Besluit van 24 december 1986, houdende regels met betrekking tot het inkomen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
- BWB-id
- BWBR0004091
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2010-07-01 t/m 2010-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004091
- ELI
- /eli/nl/amvb/1987/inkomensbesluit-ioaw
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1987/inkomensbesluit-ioaw/2010-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004091&g=2010-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004091&z=2026-06-06&g=2010-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004091/2010-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1987/inkomensbesluit-ioaw
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers de wet: de; b. een stamrecht: een recht op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon. 2008 71 11-03-2008 25-02-2008 2008 71 11-03-2008 25-02-2008 01-04-2008
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Voor de toepassing van de wet wordt onder inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven verstaan: a. opbrengst van arbeid; b. winst uit bedrijf en zelfstandig uitgeoefend beroep. 1986 658 24-12-1986 1986 658 24-12-1986 01-01-1987
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, onderdeel a Wet financiering sociale verzekeringen die wet Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in, wordt, voorzover bedoelde arbeid door een werknemer in de zin van dewordt verricht, verstaan het loon in de zin van. 2 In afwijking van het eerste lid wordt niet als opbrengst van arbeid beschouwd: a. een aanspraak om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen, voor zover deze niet wordt gedekt door stortingen van de werknemer; b. Werkloosheidswet Ziektewet Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg artikel 3:6, eerste lid, van die wet Toeslagenwet Stb. Stb. Stb. Stb. een uitkering op grond van de verplichte verzekering van de(1986, 566), de(1967, 473) en de(1977, 492), deen een uitkering op grond vanaan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de(1986, 562); c. een aanvulling op de in onderdeel b genoemde uitkeringen; d. opbrengst van arbeid gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden tot 25 procent van deze opbrengst, met een maximum van € 291,04 per maand, voor zover een uitkering wordt ontvangen en dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling. 2009 19781 24-12-2009 23-12-2009 IVV/FB/2009/27811 2009 19781 24-12-2009 23-12-2009 IVV/FB/2009/27811 01-01-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2, onderdeel a Wet financiering sociale verzekeringen Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in, worden, voor zover bedoelde arbeid wordt verricht in dienstbetrekking doch niet door een werknemer in de zin van de, verstaan de gelden en alle andere voordelen welke als beloning voor die arbeid worden genoten. 2 artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen Ten aanzien van de gelden en alle andere voordelen uit de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, is het bepaalde bij of krachtensvan overeenkomstige toepassing. 3 In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt niet als opbrengst van arbeid beschouwd een uitkering wegens derving van looninkomen. 2005 628 13-12-2005 05-12-2005 2005 628 13-12-2005 05-12-2005 01-01-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2, onderdeel a hoofdstuk 3 7 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a en b 3.92 van die wet Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in, wordt, voorzover bedoelde arbeid niet in dienstbetrekking wordt verricht, verstaan het belastbaar loon uit tegenwoordige arbeid of belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld inen, behoudens voorzover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de, en. 2 artikel 13 van de Wet op de loonbelasting 1964 Het bepaalde bij of krachtensis met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 2004 738 30-12-2004 21-12-2004 2004 738 30-12-2004 21-12-2004 01-01-2005
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Vervallen 2009 595 30-12-2009 11-12-2009 2009 595 30-12-2009 11-12-2009 01-01-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 2, onderdeel b paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 paragraaf 3.2.4 van die wet paragraaf 3.2.5 van die wet artikel 3.78, derde lid, onderdelen a, b en c, van die wet Onder winst als bedoeld in, wordt verstaan de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in, vermeerderd met de ondernemersaftrek, bedoeld in, en de MKB-winstvrijstelling, bedoeld in, met dien verstande dat de bestanddelen van de winst, bedoeld in, niet geacht worden te behoren tot die winst. 2 Indien de berekening van de in het eerste lid bedoelde winst leidt tot een negatief bedrag, wordt die winst op nihil gesteld. 