouding, bedoeld in het eerste lid, wordt niet als dienstbetrekking beschouwd, indien: a. artikelen 3, 4 of 5, onderdeel a, b of c, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Ziektewet Werkloosheidswet zij een arbeidsverhouding is als bedoeld in de, deof dedoch de persoon uit hoofde van deze arbeidsverhouding niet als werknemer wordt beschouwd; b. de persoon, werkzaam in de arbeidsverhouding, behoort tot een groep personen, aangewezen door Onze Minister. 3 Artikel 1, tweede en derde lid artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag , is van toepassing op de arbeidsverhouding, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat in plaats van het bruto-inkomen per maand het bruto-inkomen per week en in plaats van het minimumloon, bedoeld in, het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van die wet, vermenigvuldigd met 36, in aanmerking wordt genomen. 4 Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot de arbeidsverhouding van degene die werkzaam is op basis van een voor aanvang van de betaling van de beloning gesloten schriftelijke overeenkomst waaruit blijkt dat het de bedoeling is van beide partijen dat dit artikel niet van toepassing is. 2023 240 30-06-2023 27-06-2023 2023 247 07-07-2023 27-06-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet invoering
minimumuurloon in werking treedt.
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van de persoon die als sekswerker persoonlijk arbeid verricht, tenzij wordt voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels. 2 Voor de toepassing van dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder sekswerker: de persoon die tegen betaling seksuele handelingen met of voor een ander verricht. 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 01-01-2009
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikelen 3 5 5a artikel 5a, eerste lid artikel 5a, tweede lid Als werkgever wordt beschouwd in de gevallen, bedoeld in de,en, de natuurlijke persoon op wie of het lichaam waarop de verplichting rust het loon te betalen, niet zijnde, in de gevallen, bedoeld in, degene, bedoeld in, met of voor wie de seksuele handelingen worden verricht. 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 01-01-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikelen 1 5 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Onder bruto-inkomen, genoemd in deen, wordt verstaan het loon in de zin van de. 1986 655 24-12-1986 1986 655 24-12-1986 01-01-1987
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Voor de toepassing van dit besluit wordt niet als dienstbetrekking beschouwd de arbeidsverhouding van de persoon: a. artikel 4 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen die arbeid verricht als zelfstandige als bedoeld in; b. die arbeid verricht uitsluitend voor rekening en risico van de onderneming van de rechtspersoon waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is; c die het verrichten van de arbeid rechtstreeks is overeengekomen met een natuurlijk persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden; d. die arbeid van overwegend geestelijke aard verricht; e. die werkzaam is in een arbeidsverhouding, die in overwegende mate wordt beheerst door een familieverhouding. 2 Onze Minister is bevoegd regels te stellen met betrekking tot het eerste lid. 2005 73 22-02-2005 18-01-2005 2005 73 22-02-2005 18-01-2005 23-02-2005 01-01-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikelen 2 3 5 artikel 8 Tussen Onze Minister en Onze Minister van Financiën dient overeenstemming te bestaan omtrent het aanwijzen van een groep personen of van gevallen, bedoeld in de,enen omtrent het stellen van regels, bedoeld in. 1997 100 27-02-1997 26-02-1997 1997 182 06-05-1997 27-03-1997 07-05-1997 01-03-1997 Werkt terug tot en met 1 maart 1997.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Stb. Het besluit van 14 december 1973,627, wordt ingetrokken. 1986 655 24-12-1986 1986 655 24-12-1986 01-01-1987
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1987. 1986 655 24-12-1986 1986 655 24-12-1986 01-01-1987