2009 595 30-12-2009 11-12-2009 2009 595 30-12-2009 11-12-2009 01-01-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Voor de toepassing van de wet wordt onder inkomen in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven verstaan: a. Werkloosheidswet Ziektewet Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen Wet inkomensvoorziening oudere werklozen hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg artikel 3:6, eerste lid, van die wet artikel 3:17 van die wet een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de verplichte verzekering van de, de, de, de, deof de, een uitkering op grond van de, een uitkering op grond van deof een uitkering op grond vanaan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld inof aan de zelfstandige of beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst, bedoeld in; b. een uitkering op grond van een particuliere verzekering wegens derving van inkomen, welke ten behoeve van de werknemer in het kader van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten; c. een uitkering op grond van een pensioenregeling, voor zover niet begrepen onder a; d. Algemene Kinderbijslagwet artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een uitkering op grond van een buitenlandse wettelijke sociale verzekeringsregeling, voor zover niet begrepen onder a, met uitzondering van een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op grond van deof met zorg waarop aanspraak bestaat ingevolge een zorgverzekering als bedoeld inof op grond van; e. een uitkering op grond van een regeling voor vervroegde uittreding of een regeling, die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; f. een uitkering op grond van een regeling voor functioneel leeftijdsontslag; g. loon dat uit vroegere dienstbetrekking wordt genoten, voor zover niet begrepen onder a, b, c, d, e of f; h. Toeslagenwet een toeslag op grond van de; i. Algemene nabestaandenwet een uitkering ingevolge de; j. Algemene Ouderdomswet een uitkering op grond van de(Stb. 1985, 181); k. Wet studiefinanciering 2000 een basisbeurs en een aanvullende beurs op grond van de, alsmede een beurs die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; l. een bedrijfsbeëindigingsvergoeding van de door Onze Minister van Economische Zaken opgerichte Stichting ontwikkeling en sanering midden- en kleinbedrijf; en m. een maandelijkse bedrijfsbeëindigingsvergoeding van de door Onze Minister van Landbouw en Visserij opgerichte Stichting ontwikkelings- en saneringsfonds voor de landbouw. 2 In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen in verband met arbeid beschouwd: a. een aanspraak om na verloop van tijd onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen, voor zover deze niet wordt gedekt door stortingen van degene die het desbetreffende inkomen geniet; b. een eenmalige uitkering welke na beëindiging van de dienstbetrekking aan een werknemer in verband met die beëindiging wordt betaald; c. artikel 10 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen artikel 2:51 3:9 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten artikel 22 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 53 63 van de Werk en inkomen naar arbeidsvermogen 81% van het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering of inkomensvoorziening is verhoogd met toepassing van,of,,ofof een combinatie van deze artikelen; d. Wet financiering sociale verzekeringen een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op grond van een wettelijke vrijwillige verzekering of een particuliere verzekering tegen loonderving, toegekend aan een directeur-grootaandeelhouder, die niet als werknemer in de zin van dewordt beschouwd; e. een uitkering in verband met geleden immateriële schade, voorzover dit gelet op de aard en de hoogte van de uitkering verantwoord is; f. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste€ 2.239,00 per kalenderjaar; g. artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste € 95,– per maand met een maximum van € 764,– per jaar, dan wel een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld invan ten hoogste € 150,– per maand met een maximum van € 1.500,– per jaar; h. periodieke uitkeringen uit hoofde van een stamrecht, dat is verkregen uit een eenmalige uitkering welke na beëindiging van de dienstbetrekking aan de werknemer in verband met die beëindiging is toegekend, mits de werknemer aantoont dat de eenmalige uitkering door de werkgever betaalbaar is gesteld om naar eigen inzicht van de werknemer te besteden. 3 Wet op de loonbelasting 1964 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt onder pensioenregeling verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan voor de toepassing van de. 4 artikel 31, tweede lid, onderdelen j en k, van de Wet werk en bijstand Onze Minister wijzigt de bedragen, genoemd in het tweede lid, onderdelen h en i , met ingang van een door hem te bepalen dag, voorzover de ontwikkeling van de ingenoemde bedragen, daartoe aanleiding geeft. 5 artikel 3, tweede lid, onderdeel d artikel 31, tweede lid, onderdeel o, van de Wet werk en bijstand Onze Minister wijzigt het bedrag, genoemd in, met ingang van een door hem te bepalen dag, voorzover de ontwikkeling van het ingenoemde bedrag daartoe aanleiding geeft. 2010 9818 28-06-2010 18-06-2010 IVV/FB/2010/9701 2010 9818 28-06-2010 18-06-2010 IVV/FB/2010/9701 01-07-2010
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het inkomen uit of in verband met arbeid wordt in de maand waarover aanspraak op uitkering wordt gemaakt vastgesteld op het bedrag dat de werkloze werknemer en de echtgenoot over die maand verwerven of redelijkerwijs geacht kunnen worden te verwerven. 2 artikel 21, tweede lid Indien op grond van, van de wet de uitkering over een kortere periode dan een maand wordt uitbetaald worden het inkomen en de uitkering eerst per maand vastgesteld, waarna de uitkering over een kortere periode naar evenredigheid wordt vastgesteld. 3 Indien aannemelijk is dat een inkomensbestanddeel geen juiste maatstaf biedt voor de bepaling van het in het eerste lid bedoelde inkomen, wordt dat bestanddeel per maand vastgesteld op 1/3 onderscheidenlijk 1/12 van het bedrag, dat over drie maanden onderscheidenlijk een jaar is verworven. 4 artikel 6, eerste lid Indien winst als bedoeld inwordt genoten, wordt het daaruit voortvloeiende inkomensbestanddeel per maand vastgesteld op 1/12 van de winst, genoten over het kalenderjaar of het niet met het kalenderjaar samenvallend boekjaar, voorafgaand aan de maand waarover aanspraak op uitkering wordt gemaakt. 5 Indien de toepassing van de leden 1 tot en met 4, gelet op het tijdstip van verwerving van een inkomensbestanddeel, tot een kennelijk onredelijk resultaat leidt, bepalen burgemeester en wethouders op welke periode dat inkomensbestanddeel geacht moet worden betrekking te hebben en hoe dit geacht moet worden over deze periode te zijn verdeeld. 1995 655 28-12-1995 08-12-1995 1995 655 28-12-1995 08-12-1995 01-01-1996
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Stb. In afwijking van artikel 3, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, wordt de eenmalige uitkering op grond van artikel XV van de Wet premieheffing over uitkeringen (1986, 639) niet als opbrengst van arbeid onderscheidenlijk als inkomen in verband met arbeid beschouwd. 1986 658 24-12-1986 1986 658 24-12-1986 01-01-1987
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a Wet werk en bijstand Wet werk en bijstand artikel 3, tweede lid, onderdelen d en e artikel 3, tweede lid, onderdelen d of e In het eerste jaar waarop debetrekking heeft, blijft, van toepassing op de belanghebbende ten aanzien van wie op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deop grond van, een bedrag niet als opbrengst van arbeid werd beschouwd, met dien verstande dat dat bedrag wordt vermenigvuldigd met: a. Wet werk en bijstand 1, in de eerste tot en met de derde maand na de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de; b. Wet werk en bijstand 0,75, in de vierde tot en met de zesde maand na de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de; c. Wet werk en bijstand 0,5, in de zevende tot en met de negende maand na de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de; d. Wet werk en bijstand 0,25, in de tiende tot en met de twaalfde maand na de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de. 2003 388 14-10-2003 10-10-2003 2003 388 14-10-2003 10-10-2003 01-01-2004
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b 1 artikel 7, tweede lid artikel 7, tweede lid, onderdeel j artikel 7, tweede lid, onderdeel j artikel 7, tweede lid, onderdeel j Op een besluit omtrent het recht op uitkering genomen met toepassing van, zoals dat artikellid luidde op 31 maart 2008, wordt op aanvraag door burgemeester en wethouders, toegepast met ingang van 1 april 2005 of indien de periodieke uitkeringen uit hoofde van een stamrecht als bedoeld in, op een later tijdstip zijn ingegaan met ingang van dat tijdstip, mits deze aanvraag om toepassing leidt tot een hoger bedrag aan uitkering dan de vaststelling van het recht op uitkering zonder toepassing van. 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, kan worden ingediend tot 1 april 2009. 2008 71 11-03-2008 25-02-2008 2008 71 11-03-2008 25-02-2008 01-04-2008
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1987. 1986 658 24-12-1986 1986 658 24-12-1986 01-01-1987
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit besluit kan worden aangehaald als Inkomensbesluit IOAW. 1986 658 24-12-1986 1986 658 24-12-1986 01-01-1987